–Kanteldecennium 2: De Wapenwedloop

Als ik dit hoofdstuk op mijn website plaats is het december 2020, de maand van Kerst en vrede op aarde. Het heeft dan ook een reden dat ik juist nu de wapenwedloop als eerste mondiale kernprobleem aan de orde stel. Het is een van de duidelijkste onderwerpen, waarin de machteloosheid van de mensheid tot uitdrukking komt. Taalkundig staat het begrip voor een wedloop om militair overwicht tussen staten of machten. Maar gelet op de tijd waarin we leven, neem ik de vrijheid om het begrip uit te breiden en wel naar de toename van wapenbezit onder burgers. Ook in ons land is een duidelijke toename van ernstige delicten,  waarbij wapens worden gebruikt.  Vaak gaat het om (vuur)wapens die wettelijk verboden zijn, maar ook slag en steekwapens die functioneel bestemd zijn om te worden gebruikt als gereedschap en andere nuttige toepassingen, zoals in huishoudens en de horeca. De gevolgen van deze ontwikkeling voor de criminaliteit en hoe die zich verhoudt tot het geweldsmonopolie dat in ons land bij de overheid berust, belicht ik in hoofdstuk 5 over ‘Criminaliteit en Rechtshandhaving’.

Bij het onderwerp ‘Wapenwedloop’ kun je niet heen om de rol van de wetenschap en mentale aspecten waaruit de behoefte aan wapens voortvloeit. Ik gaf in hoofdstuk 1, de inleiding, aan dat ik grote bewondering heb voor de wetenschap en er in mijn persoonlijke situatie op het gebied van zorg en kwaliteit van leven, veel aan te danken heb gehad. Door de gezinssituatie werd ik nadrukkelijk bepaald bij genetica en medische trajecten, die tot levensverlenging bij gezinsleden hebben geleid. Dat zijn zegeningen en verworvenheden waarvoor ik dankbaar ben. Er past echter wel een kanttekening bij, gebaseerd op vele decennia persoonlijke ervaring en studie van onderwerpen als geweld, oorlog en vrede etc. In het Filosofie Magazine las ik een aansprekende en relativerende stelling over de wetenschap, die volgens de auteur ook niet alle vragen kan beantwoorden. Als voorbeeld werd gegeven dat zonder theoretische natuurkunde een smartphone niet zou bestaan. ‘Daar heb je echter weinig aan als je bijvoorbeeld zoekt naar een oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten’(1). Oorlogen, wapenwedlopen en geweldsexcessen hebben te maken met de menselijke geest, met mentaliteit, egoïsme en machtsdenken, het kwaad , ethiek en levensbeschouwing. Problemen op die gebieden zijn diepgeworteld en wijdverbreid en de geschiedenis leert dat die zich uiteindelijk niet laten oplossen via wetenschap en rationaliteit alleen. Als dat wel mogelijk zou zijn was het, gelet op calamiteiten en tragedies in de menselijke geschiedenis allang gebeurd. Seculiere denkers zullen daaraan toevoegen dat dit ook geldt voor religie en ideologie. Veel mensen beschouwen religie zelfs als oorzaak van veel conflicten. Ik begrijp die kritiek, maar de geschiedenis leert dat het kwaad of de gebrokenheid van de Schepping zich uit in alle categorieën mensen, ongeacht levensbeschouwing of ideologie. Daar komt bij dat de wetenschap, ondanks de vele verworvenheden en zegeningen, heeft bijgedragen aan veel ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor de toekomst van de mensheid. De wapenindustrie is een treffend voorbeeld dat politiek en wetenschap elkaar overlappen. In de loop der eeuwen zijn zwaarden en speren vervangen door musketten en kanonnen door geavanceerde raketsystemen. NBC wapens oftewel massavernietigingswapens (Nucleair, Biologisch, Chemisch), zijn ontwikkeld in wetenschappelijke laboratoria. Ook bij beladen onderwerpen als geweld en oorlog creëert de markt een behoefte en spelen wetenschap en bedrijfsleven daarop in door ontwerp, innovatie en productie en bijna altijd ergens op de wereld wel gevolgd door gebruik en inzet. We zien dat momenteel bij de ontwikkeling van geleide raketsystemen en ruimtewapens, waarbij hoogwaardige technologie vereist is. Er is wel sprake van een groeiend bewustzijn en er zijn pogingen om het tij te keren. Financiële ondernemingen, waaronder pensioenfondsen en verzekeraars, mogen op grond van integriteits- en duurzaamheidseisen niet meer investeren in ondernemingen die clustermunitie of cruciale onderdelen daarvan produceren, verkopen of distribueren. Dat is in ons land bij wet vastgelegd, waarop de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houdt (2).

De wapenwedloop in cijfers

De omvang van de huidige wapenwedloop op de wereld is onvoorstelbaar. Er wordt meer in wapens geïnvesteerd dan ooit tevoren en er is sprake van een permanent stijgende lijn en chronische overbewapening. Volgens cijfers van het in Zweden gevestigde gerenommeerde Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), bedroegen in 2019 de mondiale militaire uitgaven 1.917 miljard dollar (in 2018 1822 miljard). De Verenigde Staten (VS), China, Saoedi-Arabië, India en Frankrijk vormen de top vijf en zijn goed voor 60% van de militaire uitgaven in de wereld. Wat betreft verhoging van de defensiebudgetten jagen vooral China en de VS elkaar op in de wapenwedloop. Daarna volgen Saudi-Arabië met ruim 78 miljard en Rusland met bijna 62 miljard. De VS blijven koploper: in 2019 stegen de uitgaven met 53 miljard dollar naar ruim 684 miljard dollar. China komt uit op 181 miljard dollar. Daarbij past wel de kanttekening dat loonkosten, die een belangrijke factor vormen bij defensiebudgetten, in de VS en andere westerse landen hoger zijn dat in landen waar nog een dienstplicht is. Denktank het International Institute for Strategic Studies ( IISS), die er onderzoek naar verrichtte, meent dat Washington zich zorgen maakt om de modernisering van het Chinese leger. China werkt onder meer aan hypersonische raketten, die moeilijk zijn te detecteren en heeft in 2020 volgens Britse media voor het eerst in een gewapend conflict gebruikgemaakt van een magnetronwapen dat werkt  op basis van elektromagnetische straling. Dat zou de VS vervolgens weer aanzetten tot hogere uitgaven. Israël dat door bepaalde vijanden wordt beschouwd als een bedreiging van de wereldvrede, heeft voor een land dat onder permanente dreiging staat een verhoudingsgewijs laag defensiebudget van 15,9 miljard dollar (3). De cijfers zullen de komende jaren sterk stijgen. In navolging van zijn voorgangers uitte president Trump regelmatig kritiek op het feit dat NAVO landen binnen de EU niet voldoen aan de afgesproken norm, om 2% van het bruto binnenlands product (bbp) te besteden aan defensie. Er liggen harde toezeggingen van deze landen om de defensie inspanningen te verhogen en er dus nog meer geld aan bewapening zal worden besteed. Hoewel die kritiek van de VS dus terecht is, gaan de critici voorbij aan de diepgewortelde angst en oorlogstrauma’s in Europa, met name Duitsland, om in een nieuwe wapenwedloop of oorlog te worden meegezogen (4). Dezelfde zorg zagen we bij Japan, dat in de Tweede Wereldoorlog hard werd geraakt door de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Ik begrijp die zorg, want er kunnen in deze complexe wereld met de vele machtsbeluste leiders gemakkelijk impulsieve en onbeheersbare escalaties ontstaan. Het is een  wrang gegeven dat met de bedragen die de huidige wapenwedloop kost, de honger op de wereld zou kunnen worden opgelost. Gelukkig zijn er veel goede mensen, idealistische organisaties en geloofsgemeenschappen op de wereld die zich inzetten voor de vrede in woord, daad en gebed. Velen geloven rotsvast in ‘Samen werken aan vrede’, om een meer vredevolle samenleving te bereiken’ (5). Ik gaf al eerder aan dat ik niet optimistisch ben over het antwoord op de vraag of de mensheid in staat is om op eigen kracht mondiale vrede te bewerkstellingen. Tabel over defensie-uitgaven NAVO-landen geplaatst met toestemming Defensiekrant.

Mondiale polarisatie stimuleert de wapenwedloop

Massavernietigingswapens als NBC wapens vinden hun oorsprong in wetenschappelijk onderzoek en technologische research in laboratoria, experimenten en dierlijke en menselijke proeftuinen. In de top 5 van de risico’s die de mensheid bedreigen van het World Economic Forum (WEF), staan klimaatverandering en massavernietigingswapens respectievelijk op 1 en 2 (6). Het WEF verwacht dat de economische en politieke polarisatie zal toenemen en dat zou de wapenwedloop kunnen versterken. Het internet is een goed voorbeeld van de dilemma’s die zich kunnen voordoen. Het huidige internet is als communicatiesysteem ontstaan binnen het Amerikaanse leger. In een halve eeuw is het uitgegroeid tot een dominante factor op talrijke maatschappelijke gebieden. Het heeft ontegenzeggelijk veel zegeningen voor de mensheid opgeleverd bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, medische ontwikkelingen, efficiency. Anno 2020 kunnen we echter ook vaststellen dat moderne technologie op grote schaal wordt gebruikt bij de ontwikkeling van moderne wapens als computergestuurde raketsystemen, zogenaamde ‘slimme’ bommen en wapens op basis van lasertechnologie en drones, om maar enige voorbeelden te noemen. De basis voor het internet werd gelegd door een organisatie binnen het Amerikaanse ministerie van defensie, het (Defence) Advanced Research Projects Agency (D)ARPA). ARPA ontwikkelde technologie die de Amerikaanse defensie in staat zou stellen om niet verrast te worden door een technologisch geavanceerde vijand. De organisatie legde de basis voor de huidige informatierevolutie. Of men in die fase de immense gevolgen voor de mensheid heeft kunnen inschatten weet ik niet. Het heeft er ook toe geleid dat er in een duizelingwekkend tempo een nieuwe vorm van oorlogsvoering is ontstaan, cyberwarfare, waarvan de destructieve gevolgen op termijn nog niet zijn te overzien. Armere landen met een laag defensiebudget en criminele organisaties, kunnen tegen betrekkelijk geringe kosten cyberspecialisten inhuren om cyberaanvallen uit te voeren en hun status te verhogen. China is bezig uit te groeien tot een mondiale industriële en militaire supermacht, dankzij de beschikbaarheid van en kennis over deze moderne technologie. Wat door de VS werd ontdekt en ontwikkeld, dreigt zich nu als een boemerangeffect tegen hen te keren. Een ontwikkeling die, evenals cybercriminaliteit, een wereldwijde ontwrichtende werking kan hebben. De afgelopen jaren is gebleken dat cyberwapens grootschalig worden ingezet om vitale infrastructuur van een land te beschadigen. Geen enkel beveiligingssysteem biedt optimale veiligheid, onder andere vanwege de grensoverschrijdende aspecten. Een politicus en deskundige beschreef het ooit als een rat-race, een dynamisch maatschappelijk proces waarbij de veiligheid vaak de dupe is. Het opmerkelijke en tegelijk hypocriete is dat overheden die digitale veiligheid op nationaal niveau hebben vastgelegd in wet- en regelgeving en die handhaven, zich tegelijk op het complexe wereldtoneel op grote schaal schuldig maken aan cyberwarfare en cybercriminaliteit als hacking. Het is in korte tijd uitgegroeid tot een kernprobleem van de mensheid. Nederland is een van de meeste gedigitaliseerde landen ter wereld en blinkt op dat gebied uit in innovatie. Dat bevorderde de economische groei en de welvaart. Ook kwam het goed van pas tijdens de corona pandemie, omdat er op grote schaal vanuit huis kon worden gewerkt waardoor de economische schade werd beperkt. Tegelijk mag het duidelijk zijn dat Westerse landen als Nederland ook een verhoogd risico lopen, omdat door de intensieve digitalisering van economie en infrastructuur zowel overheden, bedrijven en individuele burgers aanzienlijke risico’s lopen. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in ruimtewapens om infrastructuur via de ruimte te ontwrichten, bijvoorbeeld door satellieten uit te schakelen (7). Overkill staat taalkundig voor overdaad maar betekent ook overbewapening. De aanwezigheid en beschikbaarheid van immense hoeveelheden wapens vormen op zich een groot risico, want veel wapens worden uiteindelijk ook gebruikt. Wie over wapens beschikt kan macht uitoefenen. Militaire suprematie is in de geschiedenis door de eeuwen en millennia heen de bron geweest voor oorlogen, onderdrukking en gewapende conflicten en een voedingsbodem voor de opkomst van op macht beluste leiders. De meest recente en ook de meest omvangrijke wapenwedloop uit de geschiedenis was die tussen de Verenigde Staten (VS) en de voormalige Sovjet Unie (SU) en de belangrijkste reden tot oprichting van militaire machtsblokken als de NAVO en het Warschaupact. Het leverde ons het begrip Koude Oorlog op. 

Geen pacifist

De volgende tekstdelen gaan over mijn persoonlijke ervaringen met wapens en geweld en de ethische worsteling die ik daarbij heb ervaren. Om het volgende goed op waarde te kunnen schatten, is het gewenst de volgende publicaties te lezen die eerder verschenen op deze website.

ARCHIEF Publicaties Jaap Spaans over oorlog en vrede

Terug in Nederland na mijn ruim tweejarige verblijf als emigrant in Canada, werd ik opgeroepen voor de dienstplicht. Op grond van dat onvermijdelijke feit, besloot ik voor vier jaren te tekenen als kort verband vrijwilliger (KVV’er). Een belangrijke overweging voor dat besluit was mijn slechte fysieke conditie. Door een vaak onverantwoorde levenswijze in Canada, moest mijn gebit ingrijpend worden gesaneerd en waren herstel en structuur noodzakelijk. Het leger bood mij die mogelijkheden en na een intensieve infanterieopleiding, kon ik vier jaren als instructeur werken bij de Alfa compagnie van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) in Ermelo waar ik ook zelf de kaderopleiding had afgerond. Een periode waarin ik veel heb geleerd zoals doorzettingsvermogen, overleven in moeilijke omstandigheden, communicatie bij groepsdynamiek en leiderschap en verantwoord omgaan met lichaam en geest. Het was de tijd van de Koude Oorlog en ik kreeg een mobilisatiebestemming in de Duitse Laagvlakte. Eenmaal moest ik daarvoor in die vier jaren op herhaling in Ossendrecht. De diepgaande gesprekken over geloof en ethiek die ik in Canada had gevoerd met ‘deserteurs’ uit de VS over de Vietnamoorlog, waren in de turbulentie van die levensfase naar de achtergrond gedrongen. Pas na mijn diensttijd kwamen die weer versterkt naar boven. Geloof en zingeving waren door mijn huwelijk weer relevanter geworden. Mede door de ervaringen in het leger, zou in de jaren die volgden de innerlijke worsteling over de ethiek van oorlog en vrede en toepassing van geweld verhevigen. In mijn volgende beroep, bij de politie, kreeg ik ook te maken met dienstwapens, schietoefeningen en een geweldsinstructie. Ik weet de vernietigende werking van veel wapens. Toch ben ik geen pacifist, om de simpele rede dat wereldvrede en geweldloosheid in de huidige samenleving anno 2020 volgens mij geen haalbare opties zijn. Hoe moeilijk is het al om ‘vrede’ te krijgen binnen gezinnen, families, overheden, kerken, bedrijven en organisaties? Een aantal bands/zangers uit de flower power tijd die zongen over vrede, kregen zelf te maken met interne ruzies en jaloezie. Oorlog en vrede zijn onderwerpen die mij innerlijk verscheuren, zowel vanuit mijn geloofsprincipe als menselijkheid. In diverse publicaties heb ik beschreven, wat de directe en indirecte gevolgen van de Tweede Wereldoorlog zijn geweest op het gezin waarin ik opgroeide (8)  -De vergeten hongerkinderen uit de oorlog | Jaap Spaans. De Holocaust is een van de diepste littekens die de mensheid met zich meedraagt. Massaal gewapend ingrijpen was nodig om agressors als Japan,  Het Derde Rijk en hun bondgenoten op de knieën te krijgen en ons land te bevrijden. Wie de geschiedenis bestudeert moet de conclusie trekken dat er nog nooit een allesomvattende en duurzame vrede op de wereld is geweest. In hoofdstuk 1 De Inleiding, heb ik dat met verwijzing naar de idealen van de flower power generatie met hun slogan ‘Make love not war’ uitgelegd.  Ruim een halve eeuw later is de harde conclusie dat het verlangen naar vrede niet haalbaar is gebleken en dat in de halve eeuw die volgde ook de protestgeneratie er niet in is geslaagd liefde de aarde te laten veroveren. Er wordt meer uitgegeven aan bewapening dan ooit tevoren en de wapens waren nog nooit zo vernietigend als nu. Als christen geloof ik dat we leven in een door het kwaad gebroken schepping. Die gebrokenheid zal pas worden opgeheven bij de terugkomst van Jezus Christus. Dat neemt niet weg dat geweld soms nodig is om agressors en dictators het hoofd te bieden of als een overheid gebruik maakt van haar geweldsmonopolie.

Politieke spanningen

De Horizonscan Nationale Veiligheid (9).  is naast levenservaring en nieuwsgaring voor ‘leken’ een goede en betrouwbare bron om een visie over de internationale politieke spanningen op te baseren. Centraal staat de nationale veiligheid, maar die wordt zodanig in een internationale context geplaatst, dat er een redelijk beeld ontstaat van de dreigingen die van buiten op ons afkomen. Dat de naoorlogse wereldorde snel aan het veranderen is, staat niet ter discussie. Iedereen die het nieuws volgt kan kennis nemen van de spanningen, de talrijke brandhaarden en de handelsoorlog tussen grote mogendheden als China en de VS. In het beleid van de VS onder president Trump, wordt meer nadruk gelegd op isolationisme onder de slogan ‘America First’ en dat uit zich in scherpe retoriek en beschuldigingen. Die kritiek is voor een deel terecht. China hanteert hoge drempels voor buitenlandse investeerders en stimuleert met verkapte staatssteun eigen ondernemingen, die daardoor beter kunnen concurreren op het internationale speelveld. De internationale invloed van de VS en andere westerse landen neemt daardoor af, maar ook de solidariteit binnen de NAVO. Eind juli 2020 besloot president Trump een derde van de Amerikaanse troepenmacht in Duitsland terug te halen dan wel te verplaatsen naar Brussel en Polen. Na zijn verkiezingsnederlaag herhaalde dit zich in november 2020, zonder overleg met bondgenoten. Dit impulsieve beleid plaatst de speciale band tussen de VS en Duitsland die gedurende 70 jaar heeft bijgedragen aan vrede in Europa, onder druk. Naast verslechtering van de trans-Atlantische betrekkingen is er een toename van conflicten in het Zuiden en Oosten van Europa, waar NAVO landen tegenover elkaar staan. Dit zal het komende decennia grote gevolgen hebben voor ons land, maar ook voor het verdeelde Europa. De gedachte van sommige populistische partijen, dat Nederland zich als klein land kan handhaven op het glibberige wereldtoneel is niet realistisch. In een tijd van globalisering verwijzen naar de situatie tijdens De Gouden Eeuw snijdt dan ook geen hout. Tijden veranderen en daar zullen we mee moeten leren omgaan.  Europa moet  steeds vaker laveren tussen andere grootmachten, waardoor meer eenheid en centrale aansturing binnen Europa gewenst is. 

KANTELCONCLUSIE: Gelet op persoonlijke ervaringen en studies, de informatie van betrouwbare bronnen die ik onderzocht, de grilligheid van machthebbers en de geopolitieke situatie op de wereld, trek ik de conclusie dat de wapenwedloop tijdens het kanteldecennium zal intensiveren met alle risico’s van dien.

In het volgende hoofdstuk belicht ik de geopolitieke situatie en het onderwerp macht.

Foto’s: Jaap Spaans gemaakt tijdens mijn diensttijd op Schietkamp De Harskamp (1970), Starfighter gevechtsvliegtuig en bom op het terrein van het Aviodrome museum (rond 2008), foto raketten tijdens open dag van het leger (rond 1970), oude kanonnen centrum van Harderwijk (2019). 

Bronnen:

  1. Filosofie Magazine, juli/augustus 2020. ‘Een kleine stap voor complotdenkers’ door Tim Miechels, pagina 53.
  2. ‘Worldwide Investment in Cluster Munitions. A shared responsibility’, Website PAX, 3/12/2018. ‘Verbod op beleggingen in clustermunitie’, website Pensioenfederatie, 7/12/2018. ‘ABP: geen geld in (land)mijnen’. Het Parool online, 6/4/2007.
  3. ‘Defensie-uitgaven wereldwijd gestegen’. Defensiekrant 08 2020, met verwijzing naar gegevens uit het jaarlijkse rapport van het International Institute for Strategic Studies (IISS), Domain trends en The Military Balance 2020. SIPRI Yearbook 2018 Armament, Disarmament and International Security. News Release van het World Economic Forum, 15/1/2020. ‘De wereld staat in brand: klimaatbranden en politieke spanningen wakkeren het vuur aan’. De Telegraaf, 23/7/2020 ‘Russisch ruimtewapen’. Informatie op de website van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) te Den Haag. waar van 30 november t/m 1 december 2020 the 25th Session of the Conference of the States Parties is gehouden.
  4. Info van de website Duitsland Institute.nl: ‘Zaak Navalny Duitsland wil met Navo en EU praten over consequenties’ 3 september 2020. ‘VS trekken meer soldaten terug uit Duitsland dan bekend’, 30 juli 2020. Het nieuws dat de Verenigde Staten een deel van hun troepen uit Duitsland terugtrekken, kwam in juni hard bij de Duitsers aan. Nu blijkt dat het om meer militairen gaat dan eerder bekend was gemaakt. 
  5. ‘Het kost maar 281 miljard euro om honger in de wereld op te lossen’ en ‘Cornell unites science and policy to end hunger’, respectievelijk in Welingelichte Kringen van 13 oktober 2020 en conclusies van onderzoekers van de Cornell University NY VS, 14th october 2020.
  6. WEF The Global Risks Landscape 2020, pagina 3. ‘Top ten risks in terms of Impact’.
  7. Website van DARPA het Defense Advanced Research Projects Agency, 14/7/2020. ‘Paving the Way tot the Modern Internet’. https://www.darpa.mil/about-us/darpa-history-and-timeline4. De Horizonscan Nationale Veiligheid van oktober 2019 is gemaakt door het Analistennetwerk Nationale Veiligheid in opdracht van de NCTV van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
  8. Het Placenta Mysterie, Jaap Spaans . Pagina’s 23 – 28.
  9. ‘Horizonscan: de resultaten. Projectleiding Instituut Clingendael. ‘De belangrijkste toekomstige ontwikkelingen voor de nationale veiligheid’. Het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV) heeft in opdracht van de NCTV de Horizonscan Nationale Veiligheid 2019 gepubliceerd. De Horizonscan geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen voor de nationale veiligheid.

 

–Hoe betrouwbaar zijn verklaringen?

Communicatie is een belangrijk maatschappelijk onderwerp. We communiceren steeds intensiever, maar dat betekent ook dat er veel mis kan gaan. Pas in de twintigste eeuw werd communicatie verheven tot een afzonderlijke wetenschap. Een deskundige vertelde mij eens, dat in onze moderne samenleving goed werkende communicatiekanalen qua belang vergelijkbaar zijn met de bloedsomloop in het menselijk lichaam. De coronapandemie heeft grote gevolgen voor onze communicatie. Door de afstandsregels werd er meer online gecommuniceerd. Ook was er verwarring over de adviezen en regels van overheden en deskundigen om de pandemie beheersbaar te houden. Door de crisis was er veel miscommunicatie in gezinnen en families, waarbij de emoties soms hoog opliepen. De beelden van vereenzamende ouderen in quarantaine in verzorgingstehuizen, die op afstand communiceerden met familieleden staan nog op ons netvlies.

Wat is communicatie?

Het begrip ‘COMMUNICATIE’ is afgeleid van het Latijns communis=gemeenschappelijk. Informatie die wordt overgedragen wordt gemeenschappelijk gemaakt. Het is geen statisch begrip maar een proces met vele vormen variërend van verbale en nog-verbale communicatie tot massacommunicatie. Onlangs kregen Nederlanders een aanschouwelijk lesje non-verbale communicatie, toen tijdens de coronapersconferentie de woordvoerders werden ondersteund door doventolk Irma. Door haar uitstraling, bewegingen en mimiek groeide zij uit tot een populaire tv- persoonlijkheid. Bij het communiceren kan er ook veel mis gaan, waardoor er ruis of miscommunicatie ontstaat soms met grote gevolgen. De geschiedenis leert dat gewapende conflicten zijn begonnen door miscommunicatie tussen machthebbers en andere leiders. Anno 2020 worden we dagelijks via de media overspoeld met nepnieuws en verwerpelijke communicatie via sociale media, zoals bedreigingen en smaad. In een aantal publicaties beperk ik mij tot interpersoonlijke communicatie in bijzondere situaties. Bijvoorbeeld de communicatie tussen arts en patiënt, binnen kwetsbare groepen of als communicatie wordt beïnvloed door een groepsdynamiek in combinatie met ontremming door alcohol of drugs. Ook vooroordelen, tunnelvisies, krachtige emoties en selectieve waarnemingen kunnen funest zijn voor de kwaliteit van de communicatie. Dat geldt zeker voor verhoren van verdachten, getuigen en burgers die aangifte doen binnen de strafrechtketen. Daarover gaat deze publicatie. In zo’n traject kunnen immers grote persoonlijke en maatschappelijke belangen in het geding zijn en mensen kunnen door miscommunicatie en onjuiste verklaringen worden beschadigd. Ik was ruim 25 jaar werkzaam als politie agent en later als opsporingsambtenaar bij een departementale inspectiedienst. Voor deze laatste dienst was ik projectleider van een communicatieproject en heb ervaren dat communicatie cruciaal is binnen een organisatiecultuur. Ik volg de ontwikkelingen rond de rechtshandhaving in ons land nog regelmatig. Zowel de praktijk als talrijke bronnen wijzen uit, dat de politietaak de laatste decennia ingrijpend is veranderd. De samenleving wordt complexer, verhardt en dat werkt door in de communicatie. Voor de politie organisaties en de individuele ambtenaren en hun gezinnen heeft dat grote gevolgen.

In vrijheid afgelegde verklaring

Onze politie staat aan het front van de rechtshandhaving. De overheid heeft het geweldsmonopolie (zwaardmacht) en de politie voert wetgeving uit en mag met inachtneming van de wettelijke normen een verdachte aanhouden. Politie ambtenaren mogen aangiftes opnemen, een proces-verbaal opstellen op ambtseed of belofte en dat aanleveren bij het Openbaar Ministerie. In het Wetboek van Strafvordering (SV) is vastgelegd hoe de vervolging van strafbare feiten plaats vindt. Artikel 27 SV definieert formeel het begrip ‘verdachte’,  namelijk degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Er moet dus een juridische reden zijn dat iemand als verdachte wordt aangemerkt en aangehouden. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht. De aanhouding en het verhoor van de verdachte en verklaringen van getuigen burgers die aangifte doen zijn in die fase van het proces zeer belangrijk. Daarom heeft de wetgever rechten van burgers vastgelegd, onder andere over de voorwaarden waaraan een verhoor moet voldoen. Artikel 29 SV vermeldt daarover: ‘ In alle gevallen waarin iemand als verdachte wordt gehoord, onthoudt de verhorende rechter of ambtenaar zich van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen waarvan niet kan worden gezegd dat zij in vrijheid is afgelegd’. Ook is een verdachte niet tot antwoorden verplicht en dat moet de verdachte voor de aanvang van het verhoor worden medegedeeld. Het maakt niet uit of het verhoor plaats vindt in een verhoorkamer of op straat. Deze mededeling wordt ook in het proces-verbaal opgenomen. Tijdens mijn werk bij de politie en een inspectiedienst heb ik ervaren hoe belangrijk het is om zorgvuldig met deze wetsartikelen om te gaan, om vervolging voor meineed of valsheid in geschrifte te voorkomen. Ik heb diverse malen meegemaakt dat opsporingsambtenaren bij een rechtbank moesten compareren, om uitleg te geven over een door hen opgemaakt proces verbaal. Maatschappelijk roept dit weleens weerstand op, vooral als er bij zware geweldsdelicten een beroep wordt gedaan op het zwijgrecht. Ik begrijp dat, maar het is nu eenmaal inherent aan onze rechtsstaat. (Foto: een verhoor kan worden afgenomen op straat of in een verhoorkamer). 

Betrouwbaarheid verklaringen

Het belang van zorgvuldige verklaringen wordt onderschat en daar steekt een logica achter. Een korte verklaring op straat of in de cabine van een vrachtauto over een verkeersovertreding, komt meestal tot stand na vragen van de opsporingsambtenaar en zal slechts zelden worden aangevochten. Anders wordt het als er sprake is van een zwaarder delict en de aanhouding plaats vindt onder extreme omstandigheden. Regelmatig duiken er tegenwoordig camerabeelden op, die echter pas op waarde kunnen worden geschat binnen de totale context. Diverse vormen van communicatie lopen dan door elkaar heen en dan is het belangrijk dat er betrouwbare getuigenverklaringen komen, die de bevindingen van de opsporingsambtenaar onderbouwen en aanvullen. De praktijk leert helaas dat verklaringen niet altijd betrouwbaar zijn. Er waren in het recente verleden diverse zaken, waarbij verdachten een misdrijf bekenden om er later op terug te komen (zie bronnen). Ook zijn er zaken gedocumenteerd van verdachten die bekenden, maar waarvan later op grond van bewijs werd aangetoond dat zij onmogelijk de dader konden zijn. Ook op verhoortechnieken is in het verleden forse kritiek geuit. Dat verklaringen aan kracht verliezen als het om waarnemingen of herinneringen van jaren geleden gaat is duidelijk. Voor de politie is het moeilijk, want aan enige druk ontkom je niet bij een verhoor van getuigen of verdachten. Verklaringen zijn niet altijd betrouwbaar gebleken. Het is de taak van de politie om verhoren objectief en deskundig te laten plaats vinden. Dat is geen gemakkelijke opdracht in een samenleving waarin nagenoeg iedereen over een telefoon met camera beschikt, ramptoerisme aan de orde van de dag is en beelden over politie optreden via sociale media razendsnel worden verspreid. Het is aan de wetgever om deze ontwikkeling via regels in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat degenen die belast zijn met handhaving, in het belang van onze democratische rechtsstaat hun werk kunnen doen.  

 

 

Foto’s en illustraties: Jaap Spaans

Bronnen:

–Rijksrecherche onderzoekt ruim duizend politiedossiers Horst op strafbare feiten. NOS Nieuws 21/7/2020

–‘Latere herinnering aan misbruik vaak niet betrouwbaar’. Nederlands Dagblad, 29/9/2017.

–‘Bekennen onder druk’. Psychologie Magazine, april 2002.

–‘Dossier Omstreden Herinneringen’. Gezondheidsraad, 27/1/2004.

–‘Bekentenis afgedwongen. Rechercheur klapt uit de school over verhoor Ina Post, die later werd veroordeeld voor roofmoord’. De Telegraaf, 23/9/2006.

–Boeken van Jaap Spaans: ‘Een Golf van Geweld’ (1999), ‘Christenen en hun Communicatie’ (1994), ‘Controle Ambtenaren: Communicatie of Confrontatie’ (1997), ‘De Rijksverkeersinspectie. Een Bijzondere Opsporingsdienst’ (1995).

–‘Groepsdruk en Criminaliteit’ en ‘De geweldsspiraal en de reactie van de overheid’. Jaap Spaans in Het Zoeklicht respectievelijk 88e jaargang nr. 25 en 84e jaargang nr. 2.

 

 

 

 

–Mijn EU petitie over placenta onderzoek

 

 

 

 

Iedere burger heeft burgerrechten die zijn vastgelegd in de Grondwet. Voorbeelden zijn godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het petitierecht (artikel 5 GW). Van het recht om schriftelijk verzoeken bij het bevoegd gezag in te dienen (petitierecht) wordt veel gebruik gemaakt. Zelf heb ik diverse verzoeken gericht aan het bevoegd gezag over o.a. de invoering van een biometrisch paspoort, de risico’s van biomassa etc. Maar hoe zit het met burgerrechten in Europa? Een belangrijke vraag want veel beleid en wetgeving wordt in de EU ontwikkeld. In het najaar van 2018 diende ik een verzoekschrift (petitie) in bij het Europees Parlement voor een betere coördinatie van placenta onderzoek. Om persoonlijke redenen een belangrijk onderwerp. Het belang van de placenta als tijdelijk orgaan gedurende de zwangerschap, werd zwaar onderschat. Onderzoek werd in het verleden beperkt vanwege de risico’s voor de zwangere vrouw en de foetus. Door de technologische vooruitgang kan onderzoek nu efficiënter en veiliger worden uitgevoerd. Dat gebeurt op wereldwijde schaal en zal verrassende nieuwe inzichten opleveren. Probleem is dat het onderzoek vaak fragmentarisch plaats vindt en er onvoldoende coördinatie plaats vindt. Daardoor is er onvoldoende top down communicatie van wetenschappers naar media en de brede bevolking en dat is jammer. Om die coördinatie in Europa te verbeteren heb ik de petitie ingediend. (Illustratie omslag van mijn boek. Boek is niet meer leverbaar’).

EINDCONCLUSIE PETITIETRAJECT
De wijze waarop mijn verzoek is behandeld door de Commissie Verzoekschriften van het Europarlement, heeft mijn waardering voor Europa vergroot. Dit democratische proces is uiterst zorgvuldig verlopen. Het was wel een langdurig en intensief traject en om daar inzicht in te krijgen verwijs ik naar de bijlage met de samenvatting van het verzoek, opsomming van enige wetenschappelijke projecten en antwoorden in 1e en 2e aanleg van de Europese Commissie (EC). Zie: PETI laatste antwoord EC Nederlands 

HET RECHT VAN PETITIE IN EUROPA
Volgens artikel 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 44 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, heeft iedere burger van de Unie het recht een verzoekschrift tot het Europees Parlement te richten. Het verzoek moet wel ontvankelijk zijn en gaan over een onderwerp dat tot de werkterreinen van de Unie behoort en dat de verzoeker rechtstreeks aangaat. Verzoekschriften dienen te worden opgesteld in een van de officiële talen van de EU en gericht aan de voorzitter van de Commissie Verzoekschriften. Indiening kan op twee manieren namelijk aan het adres van het secretariaat PETI Wiertzstraat 60, 1047 Brussel BELGIË dan wel via het elektronisch internetportaal voor verzoekschriften https://petiport.secure.europarl.europa.eu/petitions/nl/home Nadat een verzoek ontvankelijk is verklaard volgt een intensief democratisch traject.

MIJN PETITIE ONTVANKELIJK VERKLAARD
‘Op 17 december 2018 is het verzoekschrift nr. 0869/2018, ingediend door J.S. (Nederlandse nationaliteit), over de recente ontwikkelingen in verband met placentaonderzoek ontvankelijk verklaard’ (citaat uit bevestiging). Ik had het verzoek onderbouwd met een groot aantal bijlagen, waarin ik beargumenteerde dat het over een onderwerp ging dat tot de werkterreinen van de EU behoort en waarom het onderwerp mij als burger persoonlijk aangaat. De onderbouwing is niet bijgevoegd, aangezien dat deze publicatie te omvangrijk zou maken.

SAMENVATTING VERZOEKSCHRIFT

‘Indiener volgt van nabij de mogelijke invloed van placentagebreken op de verdere ontwikkeling van het ongeboren kind, zoals psychische aandoeningen en andere onomkeerbare ziekten. Hij heeft deze interesse ontwikkeld vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen en is ervaringsdeskundige in placentaonderzoek geworden. Hij vermeldt dat bijzonder relevant onderzoek in de VS geleid heeft tot opmerkelijke conclusies en hij moedigt de EU en de lidstaten aan om dergelijk onderzoek te steunen en de in de VS bereikte resultaten in Europa in aanmerking te nemen, aangezien dit tot betere prenatale zorg kan leiden en nutteloos menselijk lijden kan voorkomen. Hij vindt dat de EU het onderzoek beter moet coördineren’ (citaat zie link hierboven onder CONCLUSIE).

Zie ook mijn eerdere publicatie over de petitie: https://www.jaapspaans.nl/persbericht-nieuwe-fase-petitie-jaap-spaans-over-placenta-onderzoek-aan-europarlement/

HET PETITIETRAJECT CHRONOLOGISCH (ZIE OOK DE BIJLAGE AAN SLOT 2E ALINEA)

27/9/2018    : Verzoekschrift ingediend bij de Commissie Verzoekschriften
17/12/2018 :  Verzoekschrift ontvankelijk verklaard
28/02/2019 : Commissie stuurt verzoekschrift door naar de parlementaire Commissies Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid EN Industrie, Onderzoek en Energie. Tevens verzoekt de Commissie Verzoekschriften de Europese Commissie (EC) een vooronderzoek naar de verschillende aspecten van het probleem in te stellen.
8/3/2019     :  Antwoord EC. De Commissie erkent het belang van onderzoek naar de gezondheid van de placenta en de gevolgen daarvan voor de toekomstige ontwikkeling van het kind. Vervolgens worden 4 projecten beschreven van placenta-onderzoek in Europa. Zie bijlage onder 3 Antwoord van de Commissie. Het door het Erasmus UMC Rotterdam uitgevoerde project EMBRYOandLATERHEALTH gaat uit van de hypothese dat schadelijke blootstelling vóór of zeer vroeg in de zwangerschap gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het embryo en de placenta, een blijvende invloed heeft op de cardiovasculaire en metabole ontwikkeling, en zowel ongunstige uitkomsten oplevert bij de geboorte als cardiovasculaire en metabole stoornissen en ziekten op latere leeftijd in de hand werkt.
10/4/2019    : Bericht van de Commissie Verzoekschriften dat zij de petitie voortzet (verderzet).
21/4/2019     : Reactie van mij op voorgaande mededeling
11/9/2019     :Mededeling secretariaat Commissie Verzoekschriften dat het verzoekschrift zal worden behandeld op de vergadering van de Commissie Verzoekschriften op 03.10.2019 in Brussel. Het zal rond 10:50 worden besproken. Wegens omstandigheden kon ik helaas niet aanwezig zijn in Brussel.
3/10/2019     : Link naar video van de bijeenkomst. Een lid van het Europarlement verzocht de petitie aan te houden (zie video minuut 10.18 – 10.23: https://www.europarl.europa.eu/ep-live/en/committees/video?event=20191003-0900-COMMITTEE-PETI
26/6/2020     : Aanvullende antwoord (in 2e aanleg) van de EC (Zie bijlage onder 5).
28/6/2020     : Mail aan het PETI secretariaat van de Commissie Verzoekschriften waarin ik mijn dank uitspreek voor de zorgvuldigde wijze waarop mijn petitie door het Europarlement en de Eureopese Commissie is behandeld en afgewikkeld. Tevens een korte samenvatting van aspecten betreffende de placenta die voor mij belangrijk zijn gelet op de reden om de petitie in te dienen. Ik ben tevreden met het resultaat. Bij voorkeur had ik gezien dat er een Europees Placenta Project zou zijn opgestart vergelijkbaar met het Human Placenta Project in de VS (zie logo). Voor mij echter geen reden daarop nader aan te dringen en ik heb de Commissie Verzoekschriften aangegeven dat ik geen bezwaar heb tegen afsluiting van de petitie.

AFSLUITENDE MAIL
Aan: PETI Secretariaat van het Europees Parlement in Brussel. Datum 26/6/2020
Onderwerpen: mijn petitie 0869/2018 over placenta onderzoek, dankwoord en afsluiting

Geachte heren/dames,
Dank voor de toezending van uw mail van 26 juni 2020 met de Nederlandstalige versie van het antwoord in 2e aanleg van de Europese Commissie (EC) n.a.v. mijn petitie. Nadat de petitie ontvankelijk werd verklaard op 17 december 2018, volgde een uitgebreid en langdurig democratisch traject, dat door PETI, de EC en het Europarlement zeer zorgvuldig is afgewikkeld. Ik dank u dan ook voor uw inzet en effectieve communicatie. Deze mail hoeft u niet te beschouwen als een aanvullende opmerking om de petitie voort te zetten. Ik ben zeer tevreden met het resultaat en het feit dat het onderwerp op de agenda is geplaatst en ga ermee akkoord dat u de Commissie Verzoekschriften vraagt de petitie af te sluiten. Ik heb wel voor mijzelf een beknopt overzicht opgesteld met enige conclusies uit de correspondentie, waaruit blijkt hoe belangrijk placenta onderzoek is in relatie tot prenatale en neonatale zorg en de latere ontwikkeling. Zie hieronder.
Met hartelijke groet, Jaap Spaans, Hoogeveen Holland
Korte opsomming 4 projecten betreffende placenta onderzoek.
— De EC (zie antwoord EC van 8/3/2019) erkent het belang van onderzoek naar de gezondheid van de placenta en de mogelijke invloed van onvolkomenheden van de placenta op de verdere ontwikkeling van het ongeboren kind, zoals psychische aandoeningen en andere ziekten. Zowel in Horizon Europa als Horizon Europa 2020-2024 is er ruimschoots aandacht voor onderzoek en internationale samenwerking. In het 1e antwoord van de EC worden 4 concrete projecten opgesomd n.l.:
*het project AIR-NB: heeft tot doel het effect van prenatale blootstelling aan stedelijke luchtverontreiniging op de structuur en functie van de hersenen vóór en na de bevalling te evalueren (Barcelona).
** het project EMBRYOandLATERHEALTH: gaat uit van de hypothese dat schadelijke blootstelling vóór of zeer vroeg in de zwangerschap gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het embryo en de placenta, een blijvende invloed heeft op de cardiovasculaire en metabole ontwikkeling, en zowel ongunstige uitkomsten oplevert bij de geboorte als cardiovasculaire en metabole stoornissen en ziekten op latere leeftijd in de hand werkt. (Erasmus UMC Rotterdam).
***Het project iPLACENTA : Gericht op internationale samenwerking binnen de EU hericht op opleidingen. (Universiteit Dundee).
**** Doel van het onderzoeksproject PlaEndo: te bepalen wat de aard en de bredere biologische betekenis is van de endocriene functie van de placenta bij het aanpassen van het lichaam van de zwangere moeder om de groei van de foetus te ondersteunen. Bijzondere aandacht gaat uit naar het metabolisme van de moeder. (Universiteit Cambridge)

–Wisselwerking tussen lichaam en geest

Gefascineerd keek ik onlangs naar een televisieprogramma over de invloed van de geest op ons lichaam. Door persoonlijke omstandigheden heb ik al langer grote interesse voor dit onderwerp, dat volgens mij te lang is onderbelicht. De macht van onze hersenen op het lichaam blijkt vele malen groter dan werd gedacht. In de uitzending ging het onder andere over fantoompijn (pijn aan bijvoorbeeld een geamputeerd lichaamsdeel) en in het kader van wetenschappelijk onderzoek uitgevoerde nepoperaties die wel degelijk effect bleken te hebben (1). Een onderwerp als fantoompijn gaat mijn bevattingsvermogen als leek te boven. Hoe kan een mens pijn ervaren aan een prothese, waarin zenuwen ontbreken en geen doorbloeding is? In de uitzending werd aangetoond dat fantoompijn een realiteit is. Als ik aan deze publicatie werk teistert de Covid-19 pandemie de mensheid. Naast de gevolgen van besmetting met het virus en mogelijk vele lichamelijke klachten, leidt dit volgens gezaghebbende organisaties als de WHO ook tot mentale aandoeningen onder brede bevolkingsgroepen zoals angststoornissen, depressie, burn-out en spanningsklachten. De unieke situatie maakt op mondiaal niveau duidelijk, dat er een wisselwerking is tussen lichaam en geest. Iets dat ik zelf in mijn leven heb ervaren. De komende decennia zal er ongetwijfeld veel wetenschappelijk onderzoek worden verricht naar de mentale gevolgen van deze ernstige, de maatschappij ontwrichtende pandemie.

Wijsheid in ‘de volksmond’
Dat er een wisselwerking kan zijn tussen lichaam en geest was al bekend. In de Bijbel wordt beschreven dat koning David, na tegenslagen en het maken van verkeerde keuzes in het leven, wordt gekweld door ernstige lichamelijke klachten. Hanna de moeder van Samuel werd zo getreiterd en getergd door de tweede vrouw van haar echtgenoot omdat zij kinderloos was, dat zij ‘weende en niet at’. Ik sluit niet uit dat zij in onze moderne tijd een DSM-stempel zou hebben gekregen  (In de VS ontwikkeld internationaal classificatiesysteem voor psychische aandoeningen: Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders) . Het zijn aangrijpende praktijkverhalen die niet worden genegeerd maar realistisch zijn en ter lering zijn (2). De geschiedenis leert dat veel belangrijke personen in hun leven werden geconfronteerd met psychische en lichamelijke aandoeningen, als gevolg van onder andere de wisselwerking tussen lichaam en geest. Vaak werden zij op hun levensweg geconfronteerd met trauma’s als rouw, ziekte en verlies van dierbaren (3). Veel mensen krijgen te maken met psychosomatische klachten, lichamelijke aandoeningen met een psychische oorzaak en dat wordt bevestigd door wetenschappelijk onderzoek. Maar het komt ook tot uiting in ervaringswijsheden over gezondheid uit ‘de volksmond’ zoals uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes. Veel van die uitdrukkingen zullen bekend zijn. Als ‘de zenuwen door iemands keel vliegen’ kan dat duiden op een paniekaanval en als je ‘een brok in de keel hebt’ kan dat het gevolg zijn van spieren die worden aangespannen door stress of spanning, met keelklachten tot gevolg. In 2004 kreeg ik op 57-jarige leeftijd tijdens een ingewikkelde en belastende levensfase met ziekte binnen de familie, te maken met een hartritmestoornis. Die ervaring bracht mij tot het besef dat een hartritmestoornis niet louter een lichamelijke kwestie is, maar dat ook leefstijl, erfelijkheid, omgevings- en mentale factoren een rol spelen. Ik mis overigens de deskundigheid om vast te stellen hoe die cocktail van oorzaken precies tot stand komt. Het zijn echter wel feiten gebaseerd op zelfkennis en zelfreflectie. Ik heb mijn ervaringen toen vastgelegd in een boekje, waarin ieder hoofdstuk werd afgesloten met een spreekwoord of spreuk (4). Daarin bracht ik het verband tussen lichaam en geest, oftewel het diepste innerlijk van de mens en het hart als orgaan, tot uitdrukking.

Enige spreekwoorden en spreuken uit de volksmond over de wisselwerking tussen lichaam en geest :
–Van je hart geen moordkuil maken: Je gevoelens vrij uiten
–De schrik slaat mij om het hart: Erg schrikken
–Je hart ophalen: Genieten
–Je hart vasthouden: Je zorgen maken
–Kommer in het hart van de mens buigt het neder. Maar een goed woord verblijdt het. Bijbelse wijsheid Van de Spreukendichter Spreuken 12:25 (NBG vertaling).

Door het opnemen van de uitdrukkingen wil ik onderstrepen, dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, maar ook dat eenvoudige volkswijsheid vaak wordt bevestigd door de wetenschap. Mijn persoonlijke ervaring was een wake-up call en dwong tot bezinning. Over de wijze waarop je in het leven staat en reageert op prikkels vanuit de omgeving, de risico’s die je loopt, genetica en overdracht door voorgaande generaties. Met voortschrijdend levensinzicht, betekende het ook nadenken over de wijze waarop je binnen een gezin omgaat met tegenslagen die op je weg komen (coping stijl of coping gedrag van het Engels to cope = omgaan met). In mijn boek en diverse aanvullende publicaties op deze website, beschrijf ik ook dat de hartonderzoeken maar vooral de zorg over de uitkomsten, op zich een aanzienlijke stressbron kunnen vormen. Ik durf op basis van mijn ervaring zelfs te stellen dat de wisselwerking tussen lichaam en geest zo sterk kan zijn, dat dit van invloed was op de resultaten van medisch onderzoek zoals een elektrocardiogram of bloeddrukmeting.

Emoties en de longen
In de periode dat ik met de hartklachten werd geconfronteerd verscheen er in een wetenschappelijk tijdschrift een publicatie die mijn bijzondere aandacht trok. Het ging over onderzoek uitgevoerd door de Harvard School of Public Health onder 670 mannen tussen 45 en 86 jaar oud. Het onderzoek wees uit dat krachtige emoties als boosheid hormonen kunnen beïnvloeden, die vervolgens het immuunsysteem ontregelen. Hoe groter de woede hoe slechter de longfunctie. Een onderwerp dat veel meer aandacht verdient, zeker in deze tijd van pandemie die nog eens onderstreept dat een goed functionerend immuunsysteem cruciaal kan zijn. Dat stress en boosheid een negatieve invloed kunnen hebben op astma, maagaandoeningen en het ontwikkelen van hartfalen was al bekend (5). Zelf heb ik een longfunctietest ondergaan in een periode dat er sprake was van mentale en fysieke overbelasting. Maar medische klachten vormen vaak ook een nauwelijks te ontwarren kluwen als het om de oorzaken gaat. Naast de belastende omgevingsfactoren zoals ernstige ziekte bij dierbaren, was ik als controleur bij een inspectiedienst van de rijksoverheid ook werkzaam in het wegverkeer. Na een dag wegcontroles bij windstil weer op parkeerplaatsen die waren vergeven van giftige uitlaatgassen uit stationair draaiende vrachtauto’s, protesteerden de longen in de vorm van kortademigheid. Toen de hartritmestoornis zich aandiende was ik ook ‘gebeten’ door een teek en kon de Borrelia bacterie worden aangetoond in mijn bloed. Daar komt bij dat bij het ouder worden de longfunctie achteruit gaat. Het kan zinnig zijn om als mens je situatie af en toe te analyseren en uit te vinden wat het causale verband is tussen de situatie waarin je je bevindt en leefstijl en risicofactoren. Afhankelijk van de situatie kun je dan de weg inslaan naar heling en herstel

Leefstijl
Onlangs werd ik 72 jaar. In het beginstadium van de hartritmestoornis had ik niet gedacht dat ik die leeftijd zou halen. Door een verantwoorde levensstijl, adviezen van zorgverleners en op basis van informatie op het internet, ben ik er toch in geslaagd een redelijk evenwichtig leven te leiden. Probleem bij leefstijl is dat je niet op alle risicofactoren invloed kunt uitoefenen. Ik rookte al niet op het moment van de diagnose, dronk matig, besteedde veel tijd en aandacht aan goede voeding en had voldoende beweging. Het probleem deed zich voor bij risicofactoren als (piek)stress en mentale overbelasting. Die worden vaak getriggerd vanuit de omgeving, werk, familie of gezin, waar je niet altijd invloed op kunt uitoefenen zoals ernstige ziekte in gezin of familie, mantelzorgverantwoordelijkheden en andere belastende omgevingsfactoren. Er kan echter ook sprake zijn van karakterologische factoren en emoties zoals boosheid, twijfel en moeite om tegenslagen te aanvaarden en verwerken waardoor de innerlijke rust en de balans worden verstoord. Coping is dan een sleutelbegrip. Ik geniet steeds meer van het luisteren naar muziek of mijzelf te begeleiden op de elektrische gitaar of bongo’s. Levensbeschouwing is belangrijk voor mij en was op belangrijke momenten een heilzame bron van rust en vertrouwen. Wat ik wel moeilijk vind is om de rust en het vertrouwen vast te houden in deze hectische en complexe tijd, met een amper te verwerken informatie-overlast en. Voor dat onderwerp verwijs ik naar een vorige publicatie op deze website.

 

 

Bronnen:
1. ‘De kracht van placebo’s, nepoperaties en augmented reality en de macht van he brein’. TV-uitzending ‘Dokters van Morgen’, NPO1 van avrotros op 1/6/2020.
2. Psalmen 38 en 51 en 1 Samuel 1: 6-8 (NBG).
3. ‘Tien genieën met mentale problemen’. Charles Darwin (5), Isaac Newton (8), Vincent van Gogh (9). Annelies Bes op de website Kijk, 18/2/2020. ‘De psychiatrische ziektegeschiedenis van Vincent van Gogh’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 29/12/2000. ‘Sir Isaac Newton 1642-1727’, website van Dr Robert A. Hatch, Universiteit van Florida.
4. ‘Hoe een hartritmestoornis mijn leven veranderde’. Uitgave Jaap Spaans, 2007. Tevens diverse aanvullende publicaties over dit onderwerp op deze website.
5. ‘Grumpy old men have sick lungs’. News in Science / ABC net, 31/8/2006. ‘Boze mannen krijgen minder lucht’. Medisch Contact, 5/9/2006.

–Wet openbaarheid van bestuur: Omvangrijk verzoek biometrie

Soms ontvang je een mail waar je niet op rekent. Het overkwam mij op 25 juli 2019. Ik ontving een mail van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), dat bij het ministerie was ingediend. De WOB vloeit voort uit artikel 110 van de Grondwet en heeft als doel om voor een goede en democratische bestuursvoering, de openheid en openbaarheid van bestuur wettelijk vast te leggen. Iedere burger kan van dit recht gebruik maken en een verzoek richten aan de overheid. In artikel 11 van de WOB is wel een aantal gevallen opgesomd waarop de WOB niet van toepassing is, bijvoorbeeld als de staatsveiligheid in het geding is. Recent zijn diverse WOB-verzoeken ingediend over belangrijke, de rechtsstaat betreffende onderwerpen zoals de ‘bonnetjes affaire’ en ‘de vervolging van een Kamerlid’ over het belangrijke democratische beginsel van de scheiding der machten. Bij de provincie Drenthe en de gemeente Hoogeveen werden in het voorjaar van 2019 WOB-verzoeken ingediend over de besluitvorming rond een nieuwe ijsbaan in Hoogeveen. 

Biometrie
Het WOB verzoek ging over de introductie van biometrie in reisdocumenten en BZK overwoog het verzoek in te willigen. Omdat daarbij correspondentie tussen mij en het ministerie is betrokken, werd ik in de gelegenheid gesteld voor 27 augustus 2019 mijn zienswijze te geven op het verzoek en eventuele bedenkingen over de voorgenomen openbaarmaking, schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken. Reden is dat na het verzenden van de beslissing aan de verzoeker de informatie voor iedereen toegankelijk is. Bestudering van de mail leerde dat het om correspondentie ging tussen mij en het ministerie uit 2004 en 2005 en het WOB-verzoek was ingediend in 2011. In reactie heb ik vervolgens contact opgenomen met de ambtenaar van BZK die de mail had gezonden. Hij legde uit dat de reden voor de lange duur van de afhandeling van het WOB-verzoek, was gelegen in de omvang ervan. Er moesten extra ambtenaren worden aangesteld om dit omvangrijke verzoek uit te voeren en in 2011 werd in overleg met de verzoeker besloten de documenten fasegewijs openbaar te maken. Ik vroeg of ik hierover een publicatie op deze website mocht plaatsen, inclusief integrale plaatsing van zijn mail. Hij verzocht mij te wachten tot na de zomer, want dan zou volgens de planning het verzoek zijn afgerond. Nieuwsgierig geworden googelde ik op de onderwerpen ‘WOB-verzoek en biometrie’ en kwam op de website Rijksoverheid.nl uit bij een WOB-verzoek over de introductie van vingerafdrukken en andere biometrische kenmerken in reisdocumenten. Het verzoek was ingediend door de organisatie Privacy First (website gemakkelijk te googelen). Daardoor werd mij ook duidelijk waarom het verzoek in fasen wordt afgehandeld. Het ging om een onvoorstelbare hoeveelheid documenten betreffende rechterlijke uitspraken, correspondentie, visies van politici en Kamerleden en beleid. Om de omvang te illustreren: van 2011 tot 27 juni 2017 waren er negen deelbesluiten en alleen al het negende deelbesluit omvatte 33 pagina’s A-4 en een inventarislijst met 65 veelal omvangrijke bijlagen. Het tiende deelbesluit dat in de afrondingsfase verkeert en waarover ik werd geïnformeerd, zal vermoedelijk tevens de afsluiting zijn van dit verzoek. Voorbeeld van correspondentie met BZK: BIZAAntwoordVanBoxtelOpVraagBiometrie  (1).

Biometrische identificatie
Biometrie is bezig aan een niet te stuiten opmars. Illustratief daarvoor is dat biometrie, evenals genetica, is opgenomen in artikel 4 onder 13 en 14 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die sinds 2018 in ons land van toepassing is en als volgt omschreven:
13) „genetische gegevens”: persoonsgegevens die verband houden met de overgeërfde of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon die unieke informatie verschaffen over de fysiologie of de gezondheid van die natuurlijke persoon en die met name voortkomen uit een analyse van een biologisch monster van die natuurlijke persoon;
14) „biometrische gegevens”: persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens.

Dat deze betrekkelijke nieuwe onderwerpen zijn opgenomen in privacywetgeving is van groot belang. Het zijn volgens de AVG bijzondere persoonsgegevens, die door hun aard bijzonder gevoelig zijn en extra moeten worden beschermd (2).

Publiek Debat Biometrie
In 1999 publiceerde de Registratiekamer de verkenningsstudie ‘At Face Value’, waarin de toekomstige invloed van biometrie werd geschetst. Onze overheid besefte toen al dat er een ingrijpende ontwikkeling op komst was en de studie vormde de basis voor het Publiek Debat Biometrie, dat in mei 2000 werd gehouden. Vanwege de correspondentie die ik had gevoerd met BZK, was ik daarvoor door de Registratiekamer uitgenodigd. Tijdens het debat passeerden de voordelen van biometrie voor veiligheid en rechtshandhaving uitgebreid de revue. Ook de zwaarwegende nadelen werden belicht. Zo kan DNA inzicht geven in gevoelige informatie, bijvoorbeeld over ras en gezondheid. Stemherkenning kan ook worden gebruikt om iemands emoties of gemoedstoestand te meten. Belangrijk punt van zorg was, dat bepaalde biometrische kenmerken kunnen worden gemeten, zonder dat betrokkenen ervan op de hoogte zijn. Bijvoorbeeld door slimme camera’s, die functioneren op basis van gezichtsherkenning. Bijna twee decennia na het publiek debat is biometrische identificatie een gegeven, ondanks vele protesten. Paspoorten zijn voorzien van een chip met gelaatsscan en digitale vingerafdrukken. DNA wordt op grote schaal gebruikt voor de opsporing. Justitie kan daardoor oude misdrijven (cold cases) oplossen en welk redelijk denkend mens kan daar bezwaar tegen hebben? Tot voor enige jaren lag het in de bedoeling dat er een nationale DNA-databank zou komen. Daarin zou DNA van bepaalde groepen burgers, zoals criminelen, worden opgeslagen en in de toekomst wellicht DNA van alle burgers. Tegen dat laatste ingrijpende middel is veel maatschappelijke weerstand. In 2000 werden de risico’s van een centrale opslag van biometrische gegevens al onderkend. Maar toen was er amper sprake van grootschalige computercriminaliteit. Met de huidige kennis weten we dat bestanden kunnen worden gehackt en er sprake is van een grensoverschrijdend probleem. Bestanden zijn nooit voor honderd procent te beveiligen. Als een centraal databestand met biometrische kenmerken wordt gehackt, kan dat grote schade aanrichten aan overheden, individuen en bedrijven. Nummeridentificatie, oftewel ons BSN-systeem, is de ‘sleutel’ waaraan alle informatie die wordt verzameld via analyse van Big Data en algoritmes kan worden ‘opgehangen’. Informatie die vervolgens massaal kan worden gebruikt voor volgsystemen, marketing en het opstellen van bijvoorbeeld risicoprofielen.

 

De opmars van Biometrische Identificatie
Toen ik 18 jaar geleden mijn boek over biometrische identificatie publiceerde, beschreef ik de enorme gevolgen die biometrie zou hebben op de samenleving. In 1999 had ik uitgebreid gecorrespondeerd over de ethische gevolgen van deze ontwikkeling met politici en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Inmiddels zijn moderne vormen van biometrische identificatie op basis van vingerafdruk, gezichts- en spraakherkenning niet meer weg te denken. Die ontwikkeling zal de komende jaren doorzetten en roept vragen op zoals waar de grenzen liggen. Biometrie met name de snelle groei van gezichtsherkenning, zal de komende decennia nog vaak in de media worden belicht. Ook chiptechnologie zal daarbij een belangrijke rol spelen. Ik sluit zeker niet uit dat er maatschappelijke excessen zullen optreden bij massaal gebruik van moderne systemen, die botsen met belangrijke grondrechten over bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit (artikelen 10 en 11 Grondwet). Er is ook een groep burgers die op grond van levensbeschouwing of ethiek problemen heeft met de massaliteit van deze ontwikkeling (3). Dilemma is dat in een wereld die steeds complexer wordt en kampt met talrijke grensoverschrijdende die in goede banen moeten worden geleid. Digitalisering kan bijdragen aan beheersing van vreemdelingenstromen, effectieve rechtshandhaving en bestrijden van maatschappelijke excessen. Betrouwbare identificatie wordt steeds belangrijker, bijvoorbeeld om identiteitsfraude te voorkomen. Het inzicht in mogelijke nadelen, bijvoorbeeld als gevolg van cybercriminaliteit, groeit echter wereldwijd en de behoefte aan bezinning neemt toe (zie ook mijn publicatie De Cybersamenleving’ die gratis kan worden gedownload van de pagina boeken en oude publicaties). Hoe massaal en universeel biometrische identificatie momenteel wordt toegepast blijkt uit de volgende voorbeelden.

Sociale surveillance systemen
In landen als India en China wordt biometrische identificatie op grote schaal toegepast. Burgers worden massaal gevolgd via slimme camera’s met gezichtsherkenning en gebruik van data en profielen op basis van algoritmes. Ik ben geen voorstander van dergelijk massale systemen, ondanks de voordelen die er ook zijn. De waarschuwende vinger eenzijdig opheffen naar China is echter niet correct. In de Westerse landen, de VS en Europa wordt ook op grote schaal biometrie en Big Data gebruikt in allerlei volgsystemen (4). In mijn boek ‘Biometrische Identificatie. Digitaal Brandmerk’ heb ik daarvoor gewaarschuwd (5). Overheden en bedrijven krijgen veel macht over brede lagen van de bevolking en manipulatie vormt dan een risico dat wordt onderschat. De waarschuwingen die klokkenluiders, journalisten, organisaties als Privacy First en Bits of Freedom, het bedrijfsleven en de overheid zelf hebben laten horen aan het eind van de vorige eeuw en het eerste decennium van deze eeuw, dreigen te verstommen in de complexiteit van onze samenleving. De biometrische golf die ons overspoelt zal verder aanzwellen. Fundamentele grondrechten hebben deze ontwikkeling niet kunnen tegen houden. De gewone burger kan alleen maar afwachten hoe het verder gaat. Het WOB-verzoek leert in ieder geval, dat er aan het begin van deze eeuw over is nagedacht en de enorme hoeveelheid documenten etc. is daarvan het bewijs. Zoveel bewijs dat ik denk dat de gemiddelde burger het helaas niet meer kan overzien.

 

 

Foto’s/illustraties: paspoortomslag Jaap Spaans. Omslagen: boek over biometrie en het rapport At Face Value

Bronnen:
1. Uitgebreide mailcorrespondentie van 25 juli 2019 tussen Jaap Spaans en het Ministerie van BZK Directie Informatiesamenleving en Overheid over een WOB-verzoek.
2. In de AVG wordt de bescherming van persoonsgegevens geregeld in Europees Verband. De AVG heeft in Nederland rechtskracht door de invoering van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming uit 2018.
3. At Face Value. Een uitgave van de Registratiekamer in samenwerking met TNO (1999). Openbaring 13
4. Big Brother 2.0. In China bepaalt je ‘sociale score’ je leven, NOS Nieuws, 17 april 2018.  Website Business Insider Nederland, 29/4/2018 ‘China is building a vast civilian surveillance network – here are 10 ways it could be feeding its creepy ‘social credit system’. 
5. Diverse uitgaven van Jaap Spaans. Zie de pagina Boeken en oude publicaties op deze website

-TRENDS 5: Leegloop van kerken en behoefte aan zingeving

Recente rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de religieuze stand van het land en zorgen over de groeiende spanning in de samenleving, liegen er niet om. In het rapport ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’, wordt een helder beeld geschetst van de huidige situatie. De ontkerkelijking en teruggang in het christelijk geloof blijft doorzetten in Nederland. Daar staat tegenover dat jonge kerkleden juist gemotiveerder zijn. Bovendien vormen de christenmigranten een steeds belangrijkere christelijke geloofsgroep. In ons land wonen ongeveer 1 miljoen christenmigranten, evenveel als het aantal moslims. Zij vormen een belangrijke christelijke geloofsgroep in ons land en de invloed van migrantenkerken zal de komende tijd groeien. Het huidige proces van secularisering (verwereldlijking) wordt door velen opgevat als een bedreiging voor het geloof, maar door anderen als een transformatie (overgang) van het geloof. Een van de conclusies is dat de rol en de toekomst van kerken in ons land onzeker zijn. Onduidelijk is hoe de kerk zich het best kan aanpassen (of juist niet) aan de afgelopen decennia sterk gewijzigde religieuze omstandigheden en de voortschrijdende secularisering. Positief is dat de behoefte aan zingeving zal blijven bestaan en migrantenkerken mogelijk het geloof in Nederland kunnen revitaliseren (1).

Zorgen en spanning over de toekomst

Toch wel opvallend in dit verband is de publicatie van een rapport in maart 2019 in de serie ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019’, over de toenemende spanning en bezorgdheid in de samenleving (2). Veel burgers zijn minder positief over de economie en maken zich zorgen over grensoverschrijdende problemen als het klimaat en criminaliteit. Andere bronnen van zorg zijn polarisatie en maatschappelijke tegenstellingen tussen arm en rijk en tussen etnische groepen. De media, vooral de nieuwe (social) media, wordt verweten dat ze tegenstellingen vergroten. Ik begrijp de zorgen die er leven in de samenleving. Zelf heb ik altijd veel informatie opgenomen, maar inmiddels is de rem erop gezet. Veel reacties op moderne media overschrijden qua taalgebruik en felheid normen en vaak zodanig dat ik strenger selecteer in het informatieaanbod. Dat de samenleving in hoog tempo verandert en nieuwe uitdagingen meebrengt, zal niemand ontkennen. De conclusies van de twee SCP-rapporten tegenover elkaar afzettend, ontkom ik niet aan de gedachte dat het seculariseringsproces niet bijdraagt aan een betere samenleving, zoals seculiere denkers en wetenschappers nogal eens beweren. Veel burgers hebben moeite om een hanteerbare selectie te maken uit de vloedgolf aan informatie en prikkels die hen dagelijks overspoelt. Steeds vaker merk ik in mijn omgeving dat de behoefte om informatie en dus nieuws op te nemen, afneemt. Ik beschouw het stellen van prioriteiten als een vorm van zelfbescherming. Het lezen van beide rapporten van het SCP is een must in deze hectische tijd. De conclusies sluiten aan bij recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn, die aangeven dat minder dan de helft van de Nederlanders nog religieus is. 

Veel problemen zijn mentaliteitskwesties

Ik moet bekennen dat ik als christen met zorg kennis heb genomen van de conclusies van het SCP. Ik plaats daar wel de kanttekening bij dat het overwegend om landelijke conclusies gaat, terwijl de grote veranderingen die momenteel plaats vinden in belangrijke mate worden beïnvloed door grensoverschrijdende, veelal mondiale ontwikkelingen. De maatschappelijke dynamiek rond onderwerpen als klimaat en milieu, migratie, de wapenwedloop en verdeling van welvaart is groot. Zelf schat ik in dat de afname van het aantal christenen in ons land te maken heeft met de omgeving die snel verandert. In onze moderne welvaartsmaatschappij staan burgers dagelijks bloot aan verleidingen, discussies over ‘schepping of evolutie’ en nieuwe wetenschappelijke inzichten over het heelal en eventueel buitenaards leven. Laat ik voorop stellen dat ik respect heb voor de wetenschap en alles wat is bereikt, bijvoorbeeld op medisch, technologisch en sociaal gebied. De wetenschap heeft echter ook beperkingen. Als het gaat om belangrijke vraagstukken als overbevolking, de kloof tussen rijk en arm en oorlog en vrede, blijkt telkens weer dat menselijk egoïsme, hoogmoed en streven naar macht, die de basis vormen voor veel mondiaal leed, niet kunnen worden uitgebannen via de wetenschap. In het televisieprogramma Buitenhof van 19 mei 2019 vond een discussie plaats over de stelling ‘Wetenschap heeft de plaats ingenomen van religie’. Een wetenschapper was van mening dat we teveel zijn gaan vertrouwen op de wetenschap, maar dat er achter de schermen ook veel mis gaat. ‘De wetenschap moet ’terug het hok in’. Haar opponent in de discussie, de president van de Koninklijke Nederlandse  Academie van Wetenschappen (KNAW) stelde daar tegenover dat wetenschap de beste manier is om tot kennis te komen. Veel problemen zijn mentaliteitskwesties, die christenen verklaren door de gebrokenheid van de schepping (3). Juist daar laat de wetenschap het nogal eens afweten. Daarom zal de behoefte aan zingeving nooit verdwijnen en alleen maar groeien, omdat mensen worstelen met belangrijke levensvragen. In tijden van crisis zal die behoefte worden versterkt. Tijdens mijn periode als beroepsmilitair werd ik in 1971 door de ontmoeting met mijn huidige echtgenote weer bepaald bij het christelijk geloof, waarvan ik al op jonge leeftijd afstand had genomen. Door de machocultuur die heerste bij het legeronderdeel waarbij ik werkzaam was, begon ik mij te verdiepen in onderwerpen als ‘oorlog en vrede’ en ‘de oorsprong van het kwaad’. Ik besefte dat Jezus Christus belangrijke onderwerpen als soberheid, verzoening, onbaatzuchtigheid en naastenliefde in de praktijk bracht en overdroeg aan Zijn volgelingen. Dat het geïnstitutionaliseerde Christendom in de loop der eeuwen regelmatig van die principes en uitgangspunten is afgeweken, doet niets af aan de kern van de boodschap.

De Zuiderkerk in Hoogeveen overleefde een zware downburst maar bezweek onder de slopershamer

Alarmisme

Ik heb bewondering voor auteur en journalist Joris Luyendijk. Hij werkte twee jaar als journalist voor het dagblad The Guardian in de Londense City, het financiële hart van Engeland. Hij schetste van binnenuit een beeld van de bancaire wereld en sprak met talrijke deskundigen als investeerders, derivaten handelaars en managers. Het beeld dat hij schetst is somber en dat komt goed tot uitdrukking in de kop boven een interview dat met hem werd gehouden: ‘Dit gaat helemaal fout’. Hij werd in een aantal media bestempeld als onheilsprofeet of alarmist. Opmerkelijk is dat hij In een column schreef, dat het hem niet zou verbazen als er een religie-revival komt. De Bijbel bevat volgens Luyendijk talrijke aanwijzingen om de economie en de financiële sector verantwoord in te richten. Religie beschouwt hij juist als een lichtpunt. Hoewel het tegenstrijdig lijkt met de kerkelijke leegloop en het seculariseringsproces dat ik hiervoor schetste, deel ik de zorgen van Luyendijk en hoop oprecht dat zo’n religie-revival er komt. Dat de behoefte aan zingeving springlevend is, staat voor mij vast. Er is een duidelijke relatie tussen ethiek, geloof, zingeving en maatschappelijke onderwerpen. Op de dag dat ik deze publicatie plaats, melden diverse media dat de politie in San Francisco stopt met biometrische gezichtsherkenning voor identificatie. De inbreuk op de privacy is volgens de critici te groot. Het is een onderwerp waarover ik in de afgelopen decennia veel heb gepubliceerd (4). Er volgt nog dit jaar een TREND-publicatie over de economie en het financiële stelsel.

Foto’s/Illustraties: Omslagen rapporten: SCP. Foto’s Zuiderkerk: Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’. Rapport van het SCP, december 2018. Persbericht van het SCP van 19 december 2018 :‘Aantal christenen neemt af, maar nieuwe groepen staan op’. 

2. ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019/1’. Rapport van het SCP, maart 2019. Persbericht SCP van 26 maart 2019 ‘Veel zorgen over toenemende spanningen’.

3. Discussieprogramma Buitenhof, 19 mei 2019. Discussie over de stelling of wetenschap de plaats heeft ingenomen van religie tussen wetenschapper Rosanne Hertzberger en de president van de KNAW Wim van Saarloos. 

4. ‘Dit kan niet waar zijn’. Joris Luyendijk. Uitgeverij Atlas Contact, 2015. Hij ontving voor het boek de NS Publieksprijs 2016. ‘Dit gaat helemaal fout’. Joris Luyendijk de journalist als onheilsprofeet. Interview in het maandblad Volzin, september 2013. ‘Onheilsprofeet of realist?’. Het Zoeklicht, 89e jaargang nr. 24, Jaap Spaans. Zie de pagina boeken en oude publicaties voor mijn artikelen en boeken over biometrische identificatie en christenen de welvaartsmaatschappij van de afgelopen twee decennia. 

-TRENDS 3: ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’

Deze publicatie is in delen opgesplitst, die afzonderlijk kunnen worden gelezen                                                                                             

1. Inleiding                                                                                                                                                                                       
2. Maatschappelijke situatie anno 2019
3. De Zorgeloze Verzorgingsstaat
4. De Hollandse Ziekte
5. Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg                                  
6. Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
7. Veiligheid, Gevoelsveiligheid en Overlast
8. Ons Zorgstelsel
9. Bronnen
10. Foto’s/Illustraties ©

1.Inleiding                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Deze publicatie is een vervolg op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet die ik in december 2018 heb gepubliceerd, gevolgd door een publicatie over ‘Gevoelsveiligheid’, beiden te vinden op mijn website www.jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’. De afgelopen jaren ben ik door ervaring en oriëntatie op ontwikkelingen in de samenleving, tot de conclusie gekomen dat belangrijke maatschappelijke onderwerpen als huisvesting, zorg en criminaliteit steeds meer met elkaar verstrengeld raken en vanuit een brede zelfs mondiale maatschappelijke context moeten worden geanalyseerd en beoordeeld. Globalisering en mondiale problemen als de migratiepolitiek of het halen van klimaatdoelen, hebben immers een directe weerslag op ons land, onze stad, straat of woonwijk. Dit is de derde publicatie in een serie over maatschappelijke trends, waarin drie kernonderwerpen aan de orde komen die mij als huurder van een seniorenwoning in de sociale huursector persoonlijk raken, namelijk ‘De sociale huursector en leefbaarheid’, ‘Criminaliteit en veiligheid’ en ‘Betaalbaarheid van ons zorgstelsel in de toekomst’. Over deze onderwerpen is veel onderzoek verricht en zijn talloze rapporten en studies gepubliceerd. Ik heb een deel ervan voor zover mogelijk bestudeerd, maar stel met nadruk dat deze publicatie is opgesteld vanuit een persoonlijke invalshoek. Wel heb ik op grond van persoonlijke contacten, jarenlange correspondentie en verwerkte informatie de overtuiging dat mijn situatie representatief is voor die van veel burgers. Ik heb gekozen voor de kop ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ omdat ik denk dat de huidige verzorgingsstaat onder zware druk staat en zich op een kantelmoment bevindt. Los van persoonlijke belangen, kunt u deze publicatie tevens beschouwen als een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de drie vermelde kernonderwerpen.

2.Maatschappelijke situatie anno 2019
Nederland is een verzorgingsstaat en dat betekent dat de staat sociale zekerheid biedt aan kwetsbare burgers die, tijdelijk of permanent, niet in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. HET IS GOED TOEVEN IN NEDERLAND. We hebben een van de beste zorgstelsels ter wereld en volgens deskundigen zelfs het beste. Wie niet in staat is te participeren op de arbeidsmarkt of als ondernemer, heeft recht op een uitkering. Ouderen hebben, afhankelijk van het aantal jaren dat ze in Nederland woonden, recht op een ouderdomsuitkering en afhankelijk van iemands arbeidsverleden, recht op een aanvullend pensioen. Maar de huidige dynamiek in onze snel veranderende samenleving roept bij velen onzekerheid op. De directeur van De Nederlandse Bank (DNB) Klaas Knot, zei op 27 januari 2019 in het televisieprogramma Buitenhof over de schokbestendigheid van onze economie ‘De wereld is onzeker en aan onzekerheden kunnen we weinig doen’. In Buitenhof kwam ook naar voren, dat de jaren van onstuimige economische groei voorbij lijken en de eerste tekenen van terugval zichtbaar zijn. Het kantelmoment waar we volgens mij thans voor staan komt niet onverwachts, maar is decennia geleden al aangekondigd.

3.De Zorgeloze Verzorgingsstaat
In het in 1992 uitgegeven boek ‘Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, geven de auteurs een ruwe schets van ‘de verzorgingsstaat van morgen’. Met een vooruitziende blik besteedden ze toen al aandacht aan het anno 2019 niet meer weg te denken begrip ‘arbeidsparticipatie’. Ons sociale zekerheidsstelsel wordt in het boek grondig geanalyseerd maar ook mogelijke effecten voor de langere termijn, zoals betaalbaarheid van het systeem. Zij pleiten voor een grondige versobering van voorzieningen en verzekeringen, waarbij zelfs ingrepen in de AOW zoals verlaging, niet worden uitgesloten. Wel wordt er de kanttekening bij geplaatst dat dit zo gevoelig ligt in de samenleving, dat eventuele toekomstige ingrepen zeer veel tijd en overredingskracht zullen vergen (1). Vijftien jaar later volgt er opnieuw een goede onderbouwde analyse van de verzorgingsstaat, in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR zie omslag bovenaan en bronnen). Ondanks de vele conclusies en waarschuwingen, leert de praktijk dat ondanks talrijke onderzoeken en publicaties, de overheid er maar niet in slaagt de verzorgingsstaat toekomstbestendig te maken. Onze overheid doet wel haar best in vergelijking met veel andere landen, maar de weerstand tegen ingrijpende maatregelen is groot. Goed voorbeeld is de (begrijpelijke) commotie rond het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.  Een cruciale en thans actuele vraag die in het WRR-rapport naar voren kwam en mij aansprak, was wat een globaliserende wereldorde betekent voor de verzorgingsstaat? (2). Op een in hoog tempo veranderend wereldtoneel met grote machtsverschuivingen, in combinatie met de groeiende invloed van de (sociale) media, kan niemand meer om de uitdagingen van globalisering heen. Het is mij opgevallen dat er veel boeken zijn gepubliceerd over de verzorgingsstaat. Zelf publiceerde ik in de jaren negentig mijn boeken Christenen en de Welvaartsmaatschappij en Een Golf van Geweld, waarin ik vanuit ethiek en levensbeschouwing aandacht besteed aan onderwerpen als globalisering, digitalisering, overconsumptie, het milieu, migratie, onvoorziene situaties, (gewelds)criminaliteit, rentmeesterschap en egoïsme (3).

4.De Hollandse Ziekte
Er is een aantal redenen dat herijking van onze verzorgingsstaat gewenst is. Ontdekking door de NAM op 29 mei 1959 van de gasbel van Slochteren, was een belangrijke impuls voor het optuigen van een zorgeloze verzorgingsstaat. De ene na de andere sociale wet werd aangenomen en leidde tot onze verzorgingsstaat, een sociaal paradijs. Laat ik duidelijk stellen dat dit voor velen, inclusief mijn gezin, een zegen was en reden voor dankbaarheid. Er waren echter ook kritische geluiden. Overbesteding in plaats van spaarzaamheid, zou een op termijn onbetaalbaar systeem creëren. Een overdreven sociaal vangnet, zou een negatieve invloed hebben op de zelfredzaamheid en verlammend kunnen werken op het initiatief van burgers. Door de harde gulden, mede als gevolg van de hoge aardgasbaten, nam de druk op de export toe. In de media verschenen zelfs berichten over de Hollandse Ziekte. Niet geheel ten onrechte zou later blijken, want dit verschijnsel was voor de Noorse overheid zelfs de aanleiding om anders om te gaan met de immense gasvoorraden die daar werden ontdekt.  De Nederlandse situatie was voor de Noren de reden energie inkomsten op te potten in een fonds, in plaats van uit te geven en de consumptie te stimuleren (4). De wereld staat voor grote uitdagingen met veel onzekerheden. Het halen van klimaatdoelen, een dreigende handelsoorlog, de gevolgen van een Brexit, begrotingsperikelen en onzekerheid rond Eurostaat Italië en de toegezegde verhoging van de bijdrage aan de NAVO, zullen in ons land onvermijdelijk gevolgen hebben voor de verzorgingsstaat. Tevens lopen we het risico van een nieuwe huizenbubbel bijvoorbeeld als de rente stijgt. De geopolitieke situatie is op veel plaatsen zorgelijk en kan zomaar uitmonden in een groot conflict. Veel onzekerheden dus, zoals DNB-directeur Knot schetste (zie foto DNB-kantoor). Het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie die momenteel plaats vindt, zullen bij ons land harder aankomen dan in andere landen. Er zijn ook al duidelijke signalen dat de wereldeconomie aan het afkoelen is en het is de vraag of de klimaatdoelen worden gehaald. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB), presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord (5). Belangrijk, want de media belichten de klimaatdoelen uitgebreid, maar niemand weet precies wat de kosten zijn en dus de effecten op onze economie. Ook de groeiende tweedeling in de samenleving zal aan de orde moeten komen. De opkomst van het populisme, gele-hesjes-protesten en kinderen die massaal de straat opgaan voor de klimaatdoelen, kunnen alleen met open en integere communicatie en goed beleid worden beantwoord.

5.Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg
In december 2018 zond ik mijn persoonlijke bijdrage aan de Evaluatie Woningwet naar enige media, volksvertegenwoordigers, overheden en organisaties in de sociale huursector als de Woonbond en Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties. Ik heb daarop diverse positieve reacties ontvangen, die integraal zijn opgenomen in de aangehaalde bijdrage op mijn website. Deze is besproken in de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BiZa) en positief beoordeeld. Omdat het om openbare stukken gaat, voeg ik de laatste reactie van de Kamercommissie bij. CommissieBiZaTweedeReactieBijdrageEvaluatieWoningwet Persoonlijke ervaringen en het onderzoek van bronnen versterkten bij mij het besef dat ik al had vanuit mijn politie-achtergrond, namelijk dat de kernbegrippen ‘Huisvesting’, ‘Veiligheid’ en ‘Zorg’, in hun samenhang steeds belangrijker worden voor burgers, in het bijzonder voor senioren en kwetsbare groepen als gehandicapten.

6.Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
Mijn echtgenote en ik wonen in een senioren appartement in de sociale huursector en ik neem bewust onze persoonlijke situatie als uitgangspunt. Ik ben 70 jaar oud en mijn echtgenote is 67. Wij kozen bewust voor een seniorenwoning in de sociale huursector (55+), om in te spelen op een toekomstige inkomensval en de directe nabijheid van voorzieningen. Vanwege de medische situatie van mijn echtgenote en inmiddels ook van mijzelf, was dat noodzakelijk. Toen wij bijna 2 decennia geleden besloten onze woning te verkopen en te verhuizen naar een gelijkvloerse woning, was in de jaren ervoor bij mijn echtgenote een diagnose gesteld die een belangrijk argument werd bij de afwegingen en keuzes die we zouden gaan maken. Op grond van kennis die je opdoet, medische diagnostiek, ervaringen van lotgenoten en prognoses van deskundigen ga je nadenken over onderwerpen als toekomstbestendig wonen, ondersteuning van thuiszorg, mantelzorg etc. Beslissingen voor de toekomst neem je in die levensfase niet lichtvaardig en naast kennis over en ervaring met de ziekte, worden die ook bepaald door behoeftes en verwachtingen. Goed nadenken over bijvoorbeeld de kosten en de financiële mogelijkheden is daarbij belangrijk. Voor zover mogelijk, want niet alles is in te schatten. Ik verbleef enige jaren als emigrant in Canada en wist dat ik zou worden gekort op de AOW. Maar onvoorziene omstandigheden speelden ook een rol. De Kredietcrisis was een mondiaal omslagpunt dat alle burgers raakte. De rente op spaargeld daalde, aandelenkoersen zakten, banken moesten met overheidssteun overeind gehouden worden, bezitters van huizen kwamen onder water te staan, pensioenen werden nauwelijks nog geïndexeerd en wellicht dreigt in de toekomst een verlaging. De zorgkosten groeiden explosief en het systeem van inkomensafhankelijke huurverhoging, werd vanuit het niets en zonder overgangstermijn geïntroduceerd. Een overhaaste beslissing zoals diverse rapporten inmiddels aantonen. Het was een belangrijk argument voor mij om een bijdrage te leveren aan de Evaluatie Woningwet en deze vervolgpublicatie te verzorgen.
Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, maatschappelijke processen als individualisering, verbeterde medische zorg en een toegenomen levensverwachting, is de behoefte om zelfstandig te blijven wonen onder ouderen toegenomen dan wel gestimuleerd. Hoewel het seniorencomplex waar wij wonen betrekkelijk oud is, zijn mijn echtgenote en ik er redelijk tevreden. De kwalificatie ‘redelijk’ kan onjuist worden uitgelegd, maar ik bedoel ermee dat door ziekte en mantelzorg de toekomstperspectieven onzeker zijn, zeker waar het mobiliteit en levensverwachting betreft. Belangrijke factoren die mede je geluk bepalen, maar niet door iedereen goed worden ingeschat. Als mantelzorger ben ik blij dat binnen 100 meter prima voorzieningen zijn, zoals twee supermarkten, een bakker, drogist, lectuurwinkel en kapper. Eerder woonden we in een luxer appartement in de vrije sector, maar de voorzieningen waren meer op afstand. Ervaring leert ons dus hoe belangrijk de omgeving is. Voor de kwieke en fitte senioren zonder mantelzorgverantwoordelijkheid, zal dit een secundaire behoefte zijn. Als de mobiliteit echter sterk afneemt en de valgevoeligheid toeneemt, vakantie en uitjes nagenoeg uit beeld zijn en er geen omvangrijk netwerk, is zijn deze voorzieningen van levensbelang. De sfeer in het wooncomplex is goed. Ik plaats daarbij wel de kanttekening dat, mede gelet op de leeftijd van de bewoners, het huurdersbestand snel wijzigt. De conclusies uit onderzoek verricht in opdracht van Aedes, dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat is merkbaar, maar volgens mij minder dan in andere regio’s. Voor dat aspect verwijs ik naar mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet. De vraag of een woning voldoet aan de geschiktheidseisen voor senioren, is een complexe vraag. Als het om de beschikbaarheid van bijvoorbeeld een lift gaat is het meetbaar. Andere aspecten zijn vaak minder evident, zoals gezondheidsaspecten en de individuele situatie. Onderzoek daarnaar is gewenst en noodzakelijk.

7.Veiligheid Gevoelsveiligheid en Overlast
Belangrijke redenen dat men kiest voor een woning met 55+ label zijn sociale contacten en veiligheid. In andere landen zijn al zogenaamde seniorensteden. Vooral het begrip ‘Gevoelsveiligheid’ is voor veel burgers belangrijk. Daarover is veel misverstand, dus het vergt enige uitleg. Als de politie en/of het CBS cijfers publiceren over daling van criminaliteit, zijn daar kanttekeningen bij te plaatsen. Het gaat bij cijfers en statistieken over geregistreerde criminaliteit, waarbij ook nog een aantal vormen van criminaliteit niet wordt meegeteld. Het sterke vermoeden bestaat dat veel criminaliteit onzichtbaar is omdat de aangiftebereidheid laag is, er onjuiste prioriteiten worden gesteld bij de handhaving en bepaalde delicten niet worden meegeteld zoals ondermijnende criminaliteit, veel cybercriminaliteit en vormen van drugscriminaliteit. Ook is er het vermoeden dat delicten niet worden geregistreerd, omdat opzet moeilijk is aan te tonen, zoals bij het groeiende aantal branden dat plaats vindt. Gevoelsveiligheid houdt in dat de burger meer onveiligheid ervaart dan statistieken en cijfers laten zien. Het is een woordspeling afgeleid van het begrip ‘gevoelstemperatuur’. Het veiligheidsgevoel wordt in negatieve zin sterk beïnvloed door het permanente bombardement met informatie, zoals filmpjes en camerabeelden bijvoorbeeld verspreid via programma’s als Opsporing Verzocht, Hart van Nederland en via dagbladen. De vaak schokkende beelden confronteren ons met het grove geweld dat wordt gebruikt bij gewelddadige overvallen en inbraken, waarvan regelmatig kwetsbare groepen zoals senioren en in mindere mate gehandicapten slachtoffer zijn. Daarbij ontkom je niet aan de indruk, dat juist de kwetsbaarheid en het gebrek aan weerbaarheid redenen zijn voor deze laffe vormen van criminaliteit. Veel senioren kiezen voor huren of kopen van een seniorenappartement, vanwege veiligheid en sociale redenen. Deze complexen krijgen dan een seniorenlabel bijvoorbeeld 55+. De praktijk leert dat ouderen minder verhuizen dan andere leeftijdsgroepen, met de kanttekening dat ‘aankomende ouderen’ (55-tot 65 jarigen) vaker verhuizen dan ouderen boven 65, in het bijzonder als ze een woning huren. De wat oudere seniorencomplexen zijn volgens een aantal deskundigen niet altijd geschikt als seniorenwoning en men wil dan ‘omlabelen’ of ‘ontlabelen’. Dat is de leeftijdsgrens verlagen of helemaal ontdoen van het label. Opvallend is dat om dat doel te bereiken ook een argument wordt gebruikt als ‘vermenging met jongere huurders is juist goed’. Een twijfelachtig argument, want als die gedachte op gaat zou dat in principe gelden voor alle seniorencomplexen. De ervaring leert dat ontdoen van het seniorenlabel grote weerstand oproept en ouderen mobiliseert. Begrijpelijk, want men heeft in de regel weldoordacht gekozen voor een seniorenwoning en opgedrongen veranderingen leiden tot grote onrust en erger. Een ander argument dat wordt aangehaald is de verhuurbaarheid. Woningen in bepaalde oudere complexen zouden niet goed in de markt liggen. Ik betwijfel of dat zo is, want er vindt door natuurlijk verloop meer doorstroming plaats. Ik kan mij overigens voorstellen dat senioren bij voorkeur in een modern complex wonen, zeker als er voorzieningen in de nabijheid zijn. Wat bij mijn weten niet goed is onderzocht, zijn de gevolgen van het systeem van Passend Toewijzen en inkomensafhankelijke huurverhoging op de doorstroming. Ik heb gesproken met senioren die graag hun huis zouden willen verkopen om door te stromen naar een seniorenwoning, maar als middeninkomens vallen ze buiten de boot. In veel regio’s zijn ook onvoldoende woningen beschikbaar en die inhaalslag wordt niet van de ene dag op de andere gemaakt. Zelf sluit ik niet uit dat op de achtergrond meespeelt dat ouderen vaak in grote huizen of appartementen wonen en corporaties, in de huidige situatie van krapte op de woningmarkt en gelet op met de gemeente gemaakte prestatieafspraken, de minder geschikte seniorencomplexen met betrekkelijk grote woningen aan andere doelgroepen zouden willen verhuren. Het is maar een gedachte. Het is van groot belang dat er zorgvuldig maar vooral open en tijdig over wordt gecommuniceerd. Geen overvaltechniek, want dat resulteert alleen in krachtige emoties als verontwaardiging, angst of woede. Een voorstel lanceren en afwachten hoe dit landt, doet geen recht aan de gevolgen van verandering van een label voor senioren. Ook overlast speelt een rol bij de keuze voor seniorenhuisvesting. Ik zal dat met een voorbeeld onderbouwen. We woonden voordat we de huidige woning betrokken in een betrekkelijke luxe seniorenappartement, dat grensde aan een park. De brievenbussen en intercom met camera bevonden zich in een voor iedereen bereikbare entreehal. Dat verliep prima, totdat hangjongeren die het park onvoldoende behaaglijk vonden de entree ontdekten als hangplek. Gevolg was overlast die erin resulteerde dat de buitendeur alleen overdag open was voor buitenstaanders, brievenbussen moeilijker bereikbaar werden en intercom en camera’s ook aan de buitenzijde van het gebouw moesten worden aangebracht. In het park werden regelmatig bankjes en tafels in brand gestoken, wat het veiligheidsgevoel van de bewoners ook niet bevorderde, vooral in de avonduren. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn webpublicatie ‘Criminaliteit en Gevoelsveiligheid’ op de pagina ‘Artikelen’ https://www.jaapspaans.nl/trends-2-criminaliteit-en-gevoelsveiligheid/ Op de agenda van de gemeenteraad van Hoogeveen stond op 24 januari 2019 het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. Op 7 februari volgt er nog een debatronde. Belangrijke onderwerpen in het IVP 2019-2022 zijn ‘Hoe men sociale overlast ervaart’ (3.2 punt 7), ‘Veiligheid voor senioren’ (3.4) en ‘De samenleving betrekken bij de prioritering van de veiligheidsvraagstukken’ (3.5). Reden voor mij om deze publicatie naar de griffie te zenden. Men wil de samenleving immers betrekken bij veiligheidsvraagstukken.

8.Ons Zorgstelsel
Nederland is demografisch aan het vergrijzen. De statistieken zijn duidelijk en dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Bij trends ligt dat anders, want dan kan er nog worden omgebogen, maar dat vereist inzicht en daadkracht. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 (6) bevat een aantal trends bij ongewijzigd beleid. Naar verwachting zal door de vergrijzing het aantal mensen met ouderdomsziekten sterk stijgen. Volgens het Trendscenario van de VTV 2018 verdubbelt het aantal mensen met dementie van 154.000 in 2015 naar 330.000 in 2040. Dit zal immense gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de eerstelijnszorg, verpleeghuiszorg en acute zorg. Ook de sociale huursector zal hiervan de gevolgen ondervinden. De geschetste trends zullen onvermijdelijk doorwerken naar andere maatschappelijke sectoren. Voortzetting van het huidige beleid zal leiden tot een verdubbeling van de zorguitgaven naar 174 miljard euro. Van alle zorgsectoren stijgen de uitgaven aan de ouderenzorg het snelst. Uiteraard kunnen er onvoorziene situaties optreden, die van invloed zijn op de trends en prognoses. Die kunnen positief uitvallen, bijvoorbeeld als de wetenschap erin slaagt ouderdomsziekten te voorkomen of genezen, maar ook negatief bijvoorbeeld bij calamiteiten die een weerslag zullen hebben op de rijksbegroting. Feit is dat de prognoses van de VTV 2018 aansluiten bij de diverse visies over de toekomst van de verzorgingsstaat. Nederland heeft een van de beste zorgsystemen ter wereld en deskundigen menen zelfs het beste. De geschetste mogelijke financiële druk op de rijksbegroting, zal onvermijdelijk leiden tot maatschappelijke spanningen. De reorganisaties en sluiting van ziekenhuizen in 2018, leidden tot massale protesten. Begrijpelijk, want onze goede zorg is een groot goed en verworvenheid. Wat ik in de discussie vaak miste, waren de conclusies op basis van door de overheid uitgevoerd onderzoek die ik hiervoor aanhaalde. In een recent televisieprogramma werden de toekomstige zorgproblemen uitvoerig belicht. Door diverse deskundigen werd verwoord dat de zorg de komende decennia anders moet worden ingericht en georganiseerd. Bij mijn weten zijn deze prognoses nog niet weerlegd. (7). Het is evident dat dit ook een enorme weerslag zal hebben op de woningmarkt en de sociale huursector in het bijzonder. De samenleving als geheel en individuele burgers kunnen aan dat omslagproces een constructieve en creatieve bijdrage leveren. In een snel globaliserende wereld zal er onvermijdelijk een herschikking komen van de rijksbegroting. De kosten van het halen van de klimaatdoelen zijn nog niet bekend, verhoging van de bijdrage aan de NAVO naar 2% zal miljarden euro’s gaan kosten, het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie zal ook gevolgen hebben voor de schatkist. Als ik aan deze bijdrage werk wordt duidelijk dat veel pensioenfondsen onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad zitten en de komende jaren zo goed als zeker moeten korten. De effecten van deze ontwikkeling zullen ook merkbaar worden in de sociale huursector. Het is goed dat burgers en senioren in het bijzonder hun stem laten horen.

Ik stel met nadruk dat deze publicatie mijn persoonlijke visie bevat en een bijdrage is aan het maatschappelijk debat dat momenteel gaande is over de kernonderwerpen die ik belichtte. Indien er feitelijke onjuistheden in staan, zou ik daar gaarne kennis van nemen, want uiteindelijk is het leven één groot leerproces.

 

Slotoverweging ter bezinning: Ondersteund door het Marshallplan en het European Recovery Program (ERP), begon de generatie die voor de oorlog was geboren aan de wederopbouw van ons land. Door hun inzet en doorzettingsvermogen werd het fundament gelegd voor de moderne verzorgingsstaat. In 1950 bedroeg de wereldbevolking 2,5 miljard mensen, in 2005 6,5 miljard en de mensheid stoomt volgens prognoses op naar ongeveer 9,5 miljard in 2050 (cijfers Wikipedia). Gestimuleerd door het gunstige economische klimaat dat ontstond en ontdekking van de Groningse gasvelden, werd in de decennia die volgden op de Wederopbouw, door de babyboomgeneratie de zorgeloze verzorgingsstaat opgetuigd. Het woord zorgeloos verdient wel een nuance, want altijd zijn er burgers geweest die de welvaartsboot misten en dat zal zo blijven. In deze publicatie heb ik getracht aan te geven dat we ons als mensheid op een omslagpunt bevinden. Talrijk is het aantal uitdagingen waarvoor de mensheid staat. Talrijk is ook het aantal onzekerheden dat ons wacht. Niet alles is maakbaar, de wetenschap heeft ook beperkingen en het Centraal Plan Bureau kan niet alles doorrekenen vanwege de complexiteit en de grensoverschrijdende aspecten van de uitdagingen die ons wachten. Factoren als menselijk egoïsme en eigenbelang, blijken in de praktijk vaak duurzame en rechtvaardige oplossingen in de weg te staan. Dan kom je terecht bij de ethische en levensbeschouwelijke aspecten. Het is goed om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en aan zelfonderzoek te doen. Alleen door een gezamenlijke inspanning en optimale communicatie kan de verzorgingsstaat overeind blijven!

9.Bronnen:
1.’Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, hoofdstuk 9 onder 9.2. M.J. de Jong en R. van Schoonhoven. Uitgave Spectrum / Aula, 1992.
2.’De verzorgingsstaat herwogen’. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Amsterdam University Press, hoofdstuk 3 Globalisering en de verzorgingsstaat. Amsterdam 2006.
3.’Christenen en de welvaartsmaatschappij’ 1996 en ‘Een Golf van Geweld’ 1999. Jaap Spaans. Eerste exemplaar uitgereikt aan burgemeester Deetman van Den Haag.
4. ‘Noorwegen heeft een oliefonds tikt met inmiddels meer dan 1 biljoen dollar.
5. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord. Persbericht CPB, 22/1/2019 en ‘Wereldhandelsmonitor’ met Wereldwijde ontwikkelingen in internationale handel en industriële productie. CPB, november 2018:
6.Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, onderwerpen ‘Ouderdomsziekten’ en ‘Zorguitgaven’. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
7.’Ouderenzorg. De taboes op tafel’. Avro/Tros, 21/1/2019.

Overige geraadpleegde bronnen:
‘Monitor Investeren in de toekomst. Ouderen en langer zelfstandig wonen’. Eindrapport 18/4/2017. Rigo, In Fact, Q Delft. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
–World Economic Forum ‘The Global Risks Report 2018 13th Edition’.
–‘Op weg naar een Weerbare Open Samenleving’. Studie in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Utrecht, November 2018. Diverse auteurs.
–‘Verhuurbaarheid seniorenwoningen. Publieksversie’. Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg Auteur Henk Nouws. April 2015.
–Integraal Veiligheids Plan 2019-2022 van de gemeente Hoogeveen (komt nog in debat in de gemeenteraad) onder 3.2 punt 7: ‘Van de inwoners van Hoogeveen ervaart 8% veel sociale overlast in 2017. De overlast bestaat dan uit rondhangende jongeren, drugsgebruik of drugshandel en dronken mensen op straat.
–Persbericht woningcorporatie Woonconcept. ’Woonconcept zet veiligheid voorop’.

10. Foto’s/Illustraties: Jaap Spaans m.u.v. © Omslag ‘De Verzorgingsstaat herwogen’: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Rechten foto gebouw van De Nederlandse Bank, © DNB. Gebruik EU-logo is onder voorwaarden vrij en toegestaan.

-TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid

Het is aan te bevelen om voor het lezen van onderstaande publicatie 2 columns te lezen die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad en de Justitiekrant AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999 en  RecensiesPublicatiesGeweldsboek1999Justitiekrant

Op 17 januari 2019 publiceerde de Politie een nieuwsbericht met cijfers over dalende criminaliteit, die een positieve invloed zouden hebben op het veiligheidsgevoel van burgers. Opvallend was de kanttekening die in het nieuwsbericht werd geplaats over de zogenaamd ‘onzichtbare criminaliteit’. Criminaliteit die wel plaats vindt maar dus niet wordt geregistreerd. Die nuance voedt bij mij de twijfel over dat groeiende gevoel van veiligheid, dat gebaseerd is op cijfers over geregistreerde criminaliteit. Ik vang juist veel signalen op van burgers, die vinden dat er in ons land sprake is van een handhavingstekort en die zich juist minder veilig zijn gaan voelen (1). Ligt de waarheid misschien in het midden?

Handhavingstekort
Rechtshandhaving is zo’n breed begrip, dat het onmogelijk is alle facetten in één publicatie te belichten. Daarom beperk ik mij tot de vraag of er een handhavingstekort is en hoe het is gesteld met de veiligheid. Regelmatig vertolken de media de mening van burgers, dat er in bepaalde sectoren in ons land onvoldoende toezicht is op de naleving van wetten. Een zorgelijke ontwikkeling die de rechtsstaat kan ondermijnen. Overheidsbezuinigingen, de privatisering van inspectiediensten en de reorganisatie bij de politie zijn enige factoren die kunnen bijdragen aan een handhavingstekort. Maar ook externe, vaak grensoverschrijdende oorzaken, kunnen een rol spelen zoals georganiseerde misdaad, terreurdreiging, demografische veranderingen, migratie en cybercriminaliteit. In onze snel digitaliserende en complexer wordende samenleving, leert de praktijk dat cyberdelicten die worden gepleegd vanuit het buitenland, moeilijk zijn op te sporen en te vervolgen en veel tijd, geld en energie vergen. De opsporing vereist specialistische kennis en beschikbaarheid van goede middelen. Daarnaast is optimale communicatie en afstemming met buitenlandse diensten en overheden cruciaal. In deze en de volgende publicatie beperk ik mij tot criminaliteit die te maken heeft met veiligheid zoals geweldsdelicten, overlast en vandalisme en dan met name als die is gericht op kwetsbare groepen als gehandicapten, kinderen en ouderen. Die afbakening is noodzakelijk omdat ‘veiligheid’ een breed begrip is. Sociale veiligheid is wat anders dan voedselveiligheid, verkeersveiligheid of veiligheid in de zorg. Deze begrippen kunnen elkaar wel overlappen. Aan het handhavingstekort in het kader van bijzondere wetten wijd ik in de toekomst een afzonderlijke publicatie. Na mijn politietijd werkte ik vele jaren voor een inspectiedienst, maar die handhavingssector is door privatisering en reorganisaties zo veranderd, dat een speciale publicatie gewenst is.

Wat is Veiligheid?
Veiligheid is een relatief begrip. Er bestaan veel definities variërend van ‘afwezigheid van gevaar of risico’s’ tot ‘bescherming’, ‘zekerheid’. Een allesomvattende definitie is er bij mijn weten niet. Veiligheid hangt ook af van iemands persoonlijke situatie en beleving. Als vanuit de politie, justitie of het CBS een persbericht wordt gelanceerd dat Nederland veiliger geworden is, wordt in de regel bedoeld dat er sprake is van minder (geregistreerde) criminaliteit. Ik plaats vanuit mijn achtergrond en ervaring kanttekeningen bij dergelijke cijfers, die vaak klakkeloos worden overgenomen door media. Neem bijvoorbeeld de volgende citaten uit een persbericht van het CBS: ‘De geregistreerde criminaliteit is in 2016 opnieuw gedaald: er werden door de politie minder misdrijven geregistreerd en minder verdachten aangehouden dan het jaar ervoor. Deze daling werkt door in nagenoeg de hele strafrechtelijke keten, waar onder andere politie, Openbaar Ministerie en De Rechtspraak toe behoren’ (citaat) . Verderop in de tekst volgt ook hier de nuance. ‘Een belangrijk deel van de omvang van de criminaliteit blijft buiten het beeld van de huidige registraties. Zo is de aangiftebereidheid laag, wordt maar een klein deel van de cybercriminaliteit meegeteld en wordt in de slachtofferenquêtes alleen gevraagd naar veel voorkomende vormen van (cyber)criminaliteit. Verder laat ondermijning zich nog niet vertalen in cijfers. Het gaat vaak om slachtofferloze delicten’ (citaat). Er wordt voor de nuance wel bij vermeld, dat het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) momenteel onderzoek laat verrichten naar dit fenomeen (2). Zelf denk ik dat de huidige geregistreerde gegevens niet representatief zijn voor de feitelijke maatschappelijke situatie. In de tijd dat ik in de zeventiger jaren werkzaam was bij de surveillancedienst van een politiekorps, was de aangiftebereidheid groter dan nu. Probleem is dat er onvoldoende zicht is op datgene wat buiten de registraties valt, door de politie aangeduid als ‘onzichtbare criminaliteit’. Aangetoond is dat de politie onderbezet is, prioriteiten moet stellen en dat dit een van de redenen is dat veel aangiftes niet worden opgenomen of dat door het systeem ontmoedigde slachtoffers afzien van het doen van aangifte. Dat geldt bijvoorbeeld voor huiselijk geweld, ernstige vormen van overlast, bepaalde vormen van diefstal, cybercriminaliteit etc.. Ik denk dat de criminaliteitscijfers beduidend hoger liggen dan de statistieken uitwijzen, maar ook dat er een sterke groei is van ernstige criminaliteit waarmee we dagelijks via de media worden geconfronteerd. Misdrijven als liquidaties, gewapende overvallen, diefstal onder verzwarende omstandigheden hebben een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers. Met name met betrekking tot kwetsbare groepen burgers is er een ander belangrijk aspect dat vaak onvoldoende wordt meegewogen: ‘GEVOELSVEILIGHEID’. Reden genoeg om dat begrip nader te belichten.

Gevoelsveiligheid
Het begrip gevoelsveiligheid is een woordspeling op het woord ‘gevoelstemperatuur’, dat bijvoorbeeld aangeeft dat het voor het gevoel kouder is dan de thermometer aangeeft. Bij gevoelsveiligheid ervaren burgers, dat het onveiliger is in de samenleving dan de geregistreerde feiten aangeven. Bij temperatuurmetingen kun je nog stellen dat die gebaseerd zijn op (geijkte) apparatuur. Bij registraties die met veiligheid en criminaliteit te maken hebben is, gelet op de criminele cijfers die in de statistieken buiten beschouwing zijn gelaten, sprake van een leemte bij de registratie. Om dit te veranderen is effectievere registratie noodzakelijk, maar nog belangrijker is dat drempels die van invloed zijn op de aangiftebereidheid worden verlaagd. Uit signalen die ik vanuit de omgeving opvang en berichtgeving in de media, durf ik de conclusie te trekken dat de gevoelsveiligheid afneemt. Onlangs las ik een publicatie in een dagblad, waaruit euforie sprak over de afname van de geregistreerde criminaliteit. Toen ik de bewuste krant doornam op slecht nieuws zoals criminaliteit, bleek dat van een euforie nauwelijks sprake kon zijn vanwege de overdaad aan slecht nieuws in hetzelfde dagblad, onder andere over criminaliteit en veiligheid. Op 11 en 12 januari 2019 nam ik de proef op de som en bestudeerde een lokale en regionale krant op nieuws in relatie tot veiligheid en criminaliteit. Regionale media hebben vaak een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers, omdat het zich afspeelt in de directe leefomgeving. Ik las onder andere: ‘Een onder verdachte omstandigheden uitgebrande taxi’, ‘Een containerbrand die oversloeg zonder dat de oorzaak bekend is’, ‘ Verkopers van een energiebedrijf die langs de deuren gaan om via misleidende informatie contracten af te sluiten’, ‘Verlenging van de GGZ Spoedpoli voor opvang van verwarde personen die een risico vormen voor de omgeving’, ‘Bestelling van dure horloges bij onlineshoppen, door iemand die identiteitsfraude pleegde’. Het is slechts een kleine greep uit het vele slechte nieuws die dag. Enige dagen later werd met het slachtoffer van de containerbrand een uitgebreid interview gehouden. Daarin worden de schrijnende gevolgen beschreven, zoals veel materiele schade en het feit dat ze nog leven danken zij een buurvrouw die door de brand wakker werd en hen tijdig kon waarschuwen (3). In televisieprogramma’s als het Journaal, Opsporing Verzocht en Hart van Nederland worden burgers dagelijks geconfronteerd met indringende beelden en filmpjes over zware criminaliteit zoals straatroof met ernstige mishandeling, brandstichting en laffe overvallen op bejaarden in hun woning en gehandicapten. Delicten waarbij kwetsbare burgers niet worden gespaard. Integendeel, zij vormen vaak juist een doelwit vanwege hun gebrek aan weerbaarheid. Dergelijke indringende beelden roepen veel woede en emoties op en kunnen het veiligheidsgevoel sterk beïnvloeden. Ook agressie en geweld tegen handhavers en hulpverleners is een snel toenemend maatschappelijk probleem. Hoe hoog emoties kunnen oplopen bleek in dat verband wel uit de uitspraak van premier Rutte, dat hij de raddraaiers die hulpverleners belagen ‘het liefst allemaal persoonlijk in elkaar zou slaan’. Een begrijpelijke emotie, maar een premier kan dergelijke uitspraken beter mijden. Een handhavingstekort ontstaat immers mede door overheidsbeleid als reorganisaties en bezuinigingen. Van een premier mag je verwachten dat hij weet dat het spelen van eigen rechter grote juridische problemen kan opleveren voor betrokkenen. De rechter zal achteraf immers per geval en situatie beoordelen of er sprake is van noodweer (Artikel 41 Wetboek van Strafrecht).  In mijn boek Een Golf van Geweld (4) heb ik de emoties die er kunnen zijn na ernstige geweldsdelicten beschreven. Ik heb er tevens aandacht aan besteed in twee publicaties in het Algemeen Politieblad en De Justitiekrant (5).

Leefbaarheid wijken onder druk
Deze publicatie is de inleiding op een publicatie op mijn website over de leefbaarheid in de sociale huursector, waarin ik heb toegezegd mij te verdiepen in de veiligheidssituatie van burgers als kwetsbare ouderen en gehandicapten (6). Gevoelsveiligheid speelt daarbij een cruciale rol. Waarom kiezen mensen met een beperking of kwetsbare senioren voor een rustige dan wel beschermde woonvorm. Veiligheid is daarbij een belangrijke factor. In vervolgpublicaties zal ik aandacht besteden aan de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van criminaliteit, maar ook aan onderwerpen als ‘het geweldsmonopolie van de overheid’ en ‘de invloed van groepsdynamiek op overlast en criminaliteit’.

Foto’s: Jaap Spaans. Tijdens mijn politiewerk in de Randstad (1974), hulpverlening tijdens 112-dag Hoogeveen, uitreiking van mijn boek ‘Een Golf van Geweld aan de Haagse burgemeester Deetman (1999). 

Bronnen
1.’Misdaadcijfers verder gedaald’. Nieuwsbericht op Politie.nl, 18/1/2019
2.’Verdere daling geregistreerde misdrijven en verdachten’. Nieuwsbericht Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 9/10/2017. Criminaliteit en rechtshandhaving 2017. Cahier 218-19, pagina 9 onder 1.2 Kanttekening bij de duiding van de cijfers. Gezamenlijke uitgave van het WODC, CBS en De Rechtsspraak. ‘Onafhankelijk WODC geen prioriteit’. NRC.nl, 15/1/2019.
3.’We hadden een engel op onze schouder’. De Hoogeveensche Courant, 16/1/2019.
4.’Een golf van geweld’. Jaap Spaans, 1999. Eerste exemplaar uitgereikt aan de toenmalige burgemeester van Den Haag dhr. Deetman.
5.‘Geweld’. Gastcolumn Algemeen Politieblad, maart 1999. ‘Effectieve aanpak geweld vraagt om speciale staatssecretaris’. Publicatie Justitiekrant 19 maart 1999. Opiniestuk ‘Gevoelsveiligheid’, Jaap Spaans. Het Zoeklicht, 88e jaargang nummer 9.
6.‘TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector’. Website Jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’.

–Postuum: Vraag aan Baruch Spinoza

Ik was 15, woonde in Voorburg en zat op een christelijke MULO. Muziek was mijn leven in die tijd en met vrienden ging ik wekelijks naar optredens van Haagse bands. Den Haag was in die tijd de bruisende ‘place to be’ als het om popmuziek ging, met veel gerenommeerde bands. Ik speelde zelf in een (onbekend) bandje, nadat ik een elektrische gitaar kon aanschaffen door een krantenwijk te lopen en in de vakanties te werken in de parfumeriegroothandel van mijn zwager aan het Groenewegje in Den Haag. Zonder het op dat moment te beseffen, ontstond daar mijn interesse voor de begaafde Nederlandse filosoof Baruch Spinoza. In de kelder van mijn werkplek heb ik vele duizenden parfumflesjes gevuld. Om even aan de indringende parfumlucht te ontsnappen, had ik tijdens de middagpauzes de gewoonte te wandelen naar het op een kilometer afstand gelegen centrum van Den Haag. Ik liep via de Paviljoensgracht met standbeeld van Baruch de Espinoza (Spinoza) en de voormalige synagoge in de Wagenstraat schuin tegenover De Bijenkorf. Ik realiseerde mij op dat moment niet waar Spinoza als filosoof voor stond. Ik was jong en had het te druk met andere onderwerpen dan filosofie, levensbeschouwing of ideologie. Wel nam ik met een op dat moment onverklaarbare gretigheid de informatie op over de vooroorlogse Joodse buurt van Den Haag, die grensde aan de Paviljoensgracht. Toen ik in 1966 naar Canada emigreerde en in Montreal en andere steden werd geconfronteerd met omvangrijke Joodse gemeenschappen, zette dat mij verder aan het denken. De sluimerende indrukken en jeugdervaringen begonnen pas echt te ontkiemen, nadat ik decennia later werd bepaald bij de filosofische visie van Spinoza. In 2017 bracht ik weer een bezoek aan het Groenewegje en de Paviljoensgracht met het kleine huis waar hij woonde, werkte en uiteindelijk ook overleed. Op dat moment begon de geschiedenis te leven en werden existentiële levensvragen die mij al langer bezig hielden, versterkt. Er kwamen ook vragen bij mij op, die ik aan het eind van deze publicatie formuleer, in het besef dat ik de antwoorden nooit zal krijgen. Toch neem ik de vrijheid die te formuleren, omdat ik weet dat het onderwerp ook anderen bezig houdt. En waarom ook niet? Onlangs las ik dat er postuum een ‘interview’ met Spinoza was gehouden over het onderwerp ‘klimaatverandering’ waarin hem de vraag werd gesteld hoe het komt dat de mens niet in staat is het tij te keren (1).

Baruch Spinoza

Baruch Spinoza werd op 24 november 1632 in Amsterdam geboren uit Portugees-Joodse ouders, die Portugal ontvluchtten voor de Inquisitie. Zijn voornaam betekent in het Hebreeuws ‘Gezegend’. Hij wordt later Benedictus (Gezegend in Latijn) de Spinoza genoemd, maar ik gebruik bij voorkeur de naam Baruch Spinoza. Hij kreeg zijn opleiding in de synagoge en later in de school van de protestantse leraar Franciscus van den Ende, beiden in Amsterdam. Spinoza wordt door velen beschouwd als de grootste filosoof van het rationalisme. Hij baseerde zijn filosofie op wiskundige beginselen over onder andere het wezen van God en de natuur, tot en met menselijk geluk. Al vroeg ontstaan er diepgaande meningsverschillen met de rabbijnen. Spinoza ziet de Torah (de 5 boeken van Mozes) als een vrucht van de menselijke fantasie, die onmogelijk Gods wet kan bevatten. Volgens hem zijn God en de wetten van de natuur hetzelfde. In zijn visie was geen plaats voor een uitverkoren volk of profetische visie. De geschillen lopen hoog op en leiden tot een climax als hij wordt verbannen uit de synagoge. In de jaren die volgen zijn er ook scherpe debatten en polemieken met protestantse theologen en leraren. Naast schrijven moet hij de kost verdienen als slijper van lenzen. Belangrijke werken van Spinoza zijn Tractatus Theologico-politicus (1670) en Ethica (1677). Na een tweejarig verblijf in Rijnsburg, woont hij van 1666 tot 1669 in een klein huis aan de Kerkstraat in mijn geboorteplaats Voorburg. Daar heeft hij regelmatig contact met de sterrenkundige Christiaan Huygens, in wiens opdracht hij lenzen slijpt en dat volgens bronnen voortreffelijk doet. Regelmatig moet hij de woning van Huygens, de prachtige buitenplaats Hofwijck, hebben bezocht. Dat geloofskwesties hem daar blijven achtervolgen, blijkt wel uit het feit dat hij via anderen betrokken raakt bij een rel over de aanstelling van een nieuwe predikant (2). Zowel de buitenplaats Hofwijck, de Kerkstraat met kerk in Voorburg en de aangrenzende Herenstraat zijn bekende plaatsen uit mijn jeugd. Ik werd als kind gedoopt in de Oude Kerk. Begin september 1669 verhuist Spinoza van Voorburg naar Den Haag. Zijn broze gezondheid wordt beschreven als een van de redenen voor de verhuizing. Aan de Paviljoensgracht in Den Haag leidt hij een sober, werkzaam en uiterst productief leven. Hij wordt diep geraakt door de wraakzuchtige moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in Den Haag op 20 augustus 1672. Op 21 februari 1677 overlijdt Baruch Spinoza, 45 jaar oud, in zijn woning aan de Paviljoensgracht aan een longziekte (zie fotocollage). Jarenlange blootstelling aan glaspoeder veroorzaakt door het slijpen van lenzen, zou een van de oorzaken zijn. Pas na zijn dood wordt zijn belangrijkste werk de Ethica gepubliceerd. Tijdgenoten omschrijven Spinoza als zachtmoedig en bescheiden. In de tuin van de Nieuwe Kerk in Den Haag is een grafmonument voor hem opgericht, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat er verschil van mening bestaat over het feit dat hij daar begraven is. In 1958 werd het monument tijdens een staatsbezoek bezocht door David Ben Gurion, de eerste premier van Israël en een groot bewonderaar van Spinoza. Op zijn verzoek is op het monument een zwarte basaltsteen uit Galilea aangebracht met de tekst ‘AMCHA’ (UW VOLK). Ik leg het uit als een daad van verzoening, waarmee de Israëlische premier tevens aangaf dat hij Spinoza nog steeds als Jood beschouwt, ondanks de ban (Cherem). Regelmatig klinkt overigens vanuit de samenleving de roep om de ban op te heffen (3).

Begaafd, zachtmoedig, sober en bescheiden

Tijdens mijn bezoek aan de Paviljoensgracht in Den Haag op een zonnige dag in 2017 stond ik minutenlang in gedachten verzonken op de plaats waar Spinoza woonde, werkte en stierf. Daarna bezocht ik de Nieuwe Kerk in Den Haag met het grafmonument. Ik ben geen filosoof of spinozakenner in de zin dat ik al zijn werken gedetailleerd heb bestudeerd. Naast zijn grote begaafdheid en filosofische inzichten, zie ik hem ook als iemand die een zekere mystiek had en regelmatig in conflict kwam met zichzelf en de wereld om hem heen. Gelet op zijn zachtmoedigheid, soberheid en bescheidenheid schat ik hem in als een gevoelsmens. Ik sluit niet uit dat naast het veelvuldig inademen van slijpsel van lenzen, ook de slopende en afmattende debatten en polemieken over levensbeschouwing zijn gezondheid kunnen hebben beïnvloed. Uit persoonlijke ervaring weet ik hoe afmattend felle discussies en polemieken over levensbeschouwing (en ideologieën) kunnen zijn. Ook de vroege omgeving van Spinoza kan een rol hebben gespeeld bij zijn fysieke kwetsbaarheid. Op zijn zesde overleed zijn moeder en toen hij tweeëntwintig was zijn vader, die zelf al drie vrouwen en vier van zijn kinderen had begraven. Dergelijke tegenslagen kunnen een grote impact hebben op een mens. Hoewel hij afstand had genomen van de orthodoxie, was hij een diep religieus mens gebleven. Ten aanzien van zijn visie op geld en hebzucht raakte mij de volgende zinsnede: ‘Het is duidelijk: de ware wijsgeer is sober, ingetogen, vrij van de drift geld op geld te stapelen (citaat 4). Wat mij daarbij intrigeert is zijn Joodse afkomst en daarmee houdt ook de vraag verband die ik anno 2019 postuum formuleer. Voor persoonlijke bezinning en ter lering, maar wel vanuit het besef dat ik nimmer antwoord zal krijgen.

Postume vraag aan Baruch Spinoza

Spinoza moet ongetwijfeld hebben geweten en wellicht ook ervaren, wat antisemitisme is. Veel is er niet over vermeld. Zijn vader Michael De Spinoza zou wel hevig hebben geleden over de vervolging van zijn geloofsgenoten in Spanje en Portugal. Europa heeft een lange antisemitische traditie. De gele kenmerken, zoals de latere gele Davidsster, hebben hun oorsprong in Europa. Sinds 1100 vonden er antisemitische uitbarstingen plaats rond de eerste kruistochten. Veel Joden waaronder de familie van Spinoza, vluchtten in de Middeleeuwen vanuit Spanje en Portugal naar ons land vanwege het tolerante klimaat hier. Omdat antisemitisme zo hardnekkig en repeterend is en zo’n lange periode omvat, is kennis van de geschiedenis belangrijk. Rond 1600 telde de wereld ongeveer 550 miljoen inwoners. Hoewel ik geen exacte cijfers kon vinden, schat ik op persoonlijke titel dat het aantal Joden op de wereld toen ongeveer 10 miljoen bedroeg, ongeveer 2% van de wereldbevolking. Anno 2019 zijn er wereldwijd ongeveer 14 miljoen Joden, waarvan er 6 miljoen in Israël wonen. Op een wereldbevolking van ruim 7 miljard is dat 2 promille oftewel tweeduizendste. Op grond van rationele gronden als geografie, demografie en aantallen is antisemitisme naar mijn mening niet rationeel verklaarbaar. Omdat Spinoza de ratio zo hoog in het vaandel heeft staan, is dat opmerkelijk. Zelf kan ik het antisemitisme rationeel niet plaatsen en alleen begrijpen vanuit mijn levensbeschouwing, waarin de geschiedenis van het Joodse volk een belangrijke factor is. In de eeuwen na de dood van Spinoza gebeurt er onvoorstelbaar veel. Joden zijn massaal slachtoffer van gruwelijke pogroms, vervolgingen en er ontstaat gettovorming. In Frankrijk is de Dreyfuss-affaire, waarbij een Joodse officier onterecht werd beschuldigd van hoogverrraad, slechts het topje van de ijsberg. Onder Joden ontstaat een groeiende behoefte aan een veilig thuisland. Er vinden twee gruwelijke wereldoorlogen plaats. Tragische climax is de systematische poging door een staat om, met collaborerende medewerking van bezette overheden en burgers, het Joodse volk te vernietigen: de Holocaust. Afschuwelijke omstandigheden waarbij overheden niet in staat bleken kwetsbare burgers te beschermen en die hebben geleid tot de oprichting van de onafhankelijke staat Israël op 14 mei 1948 (5). Hoe verhoudt zich dat tot de visie van Spinoza op de staat die toch zijn burgers dient te beschermen? In het verlengde daarvan is er de vraag, hoe de politieke visie van Spinoza zou zijn op een snel globaliserende wereld en de status en werkwijze van een supranationaal politiek orgaan als de Verenigde Naties (VN). Een beeld in de Beeldentuin van de VN van een krijger die zijn zwaard slaat tot een ploegschaar fascineert mij. Het beeld is een geschenk van Rusland aan de VN en symboliseert een veel in VN-verband gebruikte en aan de Bijbel ontleende spreuk, dat eens de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen (6). Is het in het licht van de geschetste context van groeiend antisemitisme en ernstige conflicten op veel plaatsen in de wereld rationaal, dat uitgerekend het geografisch en demografisch nietige Israël het meest veroordeelde land is in VN-organisaties als de Mensenrechtenraad? Tenslotte: Hoe zou de ontmoeting zijn verlopen tussen Baruch Spinoza en David Ben Gurion de eerste premier van Israël, die het als zijn plicht zag de op jonge leeftijd in Den Haag overleden filosoof te laten weten dat die ook behoorde tot zijn volk. Heb ik het mis als ik denk en hoop dat ze elkaar de hand zouden toesteken of wellicht omhelzen? David Ben Gurion zou Baruch Spinoza ongetwijfeld hebben uitgenodigd voor een bezoek aan Israel om diepgaand van gedachten te wisselen. AMCHA!

Foto’s: Wagon in Auschwitz Trees Kim. Jaap Spaans: collage huisje en standbeeld aan de Paviljoensgracht waar Spinoza woonde, werkte en stierf , de voormalige synagoge in de Wagenstraat te Den Haag (thans moskee), de Kerkstraat in Voorburg (met Oude Kerk) waar  Spinoza woonde, zwarte basaltsteen met tekst AMCHA op het grafmonument bij de Haagse Nieuwe Kerk,  

Bronnen
1. Filosofie Magazine. Dode Denkers. Postuum interview met Baruch Spinoza: ‘Klimaatverandering is geen verstoring van de natuur’. Ruben Endendijk en Michiel Zonneveld
2. ‘Spinoza. Een leven volgens de rede’, pagina 221 en 350. Margaret Gullan-Whur. Uitgave Lemniscaat BV Rotterdam, 2000. ‘Spinoza in 90 minuten’. Paul Strathern. Uitgeverij Holland Haarlem, 1998.
3. ‘In godsnaam, vernietig de ban op Spinoza’. Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW-online), 11 december 2015. ‘The Curious Case of Benedict Spinoza’. Kanttekeningen bij de laatste rustplaats van Spinoza. The Jewish History Channel, December 10 2009.
4. ‘Spinoza’ (biografie), pagina’s 44 en 168. Theun de Vries. Uitgave De Prom, 1991. ‘Spinoza Ethica’. Han van Ruler & Corrina Vermeulen. Uitgave Nederlandse editie Boom Amsterdam, 2012
5.‘En zij werden verstrooid onder alle volken. De geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak. Werner Keller. Uitgeverij La Riviere & Voorhoeve N.V. Zwolle
6. Jesaja 2:4 en Micha 4:3.

Overige geraadpleegde bronnen
–‘Spinoza leert ons vrij te zijn’. Filosofie Magazine, februari 2012.
–De volgende websites zijn bezocht: Hofwijck.nl, Website Filosofie.nl, joodserfgoeddenhaag.nl/spinoza, spinozahuis.nl, ha-historion.blogspot.com, worldhistorysite.com, Wikipedia.com

-Concentraties van erfelijke ziekten

In de tweede week van september 2018 hield het Prinses Beatrix Spierfonds (PBS) de actie ‘Collecteren tegen spierziekten’. Een actie die ik van harte ondersteun. Er zijn ongeveer 600 spierziekten en veel ervan zijn erfelijk. Bekende voorbeelden zijn myotone dystrofie (MD), de ziekte van Duchenne en SMA. Wie met een spierziekte in de omgeving te maken krijgt, weet hoe ernstig de impact kan zijn op de patiënt en de omgeving. Een ziekteproces kan snel en heftig verlopen, maar ook langdurig en slopend zijn. Omdat erfelijkheid vaak een rol speelt, hebben spierziekten een grote weerslag op individuen, gezinnen maar ook families. Door wetenschappelijk onderzoek en uitwisseling van informatie wordt steeds meer bekend over de genetische aspecten, waardoor nieuwe inzichten ontstaan over oorzaken, verloop en behandeling.

MD in Saguenay Canada

MD wordt gekenmerkt door het onvermogen tot relaxatie van spieren (myotonie) en door progressieve spierzwakte. Het is een multisysteem ziekte die ook organen aantast waardoor bijvoorbeeld hartritmestoornissen en maagdarmklachten kunnen ontstaan. Ook mentale retardatie kan voorkomen, vaak als de moeder draagster is. Per generatie neemt de ziekte in ernst toe (anticipatie). MD komt in ons land naar schatting voor (prevalentie) bij 10/100.000. Een huisarts met een praktijk van 2350 patiënten zal in dertig jaar werken gemiddeld drie patiënten met MD zien (1). Er zijn echter uitzonderingen, zoals in de Canadese plaats Saguenay (Franstalig Quebec). Sociologisch onderzoek wees uit dat daar de prevalentie 10/7450 is, 30 tot 60 keer hoger dan de mondiale cijfers. Met behulp van computertechnologie konden onderzoekers de achtergronden analyseren, zoals familiegeschiedenissen. Canada is een emigratieland en rond 1840 kwamen door een emigratiestroom tussen 57 en 77 MD-patiënten naar de regio Saguenay. In combinatie met hoge geboortecijfers, een geografisch isolement en minder mobiliteit kon de ziekte uitbreiden (2). Dergelijke praktijksituaties zijn belangrijk voor wetenschappers om meer inzicht te krijgen in MD en erfelijkheid in het algemeen. Naast medische aspecten werd ook onderzoek verricht naar de psychosociale omstandigheden. Daaruit bleek dat 2 van de 5 gezinnen (42%) onder de armoedegrens leefden. Na het veertigste levensjaar bleek een aanzienlijk deel van de patiënten arbeidsongeschikt en leefde in achterstandsgebieden. Afhankelijk van de welvaart in een land en de kwaliteit van de zorg, komen psychosociale problemen regelmatig voor bij patiënten met MD. Wat ik uitermate betreur is dat deze aspecten van een ziekte weliswaar in veel studies en publicaties worden vermeld, maar naar mijn mening onvoldoende worden onderzocht en uitgediept. Ik merk zelfs dat discussies erover worden gemeden en men vaak in de ontkenning of verdediging schiet. Een conclusie die ik overigens baseer op persoonlijke ervaringen. Ik denk dat schaamte en emoties als verdriet en angst daarbij een rol spelen.

Concentraties erfelijke ziekten

Naar mate de genetische en medische inzichten voortschrijden, wordt duidelijk dat geografische, demografische en sociale factoren een rol kunnen spelen bij de risicobepaling voor erfelijke aandoeningen. Ik zal dat met enige voorbeelden onderbouwen. In 2004 werden onderzoeksresultaten bekend, waaruit bleek dat een bepaalde vorm van de hartaandoening hypertrofische cardiomyopathie (HCM), vaker voorkomt onder afstammelingen van Friese doopsgezinde emigranten. Een andere hartafwijking komt vaker voor in de noordelijke provincies van ons land en Noord-Holland. De stofwisselingsziekte Tay-Sachs komt vaker vooronder Ashkenaziesche Joden dan de algemene bevolking. Mensen die het betreft kunnen voor een dragerschapstest terecht bij een aantal klinisch genetische centra. Nederland kent ook voorbeelden van erfelijke ziektes die bovengemiddeld voorkomen op lokaal niveau. Bekend zijn de Katwijkse ziekte, een erfelijke aandoening die tot hersenbloedingen kan leiden en de Volendamse ziekte, die maakt dat kinderen zwaar gehandicapt ter wereld komen. Daarbij speelt een rol dat veel van de dorpelingen afstammen van slechts zeven oerfamilies en er voortplanting plaats vindt binnen een beperkte gemeenschap. Dagblad Trouw publiceerde in 2017 een artikel dat de Volendamse ziekte aan het verdwijnen is uit Volendam, mede als gevolg van de mogelijkheden om te testen op genetische afwijkingen en vervolgens bij een kinderwens bijvoorbeeld te kiezen voor pre-implantatie genetische diagnostiek (3). Daarom is erfelijkheidsvoorlichting van groot belang, maar ook de discussie erover.

Erfelijkheid en geloof

Het onderwerp ‘erfelijkheid’ houdt mij al enige decennia bezig. In hoofdstuk 7 van een boek dat ik erover schreef, heb ik op basis van algemene ethische principes een aantal kanttekeningen geplaatst bij de ontwikkelingen op het gebied van genetica (4). Ik moet eerlijk bekennen dat mijn opvattingen sindsdien zijn verschoven, onder andere door het vele lijden dat bijvoorbeeld erfelijke spierziektes kunnen veroorzaken. Voortschrijdend inzicht in genetica is een ontwikkeling die niet te stoppen valt en christenen mogen de discussie erover dan ook niet mijden of negeren. Als dat wel gebeurt vervreemdt dat de kerk, die al geconfronteerd wordt met leegloop, verder van de samenleving en dat zou triest zijn. In 2004 schreef ik al dat de discussie over dit onderwerp achterblijft bij die in de brede samenleving. Maar tijden veranderen. Klinisch genetische centra hebben het drukker dan ooit. In iedere kerk, geloofsgemeenschap of andere organisatie van enige omvang zijn wel mensen te vinden, die direct of indirect met het onderwerp te maken hebben. Toch blijkt de discussie vaak ingewikkeld. Een fictief voorbeeld: in iemands voorgeslacht was er ruim een eeuw geleden een genetische mutatie, waardoor een ernstige erfelijke ziekte ontstond. De ziekte verspreidt zich vervolgens onder het nageslacht en een eeuw later wordt iemand in zijn kerk geconfronteerd met scherpe en kritische analyses over erfelijkheid, veelal geuit zonder kennis van genetica en vanuit een gebrek aan inlevingsvermogen. In de ‘eenzame’ strijd die mensen met een erfelijke aandoening vaak voeren, kan dit leiden tot emoties als verdriet, woede en boosheid. De situatie wordt nog complexer, nu de praktijk uitwijst dat ook bij psychische aandoeningen erfelijkheid een rol kan spelen. Gedegen theologische analyses daarover zijn helaas schaars.

Smartphoneverslaafd maar kritisch over erfelijkheid

Steeds meer mensen doen een beroep op de klinisch genetische centra in ons land, bijvoorbeeld voor preconceptioneel of prenataal genetisch onderzoek. Afhankelijk van de uitslagen kunnen daarbij indringende vragen opkomen over zingeving, geloof en ethiek. Naast kennis over het onderwerp is vooral een troostende arm om iemands schouder belangrijk. Ik verwacht dat onder christenen de betrokkenheid bij het onderwerp sterk zal toenemen. Ik baseer dat op de praktijk, maar ook op de resultaten van een enquête die ik in 2004 hield onder 100 representatieve christenen (zie elders op deze website). Wat mij soms opvalt in de opstelling van medechristenen die kritisch zijn over erfelijkheidsonderwerpen, is dat zij voorop lopen als het om andere wetenschappelijke of technologische ontwikkelingen gaat. Ik herinner mij een voorbeeld van iemand die mij na een spreekbeurt kritisch aansprak over een aspect van het onderwerp. Zelf stond zij erom bekend een aan verslaving grenzende focus op smartphones en games te hebben. Bij veel moderne maatschappelijke processen, zoals de huidige massale digitalisering, kunnen ook allerlei ethische kanttekeningen worden geplaatst, maar die worden in de regel weggewoven.

Ik stel met nadruk dat ik geen wetenschapper ben of medisch professional en mijn publicaties baseer op ervaringen en gedegen bronnenonderzoek. Bij vragen adviseer ik altijd een deskundige te raadplegen.

 

 

Foto’s/Illustraties: Collectemateriaal Prinses Beatrix Spierfonds. Boekomslag: Douglas Design

Bronnen:

  1. Informatie van Spierziekten Nederland o.a. ‘Myotone Dystrofie. Info voor de huisarts’, Myotone Dystrofie. Begeleiding en behandeling’ diverse auteurs. Uitgave Elsevier Gezondheidszorg 2000 ‘Long-term clinical and genetic studies in myotonic dystrofie’ en proefschrift van Christine de Die-Smulders. Uitgave: Universiteit van Maastricht, 2000.
  2. Abstracts/samenvattingen: ‘Spreading of the gene for myotonic dystrophy in Saguenay’ (Quebec), J Genet Hum, 1988. ‘Myotonic dystrophy in Quebec: geographical distribution and concept of genetic homogenity’, C. Laberge, 1989. Myotonic Dystrophy Steinert Disease Epidemiological data. Quebec Web Portal. Genealogical reconstruction of myotonic dystrophy in the Saguenay-Lac-Saint-Jean area’ (Quebec, Canada’), diverse auteurs. Neurology, 1990. ‘La dystrophie myotonique: I. Caractéristiques socio-économiques et résidentielles des malades’. Diverse auteurs, Le journal Canadien des sciences neurologiques’, 1989.
  3. ‘Hartafwijking voert terug naar M.Simons’, Ikontv, 9/2/2004. ‘Gen voor hartspierziekten te herleiden tot gezamenlijke Friese voorouder’. Persbericht UMCG, 9/11/2012. ‘Nieuw: Dragerschapstest voor aandoeningen binnen de Joodse gemeenschap’. Persbericht VUmc, 22/10/2015 en ‘Dragerschapstesten voor de Joodse gemeenschap’. Website Erfelijkheid.nl, 30/8/2018. ‘Volendamse ziekte verdwijnt uit Volendam’. Erfelijkheid.nl, 30/8/2018. ‘Erfelijkheid bij zeldzame aandoeningen’. Diverse auteurs. Afdeling Klinische Genetica, MUMC Maastricht, 2018.
  4. Christenen en erfelijkheid. Jaap Spaans. Oogstpublicaties Amsterdam, 2004. Het Placenta Mysterie. Jaap Spaans, eigen beheer. 2015. Boeken zijn niet meer leverbaar.