-De vergeten hongerkinderen uit de oorlog

Op 22 maart 2017 werd bij de Mariakerk (PKN) aan de Brink in het Drentse Ruinen een herdenkingsboom met plaquette onthuld. Daarmee wordt de dankbaarheid vertolkt van (honger) kinderen aan die gezinnen in Noord-Nederland, die tijdens de Hongerwinter 1944-1945 kinderen uit het Westen van ons land in huis namen. Door extreme koude en gebrek aan voedsel in het Westen, zouden veel kinderen zonder die hulp de Hongerwinter niet hebben overleefd. Tijdens de toespraken in de kerk was er, naast de mooie en indrukwekkende woorden, ook kritiek op de naoorlogse regeringen. Het probleem heeft in de geschiedenisboekjes niet de aandacht gekregen die het verdient. Twee aspecten raakten mij diep. Initiatiefnemer Dirk van Reenen was een van de 40.000 hongerwinterkinderen, die naar het Noorden van het land werden overgebracht. Hijzelf ontwikkelde daardoor later een oorlogstrauma, waarvoor hij zou worden afgekeurd. Een andere spreker gaf aan, dat we in onze welvaartsstaat niet meer weten wat het is om bijna te verhongeren.

Weer die oorlog?

Het is anno 2017 een veel gehoorde opmerking: ‘We moeten vooruit kijken en die Tweede Wereldoorlog maar eens vergeten’. Ik vind dat het getuigt van een naïeve en onjuiste zienswijze. Er is teveel strijd, oorlog en lijden in de wereld om de lessen van de geschiedenis te negeren. Begin mei herdenken we als bevolking de Tweede Wereldoorlog en alle gruwelijkheden die toen plaats vonden. In het voorgaande bericht schreef ik over de tragedie die plaats vond op ’s Heeren Loo in Ermelo, nadat 12 patiënten met een verstandelijke beperking waren opgepakt en via Westerbork vervoerd naar het vernietigingskamp Sobibor. Het is een psychologische realiteit, dat de gevolgen van WO2 door overdracht van generaties ook terecht kunnen zijn gekomen bij de nakomelingen van degenen die de oorlog hebben meegemaakt. Vanuit mijn persoonlijke levensloop zal ik daar een voorbeeld van geven.

Geëvacueerd uit Sperrgebiet Scheveningen-Duindorp

In 1942 woonden mijn ouders en hun twee dochters in het vissersdorp Scheveningen-Duindorp. Het lag pal aan de Noordzee, maakte deel uit van de Atlanticwall en werd vanwege strategische overwegingen door de bezetter tot Sperrgebiet verklaard. De bewoners moesten gedwongen evacueren naar andere plaatsen. Een ingrijpende stap voor een jong gezin. In Voorburg maakte het gezin een nieuwe start, maar ook dat proces zou ruw worden verstoord. In het najaar van 1944 werd de wijk waarin mijn ouders woonden volledig afgegrendeld. Bij de razzia die volgde werd mijn vader opgepakt en in het kader van de Arbeitseinsatz verplicht tewerk gesteld in Duitsland. Mijn moeder bleef alleen achter met haar inmiddels vier kinderen. Kort daarop begon de Hongerwinter en werden mijn twee oudste zusters ondergebracht bij gezinnen in het Noorden van het land. Gelukkig overleefden mijn moeder en de kinderen de oorlog en werden ze na de bevrijding met mijn vader herenigd. Hij sprak er weinig over, maar ik herinner mij wel dat hij eens vertelde dat hij in Duitsland een gruwelijk bombardement had meegemaakt. Ik werd in 1948 geboren en de babyboomgeneratie kreeg weinig mee van de nasleep. De wederopbouw zorgde immers voor activiteit en groeiende welvaart. Voor benoeming en verwerking van psychische en emotionele schade door traumatische ervaringen opgedaan tijdens de bezetting, was geen ruimte. Uit briefkaarten en andere correspondentie die mijn ouders voerden, komt een vaste geloofszekerheid naar voren. Nood leert bidden. Ik was zelf geen gemakkelijke puber, had regelmatig kritiek op mijn ouders. Inmiddels denk ik milder en vraag mij regelmatig af hoe ik het er zelf heb afgebracht in het leven. (Zie de twee illustraties van correspondentie tussen mijn ouders, waarin geloof een belangrijke rol speelt CorPa IMG_20170407_0001. Op eenzame momenten baden ze voor elkaar. Een van de kaarten is door de censuur overigens teruggezonden en heeft mijn vader helaas nooit bereikt.

Achteraf beschouwd, denk ik dat mijn vader leed aan psychotraumaklachten en dat had ook na de oorlog een weerslag op het gezin. Op latere leeftijd, hij is dan de zeventig ruimschoots gepasseerd, komen de oorlogsherinneringen versterkt boven. Daarvoor is hij nog onder behandeling geweest bij het Centrum ‘45 in Oegstgeest. In 1996 is uitgebreid gedocumenteerd, hoe zwaar de terugkeer na de bevrijding was van de ruim 500.000 Nederlanders, die verplicht te werk waren gesteld in Duitsland. Evenals de hongerkinderen een vergeten groep medeburgers. Voor de ex-dwangarbeiders is een herdenkingsmonument onthuld in het Nationaal oorlogs- en verzetsmuseum in Overloon. In plaats van een warm welkom, stuitten velen na terugkeer op vooroordelen, kinderen die hen niet meer kenden, verwijdering met partners, mentale problemen en soms een sociaal isolement. Velen vroegen zich af of ze nog wel pasten in een normale samenleving. Ik denk dat de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog op velen die het meemaakten en volgende generaties, groter is dan wordt aangenomen. Een van mijn zusters die tijdens de Hongerwinter naar het Noorden ging, heeft er later last van ondervonden. Zij is enige jaren geleden overleden. Uit zelfanalyse kan ik moeilijk beoordelen of de achtergronden ook van invloed zijn geweest op mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik denk het wel, maar je stuit als mens bij zelfonderzoek op een nauwelijks te ontwarren kluwen factoren, die van invloed zijn op je ontwikkeling. Karakter, aanleg, achtergronden, incidenten, geloof en omgevingsfactoren bepalen uiteindelijk wie je bent als mens. Gelet op de jaren die ik DV nog tegoed heb, richt ik mij wat dit betreft maar op de toekomst. Maar wel met de lessen van de geschiedenis in het achterhoofd.

 

Bronnen.

-‘Hongerwinterkinderen danken hun Drentse redders’. Hoogeveensche Courant, 24 maart 2017.

-‘Van Riga tot Rheinfelden. Over leven en werken, over terugkeren of sterven, van een half miljoen Nederlandse arbeiders in het Duitsland van 1940-1945’, Karel Volder. Stadsuitgeverij Amsterdam, 1996. Pagina’s 856-862.

-Centrum ’45 bestaat nog steeds. In de eerste jaren van het bestaan lag de nadruk op de zorg voor getroffenen van de Tweede Wereldoorlog en hun familieleden. Later breidden de patiëntengroepen zich uit met veteranen en vluchtelingen. Inmiddels is het een landelijk behandel- en expertisecentrum voor psychotrauma.

-Damsigt een wijk apart. Hoofdstuk Damsigt tijdens de Tweede Wereldoorlog pagina 95, over Dwangarbeid, honger en kou. Uitgave: Historisch Voorburg, 2016.

-Uit betrouwbare bronnen blijkt dat het werkkamp Langer Morgen bij Hamburg Willemsburg in de nacht van 22 op 23 maart 1945 zwaar werd gebombardeerd. Er stierven 90 kampbewoners bij dat bombardement. Deze bevindingen sluiten aan bij het verhaal dat mijn vader vertelde na de oorlog.

Foto’s Jaap Spaans: Monument met herdenkingsboom en plaquette voor de Hongerkinderen in Ruinen. Scheveningen lag strategisch aan zee en werd tot Sperrgebiet verklaard door de bezetter, monument  met standbeeld Vissersvrouw aan de Keizerstraat. Het huis in Voorburg waar ons gezin na de evacuatie woonde en ik in 1948 werd geboren.