-WO1: over mededogen, oorlogsneurose en PTSS

‘Wo ist mein Kreuz’, ‘waar is mijn kruisje?’. Het waren de woorden van een dodelijk gewonde Duitse soldaat, ergens op het Europese slagveld van de Eerste Wereldoorlog (WO1). Kort tevoren was hij tijdens een aanvalsgolf van de geallieerden gewond geraakt. Een Australische soldaat trof hem zwaargewond aan. Nadat het kruisje in een van zijn handen was gelegd, klemde hij het stevig vast en vroeg de Australiër met een laatste krachtsinspanning of hij een afscheidsbrief die in een van zijn uniformzakken zat, naar zijn familie in Duitsland wilde sturen. Het korte gesprek tussen twee vijanden raakte mij diep. Zoals voor veel oorlogen geldt, kenmerkte de harde strijd die tijdens WO1 werd gevoerd aan het loopgravenfront in Europa zich door anonimiteit. Strategische beslissingen en bevelen werden in de militaire commandocentra genomen door politici en bevelvoerende militairen. Aan het front vond de genadeloze uitvoering plaats. Anoniem vochten Duitsers tegen Engelsen, Oostenrijkers tegen Fransen, Hongaren tegen Russen. Protestanten vochten tegen protestanten, baptisten tegen baptisten, katholieken tegen katholieken, humanisten tegen humanisten. Mensen die het in hun directe leefomgeving goed met elkaar zouden kunnen vinden of fundamentele waarden en normen deelden, stonden elkaar in de loopgraven naar het leven. Het voorbeeld illustreert dat in het zicht van de dood, anonimiteit en eenzaamheid kunnen worden verdreven door mededogen en hulpvaardigheid.

Over de grens van leven en dood
Ik denk dat veel mensen in een bepaalde levensfase of situatie, weleens nadenken over de vraag hoe straks de grens tussen leven en dood zal worden overschreden. Zal die overgang er een zijn van rust, hoop en verwachting of van angst, twijfel en onzekerheid? Als belijdend christen geloof ik, dat na het overlijden de geest van de mens terugkeert naar God, de Schepper van hemel en aarde. Als de Goddelijke levensadem zich terugtrekt en de dood intreedt, dan keert de geest (Roeach) weer tot God, die hem geschonken heeft. U kunt het lezen in het boek van de wijze Prediker (12:7), die ik ook in een eerdere publicatie over wereldvrede aanhaalde. Ik realiseer mij echter dat niet iedereen er zo over denkt en ook onder christenen is de visie over ‘leven na de dood’ niet eensluidend. De praktijk leert wel dat in zware strijd en levensbedreigende situaties, de behoefte aan geloof en zingeving sterk toeneemt. Ik raak altijd gefascineerd door de antwoorden van wetenschappers en anderen die het geloof vaarwel hebben gezegd. Als hen aan het eind van een interview de vraag wordt voorgelegd of zij echt niet meer geloven, valt er vaak lichte twijfel te bespeuren. Voor de Duitse soldaat was zijn kruisje op dat moment, ver van geliefden en familie, iets waaraan hij zich vastklampte en dat troost bood in zijn doodsstrijd. WO1 was een van de wreedste en bloedigste oorlogen uit de Europese geschiedenis. Er waren meer situaties, waarbij de anonimiteit van de strijdende soldaten (tijdelijk) werd opgeheven. In de nacht van 24 op 25 december 2014, werd ergens tussen de strijdende partijen een kerstboom neergezet en vierden soldaten die elkaar de dag ervoor nog bevochten het Kerstfeest. In de geschiedenisboeken is er weinig van te vinden, maar verhalen en dagboeken maken er wel melding van. Veel officieren aan beide zijden, konden deze ‘verboden kerstvrede’ niet zo waarderen, want teveel begrip voor de vijand zou het moreel van de troepen aantasten. Zie ook een publicatie van mij uit 2012 ‘De verboden Kerstvrede’ OogstWO1Kerstvrede2012 (1). Er zijn veel boeken en publicaties over WO1 beschikbaar en historisch bezien kan ik daaraan niet veel toevoegen. Ik vind het wel belangrijk om in dit jaar, waarin wordt herdacht dat 100 jaar geleden deze oorlog eindigde, aandacht te besteden aan enige persoonlijke aspecten van de doorsnee militair in oorlogsgebied. In de eerste inleidende publicatie beschreef ik op grond van een periode van vier jaar als sergeant-instructeur bij de Infanterie, wat de gruwelijke gevolgen van een granaatinslag kunnen zijn voor de bemanning van een tank of pantservoertuig. Wat ik daar beschreef valt in het niet bij de afschuwelijke situatie aan het westelijke loopgravenfront. Veel soldaten kregen te maken met shellshock oftewel de angst voor granaatinslagen.

Shellshock
De omstandigheden aan het westelijke loopgravenfront waren afschuwelijk. Op veel plaatsen stonden loopgraven onder water, er was ongedierte en een rattenplaag. Daarnaast waren er het gebruik van gifgas en permanente granaatinslagen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn door Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Oostenrijk-Hongarije en Rusland in totaal naar schatting 765.000.000 granaten afgeschoten. Op een klein gebied van enige voetbalvelden vielen op een dag soms vele duizenden granaten. De fysieke inspanning, onzekerheid en angst die zo’n bombardement teweegbracht, leidden bij soldaten aan beide zijden tot psychische en lichamelijke klachten zoals bewegingsstoornissen, slapeloosheid en hallucinaties. In een ernstige vorm werd dat aangeduid als shellshock. De term werd voor het eerst gebruikt in 1915 en de legerarts dr. Charles S. Myers van het Royal Army Medical Corps, publiceerde erover in het medische tijdschrift The Lancet. Later werd de diagnose aangeduid als ‘oorlogsneurose’. Ruim twee decennia later, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, wordt er aandacht besteed aan deze diagnose in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2). Naast de ernstige fysieke klachten als hartklachten (tachycardie), snelle ademhaling, diarree en braken wordt als psychologische oorzaak vermeld: ‘Het leven van een soldaat, vooral in de frontlinie, die wisselt van doodsgevaar en de wensch te ontsnappen tot volledige overgave aan een taak, welke geen nadenken eischt en den wil geheel vernietigt’ (citaat in origineel taalgebruik). Tijdens WO1 riep de diagnose de woede op van officieren en bevelhebbers, die meenden van doen te hebben met oorlogshysterie, morele lafheid en erfelijke zwakheid. Een deel van degenen die leden aan oorlogsneurose werd om die reden geëxecuteerd. Hoewel ons land tijdens WO1 neutraal was, kregen we na de oorlog ook te maken met lijders aan oorlogsneuroses. In Austerlitz werd zelfs een speciaal ziekenhuis ingericht, ‘Het Militair Neurose Hospitaal’. In de decennia die volgden verbeterden medische disciplines als psychologie en de psychiatrie en sinds die tijd wordt de diagnose beschreven als post traumatische stress stoornis (3, ptss). Op dit moment kent ons land kent diverse centra waar mensen met ptss worden behandeld, zoals Centrum ’45. In de eerste jaren van het bestaan van deze instelling lag de nadruk op de zorg voor getroffenen van de Tweede Wereldoorlog en hun familieleden. Later breidden de patiëntengroepen zich uit met veteranen en vluchtelingen. Inmiddels is het een landelijk behandel- en expertisecentrum voor specialistisch diagnostiek en behandeling van mensen met complexe traumaklachten. Wie de verschrikkingen van WO1 goed in zich opneemt en zich in de geschiedenis verdiept, zal weinig moeite hebben om zich in te leven in de situatie van de militairen met shellshock. Het is wel achteraf geredeneerd vanuit het perspectief van een verwende burger van de welvaartsstaat, met talrijke verworvenheden en rechten. In de laatste twee publicaties over WO1 zal het gaan over enige historische feiten van de afgelopen eeuw, wat ten diepste de oorzaak is van oorlog en geweld en wat dat te maken heeft met geloof en zingeving.

Granaathuls op de schoorsteenmantel
De granaathuls op de foto stond bij ons thuis glimmend op de schoorsteenmantel. Hoe die er is gekomen weet ik niet. Ik ontdekte pas na het zien van het slaghoedje aan de onderzijde dat het een onderdeel van een granaat was bij het opruimen van het ouderlijk huis, nadat mijn moeder naar een verpleeghuis moest. Ik weet niet welke schade het projectiel heeft aangericht, maar dat er achter iedere granaat een verhaal schuil kan gaan, is voor mij nu geen vraag meer.

 

 

Bronnen:
1. Boek ‘Ooggetuigen Wereldoorlog 1. Over de ellende in de loopgraven en hoe de Grote Oorlog Europa verwoestte’. Pagina 11 ‘Het Kerstbestand’ en pagina 31 ‘Shellshock’. Maandblad De Oogst, Jaap Spaans 2012 en maart 2014: ‘De verboden Kerstvrede’ en ‘Soldaten’. Het Zoeklicht: ‘Erfenissen van de oorlog’. Jaap Spaans, 90e jaargang nr. 10.
2. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, zaterdag 13 april 1940: ‘Oorlogsneuroses’. Website: Wist u dat …..wetenswaardigheden over de Eerste Wereldoorlog.
3. ‘Wat is het verschil tussen shellshock en posttraumatisch stressyndroom?’. Vraag gesteld op de Belgische website ‘Ik heb een vraag’ en uitgebreid beantwoord door prof. Dr. Gie van den Berghe van de Universiteit van Gent. PTSS is als diagnose opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) van The American Psychiatric Association

Foto’s: Jaap Spaans. Schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied’: speciaal gemaakt door Klaas Buikema