-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (1)

Op 11 november 2018 is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog (WO1) werd beëindigd. Op die dag werd in het Franse stadje Compiѐgne ten noorden van Parijs de wapenstilstand getekend. Ik had al aangekondigd dat ik in de loop van 2018 enige publicaties aan dit onderwerp zou wijden. Ik begin met enige inleidende publicaties, waarvan dit de eerste is. Uiteraard met aandacht voor historische feiten, maar ik wil vooral wil mijn diepste drijfveer en motivatie benoemen waarom ik dit belangrijke onderwerp, dat zoveel mensen raakt en de media domineert, aan de orde stel. Geloof en ethiek spelen daarbij een belangrijke omdat het gaat over vragen en feiten als:

– Waarom is de geschiedenis van de mensheid een aaneenschakeling van oorlogen en wat is daarvan de oorsprong?
-We danken onze vrijheid aan de legermacht die ons van de tirannie wist te verlossen. Zijn er ‘goede oorlogen’ en slechte?
-Wat is post traumatische stress, wat betekent dit voor militairen in en na gevechtssituaties en wat deed de angst voor granaatinslagen tijdens WO1 met uitgeputte soldaten in de loopgraven (Shell-shock)?
-Aan weinig onderwerpen kleven zulke indringende en tegelijk beladen vragen als oorlog en geweld. Hoe verhoudt zich bijvoorbeeld het verbod tot doodslag (Exodus 20) tot de Bijbelse opdracht/plicht om de overheid te gehoorzamen (Romeinen 13) en kan een politieke leider of de bevelhebber van een legermacht zich ín een oorlogssituatie beroepen op ‘noodweer’ of ‘overmacht’?
-Tenslotte is er de cruciale vraag die mij al tientallen jaren bezig houdt, namelijk of de mensheid in staat is op eigen kracht een ideale wereld te scheppen zonder oorlog of dat daarvoor een interventie van Hogerhand nodig is?
Ik begin met de beschrijving van enige persoonlijke achtergronden, die  de basis vormen van mijn interesse voor dit complexe onderwerp waarover zo verschillend wordt gedacht.

Mijn periode bij de Koninklijke Landmacht

Van 1969 tot 1973 diende ik een vierjarige contract uit als militair bij Koninklijke Landmacht. Na een intensieve opleiding werd ik aangesteld als onderofficier-instructeur bij de Alfa Compagnie van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) in de Jan van Schaffelaarkazerne in Ermelo. Ieder halfjaar kwam er bij de compagnie een nieuwe lichting dienstplichten op, die na een opleiding van een half jaar moesten worden klaargestoomd voor een functie als onderofficier. Al tijdens de eerste dagen als de plunjezakken met materiaal en uniformen waren opgehaald, men onder de krijgstucht was gesteld en er kennis was gemaakt met de medecursisten en het kader, vielen vaak al enige van de rekruten af. Zij waren niet bestand tegen de scheiding van familie, werk en vrienden, de militaire discipline en het vooruitzicht een half jaar door te brengen op een grote kamer met twaalf stapelbedden, twaalf metalen lockerkastjes en een tafel. Niet zelden waren het mondige mensen met een goede opleiding. Een aantal had principiële problemen met geweld, oorlog of haakte af door heimwee. Zij werden overgeplaatst of alsnog afgekeurd op grond van S5 oftewel psychische instabiliteit.

Een ervaring op Infanterie Schietkamp ‘De Harskamp’

Schietvaardigheid was een belangrijk onderdeel van het opleidingstraject en daarvoor verbleef de compagnie tijdens de opleiding tweemaal een (werk)week op het Infanterie Schietkamp De Harskamp (ISK) op de Veluwe. De eerste week werd intensief geoefend met persoonlijke wapens als het FAL-geweer, de MAG-mitrailleur en handwapens als pistool en UZI. In de vervolgweek later in de opleiding werd geoefende met zwaardere wapens, zoals zware mitrailleurs, raketwerpers en explosieven. Tijdens zo’n vervolgweek medio 1972 gebeurde er iets dat mijn opvattingen over oorlog in de jaren die volgden zou veranderen. Het peloton waarbij ik hoorde moest die dag ‘schieten’ met de raketwerper of terugstootloze vuurmond. Omdat de ‘granaten’ kostbaar waren, werd geschoten met zogenaamde insteeklopen. Daarmee konden kleine, dus goedkopere patronen worden afgeschoten, die ongeveer dezelfde ballistische eigenschappen hadden als de zwaardere munitie. De dag werd afgesloten met een hoogtepunt, namelijk het afvuren van een licht antitank wapen (LAW) voor eenmalig gebruik. Doelwit was het wrak van een tank op de schietbaan. Ik had die dag de taak om aan de verzamelde groep de werking van de LAW uit te leggen, waarna een van de instructeurs het op scherp gestelde wapen afvuurde. Dat eenmalige ‘schot’ moest natuurlijk raak zijn, vanwege de hoge kosten van het wapen, maar bij een misser zou de schutter ook kunnen rekenen op hoongelach wat zijn gezag binnen de groep niet ten goede kwam. De uitleg hield in dat een afgeschoten raket het pantser van een tank of pantservoertuig (25-30 cm homogeen staal) doorboort, binnenin een enorme hitte veroorzaakt en aanwezige munitie zoals granaten en patronen tot ontploffing brengt. De praktijk had uitgewezen, dat de gevolgen voor een tankbemanning of de soldaten in een pantservoertuig gruwelijk zijn. In de jaren die volgden nam mijn belangstelling voor het onderwerp oorlog en vrede alleen maar toe. Nadat ik mijn contract had uitgediend en een overstap maakte naar een gemeentelijk politiekorps in het Westen, zou deze ervaring mijn visie op geweld sterk beïnvloeden. Als politieagent bij de uniformdienst kreeg je regelmatig te maken met geweld. Je moest het recht handhaven en als verlengstuk van de overheid had je het geweldsmonopolie (zwaardmacht) met procedures uitgewerkt in een ambts- of geweldsinstructie.

Oorlog en Geloof

Ik stel nadrukkelijk dat ik geen veteraan ben of gevechtservaring heb. Dat neemt niet weg dat oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld in mijn opvoeding en ontwikkeling. Mijn ouders woonden voor de oorlog in Duindorp in Scheveningen, dat deel uit maakte van de Duitse Atlanticwall. Uit strategische overwegingen werd deze woonwijk ‘Spergebied’, waarna mijn ouders gedwongen moesten evacueren naar Voorburg. Aan het eind van de oorlog werden mijn twee oudste zussen vanwege de Hongerwinter ondergebracht bij gezinnen in Friesland. Mijn vader maakte dat niet mee, want hij was in 1944 tijdens een razzia opgepakt en, hoewel nog herstellende van een liesbreukoperatie, afgevoerd en tewerkgesteld in Duitsland. Aangeslagen keerde hij na de bevrijding terug uit Duitsland. Ik heb hiervan verslag gedaan in twee publicaties op deze website onder de titels ‘De vergeten hongerkinderen uit de oorlog’ en ‘Ermelo-Westerbork-Sobibor’ (zie artikelen). In 1948 werd ik geboren (babyboomgeneratie). In 1966 emigreerde ik naar Canada en werd in 1967 in Montreal geconfronteerd met de impact van de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden. Dichtbij de straat waar ik woonde was een synagoge, een Joods ziekenhuis en een restaurant waar ik regelmatig ontbeet. Het restaurant was tevens een ontmoetingsplaats voor veel Joodse personeelsleden van het ziekenhuis en met belangstelling volgde ik hun soms emotionele discussies over de oorlog die zich voltrok. Ik raakte onder de indruk van de betrokkenheid van deze mensen bij Israël en hun bereidheid om naar Israël te gaan en daar vrijwilligerswerk te verrichten. Velen hadden het land nog nooit bezocht, maar kennelijk was er iets in hun hart dat die heimwee opriep. Toen ik later verhuisde naar Vancouver aan de Canadese Westkust, werd ik geconfronteerd met de flowerpower- en hippiecultuur die daar heerste, ‘Make love not war’. Het was de tijd van de protestsongs tegen de oorlog in Vietnam, over het verlangen naar vrede. In het najaar van 1968 keerde ik terug naar Holland. Liftte nog enige tijd door Europa waarna al snel een oproep voor de dienstplicht in de brievenbus viel. In mijn tijd in Canada had ik mijn gebit verwaarloosd en roofbouw gepleegd op mijn lichaam, dat dan ook schreeuwde om regelmaat, discipline en een gezonde leefstijl. Een belangrijke reden om voor vier jaar te tekenen. Het geloof van mijn ouders had ik voordat ik naar Canada ging al vaarwel gezegd. Over de redenen daarvan wil ik niet uitweiden. Tijdens mijn diensttijd ontmoette ik mijn echtgenote, die werkzaam was in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij getuigde van haar geloof, soms indringend en bepaalde aspecten daarvan spraken mij aan. Het zette tevens een proces in werking, waarbij ik de Bijbel ging bestuderen en belangstelling ontwikkelde voor de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van maatschappelijke onderwerpen. In de tweede inleidende publicatie zal ik daar dieper op ingaan.

 

Bronnen:

Trouw, 9 november 2006 ‘Met een ‘S-vijfje’ aan de militaire dienst ontkomen’. Gaat ook over mensen die werden goedgekeurd maar later alsnog ernstige aanpassingsproblemen kregen.

Andere Tijden, 9 november 2006. Over afkeuringen voor militaire dienstplicht en het Militair Neurose Hospitaal te Austerlitz

Foto’s/illustraties: Schilderij Klaproos in oorlogsgebied, Klaas Buikema, Foto’s Jaap Spaans Touwbaan Oostdorp Harskamp en binnenzijde AMX pantservoertuig voor personeel, die ongeveer de voorstelling moet kunnen oproepen wat er bij een treffer met een raket gebeurt met het personeel, brandstof en munitie. Voormalig Infanteriemuseum op Schietkamp De Harskamp