-Epigenetica: een fascinerende ontwikkeling

In christelijke kringen hoor en lees je er weinig over: EPIGENETICA. Een betrekkelijk nieuw wetenschappelijk vakgebied dat het proces bestudeert naar erfelijke veranderingen in gen-functie, zonder dat de moleculaire DNA-structuur verandert. Het komt er op neer dat iemands erfelijke materiaal weliswaar vast ligt, maar dat door levenswijze, omgevingsfactoren of gedrag toch invloed kan worden uitgeoefend op genen. Deze epimechanismen hebben te maken met de mogelijkheid voor het DNA om een gen ‘aan of uit te zetten’. Stress, gedrag, voeding en andere factoren kunnen in dat proces een rol spelen. Genen kunnen worden ‘afgezet’ door bijvoorbeeld goede voeding. Mijn eerste indruk is voorzichtig positief. Genetica is belangrijk voor iemands ontwikkeling, maar deze hoopvolle ontwikkeling leert ook dat het geen onvermijdelijk noodlot is en aansluit bij mijn christelijke levensovertuiging. Ik stel nadrukkelijk dat ik mij op dit punt in een leerproces bevind. In twee van de bronnen is een belangrijke rol weggelegd voor de placentafunctie, een onderwerp dat mijn bijzondere aandacht heeft (1).

Genetica of erfelijkheid
Erfelijkheid is overal in de Schepping aanwezig. Het zorgt ervoor dat mensen, dieren en planten nakomelingen krijgen. Bij mensen begint het ermee dat de zaadcel van een man versmelt met de eicel van een vrouw. Er ontstaat een bevruchte eicel, waarin zich het erfelijke materiaal van beide ouders bevindt. Door celdeling ontstaan vervolgens de miljarden cellen die het menselijke lichaam vormen. Bij elke deling wordt het DNA dat in de cel aanwezig is gekopieerd. Het erfelijkheidsmateriaal wordt gevormd door chromosomen, genen en DNA. Een mens heeft 46 chromosomen, 23 van de vader en 23 van de moeder. Chromosomen zijn de dragers van ons erfelijkheidsmateriaal. Op de chromosomen liggen de genen die de hoofdrol spelen bij erfelijkheid. De basis wordt gevormd door DNA (Desoxyribo Nucleic Acid), vaak afgebeeld als een kralenstreng of dubbele spiraal. DNA bevat de code waarin onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Er zijn ongeveer 25.000 genen, die samen het menselijk genoom vormen. Van het woord gen is de term genetica afgeleid.

Sinds de ontrafeling van de DNA-structuur in 1953, heeft de genetica een enorme vlucht genomen. Enige jaren terug werd het Menselijk Genoom Project (Human Genome Project) afgerond. Het is een van de meest verreikende onderzoeken ooit uitgevoerd, waaraan meer dan negenduizend wetenschappers in tientallen landen hebben meegewerkt. Een wetenschappelijk journalist beschreef eens op treffende wijze de complexiteit van het genetisch onderzoek. Hij vergeleek de DNA-keten met zijn specifieke volgorde, uitgedrukt in lettertjes, met een stapel boeken van vijftig meter hoog (zie foto). Er kunnen overal drukfouten in staan. Het geeft enigszins weer hoe complex een menselijke cel in elkaar zit. Er kan iets mis gaan bij de celdeling of de overdracht van informatie. Geleidelijk aan dringt ook het besef door, dat de mens met volmaakte genen niet bestaat. Gemiddeld draagt elk mens acht tot tien mutaties in zijn genen, variërend van geringe afwijkingen tot ernstige aandoeningen, zoals spierziektes.

Niet alleen erfelijkheid bepaalt iemands ontwikkeling
Veranderingen in het erfelijk materiaal kunnen een erfelijke ziekte tot gevolg hebben, die vervolgens van generatie op generatie wordt doorgegeven. Sinds 2002 tracht ik door publicaties en lezingen onder christenen aandacht te vragen voor dit onderwerp. De discussie verloopt echter moeizaam en dat doet geen recht aan het belang van deze ingrijpende ontwikkeling, waarmee ieder mens wel op een of andere manier te maken heeft. Er zijn wetenschappelijke kringen waar je de mening aantreft dat erfelijkheid allesbepalend is voor de ontwikkeling van een mens. Er zijn ook stromingen die menen dat genetica voor een deel verantwoordelijk is voor iemands fysieke en psychische ontwikkeling, maar dat een mens wordt gevormd door een complexe mix van factoren zoals erfelijkheid, omgevingsfactoren en gedrag. Als leek die vanwege persoonlijke omstandigheden een bijzondere aandacht heeft voor dit onderwerp, kan ik mij goed vinden in de laatste theorie. Voor zover ik het nu kan inschatten, ondersteunt de Epigenetica die gedachte.

Gevolgen van de Hongerwinter
Toen ik in 1998 het boek schreef ‘Een golf van geweld’, raakte ik bij het bronnenonderzoek gefascineerd door wetenschappelijk onderzoek, waarin werd gesteld dat de Hongerwinter tijdens de oorlog een voedingsbodem was geweest voor psychiatrische aandoeningen als schizofrenie. Het onderwerp heeft mij nooit meer los gelaten (zie ook mijn publicatie over de Hongerwinterkinderen). In november 2014 kwam er een vervolg. Wetenschappers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), voerden met collega’s van Columbia University en Harvard University, onderzoek uit naar de wijze waarop Hongerwinterkinderen de ongunstige omstandigheden in de baarmoeder overleefden. Toen daalde de beschikbare hoeveelheid voedsel tot een kwart van wat een mens nodig heeft. Toch zijn er toen kinderen ter wereld gekomen met een normaal geboortegewicht. Uitgebreid DNA-onderzoek wees uit dat de genen die de groei bevorderen bij hen anders waren ‘afgesteld’. Groepen genen die samenwerkten om groei in de baarmoeder te bevorderen, bleken bij hen anders afgesteld dan bij hun broers en zussen die voor of na de Hongerwinter zijn verwekt. ‘Het afstellen van genen gebeurt voor een groot deel in de eerste weken na de bevruchting’ (2). Zou hetzelfde principe kunnen opgaan, als er in deze moderne tijd om andere redenen sprake is van ‘ondervoeding’ in de prenatale fase, bijvoorbeeld bij een slecht functionerende placenta? Een vraag die hopelijk ooit zal worden beantwoord. 

Regeneratieve geneeskunde
Het past allemaal in een samenhang van ontwikkelingen die razendsnel verlopen en waarbij intelligente biomaterialen het zelf herstellend vermogen van het lichaam activeren en sturen. Regeneratieve geneeskunde heeft de belofte in zich om chronische aandoeningen echt te verhelpen. Ook deze revolutionaire en relatief nieuwe tak van de wetenschap, beoogt het lichaam zelf aan te zetten tot herstel. De medisch-ethische vraagstukken die hieruit voortvloeien kan ik nog niet geheel inschatten. Dat genetica in het algemeen dilemma’s oproept is wel bekend en heb ik beschreven in mijn boek ‘Christenen en erfelijkheid’ en een serie publicaties in maandblad De Oogst WebsiteJSBijlageEpigeneticaOogstIMG_20170626_0001 . Het blijkt ook wel uit de formatiebesprekingen die op dit moment plaats vinden, waarbij medisch-ethische kwesties een cruciale rol spelen. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat ik in de loop der jaren anders ben gaan denken over ethische kwesties, bijvoorbeeld pre implantatie genetische diagnostiek (embryoselectie). Een dilemma dat mij bezig houdt wil ik wel benoemen. Ik schat zo in dat de medische ontwikkelingen die ik schetste ook het proces van veroudering kunnen beïnvloeden en in principe dus kunnen leiden tot verdere vergrijzing van de bevolking. Nu is al zichtbaar dat nieuwe technologische en medische ontdekkingen de vraag naar zorg verhogen en leiden tot sterk stijgende zorgkosten. Uiteindelijk kan dit tot gevolg hebben, dat bepaalde medische behandelingen in de toekomst alleen zijn weggelegd voor degenen die dat kunnen betalen. Een belangrijk deel van de wereldbevolking zal daardoor van die dure zorg zijn uitgesloten, zoals dat nu al geldt voor bepaalde vormen van kostbare medicatie. Vanuit mijn levensbeschouwelijke principes zou ik daar moeite mee hebben (Mattheus 25:40). Dat neemt niet weg dat zowel epigenetica als de regeneratieve geneeskunde voor veel mensen die nu nog geen zicht hebben op genezing of verbetering van de gezondheid, een hoopvol perspectief kan bieden en dat is reden tot dankbaarheid (3).

 

 

Bronnen:

1. ‘Epigenetics in the placenta’ en ‘Epigenetics and the placenta’. The National Center for Biotechnology Information advances science and health by providing access to biomedical and genomic information (VS), respectievelijk augustus 2009 en mei/juni 2011.
2. ‘Hongerwinterkinderen overleefden door aangepaste genen’. Persbericht Leids Universitair Medisch Centrum, 27 november 2014.‘DNA methylation signatures link prenatal famine exposure to growth and metabolism’, Nature Communications, 26 november 2014.
‘Hongerwinter trok sporen in het DNA van baby’s’. Trouw, 18 oktober 2013.
Website Hongerwinter.nl onder ‘Het onderzoek’ en ‘De resultaten’.
‘Een Golf van Geweld’. Pagina 107 onder 22, 1999 en ‘Christenen en erfelijkheid’. Jaap Spaans.
3. ‘Nieuwe materialen gaan het lichaam helpen zelf beschadigde weefsels en organen te genezen’. UMC Utrecht, maandag 8 mei 2017

Foto’s: Stapel boeken en DNA foto’s Jaap Spaans gemaakt in het Biochron van de voormalige Dierentuin Emmen