-Verslaving: vrije wil of genetische aanleg?

Onlangs vertelde longarts Wanda de Kanter in een televisieprogramma dat een rookverslaving geen vrije keuze is, maar erfelijk bepaald. Jarenlang was zij getuige geweest van de vreselijke gevolgen van roken en daarom begon zij een strafzaak tegen de tabakslobby. Ze gaf ruiterlijk toe zelf ook te hebben gerookt, maar was tien jaar geleden gestopt. De interviewer plaatste enige kritische kanttekeningen: er staan indringende waarschuwingen op tabaksverpakkingen en de wet verbiedt reclame. Mensen zijn dus gewaarschuwd en hebben toch de vrije keuze om al dan niet te gaan roken? Dat argument bestreed zij, door te stellen dat de tabakslobby zich intensief richt op jongeren. Aan tabakswaren worden stoffen toegevoegd die volgens haar een verslavende werking hebben (1). Als er daadwerkelijk wordt vervolgd, is het oordeel aan de rechter en ik volg deze ontwikkeling met belangstelling.

Vrije wil?
De wet verbiedt reclame voor tabaksproducten. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is belast met de controle en handhaving (2). Mevrouw De Kanter legde uit, dat ook zonder reclame de tabakslobby indirect invloed uitoefent op gedrag van mensen en de keuzes die zij maken. Er kan worden gelobbyd bij de politiek over accijnsverhogingen, vermindering van het aantal verkooppunten etc.. Haar visie dat verslavingsgevoeligheid geheel of ten dele erfelijk is bepaald vereist wel een nuance. Veel mensen toetsen zo’n uitspraak aan hun ethische of religieuze opvattingen, in mijn situatie het christelijk geloof. Helaas leert de praktijk dat het voor veel gelovigen een moeilijk te hanteren onderwerp is, waar we allemaal mee te maken hebben, maar dat niet de aandacht krijgt die het verdient. De meeste christenen geloven in een vrije wil als de basis voor gedrag en keuzes die worden gemaakt (3). Ik herinner mij situaties uit de jaren zeventig toen ik als agent werkte bij de surveillancedienst van een gemeentelijk politiekorps. Het gebeurde regelmatig dat slachtoffers van een aanrijding weer begonnen met roken. Als er geen ernstig lichamelijk letsel was, lieten we een verkeersslachtoffer of veroorzaker even op adem komen in de politieauto en dan werden ook de aanrijdingsformulieren ingevuld. Niet zelden was er bij hen sprake van lichte shock en dan gebeurde het nogal eens dat men om een sigaretje vroeg. Geen probleem in die tijd, want ook in de politieauto werd stevig gerookt en er was altijd wel een pakje sigaretten voor handen. Als een betrokkene na enige tijd weer op het bureau kwam voor de afwikkeling, gebeurde het regelmatig dat men zuchtte: ‘Alles is prima afgewikkeld, maar helaas ben ik weer begonnen met roken’. Eén sigaret op zo’n belangrijk moment, was kennelijk voldoende om een latente rookverslaving weer te activeren. Zelf drukte ik de laatste sigaret uit op mijn trouwdag ruim 46 jaar geleden. Ik heb het volgehouden tot op de dag van vandaag, maar de hardnekkigheid van een rookverslaving kennende, waag ik mij er niet aan om ‘voor de gezelligheid’ weer een sigaret te roken.

Erfelijke aanleg?
Genetisch-epidemiologische studies hebben aangetoond dat experimenteren met alcohol en drugs, ook een ernstige verslavingsproblematiek, voor het grootste deel (60-80%) door omgevingsfactoren wordt bepaald, terwijl misbruik en afhankelijkheid van middelen vooral (60-80%) door genetische factoren worden bepaald. Daar moet wel de kanttekening bij worden geplaatst, dat in de schatting van de erfelijkheid ook de interacties tussen genen en omgeving zijn begrepen. Ook informatie van de Jellinek  kliniek leert dat genen een rol spelen bij het ontstaan van alcoholisme. Volgens Amerikaans onderzoek heb je een 34% grotere kans hebt om ook alcoholist te worden als een van je ouders alcoholist is. Als beide ouders alcoholist zijn is er zelfs een 40% grotere kans. Genetische factoren en overdracht van generatie op generatie zijn inmiddels wel aangetoond bij veel sociale problemen. Genen alleen verklaren dus niet of iemand alcoholist wordt of niet. Ook omgeving en andere factoren spelen een rol. In feite beaamt Wanda de Kanter dat ook, door aan te geven dat zij er na tien jaar roken wel in slaagde te stoppen. In de meeste gevallen is er dan naast wilskracht, deskundige ondersteuning nodig. De visie over psychische aandoeningen, verslaving en de behandeling van verslaafden heeft de afgelopen vijf decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt, die niet alleen heeft geleid tot meer kennis, maar ook tot nieuwe, effectieve interventies en een betere zorgtoewijzing (4). Hoe snel de veranderingen in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) gaan, bewijst de affaire Buikhuisen. Wouter Buikhuisen is een Nederlands criminoloog en was onder andere hoogleraar aan de universiteiten van Groningen en Leiden. In de zeventiger jaren kreeg hij landelijke bekendheid door zijn controversiële stellingen over de biologische achtergronden van criminaliteit. Als gevolg van negatieve publiciteit die hiermee gepaard ging, met name in linkse kringen, stapte hij op als wetenschapper. Onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten volgde decennia later eerherstel. De gevolgen hiervan zijn nu merkbaar in de forensische psychiatrie en de rechtshandhaving en zullen in de toekomst grote gevolgen hebben. In de moderne informatiesamenleving kan bijvoorbeeld informatie immers worden gebruikt om preventieve maatregelen te nemen, zoals het opstellen van risicoprofielen. Dat heeft voordelen, maar kan ook stigmatiserend werken en op gespannen voet komen te staan met fundamentele grondrechten zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In een aantal vervolgpublicaties zal ik aan deze ontwikkeling aandacht besteden (5).

Pastoraat
Verslavingsgevoeligheid en erfelijkheid zijn aspecten die zowel binnen de seculiere GGZ als het pastoraat volop in ontwikkeling zijn. Kerken en geloofsgemeenschappen blijven in mijn beleving helaas achter. Ik neem dat overigens niemand kwalijk, want de ‘tegenstrijdigheid’ tussen erfelijke aanleg en de vrije wil is een complex onderwerp. Christenen beroepen zich op Bijbelse argumenten maar ook aanhangers van andere religies, humanisten en atheïsten hebben bronnen waaruit hun gedrag en keuzes voortvloeien. Wat vast staat is dat onze moderne welvaartsmaatschappij zich kenmerkt door massale beïnvloeding door reclame en overprikkeling via talrijke media. Niet alle verslavingen zijn in ernst vergelijkbaar. Naast roken is er een groot aantal verslavingsgevoelige onderwerpen: gokken, alcohol, eten, sex, gebruik van social media, koopgedrag, gamen, televisie etc. De stelling van longarts mevrouw De Kanter over erfelijkheid, ook al is dat slechts ten dele, kan ook opgaan voor andere verslavingen. Het zou een reden tot bezinning moeten zijn, want verslavingen veroorzaken onnoemelijk veel maatschappelijke onrust, leed en drama’s bij personen, in gezinnen en families. Ik wens ons allemaal op deze complexe dossiers veel wijsheid toe.

 

Bronnen:
1. Longarts Wanda de Kanter in WNL-uitzending van 8 oktober 2017. Zie ook haar persoonlijke website. Tevens discussie met Wanda de Kanter in Knevel & Van den Brink, 30 mei 2014 en interview met Anne Marie van Veen ‘Ik klaag tabaksindustrie aan om mijn kinderen te beschermen’, de Volkskrant, 12 januari 2017.
2. Het reclame- en rookverbod is vastgelegd in de Tabaks- en rookwarenwet. Informatie van de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit d.d. 10 oktober 2017.
3. Relevante Bijbelse informatie: Spreuken 23:31, Romeinen 14:21. ‘Drinken, drank en dronkenschap. Vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland’. Proefschrift van Jacob Carel van der Stel, 1995. De geschiedenis leert ook dat er een tijd was dat de arbeidsbeweging en geheelonthouding van alcohol bondgenoten waren. Ook in de Islam en het Boeddhisme gelden richtlijnen voor het gebruik/misbruik van alcohol.
4. Verslaving en verslavingszorg’, verkorte versie, pagina’s 94 en 96. W. van den Brink, G. Schippers. Tijdschrift voor psychiatrie 50 (2008), jubileumnummer 1959-2008. Informatie op de website van de Jellinek kliniek, 12 oktober 2017. Handboek Psychiatrie en Genetica, Stephan Claes en Jim van Os. Hoofdstuk 2 Genetische epidemiologie. De Tijdstroom Utrecht, 2013.
5. Leids Universitair Weekblad Mare nummer 19, 5/2/2009 ‘Buikhuisen: Ik ben verschrikkelijk behandeld’. Een van de vele publicaties rond de discussie over het taboe dat rust(te) op onderzoek naar aangeboren oorzaken van agressie oftewel ‘biosociale criminologie’.

Foto’s: Jaap Spaans