–KANTELDECENNIUM 5: Criminaliteit en Rechtshandhaving

Dit hoofdstuk bestaat uit verschillende delen die afzonderlijk gelezen kunnen worden

Rechtshandhaving betekent dat de burger wetten en regels moet naleven waarop wordt toegezien en gecontroleerd. Het belang ervan voor onze rechtsstaat komt tot uitdrukking in het wapenschild, met het beeld van twee leeuwen en de tekst ‘Je maintiendrai’ oftewel ‘Ik zal handhaven’. In het civiele recht kan handhaving, zoals naleving van bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek, door sancties of juridische actie worden afgedwongen. Bij het strafrecht en bijzondere wetgeving op onder andere het gebied van belastingrecht, voedselwetten, regels voor het transport en sociale wetgeving zien de overheid en opsporingsorganisaties erop toe dat het recht wordt nageleefd, door preventie, controle en opsporing. Handhaving gebeurt door algemene opsporingsambtenaren (Nationale Politie en Koninklijke Marechaussee) en buitengewone opsporingsambtenaren (inspecties, autoriteiten en BOA’s). De coronapandemie heeft de burgers nadrukkelijk gewezen op de belangrijke rol van BOA’s. Zij sporen bepaalde strafbare feiten op en vullen zo politie en marechaussee aan bij de handhavingstaken. BOA’s hebben opsporingsbevoegdheden die samenhangen met hun functie, die meestal beperkt zijn tot één bepaald werkterrein. Denk bijvoorbeeld aan jachtopziener, milieu-inspecteur, sociaal rechercheur of parkeerwachter. Als de regels worden overtreden kan het Openbaar Ministerie (OM) een vervolging instellen en vervolgens een schikking treffen of strafbare feiten aan de rechter voorleggen. Die oordeelt en legt eventueel een sanctie op. De Grondwet is de basis van ons rechtssysteem waarop de zogenaamde scheiding der machten of Trias Politica is gebaseerd. Dat houdt in dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht strikt gescheiden zijn. Wetten die voortvloeien uit de Grondwet noemen we organieke wetten. Ook zijn er wetten gebaseerd op internationale verdragen, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming ( AVG), Europese regels waarin onderwerpen als privacy en digitale ontwikkelingen zijn geregeld (zie ook hoofdstuk 4). Om zo’n EU Verordening rechtskracht (jurisdictie) te geven in ons land is er een korte wet ingevoerd, de Uitvoeringswet AVG. Toezicht en handhaving berusten bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Ik herinner mij uit mijn werkzame leven bij de politie en een inspectiedienst dat we in de zeventiger jaren bij grensoverschrijdend vervoer al handhaafden op Europese regels, bijvoorbeeld voor de rust- en rijtijden van beroepschauffeurs. Een van de snelst groeiende vormen van criminaliteit is computercriminaliteit, zoals computervredebreuk (hacking) en identiteitsfraude die voor politie en bijzondere opsporingsdiensten relevant zijn voor het toezicht, bijvoorbeeld door datalekken. Cybercriminaliteit is strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. In 2016 werd het rapport ‘Handelen naar waarheid’ uitgebracht over het functioneren van de politie, waarin een belangrijke conclusie mij aansprak. Uit de vele gevoerde gesprekken en literatuur rijst volgens de opstellers van het rapport de conclusie op, ‘dat de opsporing in het algemeen over een te gering verandervermogen beschikt om als organisatie de huidige en toekomstige uitdagingen aan te kunnen’. Vervolgens wordt een aantal interne knelpunten opgesomd (1). Deze algemene conclusie is zo belangrijk, omdat onze samenleving steeds dynamischer wordt en voortdurend verandert. In het tv-programma Buitenhof van 7 maart 2021 uitte minister van Justitie Grapperhaus zijn zorgen over de toegenomen druk op de rechtsstaat. Als belangrijke oorzaken verwees hij onder andere naar de bezuinigingen bij politie en justitie, die sinds de financiële crisis zijn doorgevoerd. Justitie wordt volgens hem gemangeld door de enorme uitgaven voor zorg en sociale uitkeringen. In dit hoofdstuk ga ik in op twee belangrijke aspecten van de rechtshandhaving, namelijk de algemene opsporingsambtenaren bij politie en marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) voornamelijk werkzaam bij gemeentes, inspecties en autoriteiten. Ik maak deze scheiding omdat ik in beide sectoren jarenlang werkzaam was en er de afgelopen decennia diverse boeken en publicaties over schreef.  Zie ook andere publicaties die ik schreef voor deze website -Rechtshandhaving en criminaliteit: actie en reactie | Jaap Spaans   en  -Verband tussen plofkraken, digitalisering en kletskassa’s | Jaap Spaans  en -TRENDS 3: ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ | Jaap Spaans

Criminaliteit

Criminologie is de gedragswetenschap die crimineel gedrag bestudeert. Criminaliteit is ‘door de overheid strafbaar gesteld gedrag’. Gedrag dus ‘waarbij normen of regels worden overtreden, die in brede lagen van de bevolking algemeen worden erkend’ (2). Daar past wel de kanttekening bij dat criminaliteit plaats, tijd en cultuurgebonden is. In 2013 werd het verbod op godslastering in ons land afgeschaft. Er gaan echter weer stemmen op om dit verbod weer in te voeren met name vanuit religieuze kringen zoals Nida en de SGP. Wat in islamitische landen als ernstig misdrijf wordt beschouwd, zoals belediging van de profeet, kan in Westerse landen vallen onder de vrijheid van meningsuiting (3). Echter de maatschappelijke dynamiek is groot. Door demografische veranderingen neemt de druk toe om ‘achterhaalde’ wetgeving opnieuw in te voeren of wetgeving aan te passen. In deze publicatie gaat het om criminaliteit in ons land, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen overtredingen en misdrijven. Veel verkeersdelicten zoals de gedragsregels zijn overtredingen, maar wie onder invloed een voertuig bestuurt of doorrijdt na een aanrijding pleegt een misdrijf. Afhankelijk van de aard van het delict en de omstandigheden worden misdrijven in de regel zwaarder gestraft dan overtredingen. In het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht staan misdrijven beschreven zoals diefstal (artikel 310) en in het derde boek overtredingen, zoals openbare dronkenschap (artikel 426). Misdrijven zijn over het algemeen ernstiger en dan wordt als snel gedacht aan gewelds- en levensdelicten, zedendelicten, economische delicten, vermogensdelicten of computercriminaliteit. Al jaren wijzen de statistieken uit dat het aantal misdrijven in ons land afneemt, maar er zijn ook misdrijven waarvan we een toename zien zoals valsheid in geschrifte en computervredebreuk (Bron CBS: StatLine – Geregistreerde criminaliteit; soort misdrijf, regio (cbs.nl). De praktijk leert echter dat je met cijfers kunt ‘goochelen’, waardoor een vertekend beeld kan ontstaan. Door betere beveiliging neemt het aantal fietsendiefstallen af en dat geldt ook voor het aantal geweldsdelicten. Door onderbezetting bij de politie kan de aangiftebereidheid sterk afnemen, wat weer doorwerkt in de statistieken. Door decentralisatie van de jeugdzorg en bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), wordt de politie in toenemende mate geconfronteerd met verwarde personen. Een kerntaak van de hulpverlening en de GGZ, die op het bordje van de politie wordt geschoven en ten koste gaat van de kerntaken. Door de sterke toename van cybercriminaliteit, de complexiteit van deze vorm van criminaliteit vanwege de complicerende grensoverschrijdend  aspecten en capaciteitsproblemen is de politie onvoldoende in staat grootschalig en effectief te handhaven. Cybercriminaliteit ontwikkelt zich tot een gesel voor de samenleving. Gelukkig is men bezig aan een inhaalslag. Bij levensdelicten en geweldscriminaliteit als liquidaties zien we vooral de ernst en maatschappelijke impact sterk toenemen. Via massamedia, sociale media en informatieve programma’s als Opsporing Verzocht, worden burgers dagelijks geconfronteerd met de ernstige gevolgen van aanslagen, steekincidenten, brandstichtingen en gewapende overvallen. Hierdoor neemt de gevoelsveiligheid bij burgers sterk af. Onveiligheid heeft een enorme impact op burgers en veel mensen maken zich dan ook zorgen over de ontwikkelingen in onze samenleving. Voor cijfers over criminaliteit raadpleeg ik regelmatig het dataportaal op de website van de Nationale Politie. Via ‘Open Data’ beoogt de politie transparant te zijn. ‘Alle data op die website wordt daarom als Open Data aangeboden, dat wil zeggen: openbaar, kosteloos, rechtenvrij, volgens open standaarden en gemakkelijk toegankelijk. De Open Data van de politie zijn herbruikbaar voor iedereen, voor nieuwe doeleinden’ (citaat data.politie.nl ). Het criminaliteitsbeeld in ons land is de afgelopen tijd sterk beïnvloed door de coronapandemie. Het meest in het oog springt de daling van het aantal inbraken en de toename van online misdrijven. Het totaal aantal geregistreerde misdrijven daalde vorig jaar licht met een procent ten opzichte van 2019. De gewelddadige coronademonstraties waarbij hulpverleners werden aangevallen en gemolesteerd, hebben tot veel weerstand geleid onder burgers. Gerrit van der Burg, voorzitter van het College van procureurs-generaal, uitte op 10 maart 2021 zijn grote bezorgdheid over de toename van geweldscriminaliteit en wapenbezit onder jongeren. De bezorgdheid werd geuit in een nieuwsbericht op de website van het OM bij de presentatie van het Jaarbeeld OM over 2020. Tevens beschreef hij cybercriminaliteit als  ‘het delict van de toekomst’. Bij de vervolging van verdachten zet het OM sterker in op het verhalen van de financiële schade die is aangericht en aanscherping van de plukze wetgeving. Een ernstige bedreiging voor onze samenleving is de ondermijnende criminaliteit, waarbij de onderwereld invloed uitoefent op de bovenwereld, onder andere door het plegen van aanslagen en liquidaties. Gelukkig is hiervoor intensieve aandacht in het kabinet. GEWELD BEKNOPT OVERZICHT

Zelf heb ik goede herinneringen aan de tijd dat ik als agent werkzaam was bij een gemeentelijk politiekorps in het dynamische Westland. Ook toen was er criminaliteit, maar zowel bij het publiek als onder de collega’s heerste over het algemeen een gemoedelijke sfeer. Ik betwijfel of ik mij in de huidige politiecultuur op mijn plaats zou voelen, maar dat heeft vast met leeftijd te maken. De invloed van sociale media en moderne technologie vereist een ‘andere politieagent’, die naast flexibiliteit moet kunnen werken in een permanent veranderingsproces zowel in de organisatiecultuur als in de samenleving. Dat geldt overigens voor meer beroepen. Zowel op vaktechnisch als ethisch gebied vereist dit andere vaardigheden dan in mijn tijd, de jaren zeventig. Dat de burger het gevoel heeft dat zijn veiligheid onder druk staat, is een trend die al enige jaren aan de gang is. Over die gevoelsveiligheid schreef ik in 2018 een afzonderlijke publicatie op deze website, waarnaar ik verwijs. TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid | Jaap Spaans . Een ethisch probleem voor opsporingsambtenaren dat door de ontwikkelingen in de samenleving wordt versneld, is het feit dat zij moeten handhaven op punten waar zij zelf ook betrokken zijn zoals het recht op demonstraties, handhaving van coronamaatregelen waarvoor bij de handhaving een zekere neutraliteit nodig is. Dilemma’s kunnen tot innerlijke strijd leiden. Dat uitte zich onder andere in de berichtgeving in appgroepjes van opsporingsambtenaren en een politieke partij, die tot grote commotie leidden. In de VS kwam die ontwikkeling sterk naar voren tijdens de recente presidentsverkiezing. Bij de bewaking en bestorming van het Capitol moest worden gehandhaafd door ambtenaren, die zelf president Trump steunden, wat zowel bij een deel van de handhavers als politici tot ethische en levensbeschouwelijke dilemma’s leidde. Die zullen in de toekomst vaker optreden en dat vereist een goede begeleiding. In het volgende deel van deze publicatie gaat het over bijzondere opsporingsdiensten. Een onderwerp dat in het licht van de handhaving sterk wordt onderbelicht. In brede zin is er onvoldoende kennis over de taken en bevoegdheden van autoriteiten, inspecties en BOA’s en dat is nadelig voor de burger.

Inspecties, autoriteiten en BOA’s (de vele afkortingen zijn noodzakelijk vanwege het overzicht) Lees svp eerst de recensies in de volgende links: HANDHAVING Quotes uit recensies vakbladen en HANDHAVING Recensies vakbladen Controle Ambtenaren 1997

Dat handhaving van de bijzondere wetten wordt onderbelicht in de media is jammer, want de gemiddelde burger wordt regelmatig met deze wetgeving geconfronteerd. De handhaving door politie en marechaussee is gebaseerd op de Politiewet. In artikel 4 onder 4 van de Politiewet staat ten aanzien van de marechaussee wel een kanttekening n.l.: ‘Hoewel bevoegd tot de opsporing van alle strafbare feiten, onthoudt de militair van de Koninklijke marechaussee die is aangewezen krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, zich van optreden anders dan in het kader van de uitvoering van zijn politietaken, bedoeld in het eerste lid’. De basis voor de handhaving door BOA’s werkzaam onder andere voor inspecties, autoriteiten en overheden is de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Tevens is er het Besluit Buitengewoon opsporingsambtenaar, dat voortvloeit uit artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. Belangrijke autoriteiten en inspecties waar u en ik als consumenten of ondernemers mee te maken krijgen zijn de Autoriteit Consument en Markt (ACM), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)  de Autoriteit Woningcorporaties (AW) onderdeel van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILENT), de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie-jenv) en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Het is overigens geen volledige opsomming. In toenemende mate is er bij de handhaving een wettelijke overlap tussen de algemene en de bijzondere opsporingsdiensten. Om enige voorbeelden te geven. Cybercriminaliteit heeft ook gevolgen voor de privacy en dat raakt dan weer aan de kerntaken van de inspecties en autoriteiten. Dat kan ook gelden voor spam dat strafbaar is in de Telecommunicatiewet, maar als er sprake is van phishing kan dit strafrechtelijk worden vervolgd. Om een beter beeld te schetsen van de taken, som ik in het kort de aangehaalde diensten op om inzicht te verschaffen vermeld ik daarbij een of twee wetten waarop deze controleren en toezicht houden. Ik benoem ze op afkorting omdat die meestal in de naam van websites zijn vermeld. De autoriteiten zien onder andere toe op de nationale handhaving van Europese regels.

ACM houdt toezicht op de telecommarkt, waarschuwt tegen bijvoorbeeld spam, houdt toezicht op de regels van de Warmtewet en blokverwarming en het Bel-me-niet-register. AFM waarschuwt tegen oplichtingspraktijken en neemt klachten over financiële producten in behandeling, zoals de woekerpolis. AP houdt toezicht op de Europese privacywetgeving AVG en is meldpunt voor datalekken. De (AW) is onderdeel van Ilent en houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties.  Ilent controleert het transport op rij- en rusttijden, tachograaffraude en de classificatie en opslag van vuurwerk. FIOD onderzoekt excessen op het gebied van de belastingwetgeving. IGJ handhaaft in de  gezondheidszorg zoals de naleving van de Geneesmiddelenwet, de Wet beroepen in de gezondheidszorg (BIG) en de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz). Inspectie-jenv houdt toezicht op justitiële instellingen in de jeugdketen, op taakuitvoering binnen de vreemdelingenketen, crisis- en rampenbestrijding, gevangenissen en forensisch psychiatrische klinieken en taakuitvoering van de politie De NVWA voorkomt gevaren voor de consument zoals voedselvergiftiging en bewaakt de voedselkwaliteit. In het kader van het toezicht mogen zij sancties opleggen (4).

Versnippering bijzondere handhaving

In de negentiger jaren telde ons land 35 bijzondere opsporingsdiensten en was er sprake van versnippering, wat de handhaving niet ten goede kwam. Een transportbedrijf of horecaonderneming kon meerdere diensten naast elkaar over hetzelfde onderwerp op bezoek krijgen en dat vergde veel tijd en energie. Tot 1993 bestond er weinig inzicht in het aantal bijzondere opsporingsambtenaren dat werkzaam was voor deze diensten. Volgens bronnen ging het toen om tussen de 50.000 en 80.000 ambtenaren. Er was wel een prikkel gekomen om deze sector beter te onderzoeken, door het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Onderzoek naar inspecties’ uit 1989. Op pagina 43 werd de aanleiding voor onderzoek aangehaald, namelijk de publicatie van het rapport ‘Heroverweging diensten met opsporingsbevoegdheid’ uit 1985, waarin het standpunt werd ingenomen dat het opsporen van strafbare feiten primair een bevoegdheid is van de reguliere politie. Wel werd daarbij de kanttekening opgenomen om in bepaalde gevallen de handhaving toe te vertrouwen aan een vakdepartement. In de jaren die volgden verscheen een groot aantal publicaties zoals een publicatie in het Tijdschrift voor de Politie ‘Sturing en controle van de Bijzondere Opsporingsdiensten’, door G.P. Van de Beek. Van de Beek belicht de plaats van de bijzondere opsporingsdiensten in het handhavingsbestel van die tijd. Onder andere kwamen de wenselijkheid van terugtreding van het strafrecht bij de handhaving van het economische ordeningsrecht aan de orde en de noodzaak van fusie, samenwerking of integratie van diensten. De auteur acht integratie of fusie met de reguliere politie echter uitgesloten. Nadien zijn er vele reorganisaties gevolgd, zoals de samenvoeging van de Rijksverkeersinspectie waarvoor ik werkzaam was met het Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen. De projectgroep die ik leidde mocht aan dat proces een (kritische) bijdrage leveren (5).

De Vuurwerkramp

Op zaterdag 13 mei 2000 vond in Enschede een van de grootste rampen plaats, die bekend staat als de Vuurwerkramp Enschede. Nederland was geschokt door de rampzalige gevolgen met 23 dodelijke slachtoffers, 650 gewonden en 200 verwoeste woningen. Bij de reconstructie van de ramp met uitgebreide rapportages en documentaties, kwamen de volgende diensten uitgebreid in beeld: Inspectie Milieuhygiëne, Inspectie Ruimtelijke Ordening, Inspectie Volkshuisvesting, Inspectie voor de Politie, Arbeidsinspectie en Rijksverkeersinspectie (RVI). De RVI is de dienst waarbij ik ruim 15 jaren werkzaam was geweest en die ik in 1994 had verlaten en waarover ik in 1995 een boek had gepubliceerd. Een van de vele conclusies was dat er jarenlang onvoldoende aandacht was besteed aan vuurwerk. Het KRO-programma Reporter toonde in die tijd een intern rapport van de RVI, waarin een ontluisterend beeld werd geschetst van het eigen functioneren. Voor mij aanleiding een brief te schrijven aan de inspecteur generaal van de RVI, waarin ik mijn gevoelens en kritiek heb geuit. In zijn antwoord onderschreef hij mijn kritiek die inhield dat er onvoldoende lering was getrokken uit praktische faalmomenten en waarschuwingen vanuit de dienst. Tevens werd ik uitgenodigd voor een gesprek op het ministerie. Zelf had ik als leider van een Projectgroep Communicatie en PR in 1993, na een uitgebreide enquête onder het controle personeel, gerapporteerd dat de classificatie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen zodanig complex is, dat alleen specialisatie kan leiden tot kwalitatief hoogwaardige handhaving. Beleidsmatig was het management echter bezig van alle controleurs/inspecteurs generalisten te maken, ondanks het feit dat onderzoek had uitgewezen dat er in brede zin toen al een kennistekort was onder het controle personeel. Helaas zijn de aanbevelingen van de projectgroep toen in de wind geslagen. Een belangrijk maar zeer fundamenteel punt van kritiek, was de vaststelling dat met de lessen en aanbevelingen rond de vuurwerkramp in Culemborg in 1991 weinig was gedaan. Kernpunt van kritiek was dat de zes betrokken ministeries nauwelijks met elkaar overlegden over de bevindingen. De vuurwerkramp triggerde opnieuw de discussie over de noodzaak van een ‘Nationale Inspectiedienst’ en centralisering van de inspectietaken (6). 

Centrale Bijzondere Opsporingsdienst

Op grond van persoonlijke ervaringen, uitspraken van opsporingsambtenaren en ondernemers alsmede op basis van mijn taak als voormalig projectleider stelde ik in april 1995 een ‘Beknopt pleidooi voor de instelling van een Centrale Bijzondere Opsporingsdienst’ op Beknopt Pleidooi Centrale Bijzondere Opsporingsdienst. Ik had toen de overheid als werkgever reeds verlaten. In de media zoals vakbladen werd veel aandacht besteed aan mijn pleidooi. De voor- en nadelen van zo’n stap heb ik beschreven vanuit de vaste zekerheid, dat dit een efficiënter opsporingsapparaat zou kunnen verwezenlijken, onder andere door afstemming van de digitaliseringsprocessen. Onder hoge ambtenaren was weinig animo voor mijn initiatief. Zij zagen hun riante posities in gevaar komen en handhavingspersoneel aan de basis vertoonde verschijnselen  van reorganisatie moeheid. Door de vuurwerkramp en voortschrijdend inzicht kwam het onderwerp weer in beeld. De heer Van Vollenhove die aan de wieg stond van de Onderzoekraad voor Veiligheid, pleitte ook voor het samenvoegen van inspecties. Of het er ooit van komt is de vraag. Natuurlijk zijn er nadelen aan verbonden, maar die wegen niet op tegen de vele voordelen. Door digitalisering en sterk verbeterde handhavingsinstrumenten zijn die voordelen alleen maar toegenomen. Recensie Boek Controleambtenaren in vakblad

Kantelconclusie. Na een decennium van bezuinigingen moeten er meer financiële middelen naar de Nationale Politie en andere belangrijke opsporingsdiensten. Veiligheid heeft topprioriteit voor burgers en door goede handhaving kan er een veiliger samenleving ontstaan. Dat geldt onder andere voor geweldsmisdrijven en cybercriminaliteit, waar met name senioren en mensen met een beperking kwetsbaar zijn. Ik heb dat uitgebreid beschreven in het vorige hoofdstuk over digitalisering en cyberveiligheid. Een ingewikkelde en kostbare klus om te klaren, waarbij een belangrijke taak is weggelegd voor preventie en optimale voorlichting dichtbij de burger.  Recensie Boek Controleambtenaren in vakblad

Foto’s: Jaap Spaans: (oude) ministerie van Justitie, Muur tegen Geweld met naambordjes van geweldsslachtoffers o.a. Joes Kloppenburg, politiecontrole in het Westland, bewaking door marechaussee op het Binnenhof, wegcontrole door Rijksverkeersinspectie (RVI) in Drenthe, omslagen van mijn boeken over de RVI en bijzondere opsporingsdiensten.

Enige publicaties in vakbladen over geweld in: de Justitiekrant, het Algemeen Politieblad en andere vakbladen: HANDHAVING Mijn Bijdrage JUSTITIEKRANT 1999 , AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999

Bronnen

  1. –Eindversie Rapport Handelen naar Waarheid. Sterkte- en zwakte-analyse van de opsporing. Hoofdstuk 5 onder 5.1 over Verandervermogen Auteurs S. Huisman, M. Princen, P. Klerks en N.Kop in opdracht van het Programmateam Herijking Opsporing. Amsterdam, 6 mei 2016
  2. –‘Criminaliteit’, pagina 12, Lambert Rooijendijk en Fee van Delft. Uitgeverij H. Nelissen, Baarn. 1e druk, 1998. –Publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving 2019 Auteurs: Meijer, R.F., Braak, S.W. van den, Choenni, R. Uitgave Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC).
  3. –Verkiezingsprogramma Bij de Tijd van de politieke partij NIDA. Pagina 16. NIDA pleit daarin voor een herleving en belichting van ethische grenzen.
  4. –Informatie van websites van de vermelde diensten en organisaties, voor zover van toepassing.
  5. –Twee paginagrote reportages en interviews met mij in dagblad De Telegraaf, zaterdagen 23/8 en 30/8 1997 respectievelijk ‘De machtige arm van de controleurs’ en ‘In de greep van duistere speurneuzen. Waas van geheimzinnigheid rond buitengewoon opsporingsambtenaren’. Emile Bode. –‘Horeca wil één dienst inspectie’. Nieuwsblad van het Noorden, 5/1/2001.
  6. Rapport van de :Projectgroep Communicatie en PR van de Rijksverkeersinspectie. RVI 1993. –Onderzoek vuurwerkramp Enschede. Deelreconstructie Cluster 1, verzie 1 november 2000. ‘Pro-actie en preventie’. –Overheid leerde niets van ramp Culemborg’. Nieuwsblad van het Noorden, 20/2/2001. -–‘Onderzoek inspectie: Etiket op vuurwerk deugt niet’. NRC-Handelsblad, 11/12/2000. –‘Inspectie (RVI J.S.) faalt bij toezicht vuurwerk. Rapport schetst ontluisterend beeld’. –Nieuwsblad van het Noorden, 27/10/2000. –‘Weinig interesse voor vuurwerk bij inspecties’. Signalen van een RVI controleur over de gebrekkige controles werden genegeerd. De Volkskrant, 14/12/2000. –Persoonlijk gesprek in Den Haag met en op uitnodiging van de Inspecteur Generaal van de Rijksverkeersinspectie op 28 november 2000 en correspondentie daarover van 27 oktober 2000 en 20 december 2000. –‘Oosting is woedend op de RVI’. De Telegraaf, 6/3/2001. –‘Controle zware explosieven faalt’. Drentse Courant, 28/10/2000. —KRO Reporter 26 10 2000 Over hoe de vuurwerkramp voorkomen had kunnen worden – YouTube
  7. –‘Kamer houdt vast aan fusie van inspecties. Coalitie wil ministers dwingen’. Martin Visser in Het Financieele Dagblad, 30/1/2006. –‘Controle op controleurs ontbreekt’. Michel Brandsma in het Haarlems Dagblad, 20/12/1996. –‘Beknopt pleidooi voor de instelling van een Centrale Bijzondere Opsporingsdienst’. Jaap Spaans, april 1995. –‘Instelling Centrale Bijzondere Opsporingsdienst bepleit’. Nieuwsbrief Politie, 14/1/1997. –’Wildgroei in controle sector’. Visserijnieuws, 24/1/1997.