-RECHTSHANDHAVING EN CRIMINALITEIT: ACTIE EN REACTIE

Dit bericht is op 14 juni aangepast met de conclusies over digitale dreiging van het NCTV (zie 2e alinea en de bronnen)

Welke levensbeschouwing of opvatting iemand ook heeft, onderwerpen als criminaliteit, veiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer raken iedereen. Daarom publiceer ik regelmatig over het onderwerp en de praktijk leert dat dit op prijs wordt gesteld. Ik krijg reacties van mensen die zich achter hun computer zittend realiseren, dat ze onvoldoende zicht hebben op wat zich in het apparaat afspeelt en er vervolgens online allemaal gebeurt. Veel mensen worstelen met vragen als ‘hoe wapen je jezelf tegen cybercriminaliteit en wat moet je als benadeelde burger doen om identiteitsfraude te voorkomen als je identiteitsbewijs wordt gestolen of verloren raakt’? Daarnaast is er de grote groep burgers die in verwarring raakt onder de stortvloed aan informatie over geweldscriminaliteit die hen via nieuwszenders, dagbladen en programma’s als opsporing verzocht bereikt. De tijd dat kwetsbare groepen in de samenleving als ouderen en mensen met een beperking door daders werden ontzien, ligt ver achter ons. Slachtoffers van criminaliteit en hun omgeving ervaren soms langdurig de ernstige gevolgen en sterke emoties. Wetgeving en toezicht op de naleving ervan zijn daarom belangrijke maatschappelijke onderwerpen. Moeilijker ligt het bij ethische normen, die vaak berusten op religieuze of levensbeschouwelijke normen. Deze zijn vaak wel, maar niet altijd vastgelegd in seculiere wet- en regelgeving. Soms kan wetgeving indruisen tegen ethische normen en steeds vaker blijkt dat wetgeving de ontwikkelingen in de samenleving pas op afstand volgt. Voorbeelden daarvan zijn ‘de positie van de overheid’, wetenschappelijke onderwerpen als ‘digitalisering’ en ‘genetica’ en hoe als individu om te gaan met mondiale uitdagingen als ‘klimaatverandering’, ‘staatshacking’ of ‘de migratieproblematiek’. Eenmaal in gang gezette ontwikkelingen blijken vaak moeilijk om te buigen. In een boek als de Bijbel speelt de overheid een belangrijke rol. Moderne begrippen als genetica, cybercriminaliteit en digitalisering komen er niet voor, zodat je bij het ontwikkelen van een visie algemene en indirecte principes zult moeten toepassen.

Criminaliteit en digitale dreiging

In mei en juni 2019 verschenen enige publicaties die vanuit ethisch en maatschappelijk oogpunt belangrijk zijn. Het Openbaar Ministerie (OM), een belangrijke schakel in de rechtshandhavingsketen, publiceerde het Jaarbericht 2018. In diezelfde periode berichtte de NOS over het gebruik van algoritmes bij de verwerking van informatie en opstellen van profielen van burgers. In juni publiceerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019. Daarin wordt benoemd hoe groot de digitale dreiging voor onze  nationale veiligheid  is. Opmerkelijk is dat deze dreiging niet afkomstig is van personen of criminele organisaties, maar van landen. Dat gebeurt in de vorm van spionage, verstoring en sabotage.  Nederland is extra gevoelig, omdat zowel de infrastructuur als het financiële stelsel volledig afhankelijk zijn  van gedigitaliseerde systemen. De kwetsbaarheid die daardoor is ontstaan, heb ik de afgelopen twee decennia in talrijke publicaties benoemd en geanalyseerd.  Als christen met een achtergrond bij de politie en een opsporingsdienst en met een bijzondere belangstelling voor ethische onderwerpen, burgerrechten en plichten, hebben  publicaties als jaarberichten mijn bijzondere belangstelling. We leven in een complexe samenleving die door globalisering en andere ontwikkelingen in hoog tempo verandert en onze flexibiliteit zwaar op de proef stelt. In die context en gelet op de inleiding is het belangrijk dat de overheid verantwoording aflegt over de kwaliteit van de rechtshandhaving en toezichthouders voor burgers ‘de vinger aan de pols houden’. Om het maatschappelijke belang van het OM in onze rechtsstaat te illustreren zijn de volgende cijfers veelzeggend. De ongeveer 5300 medewerkers van het OM behandelden in 2018 ruim 300.000 strafzaken. De eisen die aan de medewerkers worden gesteld zijn hoog, onder andere vanwege hun voortdurende benodigde beschikbaarheid en omdat de beslissingen die deze ambtenaren nemen moeten voldoen aan strikte juridische normen. Dat veroorzaakt een hoge werkdruk. Gecombineerd met een te krap budget, is dat een permanent punt van zorg en aandacht en dat is duidelijk voelbaar bij de OM-onderdelen. De situatie kan ook gevolgen hebben voor de burgers, bijvoorbeeld met betrekking tot aangiftebereidheid bij moeilijk op te sporen delicten als cybercriminaliteit  (1).

Corruptie en ondermijnende criminaliteit
Volgens het OM is het aantal geregistreerde misdrijven in 2018 gedaald met 6 procent ten opzichte van 2017. Aan die daling is echter een einde gekomen. Zo is het aantal overvallen voor het eerst sinds jaren 4 procent hoger dan de afgelopen jaren. Ook het aantal geconstateerde verkeersmisdrijven, zoals rijden onder invloed, en het aantal overtredingen van de Wet wapens en munitie, nam in 2018 met meer dan 10 procent toe. Ronduit zorgelijk is dat het gevaar voor onschuldige burgers groter is geworden. Criminelen hebben steeds minder schroom om liquidaties op klaarlichte dag en op openbare plaatsen uit te (laten) voeren. Het voorkomen van liquidaties is moeilijk, maar politie en OM doen er alles aan om potentiële daders het zo lastig mogelijk te maken. Liquidaties worden niet als afzonderlijke incidenten beschouwd. Het gaat om ernstige uitingen van ondermijnende criminaliteit, die samenhangt met andere vormen van criminaliteit, zoals grootschalige drugshandel. Een ander zorgelijk aspect is dat de Rijksrecherche, die onderzoek verricht naar ambtsdelicten en integriteitsschendingen door ambtenaren, in 2018 meer onderzoeken deed dan ooit. De onderzoeken zijn ook complexer geworden en vereisen daardoor meer tijd en mankracht. Daarbij kan het gaan om zogenaamde lek- en corruptiezaken, waarbij bijvoorbeeld contacten met de georganiseerde criminaliteit zijn waargenomen. In het oog springend was de strafzaak tegen een voormalige politieman, die regelmatig in een politiesysteem zocht naar informatie over personen en lopende onderzoeken (2).

Actie leidt tot reactie: profielen op basis van algoritmen
Bij het complexe dossier rechtshandhaving leidt actie vaak tot reactie. Een minister vergeleek de bestrijding van criminaliteit ooit als een ratrace, waarbij nieuwe en extremere vormen van criminaliteit, worden gevolgd door de inzet van modernere handhavingsinstrumenten. Een vicieuze cirkel die niet te doorbreken lijkt. Wetgeving loopt altijd achter de feiten aan en er zal altijd een achterstand blijven bij de handhavers. In onze rechtsstaat kunnen opsporingsmiddelen pas worden ingezet na wetswijzigingen. Een treffend voorbeeld daarvan is de inzet van DNA en andere vormen van biometrische identificatie bij de opsporing van delicten. Daarbij past de kanttekening, dat aan de inzet van moderne technologie ook nadelen kleven voor de goedwillende burgers. Onlangs berichtte de NOS dat de overheid vaak voorspellende algoritmes gebruikt bijvoorbeeld van de Belastingdienst en andere overheidsorganisaties. Daarbij is niet altijd even duidelijk voor burgers wanneer algoritmes worden gebruikt. Een algoritme is een reeks instructies voor een computer waardoor deze ingewikkelde patronen kunnen herkennen. Via datamining kunnen duizenden feiten meewegen, om bijvoorbeeld voorspellingen te doen of schattingen te maken. Van iedere burger zijn inmiddels profielen opgesteld. In de zorg bestaan er risicoprofielen om te voorspellen welke ziektes iemand kan krijgen. Banken kunnen risicoprofielen gebruiken bij de kredietverlening. Bij de criminaliteitsbestrijding wordt gebruik gemaakt van daderprofielen. Op zich is dat legitiem, mits er openheid over bestaat en de burger weet waar hij aan toe is en de gevolgen kan inschatten. Belangrijk, want profielen kunnen immers ook worden gebruikt om burgers zonder reden uit te sluiten van bepaalde diensten. Daderprofielen zouden in de toekomst kunnen worden gebruikt om iemand sneller als dader aan te merken, dan forensisch bewijs rechtvaardigt. Rechtshandhaving en ethiek kunnen dan op gespannen voet komen te staan. In het verleden is hiervoor in talrijke publicaties gewaarschuwd. Ook de privacy waakhond, de Autoriteit Persoonsgegeven (AP), is van mening dat openheid over het beleid gewenst is. Volgens de voorzitter van de AP moet de overheid daar transparant over zijn, en helder maken op welke manier iemands gegevens worden verwerkt en hoe de besluitvorming plaats vindt (3). Als ik werk aan deze webpublicatie lees ik in een persbericht van het IMF, dat Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF, waarschuwt voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem. Dat geldt ook voor de rechtshandhaving, want computertechnologie en digitalisering worden steeds dominanter in die sector. Een waarschuwing dus uit onverdachte en deskundige hoek (4). Uit het eerder aan gehaalde persbericht van de NCTV blijkt dat onze weerbaarheid tegen cybercriminaliteit nog altijd niet op orde is. Juist die weerbaarheid is het belangrijkste instrument om risico’s, bijvoorbeeld van computercriminaliteit door staten, te verminderen. Maar zijn we niet al te afhankelijk geworden van digitale systemen en is er nog wel een weg terug? Een goed voorbeeld daarvan is het betaalsysteem dat steeds verder wordt gedigitaliseerd en in landen als Zweden en Noorwegen breed is ingevoerd. Ik ben dan ook  zeer benieuwd hoe de overheid dit in onze complexe samenleving de komende jaren gaat aanpakken.  

 

Foto Hacker: Nationale Beeldbank Nancy Beijersbergen
Overige foto’s Jaap Spaans: Nationaal monument tegen geweld in De Wijk (DR), politieactie in Hoogeveen en illustratie privacy

Bronnen

1. ‘Jaarbericht 2018: maatschappij verandert, werk verandert mee’. Uitgaven van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019. Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), persbericht en uitgave, 12 juni 2019.‘TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid’. Zie bewuste publicatie van 18/1/2019 op de pagina ‘Artikelen’ vermeld in de rechterkolom. Maandblad De Oogst, juni 2002, Jaap Spaans. ‘Criminele excessen nemen toe. Over de geestelijke oorzaken en achtergronden van de toename van criminele excessen. De Cybersamenleving, Jaap Spaans, 2013 (gratis te downloaden bij boeken).
2. Persbericht betreffende het Jaarbericht 2018 van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019.
3. Nieuwsbericht NOS Nieuws, 29 mei 2019. ‘Privacy waakhond: overheid moet transparanter zijn over algoritmes’.
4. Persbericht International Monetary Fund (IMF), juni 8 2019.‘The Next Steps for International Cooperation in Fintech’. Opening remarks by Christine Lagarde, Managing Director, IMF. Nieuwssite nu.nl, 8 juni 2019. 08 juni 2019. Waarschuwing van Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem.