–Postuum: Vraag aan Baruch Spinoza

Ik was 15, woonde in Voorburg en zat op een christelijke MULO. Muziek was mijn leven in die tijd en met vrienden ging ik wekelijks naar optredens van Haagse bands. Den Haag was in die tijd de bruisende ‘place to be’ als het om popmuziek ging, met veel gerenommeerde bands. Ik speelde zelf in een (onbekend) bandje, nadat ik een elektrische gitaar kon aanschaffen door een krantenwijk te lopen en in de vakanties te werken in de parfumeriegroothandel van mijn zwager aan het Groenewegje in Den Haag. Zonder het op dat moment te beseffen, ontstond daar mijn interesse voor de begaafde Nederlandse filosoof Baruch Spinoza. In de kelder van mijn werkplek heb ik vele duizenden parfumflesjes gevuld. Om even aan de indringende parfumlucht te ontsnappen, had ik tijdens de middagpauzes de gewoonte te wandelen naar het op een kilometer afstand gelegen centrum van Den Haag. Ik liep via de Paviljoensgracht met standbeeld van Baruch de Espinoza (Spinoza) en de voormalige synagoge in de Wagenstraat schuin tegenover De Bijenkorf. Ik realiseerde mij op dat moment niet waar Spinoza als filosoof voor stond. Ik was jong en had het te druk met andere onderwerpen dan filosofie, levensbeschouwing of ideologie. Wel nam ik met een op dat moment onverklaarbare gretigheid de informatie op over de vooroorlogse Joodse buurt van Den Haag, die grensde aan de Paviljoensgracht. Toen ik in 1966 naar Canada emigreerde en in Montreal en andere steden werd geconfronteerd met omvangrijke Joodse gemeenschappen, zette dat mij verder aan het denken. De sluimerende indrukken en jeugdervaringen begonnen pas echt te ontkiemen, nadat ik decennia later werd bepaald bij de filosofische visie van Spinoza. In 2017 bracht ik weer een bezoek aan het Groenewegje en de Paviljoensgracht met het kleine huis waar hij woonde, werkte en uiteindelijk ook overleed. Op dat moment begon de geschiedenis te leven en werden existentiële levensvragen die mij al langer bezig hielden, versterkt. Er kwamen ook vragen bij mij op, die ik aan het eind van deze publicatie formuleer, in het besef dat ik de antwoorden nooit zal krijgen. Toch neem ik de vrijheid die te formuleren, omdat ik weet dat het onderwerp ook anderen bezig houdt. En waarom ook niet? Onlangs las ik dat er postuum een ‘interview’ met Spinoza was gehouden over het onderwerp ‘klimaatverandering’ waarin hem de vraag werd gesteld hoe het komt dat de mens niet in staat is het tij te keren (1).

Baruch Spinoza

Baruch Spinoza werd op 24 november 1632 in Amsterdam geboren uit Portugees-Joodse ouders, die Portugal ontvluchtten voor de Inquisitie. Zijn voornaam betekent in het Hebreeuws ‘Gezegend’. Hij wordt later Benedictus (Gezegend in Latijn) de Spinoza genoemd, maar ik gebruik bij voorkeur de naam Baruch Spinoza. Hij kreeg zijn opleiding in de synagoge en later in de school van de protestantse leraar Franciscus van den Ende, beiden in Amsterdam. Spinoza wordt door velen beschouwd als de grootste filosoof van het rationalisme. Hij baseerde zijn filosofie op wiskundige beginselen over onder andere het wezen van God en de natuur, tot en met menselijk geluk. Al vroeg ontstaan er diepgaande meningsverschillen met de rabbijnen. Spinoza ziet de Torah (de 5 boeken van Mozes) als een vrucht van de menselijke fantasie, die onmogelijk Gods wet kan bevatten. Volgens hem zijn God en de wetten van de natuur hetzelfde. In zijn visie was geen plaats voor een uitverkoren volk of profetische visie. De geschillen lopen hoog op en leiden tot een climax als hij wordt verbannen uit de synagoge. In de jaren die volgen zijn er ook scherpe debatten en polemieken met protestantse theologen en leraren. Naast schrijven moet hij de kost verdienen als slijper van lenzen. Belangrijke werken van Spinoza zijn Tractatus Theologico-politicus (1670) en Ethica (1677). Na een tweejarig verblijf in Rijnsburg, woont hij van 1666 tot 1669 in een klein huis aan de Kerkstraat in mijn geboorteplaats Voorburg. Daar heeft hij regelmatig contact met de sterrenkundige Christiaan Huygens, in wiens opdracht hij lenzen slijpt en dat volgens bronnen voortreffelijk doet. Regelmatig moet hij de woning van Huygens, de prachtige buitenplaats Hofwijck, hebben bezocht. Dat geloofskwesties hem daar blijven achtervolgen, blijkt wel uit het feit dat hij via anderen betrokken raakt bij een rel over de aanstelling van een nieuwe predikant (2). Zowel de buitenplaats Hofwijck, de Kerkstraat met kerk in Voorburg en de aangrenzende Herenstraat zijn bekende plaatsen uit mijn jeugd. Ik werd als kind gedoopt in de Oude Kerk. Begin september 1669 verhuist Spinoza van Voorburg naar Den Haag. Zijn broze gezondheid wordt beschreven als een van de redenen voor de verhuizing. Aan de Paviljoensgracht in Den Haag leidt hij een sober, werkzaam en uiterst productief leven. Hij wordt diep geraakt door de wraakzuchtige moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in Den Haag op 20 augustus 1672. Op 21 februari 1677 overlijdt Baruch Spinoza, 45 jaar oud, in zijn woning aan de Paviljoensgracht aan een longziekte (zie fotocollage). Jarenlange blootstelling aan glaspoeder veroorzaakt door het slijpen van lenzen, zou een van de oorzaken zijn. Pas na zijn dood wordt zijn belangrijkste werk de Ethica gepubliceerd. Tijdgenoten omschrijven Spinoza als zachtmoedig en bescheiden. In de tuin van de Nieuwe Kerk in Den Haag is een grafmonument voor hem opgericht, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat er verschil van mening bestaat over het feit dat hij daar begraven is. In 1958 werd het monument tijdens een staatsbezoek bezocht door David Ben Gurion, de eerste premier van Israël en een groot bewonderaar van Spinoza. Op zijn verzoek is op het monument een zwarte basaltsteen uit Galilea aangebracht met de tekst ‘AMCHA’ (UW VOLK). Ik leg het uit als een daad van verzoening, waarmee de Israëlische premier tevens aangaf dat hij Spinoza nog steeds als Jood beschouwt, ondanks de ban (Cherem). Regelmatig klinkt overigens vanuit de samenleving de roep om de ban op te heffen (3).

Begaafd, zachtmoedig, sober en bescheiden

Tijdens mijn bezoek aan de Paviljoensgracht in Den Haag op een zonnige dag in 2017 stond ik minutenlang in gedachten verzonken op de plaats waar Spinoza woonde, werkte en stierf. Daarna bezocht ik de Nieuwe Kerk in Den Haag met het grafmonument. Ik ben geen filosoof of spinozakenner in de zin dat ik al zijn werken gedetailleerd heb bestudeerd. Naast zijn grote begaafdheid en filosofische inzichten, zie ik hem ook als iemand die een zekere mystiek had en regelmatig in conflict kwam met zichzelf en de wereld om hem heen. Gelet op zijn zachtmoedigheid, soberheid en bescheidenheid schat ik hem in als een gevoelsmens. Ik sluit niet uit dat naast het veelvuldig inademen van slijpsel van lenzen, ook de slopende en afmattende debatten en polemieken over levensbeschouwing zijn gezondheid kunnen hebben beïnvloed. Uit persoonlijke ervaring weet ik hoe afmattend felle discussies en polemieken over levensbeschouwing (en ideologieën) kunnen zijn. Ook de vroege omgeving van Spinoza kan een rol hebben gespeeld bij zijn fysieke kwetsbaarheid. Op zijn zesde overleed zijn moeder en toen hij tweeëntwintig was zijn vader, die zelf al drie vrouwen en vier van zijn kinderen had begraven. Dergelijke tegenslagen kunnen een grote impact hebben op een mens. Hoewel hij afstand had genomen van de orthodoxie, was hij een diep religieus mens gebleven. Ten aanzien van zijn visie op geld en hebzucht raakte mij de volgende zinsnede: ‘Het is duidelijk: de ware wijsgeer is sober, ingetogen, vrij van de drift geld op geld te stapelen (citaat 4). Wat mij daarbij intrigeert is zijn Joodse afkomst en daarmee houdt ook de vraag verband die ik anno 2019 postuum formuleer. Voor persoonlijke bezinning en ter lering, maar wel vanuit het besef dat ik nimmer antwoord zal krijgen.

Postume vraag aan Baruch Spinoza

Spinoza moet ongetwijfeld hebben geweten en wellicht ook ervaren, wat antisemitisme is. Veel is er niet over vermeld. Zijn vader Michael De Spinoza zou wel hevig hebben geleden over de vervolging van zijn geloofsgenoten in Spanje en Portugal. Europa heeft een lange antisemitische traditie. De gele kenmerken, zoals de latere gele Davidsster, hebben hun oorsprong in Europa. Sinds 1100 vonden er antisemitische uitbarstingen plaats rond de eerste kruistochten. Veel Joden waaronder de familie van Spinoza, vluchtten in de Middeleeuwen vanuit Spanje en Portugal naar ons land vanwege het tolerante klimaat hier. Omdat antisemitisme zo hardnekkig en repeterend is en zo’n lange periode omvat, is kennis van de geschiedenis belangrijk. Rond 1600 telde de wereld ongeveer 550 miljoen inwoners. Hoewel ik geen exacte cijfers kon vinden, schat ik op persoonlijke titel dat het aantal Joden op de wereld toen ongeveer 10 miljoen bedroeg, ongeveer 2% van de wereldbevolking. Anno 2019 zijn er wereldwijd ongeveer 14 miljoen Joden, waarvan er 6 miljoen in Israël wonen. Op een wereldbevolking van ruim 7 miljard is dat 2 promille oftewel tweeduizendste. Op grond van rationele gronden als geografie, demografie en aantallen is antisemitisme naar mijn mening niet rationeel verklaarbaar. Omdat Spinoza de ratio zo hoog in het vaandel heeft staan, is dat opmerkelijk. Zelf kan ik het antisemitisme rationeel niet plaatsen en alleen begrijpen vanuit mijn levensbeschouwing, waarin de geschiedenis van het Joodse volk een belangrijke factor is. In de eeuwen na de dood van Spinoza gebeurt er onvoorstelbaar veel. Joden zijn massaal slachtoffer van gruwelijke pogroms, vervolgingen en er ontstaat gettovorming. In Frankrijk is de Dreyfuss-affaire, waarbij een Joodse officier onterecht werd beschuldigd van hoogverrraad, slechts het topje van de ijsberg. Onder Joden ontstaat een groeiende behoefte aan een veilig thuisland. Er vinden twee gruwelijke wereldoorlogen plaats. Tragische climax is de systematische poging door een staat om, met collaborerende medewerking van bezette overheden en burgers, het Joodse volk te vernietigen: de Holocaust. Afschuwelijke omstandigheden waarbij overheden niet in staat bleken kwetsbare burgers te beschermen en die hebben geleid tot de oprichting van de onafhankelijke staat Israël op 14 mei 1948 (5). Hoe verhoudt zich dat tot de visie van Spinoza op de staat die toch zijn burgers dient te beschermen? In het verlengde daarvan is er de vraag, hoe de politieke visie van Spinoza zou zijn op een snel globaliserende wereld en de status en werkwijze van een supranationaal politiek orgaan als de Verenigde Naties (VN). Een beeld in de Beeldentuin van de VN van een krijger die zijn zwaard slaat tot een ploegschaar fascineert mij. Het beeld is een geschenk van Rusland aan de VN en symboliseert een veel in VN-verband gebruikte en aan de Bijbel ontleende spreuk, dat eens de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen (6). Is het in het licht van de geschetste context van groeiend antisemitisme en ernstige conflicten op veel plaatsen in de wereld rationaal, dat uitgerekend het geografisch en demografisch nietige Israël het meest veroordeelde land is in VN-organisaties als de Mensenrechtenraad? Tenslotte: Hoe zou de ontmoeting zijn verlopen tussen Baruch Spinoza en David Ben Gurion de eerste premier van Israël, die het als zijn plicht zag de op jonge leeftijd in Den Haag overleden filosoof te laten weten dat die ook behoorde tot zijn volk. Heb ik het mis als ik denk en hoop dat ze elkaar de hand zouden toesteken of wellicht omhelzen? David Ben Gurion zou Baruch Spinoza ongetwijfeld hebben uitgenodigd voor een bezoek aan Israel om diepgaand van gedachten te wisselen. AMCHA!

Foto’s: Wagon in Auschwitz Trees Kim. Jaap Spaans: collage huisje en standbeeld aan de Paviljoensgracht waar Spinoza woonde, werkte en stierf , de voormalige synagoge in de Wagenstraat te Den Haag (thans moskee), de Kerkstraat in Voorburg (met Oude Kerk) waar  Spinoza woonde, zwarte basaltsteen met tekst AMCHA op het grafmonument bij de Haagse Nieuwe Kerk,  

Bronnen
1. Filosofie Magazine. Dode Denkers. Postuum interview met Baruch Spinoza: ‘Klimaatverandering is geen verstoring van de natuur’. Ruben Endendijk en Michiel Zonneveld
2. ‘Spinoza. Een leven volgens de rede’, pagina 221 en 350. Margaret Gullan-Whur. Uitgave Lemniscaat BV Rotterdam, 2000. ‘Spinoza in 90 minuten’. Paul Strathern. Uitgeverij Holland Haarlem, 1998.
3. ‘In godsnaam, vernietig de ban op Spinoza’. Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW-online), 11 december 2015. ‘The Curious Case of Benedict Spinoza’. Kanttekeningen bij de laatste rustplaats van Spinoza. The Jewish History Channel, December 10 2009.
4. ‘Spinoza’ (biografie), pagina’s 44 en 168. Theun de Vries. Uitgave De Prom, 1991. ‘Spinoza Ethica’. Han van Ruler & Corrina Vermeulen. Uitgave Nederlandse editie Boom Amsterdam, 2012
5.‘En zij werden verstrooid onder alle volken. De geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak. Werner Keller. Uitgeverij La Riviere & Voorhoeve N.V. Zwolle
6. Jesaja 2:4 en Micha 4:3.
Overige geraadpleegde bronnen
–‘Het raadsel Spinoza’. De Volkskrant (online), 8 mei 2012.
–‘Spinoza leert ons vrij te zijn’. Filosofie Magazine, februari 2012.
–De volgende websites zijn bezocht: Hofwijck.nl, Website Filosofie.nl, joodserfgoeddenhaag.nl/spinoza, spinozahuis.nl, ha-historion.blogspot.com, worldhistorysite.com, Wikipedia.com