-Doorbraak placenta-onderzoek?

Eind mei 2018, verschenen in belangrijke Engelstalige wetenschappelijke media publicaties over belangwekkende onderzoeksresultaten met als titel “Convergence of placenta biology and genetic risks for schizophrenia,” (1). Het onderwerp houdt mij al lange tijd bezig en in 2015 legde ik mijn gedachten vast in een boek ‘Het Placenta Mysterie’. De volgende onderzoek conclusie trok mijn aandacht: ‘For the first time, we have found an explanation for the connection between early life complications, genetic risk, and their impact on mental illness and it all converges on the placenta’ . Op persoonlijke titel vertaald vanuit het Engels: ‘Voor het eerst hebben we een verklaring gevonden voor het verband tussen complicaties op jonge leeftijd, genetische risicofactoren, en de invloed ervan op mentale aandoeningen en het is allemaal terug te voeren op de placenta’. Deze onderzoeksresultaten kunnen worden gevoegd bij onderzoek door het Human Placenta Project, waarvoor de overheid in de VS 41,5 miljoen dollar ter beschikking heeft gesteld (2). Een goede zaak. Omdat onderzoek van de placenta tijdens een zwangerschap moeilijk was, werd er in het verleden onvoldoende aandacht aan besteed en volgens uitspraken van enige wetenschappers was het een genegeerd (tijdelijk) orgaan. Het wordt steeds duidelijker dat placenta-afwijkingen een rol kunnen spelen bij zowel korte als lange termijn ontwikkelingsproblemen. Voortschrijdend inzicht door de toegenomen medische kennis en technologische ontwikkelingen, in het buitenland maar ook in ons land (3).

Een mysterieus tijdelijk orgaan
Ieder mens heeft in oorsprong te maken gehad met de placenta of moederkoek. De placenta verbindt de moeder en de foetus tijdens de zwangerschap en speelt een cruciale rol bij de groei en ontwikkeling van de foetus.

Model van kind in baarmoeder. Rechts de placenta die via de navelstreng is verbonden met de foetus. Yvonne Smits NBB

Door middel van de navelstreng is de placenta verbonden met het ongeboren kind, heeft vele vitale functies zoals de foetus te voorzien van zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen en regeling van de chemische huishouding zoals afvoer van afvalstoffen. Ook speelt de placenta een belangrijke rol bij de hormoonproductie en de immuniteit van de foetus. De doorbloeding stopt, zodra de navelstreng afgeklemd of afgesneden wordt. In de Westerse wereld weten ouders vaak niet wat er na de bevalling met de placenta gebeurt. In een aantal gevallen belandt deze bij het medisch afval of wordt gebruikt voor medisch of farmaceutisch onderzoek. De laatste jaren is er een kentering en komt er meer aandacht voor de placenta. In sommige Oosterse culturen komt de waardering voor de placenta tot uitdrukking door deze op rituele wijze te begraven, bijvoorbeeld onder een boom of er wordt een boom op geplant.

Stress via de placenta
In november 2013 verscheen het volgende bericht in de media: ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Het onderzoek wordt beschouwd als baanbrekend en is een bijdrage aan een antwoord op de vraag, waarom sommige mensen vatbaarder zijn voor neurologische aandoeningen dan anderen. In een vervolgonderzoek werd gezocht naar voorspellende aspecten voor stress bij zwangere vrouwen en werden placenta´s onderzocht op stoffen, die mogelijk een grote betekenis hebben voor de hersenontwikkeling van het kind. Door middel van dierproeven werd aangetoond, dat aanstaande moeders de schadelijke effecten van stress kunnen overdragen op hun ongeboren kind via de placenta. Oorzaak zou een tekort aan een bepaald proteïne zijn, dat bescherming biedt tegen de effecten van stress. De onderzoekers sluiten niet uit dat de ontdekking van dit mechanisme kan helpen bij het begrijpen van de oorzaken, die sommige mensen vatbaarder maken voor neurologische aandoeningen (4). Er zijn overigens ziektes waarbij zwangerschapscomplicaties en placenta-afwijkingen veel voorkomen tijdens het ziekteproces, zoals het antifosfolipiden syndroom (APS) en de neuromusculaire aandoening myotone dystrofie (MD). Meer onderzoek is dan ook zeer gewenst.

Leefstijladvisering
Ik verwacht de komende jaren veel nieuwe ontwikkelingen op gebied van placenta-onderzoek. Een verloskundige/onderzoeker en een huisarts voor preconceptionele leefstijladvisering, gaven een goed praktisch advies over voorbereiding op nieuw leven. Deze deskundigen stellen dat het embryo en de placenta reeds in de eerste drie maanden van de zwangerschap worden aangelegd. Voordat de zwangere vrouw zich meldt bij de verloskundige, vinden de conceptie en de eerste groei plaats. Veel problemen in de zwangerschap en mogelijk ook later in het leven van het kind, hebben een oorsprong in die eerste aanleg. Bereid je dus goed voor op de conceptie en de zwangerschap en hanteer een gezonde leefstijl. Ik merk dat dit onderwerp voor veel christenen een taboe is en dat heeft alles te maken met vooroordelen. Zelf juich ik dergelijke adviezen toe en ben een groot voorstander van betere voorlichting en begeleiding. Vaak heb ik in mijn leven en tijdens de opvoeding van de kinderen gedacht: ‘had ik dit maar eerder geweten’.

Verzoek aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport
Op 14 juni heb ik aan de minister van VWS een verzoek gericht om meer aandacht voor de resultaten van placenta-onderzoek in de VS en de daar opgedane kennis en die expertise ook in ons land praktisch toe te passen. Het is inmiddels mijn overtuiging dat dergelijk onderzoek een breed algemeen belang dient. Een vergelijkbaar verzoek heb ik op 22 juni 2018 gericht aan de Parlementaire Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid van het Europees Parlement voor de instelling van een European Placenta Project om kennis over de placenta centraal te verwerken en te communiceren. Laat ik voorop stellen dat ook in Europa  serieus en intensief onderzoek wordt verricht naar de placenta. Voor zover ik kan inschatten en heb ervaren, is er echter vaak sprake van een eilandjescultuur onder wetenschappelijke instellingen en is er behoefte aan een overheid die, zoals in de VS, coördineert en aanstuurt en ervoor zorgt dat deze belangrijke informatie via gerichte communicatie terecht komt bij de basis van de bevolking. Bij degenen die in de praktijk kunnen worden geconfronteerd met de gevolgen van placenta stoornissen.

Reactie namens minister VWS

Gebruik makend van het individueel petitierecht dat ligt verankerd in artikel 5 van de Grondwet heb ik zoals aangegeven een verzoek/vraag ingediend bij de minister van VWS. Omdat de tekst van de wet voorschrijft dat dit schriftelijk (en ondertekend) dient te gebeuren, heb ik eerst gepolst bij het ministerie of het mogelijk was om, gelet op de brede onderbouwing en verwijzingslinks, het verzoek digitaal in te dienen. De medewerker zei dat dit was toegestaan en verstrekte mij het mailadres van de minister. Voor de zekerheid heb ik het verzoek enige dagen later ook nog schriftelijk en ondertekend ingediend zonder bijlagen. Binnen een bredere context had ik geel gemarkeerd het volgende verzoek ingediend met bijlagen:

Onderwerp/Verzoek: Meer aandacht voor recente ontwikkelingen betreffende zeer vooruitstrevend placenta-onderzoek in de VS en het verzoek aan de minister(s) om te stimuleren dat de daar opgedane kennis ook in ons land wordt geanalyseerd en praktische toepassing vindt!
 
Bijlage 1: Hoofdstuk 6 getiteld ‘Myotone Dystrofie en de placenta’ uit mijn boek ‘Het Placenta Mysterie’ uitgegeven 2015. Bronnen in de originele bijlagen kunnen elkaar overlappen.
Bijlage 2: Verzoek uit 2012 aan de Vereniging Spierziekten Nederland, het Prinses Beatrix Spierfonds en het European Neuro Muscular Centre om wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen de spierziekte Myotone Dystrofie type 1, prenatale- en placentacomplicaties bij deze spierziekte en het risico op verstandelijke beperking als de moeder de aandoening heeft.
Bijlage 3: Correspondentie uit 2015 met de projectleider van het Human Placenta Project in de VS, David Weinberg Ph.D. Hij gaf indertijd toestemming om die correspondentie met anderen te delen .

Vervolgens kreeg ik een kort mailantwoord waarin als essentie stond vermeld dat het stimuleren van onderzoeken via  Zon Mw dient te verlopen en wel op aanvraag van de beroepsgroep, waarnaar ik werd verwezen. Ik heb toen via de mail geantwoord dat ik dit een onbevredigend antwoord vond waarbij ik mij afvroeg of mijn verzoek goed was gelezen want de essentie van mijn verzoek ging niet over het nemen van initiatief voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar het beter communiceren naar de gewone burger van onderzoeksresultaten over opzienbarend placenta-onderzoek waarnaar ik in de aanhef heb verwezen (zie tevens de bronnen). Op 14 juli 2018 kreeg ik alsnog een schriftelijk antwoord van een hoge ambtenaar waarin hetzelfde werd gesteld (5). De dag erop heb ik het verzoek ingediend bij de door het ministerie geadviseerde organisatie de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Op 19 juni 2018 ontving ik de volgende reactie: Bedankt voor uw e-mail en toelichting. Wij hebben deze in goede orde ontvangen. De Koepel Wetenschap van de NVOG zal eind september weer bij elkaar komen voor een vergadering. Ik zal er zorg voor dragen dat uw e-mail (incl. bijlagen) wordt opgenomen en besproken op de komende agenda. Hierna zal ik (of een van de leden van de Koepel Wetenschap) u van een antwoord voorzien. Indien u voorafgaand aan de vergadering nog overige vragen heeft dan verneem ik het graag. Met vriendelijke groet, ………….Junior beleidsadviseur.

Aanvullende opmerkingen:

A. Ik had het verzoek gericht aan de minister en niet een belangenvereniging, omdat het verzoek betrekking had op meerdere medische disciplines naast gynaecologie en verloskunde ook kindergeneeskunde en neonatologie, neurologie, psychiatrie en genetica.

B. Nota Medische Ethiek. Twee weken na het indienen van mijn verzoek aan de minister, te weten op 6 juli 2018, zond de minister van VWS de ‘Nota Medische Ethiek’ naar de Tweede Kamer. Op pagina 1 onder ‘Inleiding’ lees ik: ‘In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde’. Onder ‘Toetsingskader voor beleidskeuzes op het gebied van medische ethiek’ op pagina 2 lees ik: ‘Om de toets van noodzakelijkheid goed te kunnen uitvoeren, is het van belang om op de hoogte te zijn van de stand van zaken van de desbetreffende (wetenschappelijke) discipline of vakgebied. Omdat medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen plaatsvinden in een internationale context, is het van belang daarbij goed oog te hebben voor ontwikkelingen buiten Nederland. Maar dat was nu juist de essentie van mijn verzoek aan de minister van VWS. Tenslotte wordt gesteld op pagina 4 van de nota: ‘Graag nodigen we maatschappelijk betrokken organisaties en experts uit om bij te dragen aan het stimuleren van een open maatschappelijke discussie op hun terrein’. Of mijn verzoek nog op enigerlei wijze betrokken is bij deze nota kan ik niet beoordelen, maar komt in het antwoord niet naar voren. Ik betreur het wel dat op het moment dat zo’n nota naar de Tweede Kamer wordt gezonden, hetzelfde ministerie geen inhoudelijk antwoord verstrekt op een mijns inziens (en volgens anderen ook) goed onderbouwd verzoek. Ik ben geen professional of expert zoals in de nota wordt gesteld, maar als je al 25 jaar ervaringsdeskundige bent en veel informatie over het onderwerp opneemt, zou geen beletsel mogen zijn om een belangrijke vraag op zijn merites/inhoud te beoordelen. Verder wacht ik de reactie van de NVOG geduldig af.

Slotopmerking: Zowel uit het lotgenotencontact als sociale contacten is mij gebleken dat men in de ontkenning of verdediging schiet, als er verstandelijke (VGZ) of geestelijke  (GGZ) aspecten aan de orde worden gesteld. Jammer want de feiten uit talrijke bronnen zijn niet te ontkennen. In zijn algemeenheid  rust er kennelijk nog een taboe op dit onderwerp. Ik was in dat verband blij met de emotionele en taboedoorbrekende opmerking van koningin Maxima over het overlijden van haar lieve kleine zusje Ines, bij de opening van het protonencentrum van het UMCG Groningen. Rest mij nog aan te geven dat ik dankbaar ben in een land te leven waar we burgerrechten hebben zoals het petitierecht en voortreffelijke zorgvoorzieningen!

Foto’s: Baarmoeder Yvonne Smits Nationale Beeldbank. Rookverbod ziekenhuis met mega-asbak  Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Nature Medicine’ en ‘Science Daily’, 28 mei 2018: ‘Genes, environment and schizophrenia: New study finds the placenta is the missing link’ en ‘Intersection on schizophrenia, genetics and placental complications’.

2. The Human Placenta Project (HPP), een initiatief van de Amerikaanse overheid.

3. Promotie onderzoek Annemiek Roescher van het UMCG op 26 november 2014. Abstract/uittreksel proefschrift ‘Placental lesions and outcome in preterm born children’ en persberichten van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen van 19 november 2014. ‘Placenta-afwijkingen hebben invloed op ziekte en ontwikkeling te vroeg geborenen’. Persbericht Penn Medicine, november 2013. ‘Study Shows Moms May Pass Effects of Stress to Offspring Via Vaginal Bacteria and Placenta’.

4. Website Gezondheidsnet, 13 november 2013. ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Dagblad Trouw, 3 februari 2004. ‘Deense baby’s zelfs met stress geboren’. Persbericht Erasmus Medisch Centrum, 8 september 2014. ‘Test zwangere op psychische problemen’. Persbericht Universiteit van Tilburg, 10 december 2013. ‘Goed ouderschap al in de zwangerschap te voorspellen’. Onderzoeksresultaten gepubliceerd op de website van Generation R, een project waarbij 10.000 Rotterdamse kinderen worden gevolgd. November 2014. Algemeen Dagblad, 24 januari 2014. ‘Eerst gezond en dan pas zwanger’. Publicatie website artsennet.nl over het promotieonderzoek van Robert Scholte. ’Ondervoeding baarmoeder leidt tot lagere arbeidsdeelname’, 14 oktober 2013 en ‘Slechte omstandigheden vroeg in het leven vergroten gezondheidseffecten ingrijpende gebeurtenissen op latere momenten’. Agenda VU Amsterdam, 14 oktober 2013.

5. Brief van 11 juli 2018 namens de minister van VWS beantwoord door de Directeur Curatieve Zorg.