HoofdpaginaDe auteurDeze tijdNieuwe boeken Overige publicatiesContact informatie

     
Discussiestuk biometrie

J. Spaans, publicist. Hoogeveen. www.jaapspaans.nl         16 februari 2005

Antwoord van minister Th. De Graaf op mijn brief van 12 oktober 2004, onder andere inhoudende een verzoek om in toekomstige wetgeving op het gebied van biometrie en chipimplantatie vrijstellingsbepalingen op te nemen voor gewetensbezwaarden. Dit stuk is als volgt ingedeeld:

a. Beknopte samenvatting van het antwoord van de minister

b. Een persoonlijke reactie van J. Spaans

c. De oorspronkelijke brief aan de minister van 12 oktober 2004.

d. Oorspronkelijke brief van minister de Graaf van 11 februari 2005

A.   Beknopte samenvatting van het  antwoord van de minister
Naar aanleiding van mijn brief van 12 oktober (zie onderaan onder c) ontving ik op 2 november 2004 een reactie van de Vaste kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk BZK0400590), waarin zij laat weten dat de commissie heeft besloten de minister van Binnenlandse Zaken te verzoeken een antwoord op mijn brief te vragen. Dat betekent dat men kennis wil nemen van de afloop. Op 18 november ontving ik van het ministerie bericht dat de brief in behandeling was genomen door het Projectteam Biometrie in Nederlandse reisdocumenten. Heden, 15 februari 2005 ontving ik het antwoord van minister Th. C. de Graaf. Alvorens ik een samenvatting geef en de essentie van het antwoord wil ik, los van de inhoud van het antwoord, stellen dat ik de vaste overtuiging heb dat de overheid deze kwestie serieus heeft genomen en alles in het werk heeft gesteld om mij als burger in deze afdoende te informeren.

Essentie
In het vier pagina’s tellende antwoord stelt de minister dat de internationale ontwikkelingen van grote invloed zijn op het proces. De internationale VN-organisatie voor de burgerluchtvaart (ICAO) heeft in 2003 richtlijnen opgenomen om de gelaatsherkenning als standaard biometrisch kenmerk op te nemen. Hiervoor kan de pasfoto worden gebruikt. Mede onder invloed van internationale ontwikkelingen heeft de EU een verordening aangenomen om het paspoort van de EU-lidstaten veiliger te maken. Er loopt nu in ons land een praktijkproef met uitgifte van biometrische paspoorten. De minister stelt dat de ervaring die daarmee wordt opgedaan van groot belang zal zijn voor de invoering van biometrische kenmerken in Nederlandse reisdocumenten. In de aanloop naar het onderwerp ‘levensbeschouwelijke bezwaren’  dat ik aan de orde stel in mijn brief, stelt de minister dat de Paspoortwet bepalingen omvat om de persoonlijke levenssfeer van de burgers te beschermen. Bij de toevoeging van extra persoonsgegevens, in dit geval een biometrisch kenmerk, worden deze maatregelen opnieuw beoordeeld en waar nodig aangepast. De minister verzekert mij dat zowel internationale privacywetgeving (Art. 8 Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van het Internationale Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten) als onze nationale Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), een uitvloeisel van artikel 10 van de Grondwet, daarbij in ogenschouw zullen worden genomen. Kortom het afnemen van een biometrisch kenmerk betreft het verwerken van persoonsgegevens en moet derhalve voldoen aan de eisen van de Wbp. Voor wat betreft principiële en levensbeschouwelijke bezwaren die een betrokkene heeft bij de aanvraag van een reisdocument met biometrie deelt de minister het volgende mede (citaat): De Grondwet en de internationale regelgeving verplichten de wetgever tot het rekening houden met dergelijke bezwaren. Zij kunnen echter niet zover strekken, dat daardoor het vervaardigen van een degelijk en bruikbaar identiteitsdocument als een paspoort geheel onmogelijk wordt. Er bestaat, zoals u terecht in uw brief constateert, een dringend maatschappelijk belang bij het voeren van een doelmatig veiligheidsbeleid, waarvan controle op personen bij het binnenkomen en verlaten van ons land belangrijk deel uitmaken.

Vervolgens gaat de minister uitgebreid in op het proportionaliteitsbeginsel. Staan de gekozen middelen, in dit geval biometrie, in verhouding tot het doel dat moet worden nagestreefd? De minister is van mening dat toepassing van biometrie in deze gerechtvaardigd is. Naarmate dreigingen, zoals van terrorisme groter worden, zijn beperkingen van grondrechten van sommige burgers eerder te rechtvaardigen. Ingaand op de essentie van mijn verzoek wordt in het antwoord het volgende gesteld:

Beperkingen van het recht op privé-leven en het recht op vrijheid van geweten, vinden hun begrenzing in de disproportionele en (mogelijk onbedoelde) aantasting van de waarden die zij zelf beogen te beschermen. Indien mensen hun principiële bezwaren niet terzijde kunnen stellen, zullen zij zich niet volgens de Paspoortwet bij het binnenkomen of het verlaten van het land kunnen identificeren. Indien deze personen weigeren een paspoort met biometrisch kenmerk aan te schaffen, bestaat enkel de mogelijkheid voor deze personen zich niet buiten de grenzen te verplaatsen waar kan worden gevraagd om een paspoort.

De minister eindigt zijn brief met de informatie dat het wetsvoorstel over biometrie in het paspoort medio dit jaar zal worden voortgezet. Hij benadrukt dat overeenkomstig artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens het College bescherming persoonsgegevens (voorheen Registratiekamer) bij de voorbereidingen zal worden betrokken. Op pg. 4 geeft hij als slot aan dat,  gezien de huidige situatie, beperking op grondrechten mogelijk is en dat de Nederlandse positie wordt beïnvloed door internationale ontwikkelingen.

B. Persoonlijke reactie van J. Spaans
Ik gaf al aan dat de minister een antwoord geeft ‘de rechtsstaat waardig’. Ik realiseer mij en heb dat ook al in mijn brief aan de minister verwoord dat, om terreur tegen te gaan, soms drastische maatregelen noodzakelijk zijn.

Als burger is het antwoord bevredigend. Het komt er op neer dat als ik geen biometrisch paspoort wil, ik mij moet realiseren dat ik niet kan reizen. Maar hoe zit het straks met pasjes in de zorg en de Burger Service Kaart die zullen zijn voorzien van biometrische kenmerken? En nog een stap verder maar zeker geen fictie. Moet ik ook een chip accepteren wellicht onderhuids? De technologie voor zo’n systeem is reeds beschikbaar en wordt al volop toegepast in bijvoorbeeld de dierenhandel en bij het paardenpaspoort. Als christen worstel ik met het proces dat is ingezet en dat ik heb beschreven in de vele publicaties over het onderwerp. Neem een begrip als proportionaliteit. Stel dat er nog een of meer omslagpunten komen vergelijkbaar met 9/11 in New York, bijvoorbeeld een aanslag met een vuile bom. We balanceren nu al op de grenzen van wat de rechtsstaat toelaat, maar hoe ver gaan we dan en hoe rekbaar is een begrip als proportionaliteit in het actuele internationale spanningsveld? Ik ben blij dat er een kopie van het antwoord wordt gezonden naar de Vaste Kamercommissie voor Biza. De volksvertegenwoordiging zal zich nog moeten uitspreken over wijziging van de Paspoortwet en daar kunnen burgers nog invloed uitoefenen.

Waar ik geen duidelijk antwoord op heb ontvangen is de vraag in hoeverre toepassing van biometrie geen schending is van de lichamelijke integriteit zoals vastgelegd in artikel 11 van de Grondwet en op de vraag in hoeverre ons parlement nog zelfstandig kan beslissen, nu men wordt geconfronteerd met regels die al internationaal worden toegepast met name door de VS in het kader van bijvoorbeeld Homeland Security.

Sinds 1989 publiceer ik over dit onderwerp. Ik sta nog steeds volledig achter de inhoud van al mijn publicaties. Het proces dat nu gaande is bevestigt wat ik vele jaren uitdraag. De toetsing hiervan laat ik over aan de kritische lezers. Wat mij weleens stoort is het feit dat ik als persoon wordt geïdentificeerd met dit onderwerp, terwijl ik over uiteenlopende maatschappelijke onderwerpen schrijf en publiceer. Ik zal  mij voor dit onderwerp blijven inspannen en zeker voor die bladen die mij altijd trouw zijn gebleven (De Oogst, Het Zoeklicht, Uitdaging enz.). Ook zal ik kamerleden benaderen nu de wetsontwerpen in aantocht zijn. De snelle opmars van de chiptechnologie verplicht ons waakzaam en alert te blijven. Toch wil ik mijn inspanningen wat meer verleggen naar het onderwerp van mijn laatste boek ‘Christenen en erfelijkheid. Een christelijke visie op erfelijke ziektes en de genetische revolutie’. Bij personen en in gezinnen waar men wordt geconfronteerd met de erfelijkheidsproblematiek, doen zich veel pastorale problemen voor en is vaak grote nood en onzekerheid. Problemen waarvoor naar mijn mening onvoldoende aandacht bestaat. In christelijk Nederland is het nog een onontgonnen pastoraal gebied. Het is mijn vaste overtuiging dat de aandacht voor dit onderwerp de komende jaren sterk zal toenemen. Daarom wil ik mijn aandacht beter verdelen over deze onderwerpen. De link ontbreekt natuurlijk niet. DNA is immers ook een biometrisch kenmerk. Daar vloeien artikel 10 en 11 van de Grondwet in elkaar over. Volop stof tot nadenken derhalve! Door het antwoord van de minister is de discussie voor mij nu even afgesloten. Publiceren over dit zeer gevoelige en controversiële onderwerp kost veel energie, tijd en inspanning. Voor aanvullende  informatie verwijs ik u naar mijn website www.jaapspaans.nl

C.      De oorspronkelijke brief aan de minister.

J. Spaans
Tichelwerkstraat 156
7906 HZ Hoogeveen
0528-272284
E-mail: jaapspaans@planet.nl
Internet: www.jaapspaans.nl
Aan dhr. Th. De Graaf
Minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Onderwerp : gevolgen voor de burger van moderne

identificatiemiddelen als biometrie en chipimplantatie

Afschriften aan :

--College Bescherming Persoonsgegevens

--Fracties in de Tweede Kamer

--Diverse media en organisaties

                                                                                              Hoogeveen, 12 oktober 2004

Geachte heer De Graaf,

            Op 12 oktober 1999, vandaag precies vijf jaar geleden, heb ik een brief gezonden aan uw voorganger dhr. R. van Boxtel, met de vraag wat er zou gebeuren met burgers die op principiële gronden zouden weigeren een biometrisch kenmerk te accepteren, bijvoorbeeld ten behoeve van een reisdocument. Ik heb hem toen verzocht of het mogelijk was in toekomstige wetgeving een ontheffingsartikel voor gewetensbezwaarden op te nemen. Per brief van 23 november 1999, kenmerk NGR99/93566 deelde hij mij mede dat ‘een voorstel om een biometrisch kenmerk toe te voegen aan reisdocumenten pas aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden, als alle voor- en nadelen volledig in beschouwing zijn genomen. Daarbij  zal ook worden gekeken naar eventuele weigeringsgronden’  (citaat uit de brief). Van enige leden van de Tweede Kamer, te weten de dames Terpstra van de VVD en Wagenaar van de PvdA, ontving ik op respectievelijk 4 november 1999 (kenmerk ETSS.345) en 22 december 1999 (zonder kenmerk) een antwoord, met de toezegging dat bij de behandeling van wetgeving voor biometrische identificatie zou worden gelet op levensbeschouwelijke bezwaren en dat de noodzakelijke zorgvuldigheid zou worden betracht.

In mei 2000 nam ik deel aan het Publiek Debat Biometrie dat op initiatief van de Registratiekamer (thans CBP) in Den Haag werd gehouden. Als punten van zorg met betrekking tot biometrie werd onder andere gewezen op de risico’s die zijn verbonden aan een centrale opslag van gegevens en het feit dat biometrie kan worden toegepast zonder dat de betrokken het weet (gelaatsmeting, stemherkenning enz.). Na het debat werd het betrekkelijk stil rond biometrie. Totdat 9/11 plaats vond. Dit omslagpunt heeft ertoe geleid dat de discussie over nieuwe identificatiemiddelen als biometrie, maar nu ook chipimplantatie, in een stroomversnelling is geraakt. In zes grote steden loopt op dit moment de proef ‘2b or not 2b’. De proef zal ongetwijfeld zorgvuldig worden  geëvalueerd, maar de uitslag staat volgens mij al min of meer vast. Biometrie zal de komende jaren worden ingevoerd in een groot aantal maatschappelijke sectoren. De VS hebben op dat punt het initiatief volledig naar zich toe getrokken. Het Homeland Security Program en de Patriot Act in dat land hebben een immense wereldwijde uitstraling. Het gevolg zou kunnen zijn dat in onze rechtsstaat veiligheidsbeleid wordt ontwikkeld, dat indirect door de VS is afgedwongen. Burgerrechtenorganisaties in de VS hebben zich bezorgd getoond over de ontwikkelingen daar.                

            Het is vandaag 12 oktober 2004, exact vijf jaren na mijn brief aan uw voorganger. In de Tweede Kamer, het hart van onze democratie, zijn de effecten van het veiligheidsbeleid merkbaar in de vorm van strengere toegangscontroles, intensievere identificatie enz. De huidige identificatierevolutie brengt de invoering van wetgeving die van invloed zal zijn op belangrijke burgerrechten als bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit en deze waarschijnlijk zullen beperken, voor de burger een stuk dichterbij. Daarom stel ik aan u als verantwoordelijke minister wederom de vraag, of er bij de totstandkoming en invoering van wetgeving rekening zal worden gehouden met principiële en levensbeschouwelijke bezwaren. Gaarne zou ik bijvoorbeeld ook uw visie willen weten op de vraag of een enrolmentprocedure voor een biometrisch kenmerk (DNA niet, want dat is wel duidelijk) nu wel of niet wordt beschouwd als een inbreuk op de lichamelijke integriteit van de burger. Kan onze volksvertegenwoordiging straks nog wel naar principe stemmen als er wetgeving komt voortvloeiend uit de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Legt het beleid van de VS ten aanzien van reisdocumenten en uitwisseling van informatie dat zo sturend blijkt te werken, niet een zeer grote claim op beleidsbeslissingen hier en de controlerende en toetsende rol van ons parlement? De afgelopen maanden is er ook op Europees niveau scepsis geuit over deze ontwikkeling, met name de uitwisseling van informatie waaronder gevoelige informatie en de langdurige opslag van deze informatie.

             Ik stel met nadruk dat ik voorstander ben van een doelmatig veiligheidsbeleid. Ik realiseer mij ook terdege dat de overheid voor grote dilemma’s staat en krachtdadig beleid nu en in de toekomst niet kan worden vermeden. Terrorisme en criminaliteit zijn een gesel voor de samenleving en dienen krachtig te worden bestreden. Veel burgers staan achter het huidige beleid. Een grote groep burgers is daarentegen van mening dat de balans tussen veiligheid en privacy nu aan het doorslaan is. Als christen maak ik mij op levensbeschouwelijke gronden zorgen over de huidige situatie en ontwikkelingen op identificatiegebied die ons in de nabije toekomst te wachten staan, zoals chipimplantatie. Er is nu al een uitgebreide internetpagina met informatie over de chips en chipimplantatie (rfid.pagina.nl). Toepassing bij mensen zal slechts een kwestie van tijd zijn. Repressieve middelen kunnen een probleem wellicht enigszins beheersbaar houden, maar ten diepste kampt de mensheid met een probleem van het hart, een mentaliteitsprobleem en dat los je niet op door controle en repressie. De identificatie-ontwikkelingen volgend, heb ik de indruk dat de kritische kanttekeningen die werden geplaatst tijdens het Publiek Debat Biometrie in 2000, al door de omstandigheden zijn ingehaald, nog voordat biometrische identificatie daadwerkelijk grootschalig is ingevoerd.

            Ik ben gaarne bereid u nader te informeren over de achtergronden van dit verzoek.

            In afwachting van uw reactie verblijf ik,

            Hoogachtend, 

J. Spaans Publicist

Hoogeveen

 

D. Oorspronkelijke brief van minister de Graaf van 11 februari 2005
 

 

Copyright (c) 2007 Jaap Spaans                                     hosting & onderhoud: BrinkhostDotCom