-De affaire Buikhuisen: is ons brein voorspelbaar?

De ontwikkelingen binnen de vakgebieden criminologie en forensische (gerechtelijke) psychiatrie voltrekken zich in een uitzonderlijk hoog tempo. Steeds vaker uiten professionals de visie, dat afwijkend gedrag en zelfs criminaliteit voorspelbaar kunnen zijn. Het proces verloopt sneller dan velen denken, maar de discussie over de ethische gevolgen houdt daarmee geen gelijke tred.

Criminele aanleg
Wouter Buikhuisen was aan het eind van de zeventiger jaren hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Leiden. Criminologie is de wetenschap die zich richt op het wezen en de achtergronden van de misdaad. De gevolgen en trauma’s van de Tweede Wereldoorlog waren in die periode nog voelbaar bij veel Nederlanders. Veel ouderen onder ons herinneren zich nog de negatieve ervaringen uit de oorlog met persoonsregistratie. Die scepsis leidde in 1971 nog tot grote weerstand tegen de volkstelling. In dat maatschappelijke klimaat maakte Buikhuisen een inschattingsfout, met grote gevolgen voor zijn loopbaan. Hij stelde voor om biologisch en sociaal onderzoek te verrichten naar de mogelijke criminele aanleg van kinderen. Een golf van kritiek overspoelde hem, vooral vanuit de progressieve media. Zijn ideeën werden in verband gebracht met de verwerpelijke onderzoeken, uitgevoerd door nazi’s als de arts Joseph Mengele en criminoloog Franz Exner. De laatste verbond criminaliteit aan ras en sociale omstandigheden. In 1965 promoveerde Buikhuisen op het proefschrift ‘Achtergronden van nozemgedrag’, waarin hij de achtergronden en persoonlijkheidskenmerken bij nozemgedrag analyseerde (1). In Leiden kreeg hij als hoogleraar financiële middelen om onderzoek te doen naar de rol van biologische factoren bij het ontstaan van criminaliteit. In de ongekend felle reacties daarop werd Buikhuisen ook vergeleken met de Italiaanse gevangenisarts Lombroso, die ooit meende misdadigers te kunnen herkennen aan een laag voorhoofd of de vorm van wenkbrauwen. Over het algemeen beschouwt men de visie van Lombroso niet langer als een fundament voor de hedendaagse criminologie. Dat neemt niet weg dat veel deskundigen in de moderne psychiatrie en psychologie vast houden aan het idee, dat misdaad deels in het individu zelf zit, los van de sociale omstandigheden. In de zeventiger jaren lag dat echter anders en Buikhuisen kreeg te maken met doodsbedreigingen, verloor zijn baan als hoogleraar en emigreerde aangeslagen naar Spanje (2).

Kentering
Rond 1990 kwam er een maatschappelijke kentering. Belangrijke reden was de ontwikkeling van de genetica. Veel wetenschappers hadden zich al decennia lang in het onderwerp ‘erfelijkheid’ verdiept. Een doorbraak kwam door de ontdekking van de chemische structuur van DNA in 1953 als resultaat van onderzoek door James D. Watson, Francis Crick, Maurice Wilkins en Rosalind Franklin. De genetische revolutie die volgde leidde tot grote veranderingen en nieuwe inzichten op veel wetenschappelijke terreinen, waaronder de criminologie, neurobiologie en psychiatrie. In combinatie met de opmars van computertechnologie en de medische vooruitgang, werd het mogelijk grote hoeveelheden gegevens te analyseren, verbanden te leggen en bijvoorbeeld dader- en risicoprofielen op te stellen. Het gevolg was dat de felle kritiek op Buikhuisen geleidelijk aan plaats begon te maken voor begrip en erkenning. In 2009 verscheen er een publicatie in NRC-Handelsblad onder de kop ‘Buikhuisen heeft toch gelijk’. Het Leids universitair weekblad Mare publiceerde een artikel, waarin Buikhuisen aangaf te hopen op verontschuldiging van de universiteit. De decaan van de rechtenfaculteit, die aantrad na de ‘affaire Buikhuisen’, verklaarde in 2009: ‘Het onderzoek dat hij toen voorstelde, is nu geaccepteerd. Er zijn kansen gemist’ (3). Ik weet uit ervaring dat dit onder christenen een uiterst gevoelig onderwerp is en plaats ook zelf de nodige ethische kanttekeningen. Het kan echter geen kwaad als we hierover nadenken en van gedachten wisselen in onze snel veranderende samenleving, waarbij zowel de positieve aspecten als de ethische en religieuze dilemma’s kunnen worden belicht.

Gastcolumn over geweld, die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad: AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999

Aanleg
Dat het erfelijkheidsonderzoek bezig is aan een onstuitbare opmars, valt niet langer te ontkennen. Van steeds meer lichamelijke en psychische aandoeningen wordt vastgesteld dat erfelijke aanleg een rol speelt. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde vormen van kanker en hartziekten, maar ook voor een aantal neuromusculaire aandoeningen (spierziekten), bepaalde vormen van autisme, de bipolaire stoornis etc.

Nederlands forensisch instituut

Binnen de vakgroep psychiatrie groeit het aantal aanhangers van de gedachte, dat psychiatrische aandoeningen het gevolg (kunnen) zijn van verstoorde biologische processen in de hersenen. Dat geldt ook voor de forensische psychiatrie. Afwijkend gedrag of criminaliteit zouden dan mede te wijten zijn aan biologische processen waardoor de invloed van menselijke keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van levenswijze en gedrag, naar de achtergrond wordt gedrongen. Het gebeurt steeds vaker dat bij strafzaken vanuit de verdediging het verzoek wordt geuit, om bij een verdachte neurobiologisch en genetisch hersenonderzoek uit te laten voeren. Ik heb de indruk dat rechters daar ook steeds ontvankelijker voor worden.

Ethische bezwaren
Dat genetisch en biologisch onderzoek relevante informatie kan opleveren, is al langer bekend bij deskundigen. Zeker in een tijd dat oude misdrijven (cold cases) en ernstige delicten, worden opgelost door DNA-onderzoek. Het risico is echter aanwezig dat men doorslaat en daarom is het goed om enige ethische dilemma’s te benoemen. Een volkstelling zoals die nog werd gehouden in 1971, is niet meer nodig in onze digitale samenleving. Er vindt standaard massale en intensieve persoonsregistratie plaats. Zowel door het bedrijfsleven als de overheid wordt de enorme hoeveelheid informatie onder andere gebruikt om van personen dader- en risicoprofielen op te stellen. In twaalf publicaties op de website Bijbel en Overheid, besteed ik aandacht aan deze ontwikkeling. We koersen af op een tijd waarin mensen niet alleen worden beoordeeld op ‘wat ze hebben gedaan’ maar ‘wellicht ook kunnen gaan doen’. Hoe daar vanuit preventief oogpunt op verantwoorde wijze mee moet worden omgegaan zonder ethische normen of mensenrechten te schenden, is uiterst complex. De neurocriminoloog Adrian Raine, auteur van het boek ‘Het gewelddadige brein’, vindt dat erfelijk belaste mensen verplicht in therapie moeten en noemt dat sociale interventie (4). Binnen de context van grote veranderingen in de zorgsector, waarbij marktwerking de maatstaf wordt, moet deze ontwikkeling ook kritisch worden gevolgd. Prenatale diagnostiek kan dan al in een vroeg stadium uitwijzen welke risico’s de ongeboren vrucht loopt en mensen voor ingrijpende keuzes plaatsen. Onlangs las ik de stelling dat ons brein de meest complexe structuur is in het universum. Het is een wonder van de Schepping, waar we ondanks alle kennis en onderzoek nog betrekkelijk weinig van af weten. Je zult als mens maar genetisch belast zijn en in persoonsbestanden en volgsystemen zo’n genetisch brandmerk een leven lang met je mee moeten dragen. Uiterste voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn in deze dan ook geboden. Een van de juridische uitgangspunten in onze rechtsstaat is dat iemand niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor gedrag, dat een direct gevolg is van ziekte of erfelijke aanleg. Deskundigen zijn het er echter over eens dat erfelijkheid en aanleg slechts voor een deel – schattingen lopen uiteen van 35% tot 40% – verantwoordelijk zijn voor de keuzes die we maken. Andere oorzaken zijn omgevingsfactoren zoals sociale omstandigheden en andere factoren, die de levensweg van een mens nu eenmaal bepalen (5). Het laatste woord is hierover nog niet uitgesproken, geschreven of op andere wijze belicht. Erfelijkheid en biologische factoren zijn niet meer te negeren factoren. Het dilemma is dat nieuwe inzichten ook kunnen leiden tot betere behandelingsmogelijkheden en preventie, zodat er minder slachtoffers vallen als gevolg van ernstig crimineel gedrag.

Discussievragen:
–Hoe verhoudt de visie over de forensische psychiatrie zich tot de Bijbel?
–Zijn er naast erfelijkheid en aanleg mogelijk andere oorzaken in de samenleving die hersenfuncties kunnen beïnvloeden, zoals milieuvervuiling, de beeldschermcultuur en straling, sociale aspecten, religie, voeding etc.? (6).
–Zullen de nieuwe medisch-wetenschappelijke inzichten, in combinatie met de vergaande digitalisering van de samenleving, ertoe bijdragen, dat het reeds bestaande spanningsveld tussen privacybescherming en rechtshandhaving toeneemt?
–Welke rol kunnen kerken, andere organisaties en individuele burgers spelen, als het gaat om begeleiding en ondersteuning van kwetsbare doelgroepen?
–Een psychologe verklaarde naar aanleiding van publicaties over het onderwerp: ‘Erfelijkheid en aanleg zijn geen noodlot. Er zijn voldoende mogelijkheden om tijdens de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind bij te sturen’. Voor, tijdens en na een zwangerschap. Te denken valt aan goede voorlichting en kweken van bewustzijn, medicatie, therapie, medische ingrepen, gezinsondersteuning etc. Is dat realistisch en hoe zou een overheid of zorgverlener daarmee moeten omgaan?

 

Bronnen:
1. Achtergronden van nozemgedrag. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de sociale wetenschappen. Wouter Buikhuisen, 22 januari 1965.
2. Website Vrij Nederland, 26 mei 2014: ‘Vrij Nederland, Piet Grijs en Buikhuisen’. ‘Het Parool, najaar 1999 ‘Buikhuisen mag nog steeds niet’.
3. Pedagogisch Nieuws, juni 2005: ‘De affaire Buikhuisen’. Website NRC, 13 februari 2009: ‘Buikhuisen heeft toch gelijk’. Leids Universitair Weekblad Mare, 5 februari 2009: ‘Buikhuisen: Ik ben verschrikkelijk behandeld. Criminoloog hoopt op verontschuldiging universiteit’. Rechtenstudie, SDU, 30 mei 2014: ‘Eerherstel voor verguisde criminoloog Buikhuisen’.
4. Actualiteitenrubriek Een Vandaag, 19/6/2013 ‘Het gewelddadige brein’. Interview met Adrian Raine en Gesprek op 24 (VPRO) met Adrian Raine, 9/9/2013.
5. De Telegraaf, 12 oktober 2017: ‘DNA-test voorspelt succes’. Nederlands Dagblad,16 januari 2009: ‘Big Brother loert naar probleemjongere’. Handboek Psychiatrie en Genetica, Stephan Claes en Jim van Os. Hoofdstuk 2 ‘Genetische epidemiologie’. De Tijdstroom Utrecht, 2013.
6. Justitie Magazine februari 2007 ‘Het zijn gewoon vitamines en mineralen, hoor’, over onderzoek bij jongvolwassenen in penitentiaire afdelingen naar de relatie tussen voeding en asociaal gedrag. Reformatorisch Dagblad, 14/1/2003 ‘Vitaminen tegen geweld’. Hoogeveensche Courant 2/12/2002 ‘Voeding ijzersterk wapen tegen vandalisme en geweld’.

Foto’s: NFI -gebouw Rijswijk, Nationale Beeldbank.  LUMC Leiden, Jaap Spaans