-MEDIA: Stop oneigenlijk gebruik woord ‘schizofreen’!

De tijd dat woorden als ‘kanker’, ‘tering’ en ‘tyfus’ veelvuldig werden gebruikt in scheldwoorden ligt gelukkig achter ons. Maatschappelijke verontwaardiging leidde ertoe dat dit verschijnsel nagenoeg is verdwenen, bijvoorbeeld bij spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden. Dat er helaas nog veel werk te verzetten is, leert het taalkundig gebruik van het woord ‘schizofreen’. Het wordt nog steeds te pas en te onpas gebruikt om aan te geven dat er sprake is van dualisme of tegenstrijdigheid, bijvoorbeeld in de politiek en bij media als het om beleidsvisies of opvattingen gaat (zie bronnen  1-4). Het vervelende is dat dit stigmatiserende taalgebruik niet afkomstig is van hooligans of dronkenlappen, maar van gerespecteerde journalisten, televisiepresentatoren en zelfs dominees.  Ik heb een aantal van hen hierop in het verleden schriftelijk gewezen, maar nooit een reactie ontvangen. Directe aanleiding om dit onderwerp toch weer op de agenda te plaatsen, was de emotionele verklaring van koningin Maxima na het overlijden van haar zus Ines bij de opening van het Protonencentrum in Groningen. ‘Mijn kleine lieve zusje was ook ziek. Zij kon niet genezen’. Ik vond dat ze daarmee een indrukwekkende bijdrage leverde aan het doorbreken van het taboe op psychische aandoeningen, maar ook treffend de lijdensweg verwoordde waarmee medemensen met een psychische stoornis en hun omgeving kunnen worden geconfronteerd (5). Iedereen, ongeacht status of maatschappelijke positie kan in deze complexe samenleving zelf of in de omgeving, te maken krijgen met psychische aandoeningen.

Schizofrenie: een ernstige aandoening

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening en word vermeld in het psychiatrisch diagnoseboek DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). De term werd in 1908 voor het eerst geïntroduceerd door een Zwitserse psychiater en is ontleend aan de woorden (Gr.) schizein (splijten) en fren (geest). Hij wilde daarmee aangeven dat er bij schizofrenie een scheiding is tussen verschillende functies van de geest zoals het geheugen, denken en waarnemen. Niet dat het om meerdere persoonlijkheden ging. Dat schizofrenie regelmatig in de media wordt beschreven in relatie tot de forensische of rechterlijke psychiatrie en verwarde personen, maakt het onderwerp extra gevoelig en beladen. Een extra reden om uiterst terughoudend te zijn in gebruik van het woord. Ten aanzien van de oorzaken van schizofrenie en andere psychiatrische aandoeningen, wordt het steeds duidelijker dat deze ontstaan door een interactie van genetische aanleg, vroege hersenontwikkeling, biologische factoren en levensgebeurtenissen/omgevingsfactoren (zie ook voorgaand bericht over placenta-onderzoek.. In wetenschappelijke kringen wordt in toenemende mate de term ‘Neuro psychiatrische stoornissen’ gebruikt (zie bronnen), waarin de overlap tussen neurologie en psychiatrie tot uitdrukking komt. Het is in dat verband opvallend en volgens mij onverklaarbaar, dat de samenleving veel milder reageert op psychiatrische aandoeningen als autisme en depressiviteit dan op schizofrenie. In alle gevallen is er immers sprake van een diagnose waarbij de hersenfunctie verstoord is. Daarom dit pleidooi aan media, journalisten en publicisten om stigmatiserend taalgebruik over deze kwetsbare doelgroep te vermijden. Taalgebruik waar overigens geen kwade wil achter zit, maar dat wel getuigt van onzorgvuldigheid en onvoldoende empathisch vermogen. De bekende psychiater Jim van Os zet zich al jaren in om de term ‘schizofrenie’ te verlaten, om plaats te maken voor: ‘psychosegevoeligheid en doemscenario’s te veranderen in hoop en optimisme’. Ik sta sympathiek tegenover dit streven (6-9). De Engelse krant The Guardian heeft zich in het verleden verontschuldigd voor gebruik van het woord ‘schizofreen’ buiten de medische context. Ook in Nederlandse dagbladen verschenen er kritische publicaties en lezersreacties (10). Ik hoop oprecht dat pastoraal werkers binnen de kerken en anderen in de zorgverlening, nadenken over dit onderwerp in de context van aandacht voor deze kwetsbare doelgroepen. Ik heb zelf in het verleden ervaren dat mensen direct in de ontkenning of verdediging schoten, als dit gevoelige onderwerp aan de orde werd gesteld. Helaas ook binnen medisch-wetenschappelijke kringen. Jammer, want dan is er geen discussie meer mogelijk en worden hardnekkige taboes in stand gehouden.

REACTIE HOOFDREDACTEUR NOS NIEUWS PER MAIL ONTVANGEN. Ik had de NOS, gelet op onderstaande bron 4, mijn visie voorgelegd. Ondanks dat men er anders over denkt, is mijn signaal wel serieus genomen en dat waardeer ik. Reacties zijn met zijn toestemming geplaatst.  

Geachte heer Spaans,

Dank voor uw mail en het kritisch meedenken. Ik heb uw mail gedeeld met enkele collega`s op de redactie die toezien op onze spelling, het consequent gebruik van namen en functies etc.

Hun gevoel is (en ik herken het wel) dat in het dagelijks Nederlands de term schizofreen met een zekere regelmaat wordt gebruikt om een splitsing of tegenstelling te omschrijven zoals in de voorbeelden die u aandraagt. En dat het dus niet zo gek is dat u dit gebruik bij de NOS terugziet. Taal is een levend organisme  waarin voortdurend nieuwe uitdrukkingen en woordbetekenissen ontstaan. De NOS beweegt daar in mee en bovendien zit onze woordkeuze vaak tussen het geschreven en gesproken woord in. Tussen formeel en minder formeel. Dat geldt zeker op televisie.

Uw angst dat het gebruik van de term in een andere betekenis dan medisch stigmatiserend is voor patiënten, die aan de ziekte lijden, herkennen wij eerlijk gezegd niet. Daar staat tegenover dat we uw perceptie (en van anderen ongetwijfeld) begrijpen en respecteren. Uw mail is dus in elk geval aanleiding de term niet al te kwistig te gebruiken.

Ik hoop dat dit u wat meer inzicht in onze afwegingen geeft.

Met vriendelijke groet,

Marcel Gelauff
Hoofdredacteur NOS Nieuws

Bronnen

  1. Website Apeldoorn Direct, 7/11/2017 ‘PvdA: Betere armoedebestrijding, maar het is een beetje schizofreen’.2. Website De Morgen (B), 30/09/2015. ‘Met schizofreen beleid gaan we geen ecologische progressie maken’.
  2. De Volkskrant, 6 mei 2003 ‘Schizofrenie bepaalde Irak-beleid in Den Haag’ en 1/11/2003 ‘Is schelden niet ook een ziekte?’.
  3. De Stentor, 22/11/2008 en update 6/4/2017: ‘De Graaf: coffeeshopbeleid is ‘schizofreen’.
  4. NOS Nieuws Buitenland 23/6/2016; ‘Het is wat schizofreen dat brexit-stemmers zich nog met EU-beleid bemoeien’.
  5. RTV Noord 19 juni 2018 en diverse andere media: ‘Mijn lieve kleine zusje was ook ziek’. Opening Protonencentrum UMCG Groningen door koningin Maxima.
  6. Lezing van psychiater Jim van Os op de website psychosenet.nl en een gastblog op diezelfde website ‘Geloof, de kerk en psychose’, 29/3/2017.
  7. Handboek Psychiatrie en Genetica ‘Inleiding’ en hoofdstukken 1 en 2. Stephan Claes en Jim van Os. Uitgeverij De Tijdstroom 2013.
  8. Haperende Hersenen, ‘Woord Vooraf’ en hoofdstuk 7 over ‘Schizofrenie’. Iris Sommer. Uitgeverij Balans, 2015.
  9. Geloof, de kerk en psychose – Een persoonlijke geloofservaring 29 maart 2017 Gastblogger.
  10. The Guardian, Gary Nunn, 28/2/2014 ‘Time to change the language we use about mental health’.

 

-Doorbraak placenta-onderzoek?

Eind mei 2018, verschenen in belangrijke Engelstalige wetenschappelijke media publicaties over belangwekkende onderzoeksresultaten met als titel “Convergence of placenta biology and genetic risks for schizophrenia,” (1). Het onderwerp houdt mij al lange tijd bezig en in 2015 legde ik mijn gedachten vast in een boek ‘Het Placenta Mysterie’. De volgende onderzoek conclusie trok mijn aandacht: ‘For the first time, we have found an explanation for the connection between early life complications, genetic risk, and their impact on mental illness and it all converges on the placenta’ . Op persoonlijke titel vertaald vanuit het Engels: ‘Voor het eerst hebben we een verklaring gevonden voor het verband tussen complicaties op jonge leeftijd, genetische risicofactoren, en de invloed ervan op mentale aandoeningen en het is allemaal terug te voeren op de placenta’. Deze onderzoeksresultaten kunnen worden gevoegd bij onderzoek door het Human Placenta Project, waarvoor de overheid in de VS 41,5 miljoen dollar ter beschikking heeft gesteld (2). Een goede zaak. Omdat onderzoek van de placenta tijdens een zwangerschap moeilijk was, werd er in het verleden onvoldoende aandacht aan besteed en volgens uitspraken van enige wetenschappers was het een genegeerd (tijdelijk) orgaan. Het wordt steeds duidelijker dat placenta-afwijkingen een rol kunnen spelen bij zowel korte als lange termijn ontwikkelingsproblemen. Voortschrijdend inzicht door de toegenomen medische kennis en technologische ontwikkelingen, in het buitenland maar ook in ons land (3).

Een mysterieus tijdelijk orgaan
Ieder mens heeft in oorsprong te maken gehad met de placenta of moederkoek. De placenta verbindt de moeder en de foetus tijdens de zwangerschap en speelt een cruciale rol bij de groei en ontwikkeling van de foetus.

Model van kind in baarmoeder. Rechts de placenta die via de navelstreng is verbonden met de foetus. Yvonne Smits NBB

Door middel van de navelstreng is de placenta verbonden met het ongeboren kind, heeft vele vitale functies zoals de foetus te voorzien van zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen en regeling van de chemische huishouding zoals afvoer van afvalstoffen. Ook speelt de placenta een belangrijke rol bij de hormoonproductie en de immuniteit van de foetus. De doorbloeding stopt, zodra de navelstreng afgeklemd of afgesneden wordt. In de Westerse wereld weten ouders vaak niet wat er na de bevalling met de placenta gebeurt. In een aantal gevallen belandt deze bij het medisch afval of wordt gebruikt voor medisch of farmaceutisch onderzoek. De laatste jaren is er een kentering en komt er meer aandacht voor de placenta. In sommige Oosterse culturen komt de waardering voor de placenta tot uitdrukking door deze op rituele wijze te begraven, bijvoorbeeld onder een boom of er wordt een boom op geplant.

Stress via de placenta
In november 2013 verscheen het volgende bericht in de media: ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Het onderzoek wordt beschouwd als baanbrekend en is een bijdrage aan een antwoord op de vraag, waarom sommige mensen vatbaarder zijn voor neurologische aandoeningen dan anderen. In een vervolgonderzoek werd gezocht naar voorspellende aspecten voor stress bij zwangere vrouwen en werden placenta´s onderzocht op stoffen, die mogelijk een grote betekenis hebben voor de hersenontwikkeling van het kind. Door middel van dierproeven werd aangetoond, dat aanstaande moeders de schadelijke effecten van stress kunnen overdragen op hun ongeboren kind via de placenta. Oorzaak zou een tekort aan een bepaald proteïne zijn, dat bescherming biedt tegen de effecten van stress. De onderzoekers sluiten niet uit dat de ontdekking van dit mechanisme kan helpen bij het begrijpen van de oorzaken, die sommige mensen vatbaarder maken voor neurologische aandoeningen (4). Er zijn overigens ziektes waarbij zwangerschapscomplicaties en placenta-afwijkingen veel voorkomen tijdens het ziekteproces, zoals het antifosfolipiden syndroom (APS) en de neuromusculaire aandoening myotone dystrofie (MD). Meer onderzoek is dan ook zeer gewenst.

Leefstijladvisering
Ik verwacht de komende jaren veel nieuwe ontwikkelingen op gebied van placenta-onderzoek. Een verloskundige/onderzoeker en een huisarts voor preconceptionele leefstijladvisering, gaven een goed praktisch advies over voorbereiding op nieuw leven. Deze deskundigen stellen dat het embryo en de placenta reeds in de eerste drie maanden van de zwangerschap worden aangelegd. Voordat de zwangere vrouw zich meldt bij de verloskundige, vinden de conceptie en de eerste groei plaats. Veel problemen in de zwangerschap en mogelijk ook later in het leven van het kind, hebben een oorsprong in die eerste aanleg. Bereid je dus goed voor op de conceptie en de zwangerschap en hanteer een gezonde leefstijl. Ik merk dat dit onderwerp voor veel christenen een taboe is en dat heeft alles te maken met vooroordelen. Zelf juich ik dergelijke adviezen toe en ben een groot voorstander van betere voorlichting en begeleiding. Vaak heb ik in mijn leven en tijdens de opvoeding van de kinderen gedacht: ‘had ik dit maar eerder geweten’.

Verzoek aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport
Op 14 juni heb ik aan de minister van VWS een verzoek gericht om meer aandacht voor de resultaten van placenta-onderzoek in de VS en de daar opgedane kennis en die expertise ook in ons land praktisch toe te passen. Het is inmiddels mijn overtuiging dat dergelijk onderzoek een breed algemeen belang dient. Een vergelijkbaar verzoek heb ik op 22 juni 2018 gericht aan de Parlementaire Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid van het Europees Parlement voor de instelling van een European Placenta Project om kennis over de placenta centraal te verwerken en te communiceren. Laat ik voorop stellen dat ook in Europa  serieus en intensief onderzoek wordt verricht naar de placenta. Voor zover ik kan inschatten en heb ervaren, is er echter vaak sprake van een eilandjescultuur onder wetenschappelijke instellingen en is er behoefte aan een overheid die, zoals in de VS, coördineert en aanstuurt en ervoor zorgt dat deze belangrijke informatie via gerichte communicatie terecht komt bij de basis van de bevolking. Bij degenen die in de praktijk kunnen worden geconfronteerd met de gevolgen van placenta stoornissen.

Reactie namens minister VWS

Gebruik makend van het individueel petitierecht dat ligt verankerd in artikel 5 van de Grondwet heb ik zoals aangegeven een verzoek/vraag ingediend bij de minister van VWS. Omdat de tekst van de wet voorschrijft dat dit schriftelijk (en ondertekend) dient te gebeuren, heb ik eerst gepolst bij het ministerie of het mogelijk was om, gelet op de brede onderbouwing en verwijzingslinks, het verzoek digitaal in te dienen. De medewerker zei dat dit was toegestaan en verstrekte mij het mailadres van de minister. Voor de zekerheid heb ik het verzoek enige dagen later ook nog schriftelijk en ondertekend ingediend zonder bijlagen. Binnen een bredere context had ik geel gemarkeerd het volgende verzoek ingediend met bijlagen:

Onderwerp/Verzoek: Meer aandacht voor recente ontwikkelingen betreffende zeer vooruitstrevend placenta-onderzoek in de VS en het verzoek aan de minister(s) om te stimuleren dat de daar opgedane kennis ook in ons land wordt geanalyseerd en praktische toepassing vindt!
 
Bijlage 1: Hoofdstuk 6 getiteld ‘Myotone Dystrofie en de placenta’ uit mijn boek ‘Het Placenta Mysterie’ uitgegeven 2015. Bronnen in de originele bijlagen kunnen elkaar overlappen.
Bijlage 2: Verzoek uit 2012 aan de Vereniging Spierziekten Nederland, het Prinses Beatrix Spierfonds en het European Neuro Muscular Centre om wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen de spierziekte Myotone Dystrofie type 1, prenatale- en placentacomplicaties bij deze spierziekte en het risico op verstandelijke beperking als de moeder de aandoening heeft.
Bijlage 3: Correspondentie uit 2015 met de projectleider van het Human Placenta Project in de VS, David Weinberg Ph.D. Hij gaf indertijd toestemming om die correspondentie met anderen te delen .

Vervolgens kreeg ik een kort mailantwoord waarin als essentie stond vermeld dat het stimuleren van onderzoeken via  Zon Mw dient te verlopen en wel op aanvraag van de beroepsgroep, waarnaar ik werd verwezen. Ik heb toen via de mail geantwoord dat ik dit een onbevredigend antwoord vond waarbij ik mij afvroeg of mijn verzoek goed was gelezen want de essentie van mijn verzoek ging niet over het nemen van initiatief voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar het beter communiceren naar de gewone burger van onderzoeksresultaten over opzienbarend placenta-onderzoek waarnaar ik in de aanhef heb verwezen (zie tevens de bronnen). Op 14 juli 2018 kreeg ik alsnog een schriftelijk antwoord van een hoge ambtenaar waarin hetzelfde werd gesteld (5). De dag erop heb ik het verzoek ingediend bij de door het ministerie geadviseerde organisatie de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Op 19 juni 2018 ontving ik de volgende reactie: Bedankt voor uw e-mail en toelichting. Wij hebben deze in goede orde ontvangen. De Koepel Wetenschap van de NVOG zal eind september weer bij elkaar komen voor een vergadering. Ik zal er zorg voor dragen dat uw e-mail (incl. bijlagen) wordt opgenomen en besproken op de komende agenda. Hierna zal ik (of een van de leden van de Koepel Wetenschap) u van een antwoord voorzien. Indien u voorafgaand aan de vergadering nog overige vragen heeft dan verneem ik het graag. Met vriendelijke groet, ………….Junior beleidsadviseur.

Aanvullende opmerkingen:

A. Ik had het verzoek gericht aan de minister en niet een belangenvereniging, omdat het verzoek betrekking had op meerdere medische disciplines naast gynaecologie en verloskunde ook kindergeneeskunde en neonatologie, neurologie, psychiatrie en genetica.

B. Nota Medische Ethiek. Twee weken na het indienen van mijn verzoek aan de minister, te weten op 6 juli 2018, zond de minister van VWS de ‘Nota Medische Ethiek’ naar de Tweede Kamer. Op pagina 1 onder ‘Inleiding’ lees ik: ‘In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde’. Onder ‘Toetsingskader voor beleidskeuzes op het gebied van medische ethiek’ op pagina 2 lees ik: ‘Om de toets van noodzakelijkheid goed te kunnen uitvoeren, is het van belang om op de hoogte te zijn van de stand van zaken van de desbetreffende (wetenschappelijke) discipline of vakgebied. Omdat medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen plaatsvinden in een internationale context, is het van belang daarbij goed oog te hebben voor ontwikkelingen buiten Nederland. Maar dat was nu juist de essentie van mijn verzoek aan de minister van VWS. Tenslotte wordt gesteld op pagina 4 van de nota: ‘Graag nodigen we maatschappelijk betrokken organisaties en experts uit om bij te dragen aan het stimuleren van een open maatschappelijke discussie op hun terrein’. Of mijn verzoek nog op enigerlei wijze betrokken is bij deze nota kan ik niet beoordelen, maar komt in het antwoord niet naar voren. Ik betreur het wel dat op het moment dat zo’n nota naar de Tweede Kamer wordt gezonden, hetzelfde ministerie geen inhoudelijk antwoord verstrekt op een mijns inziens (en volgens anderen ook) goed onderbouwd verzoek. Ik ben geen professional of expert zoals in de nota wordt gesteld, maar als je al 25 jaar ervaringsdeskundige bent en veel informatie over het onderwerp opneemt, zou geen beletsel mogen zijn om een belangrijke vraag op zijn merites/inhoud te beoordelen. Verder wacht ik de reactie van de NVOG geduldig af.

Slotopmerking: Zowel uit het lotgenotencontact als sociale contacten is mij gebleken dat men in de ontkenning of verdediging schiet, als er verstandelijke (VGZ) of geestelijke  (GGZ) aspecten aan de orde worden gesteld. Jammer want de feiten uit talrijke bronnen zijn niet te ontkennen. In zijn algemeenheid  rust er kennelijk nog een taboe op dit onderwerp. Ik was in dat verband blij met de emotionele en taboedoorbrekende opmerking van koningin Maxima over het overlijden van haar lieve kleine zusje Ines, bij de opening van het protonencentrum van het UMCG Groningen. Rest mij nog aan te geven dat ik dankbaar ben in een land te leven waar we burgerrechten hebben zoals het petitierecht en voortreffelijke zorgvoorzieningen!

Foto’s: Baarmoeder Yvonne Smits Nationale Beeldbank. Rookverbod ziekenhuis met mega-asbak  Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Nature Medicine’ en ‘Science Daily’, 28 mei 2018: ‘Genes, environment and schizophrenia: New study finds the placenta is the missing link’ en ‘Intersection on schizophrenia, genetics and placental complications’.

2. The Human Placenta Project (HPP), een initiatief van de Amerikaanse overheid.

3. Promotie onderzoek Annemiek Roescher van het UMCG op 26 november 2014. Abstract/uittreksel proefschrift ‘Placental lesions and outcome in preterm born children’ en persberichten van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen van 19 november 2014. ‘Placenta-afwijkingen hebben invloed op ziekte en ontwikkeling te vroeg geborenen’. Persbericht Penn Medicine, november 2013. ‘Study Shows Moms May Pass Effects of Stress to Offspring Via Vaginal Bacteria and Placenta’.

4. Website Gezondheidsnet, 13 november 2013. ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Dagblad Trouw, 3 februari 2004. ‘Deense baby’s zelfs met stress geboren’. Persbericht Erasmus Medisch Centrum, 8 september 2014. ‘Test zwangere op psychische problemen’. Persbericht Universiteit van Tilburg, 10 december 2013. ‘Goed ouderschap al in de zwangerschap te voorspellen’. Onderzoeksresultaten gepubliceerd op de website van Generation R, een project waarbij 10.000 Rotterdamse kinderen worden gevolgd. November 2014. Algemeen Dagblad, 24 januari 2014. ‘Eerst gezond en dan pas zwanger’. Publicatie website artsennet.nl over het promotieonderzoek van Robert Scholte. ’Ondervoeding baarmoeder leidt tot lagere arbeidsdeelname’, 14 oktober 2013 en ‘Slechte omstandigheden vroeg in het leven vergroten gezondheidseffecten ingrijpende gebeurtenissen op latere momenten’. Agenda VU Amsterdam, 14 oktober 2013.

5. Brief van 11 juli 2018 namens de minister van VWS beantwoord door de Directeur Curatieve Zorg.

-1873-2018: 145 jaar Holland-Amerika lijn

In mei 2018 vierde de Holland-America Line (HAL) haar 145e verjaardag. In 1873 werd het bedrijf opgericht onder de naam Plate, Reuchlin & Co. Nadat er een rechtstreekse verbinding met open zee mogelijk werd door de aanleg van de Nieuwe Waterweg, ontstond de naam Holland-Amerika Lijn. Het 145-jarig bestaan van de rederij werd gevierd in Rotterdam, in aanwezigheid van burgemeester Aboutaleb en vertegenwoordigers van overheden en de directie van de HAL. Het jubilerende bedrijf werd een muzikaal geschenk aangeboden, gecomponeerd door het eveneens jubilerende Rotterdams Filharmonisch Orkest. 

Aan de kade van de Kop van Zuid in Rotterdam ligt een cruiseschip voor anker voor de Rotterdamse wolkenkrabbers. Rechts met groene torentjes hotel New York, het voormalige hoofdkantoor van de HAL

Plaats van viering: het moderne cruisechip de Rotterdam, dat speciaal voor deze gelegenheid lag afgemeerd aan de Wilhelminakade naast de Erasmusbrug. Dit prachtige bedrijf heeft mij altijd gefascineerd? Of die fascinatie voortkomt uit nationale trots, heimwee naar het verleden toen het leven minder complex was of te maken had/heeft met een zucht naar avontuur en genetische aanleg, is mij nog niet geheel duidelijk. Rotterdam was voor ons gezin een belangrijke stad. De afstand tussen mijn woonplaats Voorburg en Rotterdam was gering. Mijn broer en een van mijn zusters waren ook vanuit Rotterdam per passagiersschip geëmigreerd naar Canada en de VS en zijn daar voorgoed gebleven. Als nakomertje in het gezin, maakte ik tweemaal per jaar met mijn moeder de toen nog lange reis van Voorburg naar Middelharnis op Goeree Overflakkee om mijn opa en oma te bezoeken. Met bewondering keek ik onderweg naar de bedrijvigheid in de Rotterdamse haven met de sleepboten, binnenvaart, kranen en entrepots een belangrijk fundament van onze welvaart. Decennia later toen ik werkzaam was bij de Rijksverkeersinspectie en controle hield op de Sloopregeling voor binnenvaartschepen, reed ik als de gelegenheid het toeliet altijd even langs de Wilhelminakade om de sfeer uit 1966 in te ademen.

Gitaar spelen op de ‘Rijndam’

In juli 1966, ruim 50 jaar geleden dus en 18 jaar oud, behoorde ik tot de laatste emigranten die nog per passagiersschip emigreerden naar Canada en de VS. Vliegen was sneller en goedkoper. Nadat ik door vrienden en familie was uitgezwaaid, begon vanaf de Wilhelminakade het grote avontuur op de ‘Rijndam’ van de HAL richting Canada. Toen we bij Hoek van Holland de Nieuwe Waterweg uitvoeren had ik tegenstrijdige gevoelens. In de weken ervoor had ik afscheid genomen van dierbare vrienden en mijn werk bij de PTT in Leidschendam en in de Haagse horeca beëindigd. Ik wist bij het uitzwaaien al wat ik zou gaan missen, de Haagse popcultuur, de gezellige zomerse contacten met vrienden op het strand van Scheveningen terwijl we luisterden en keken naar het Radioschip Veronica dat net buiten de territoriale wateren popmuziek uitzond. Er was echter ook opluchting, dat het na een lange selectieprocedure door de Canadese overheid eindelijk zover was en op volle zee ademde ik met volle teugen de verfrissende zoute zeelucht in. Het avontuur wachtte. Tijdens de tien dagen die de oversteek naar Canada duurde, was het leven aan boord luxe en overdadig. Met een groep jonge emigranten kwamen we dagelijks bijeen op het voordek om te praten en te musiceren. In de avonduren kon ik op het achterdek lang turen naar de lange sliert schuim die het schip volgde door de waterverplaatsing. Het leek alsof op die momenten verleden en toekomst elkaar de hand schudden. Bij nadering van de Canadese kust, werden we in de Hudson Bay verwelkomd door een school walvissen. Wat een adembenemende ontvangst. Als na tien dagen luxe de ‘Rijndam’ arriveert in de haven van Montreal, eet ik de eerste pizza in mijn leven en drink een ‘large coke met ice’. De grote uitdaging wacht.

Avontuurlijk Canada
Op aandringen van mijn ouders emigreerde ik via bemiddeling van de christelijke emigratiecentrale. Hoe het met mijn emigratie-avontuur is afgelopen en of levensbeschouwing daarbij een rol speelde zal ik in de toekomst DV in een aantal publicaties beschrijven. Over de emigranten die door de HAL werden gevaren naar Quebec City, Montreal en Ellis Island bij New York, de grenspost voor aankomende nieuwe immigranten naar de VS. Over de Flower Power cultuur die op dat moment bepalend was in Canada en de VS en hoe je als jonge emigrant kunt slagen of falen. De HAL is in de loop der jaren veranderd en uitgegroeid tot een cruiserederij van formaat. Proficiat HAL, proficiat Rotterdam, proficiat Holland!

Bronnen:
–Digitaal Dagblad 010, 20 mei 2018: ‘Viering 145 jaar HAL aan boord Rotterdam’.
–Dagblad Spits, 3/1/2007: ‘Holland Amerika Lijn keert na 36 jaar terug in Rotterdam
–Boek ‘125 Jaar Holland-Amerika Lijn’, G.J. de Boer. Uitgeverij De Alk BV, Alkmaar, 1998.

Foto’s: Cruiseschip bij Wilhelminakade: © Didi / Nationale Beeldbank. Aan boord van de Rijndam (1966) en herinneringen ophalen bij de Wilhelminakade (2006): Familiearchief.

-1914-1918: Toen het licht in Europa doofde

Het is een bekende uitspraak van Sir Edward Grey, de Britse minister van Buitenlandse Zaken: ‘Het licht gaat overal in Europa uit. Ik vraag mij af of wij het nog weer aangestoken zien worden tijdens ons leven’. Kort voor de Eerste Wereldoorlog (WO1) was het een van de vele pessimistische, zelfs fatalistische uitspraken gedaan door politici. Er was ook aanleiding voor. Aan het uitbreken van de oorlog in 1914 was een lange periode voorafgegaan van chaos, streven naar macht, territoriumdrift en een wapenwedloop. Duitsland was na de eenwording van 1871 een keizerrijk geworden. Nationalistische gevoelens waren sterk aangewakkerd en Duitsland werd een van de machtigste landen in Centraal Europa. Op de wereldzeeën was Groot Brittannië (GB) echter nog oppermachtig. De heersende gedachte was, dat deze twee grootmachten zouden strijden om de hegemonie in Europa en andere delen van de wereld. Europa was sterk verdeeld en dat uitte zich in bondgenootschappen tussen Frankrijk en Rusland, GB en de overzeese gebieden van het rijk, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Ook Italië en Turkije werden de oorlog ingezogen. Direct aanleiding tot de oorlog was de moord op kroonprins Frans-Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije in Sarajevo op 28 juni 1914. Het was de vonk die het Europese kruitvat deed ontploffen. Zes weken later waren de meeste grote landen of bondgenootschappen in Europa met elkaar in oorlog.

Ongekende gruwelijkheden
Nederland was tijdens WO1 neutraal, maar werd wel geconfronteerd met de dramatische gevolgen. Een miljoen Belgen vluchtten in oktober 1914 naar ons land en voegden zich bij de ruim zes miljoen Nederlanders. Een bewijs dat  de huidige vluchtelingenproblematiek niet uniek is in de geschiedenis van de mensheid. De strijd in WO1 speelde zich af op diverse oorlogsfronten: het westelijk en het oostelijk front en fronten in Italië, Servië, Roemenië en Griekenland. Het is een misvatting te denken dat WO1 alleen woedde in Europa. Er werd door de geallieerden zwaar gevochten met de Turken en de Duitsers in het Midden-Oosten. In december 1917 slaagde de Britse generaal Allenby er in om de vijand te verjagen uit Jeruzalem. In dat jaar werd ook de Balfour declaratie uitgevaardigd, waarbij het Joodse volk door Groot Brittannië een thuisland kreeg toegezegd. Vaak wordt genegeerd dat er ook toen al veel antisemitisme was. De Duitse keizer Wilhelm II toonde al vroeg belangstelling voor de chauvinistisch-reactionaire, antisemitische massabeweging die rond 1880 opkwam in Duitsland. In Frankrijk was er de Dreyfuss-affaire (1894), waarbij een Joodse officier onterecht werd aangeklaagd en verbannen wegens spionage. Als reactie werd in Bazel het Zionistencongres georganiseerd door Theodor Herzl, waar het streven naar een Joods thuisland centraal stond. Twee jaar later, in 1998, publiceerde Emile Zola zijn belangrijke pamflet over de Dreyfuss-affaire ‘J’accuse’ en volgde er eerherstel voor Dreyfuss. Het was ook de tijd dat het boek de Protocollen van de wijzen van Sion werd gepubliceerd. Een boek bedoeld om Joden in een kwaad daglicht te stellen, door het (bekende) verwijt Joodse wereldoverheersing na te streven.

In het vervolg van WO1 mengden ook de Verenigde Staten zich in de oorlog en zelfs Japan raakte erbij betrokken. WO1 is dan ook met recht bestempeld als een wereldoorlog en overtrof voorgaande oorlogen in omvang en wreedheid. Vooral de gruwelijkheden die plaats vonden aan het westelijke loopgravenfront en de inzet van gifgas, opgetekend in getuigenverslagen, mondelinge overlevering en dagboeken gaan het menselijk bevattingsvermogen te boven. Het onderwerp ‘shellshock’ oftewel ‘oorlogsneurose’ heb ik in de voorgaande publicatie beschreven en ik verwijs ook naar mijn publicatie ‘De symboliek van de klaproos’ (zie pagina Overige Publicaties op deze site). Exact 100 jaar geleden, In november 1918, kwam er na vier jaren harde strijd een eind aan deze oorlog. De Duitse keizer Wilhelm II werd afgezet en zocht zijn toevlucht in Nederland waar hij tijdens WO2, in juni 1941, overleed in Huis Doorn. Zijn begrafenis werd bijgewoond door hoge vertegenwoordigers van de Duitse bezetter. Europa bleef ontredderd en economisch verwoest achter. Na ondertekening van het vredesverdrag van Versailles werd Duitsland gedwongen tot het betalen van enorme bedragen aan schadevergoeding en dat zou een voedingsbodem worden voor herlevend en nog krachtiger nationalisme. Europa had een les geleerd voor de toekomst denk je dan als mens, maar die illusie zou van korte duur zijn. Nog geen twee decennia later kwam het Naziregime op en was er sprake van een enorme en intensieve herbewapening in Duitsland. Precies 20 jaar na beëindiging van de Grote Oorlog WO1, vond in 1938 in Duitsland de Kristallnacht plaats. Europa stond aan de vooravond van een nieuwe oorlog, die nog omvangrijker en verwoestender zou zijn. Met als ongekend dieptepunt de Holocaust, de poging om systematisch het Joodse volk te vernietigen. Het is geen populair gespreksonderwerp in Europa, maar het was indirect de aanleiding dat Joden in de Diaspora uitweken naar Israël. 

2018: Europa: verdeeldheid of eenheid?
Als ik aan deze publicatie over WO1 werk is het mei 2018. Nederland herdacht de doden van de Tweede Wereldoorlog en vierde uitbundig het Bevrijdingsfeest. De staat Israël vierde het 70-jarig bestaan, door tegenstanders beschouwd als De Catastrofe. De situatie in het Midden-Oosten is explosief. Syrië verkeert in chaos na zeven jaren desastreuze oorlog en niets wijst erop dat vrede in aantocht is. Buiten het zicht van de camera’s woedt een gruwelijke strijd in Yemen. Het is ook de maand dat de Amerikaanse president Trump bekend maakte, dat de VS deelname aan het akkoord met Iran over nucleaire wapens beëindigt. Een stap die te verwachten was, gelet op de snel groeiende invloed van Iran en de permanente dreigementen van dat land om Israël te vernietigen. De gevolgen zijn nog niet helemaal te overzien, maar die zullen groot zijn en kunnen leiden tot een escalatie van geweld in het toch al explosieve Midden-Oosten. Wat mij opviel was de grote verdeeldheid in Europa. President Macron, bondskanselier Merkel en minister Boris Johnson van Groot Brittannië haastten zich in korte tijd en los van elkaar naar Washington, om de Europese visie op de Irandeal te onderstrepen. Het riep in de media de vraag op, met wie je als buitenlandse machthebber moet bellen om iemand aan de lijn te krijgen die namens Europa spreekt. In een snel globaliserende en complexer wordende wereld met veel grensoverschrijdende problemen, is een eenduidig Europees beleid simpelweg noodzakelijk. Geen enkel land kan uitdagingen als cybercrime, klimaat en milieu, terreurbestrijding, oorlog etc. aan zonder hulp van derden. Europa lijkt hopeloos verdeeld. Toch verwacht ik binnen een decennium grote veranderingen, onder druk van de schuivende machtsverhoudingen op de wereld en onverwachte gebeurtenissen.

Afgezien van de ontreddering en ernstige economische situatie in Europa, had de nasleep van WO1 ook enorme gevolgen voor de volksgezondheid. In augustus 1918 had de helft van de Amerikaanse soldaten in Europa de Spaans Griep en de ziekte sloeg snel over naar andere legerkorpsen. Deskundigen wijten het aan de slechte hygiëne, de voedingstekorten op het Europese continent die de weerstand van de burgers hadden aangetast en grote concentraties van mensen die kenmerkend waren voor WO1 en oorlogen in het algemeen. In een paar maanden tijd eiste dit wereldwijd miljoenen slachtoffers, naar schatting 50 miljoen mensen stierven als gevolg van de griepepidemie. Opmerkelijk was dat vooral jonge mensen tussen de 20 en 40 jaar werden getroffen. Het is een verband dat niet zo vaak wordt gelegd, maar zeker niet genegeerd mag worden.

Kan de mens duurzame vrede realiseren?
Mijn laatste publicatie over WO1 verschijnt DV deze zomer op mijn website. Ik zal dan ingaan op een aantal fundamentele vragen over oorlog en vrede. Is de mens(heid) in staat op eigen kracht de duurzame vrede op aarde te realiseren waar velen zo naar verlangen, of is daarvoor een ingrijpen van Hogerhand nodig.

 

Bronnen:
–De Eerste Wereldoorlog, Dennis Hamley. Uitgave Ars Scribendi, Harmelen 2002.
–Wereldoorlog 1. Lees over de ellende in de loopgraven en hoe de Grote Oorlog Europa verwoestte. Uitgave Standaard Uitgeverij Antwerpen in samenwerking met het Imperial War Museum, 2001.
-Wikipedia: 2.6.1 Wilhelm II van Duitsland ‘Racisme en antisemitisme’ en webpublicatie: Biografie Keizer Wilhelm II (1859-1941).
–Medischcontact.nl, 12 maart 2018 ‘Spaanse griep is 100 jaar’.

Foto’s: Herdenking WO1 Ieper (Trees Kim), Ingang Huis Doorn en militaire begraafplaats (Jaap Spaans), schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied (Klaas Buikema).

-Nieuwe privacywetgeving en de ‘gewone burger’

Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing (AVG). Er verandert nogal wat en veel nuttige informatie daarover is te vinden op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Veel informatie is gericht op bedrijven, overheden en andere organisaties bijvoorbeeld in het onderwijs, kerkgenootschappen en sportclubs. De aanscherping van privacy regels is op zich een goede zaak. Het werd tijd dat de betrekkelijke naïviteit ten aanzien van privacy bij veel kerkgenootschappen, plaats maakt voor realiteitszin. De praktijk leert dat het onderwerp veel burgers bezig houdt. In deze publicatie ga ik dieper in op een aspect dat minder wordt belicht, namelijk de uitzonderingsregels voor natuurlijke personen oftewel de ‘gewone’ burger die geen ondernemer of zzp’er is, wiens leven in toenemende mate wordt gedomineerd door digitale technologie.

Persoonsgegevens
Volgens artikel 4 onder 1 van de AVG zijn persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Dit betekent dat informatie ofwel direct over iemand gaat, ofwel naar een persoon te herleiden is. Volgens uitleg op de website van de AP betekent dit dat het om een natuurlijke persoon moet gaan. Gegevens van overleden personen of van organisaties zijn geen persoonsgegevens, tenzij deze herleidbaar zijn. Dit is belangrijk voor degenen die bijvoorbeeld in publicaties verwijzen naar overleden personen zoals historisch figuren, of als genetische informatie wordt verwerkt. Ook de definities van het begrip ‘verwerking’ en ‘bestand’ in artikel 4 van de AVG zijn van belang.

Toepassingsgebied AVG
De AVG is wetgeving die voor heel Europa geldt. In artikel 1 wordt beschreven dat de AVG van toepassing is op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen. Er zijn ook enige uitzonderingen, waarbij de AVG niet van toepassing is en die voor veel burgers van belang zijn. Volgens artikel 2 onder c is de AVG niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens: door een natuurlijke persoon bij de uitoefening van een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit. In punt 18 van de Wetgevingshandelingen van de AVG, zeg maar de ‘Memorie van Toelichting’, wordt het als volgt uitgelegd: Tot persoonlijke of huishoudelijke activiteiten kunnen behoren het voeren van correspondentie of het houden van adresbestanden, het sociaal netwerken en online-activiteiten in de context van dergelijke activiteiten. Het is van belang dat laatste goed te overdenken. Belangrijk is de vraag binnen welke context je als natuurlijke persoon gegevens verwerkt en dat kan per persoon verschillen. Sla je bijvoorbeeld als ouderling of voorganger van een kerk pastorale informatie op in je privécomputer of informatie van je werk of lopen die informatiestromen door elkaar heen? Als je een persoonlijke website beheert, wat plaats je daar zoal op? Dat je als burger gemakkelijk de fout in kunt gaan leert het Lindqvist-arrest uit 2003. Een oud arrest dat in het licht van de AVG niet genegeerd mag worden.

Het Lindqvist-arrest
In principe is de AVG niet van toepassing op de burger die om strikt persoonlijke redenen een bestandje bijhoudt van familie en kennissen en die op een bescheiden wijze verwerkt. Denk aan een familiebestand voor de uitwisseling van informatie. Maar stel nu dat je als natuurlijk persoon een website/internetpagina beheert, zoals veel Nederlanders doen. Is de AVG dan wel of niet van toepassing? In de Memorie van Toelichting (MvT) van de Uitvoeringswet AVG die voor 15 mei 2018 als hamerstuk staat op de agenda van de Eerste Kamer, wordt ten aanzien hiervan verwezen naar een arrest van het Europese Hof van Justitie, het zogenaamde Lindqvist-arrest uit 2003 (MvT pagina 14 voetnoot 10). De Zweedse overheid had een burger aangeklaagd, die als vrijwilliger bij de Protestantse Kerk van Zweden de namen en adresgegevens van andere vrijwilligers op haar website had geplaatst. Tevens had zij op de website vermeld, dat een van de vrijwilligers haar voet had bezeerd. Onschuldige informatie is de eerste indruk, maar naar aanleiding van een klacht werd er vervolgd en uiteindelijk doorgeprocedeerd tot aan het HvJ EG om duidelijkheid over de reikwijdte van de uitzonderingsbepalingen te krijgen. Aangeklaagde meende ook dat er een spanningsveld was tussen het grondrecht van vrijheid van meningsuiting en de privacywetgeving. Het Hof oordeelde dat de aangeklaagde niet valt onder de uitzonderingsbepalingen van de regelgeving en dus persoonsgegevens verwerkt waarop de wet van toepassing is. Voorts bepaalde het Hof dat de bepalingen van de EU-richtlijn niet strijdig zijn met het algemene beginsel van de vrijheid van meningsuiting. Het persoonsgegeven van de pijnlijke voet werd aangemerkt als een persoonsgegeven betreffende de gezondheid, waaraan de wet bij de verwerking strengere eisen stelt. Het feit dat in de Memorie van Toelichting van de Uitvoeringswet AVG wordt verwezen naar het arrest uit 2003, impliceert volgens mij dat deze jurisprudentie leidend is voor de handhaving van de AVG, totdat er nieuwe jurisprudentie ontstaat. Dat kan nog jaren duren. Ik verwacht overigens dat de handhaving strenger zal worden door allerlei perikelen rond social media en het groeiend aantal meldingen over datalekken. De AP krijgt meer bevoegdheden en meer sanctiemogelijkheden, maar ik sluit niet uit dat de organisatie qua mankracht tegen de grenzen aanloopt, zodat er prioriteiten gesteld zullen moeten worden. Illustratief daarvoor is dat in 2017 10.000 datalekken zijn gemeld bij de AP, een stijging van 70% ten opzichte van het jaar ervoor. Alles overwegende is mijn conclusie dat de AVG aanzienlijke gevolgen zal hebben, ook voor natuurlijke personen. Zij vallen niet automatisch onder de uitzonderingsbepalingen bijvoorbeeld als er, zoals het aangehaalde arrest leert, persoonsgegevens op een website worden geplaatst of je op een ruimere schaal mails met gegevens gestructureerd verwerkt dan wel opslaat. Aan dit stuk kunt u geen rechten ontlenen en ik adviseer u bij twijfel de feitelijke wetstekst en de informatie van de Autoriteit Persoonsgegevens via hun website en het spreekuur te raadplegen. 

 

 

Bronnen: Informatie van de website van de AP en de nieuwsbrief van de AP van 24 april 2018, de feitelijke wetstekst van de AVG en de Wetgevingshandelingen. Tevens verwijs ik naar de 12 publicaties over ‘Leven in een digitaliserende samenleving’ op de website Bijbel en Overheid.

Foto: Jaap Spaans    Gebruik EU-logo is toegestaan

 

-WO1: over mededogen, oorlogsneurose en PTSS

‘Wo ist mein Kreuz’, ‘waar is mijn kruisje?’. Het waren de woorden van een dodelijk gewonde Duitse soldaat, ergens op het Europese slagveld van de Eerste Wereldoorlog (WO1). Kort tevoren was hij tijdens een aanvalsgolf van de geallieerden gewond geraakt. Een Australische soldaat trof hem zwaargewond aan. Nadat het kruisje in een van zijn handen was gelegd, klemde hij het stevig vast en vroeg de Australiër met een laatste krachtsinspanning of hij een afscheidsbrief die in een van zijn uniformzakken zat, naar zijn familie in Duitsland wilde sturen. Het korte gesprek tussen twee vijanden raakte mij diep. Zoals voor veel oorlogen geldt, kenmerkte de harde strijd die tijdens WO1 werd gevoerd aan het loopgravenfront in Europa zich door anonimiteit. Strategische beslissingen en bevelen werden in de militaire commandocentra genomen door politici en bevelvoerende militairen. Aan het front vond de genadeloze uitvoering plaats. Anoniem vochten Duitsers tegen Engelsen, Oostenrijkers tegen Fransen, Hongaren tegen Russen. Protestanten vochten tegen protestanten, baptisten tegen baptisten, katholieken tegen katholieken, humanisten tegen humanisten. Mensen die het in hun directe leefomgeving goed met elkaar zouden kunnen vinden of fundamentele waarden en normen deelden, stonden elkaar in de loopgraven naar het leven. Het voorbeeld illustreert dat in het zicht van de dood, anonimiteit en eenzaamheid kunnen worden verdreven door mededogen en hulpvaardigheid.

Over de grens van leven en dood
Ik denk dat veel mensen in een bepaalde levensfase of situatie, weleens nadenken over de vraag hoe straks de grens tussen leven en dood zal worden overschreden. Zal die overgang er een zijn van rust, hoop en verwachting of van angst, twijfel en onzekerheid? Als belijdend christen geloof ik, dat na het overlijden de geest van de mens terugkeert naar God, de Schepper van hemel en aarde. Als de Goddelijke levensadem zich terugtrekt en de dood intreedt, dan keert de geest (Roeach) weer tot God, die hem geschonken heeft. U kunt het lezen in het boek van de wijze Prediker (12:7), die ik ook in een eerdere publicatie over wereldvrede aanhaalde. Ik realiseer mij echter dat niet iedereen er zo over denkt en ook onder christenen is de visie over ‘leven na de dood’ niet eensluidend. De praktijk leert wel dat in zware strijd en levensbedreigende situaties, de behoefte aan geloof en zingeving sterk toeneemt. Ik raak altijd gefascineerd door de antwoorden van wetenschappers en anderen die het geloof vaarwel hebben gezegd. Als hen aan het eind van een interview de vraag wordt voorgelegd of zij echt niet meer geloven, valt er vaak lichte twijfel te bespeuren. Voor de Duitse soldaat was zijn kruisje op dat moment, ver van geliefden en familie, iets waaraan hij zich vastklampte en dat troost bood in zijn doodsstrijd. WO1 was een van de wreedste en bloedigste oorlogen uit de Europese geschiedenis. Er waren meer situaties, waarbij de anonimiteit van de strijdende soldaten (tijdelijk) werd opgeheven. In de nacht van 24 op 25 december 2014, werd ergens tussen de strijdende partijen een kerstboom neergezet en vierden soldaten die elkaar de dag ervoor nog bevochten het Kerstfeest. In de geschiedenisboeken is er weinig van te vinden, maar verhalen en dagboeken maken er wel melding van. Veel officieren aan beide zijden, konden deze ‘verboden kerstvrede’ niet zo waarderen, want teveel begrip voor de vijand zou het moreel van de troepen aantasten. Zie ook een publicatie van mij uit 2012 ‘De verboden Kerstvrede’ OogstWO1Kerstvrede2012 (1). Er zijn veel boeken en publicaties over WO1 beschikbaar en historisch bezien kan ik daaraan niet veel toevoegen. Ik vind het wel belangrijk om in dit jaar, waarin wordt herdacht dat 100 jaar geleden deze oorlog eindigde, aandacht te besteden aan enige persoonlijke aspecten van de doorsnee militair in oorlogsgebied. In de eerste inleidende publicatie beschreef ik op grond van een periode van vier jaar als sergeant-instructeur bij de Infanterie, wat de gruwelijke gevolgen van een granaatinslag kunnen zijn voor de bemanning van een tank of pantservoertuig. Wat ik daar beschreef valt in het niet bij de afschuwelijke situatie aan het westelijke loopgravenfront. Veel soldaten kregen te maken met shellshock oftewel de angst voor granaatinslagen.

Shellshock
De omstandigheden aan het westelijke loopgravenfront waren afschuwelijk. Op veel plaatsen stonden loopgraven onder water, er was ongedierte en een rattenplaag. Daarnaast waren er het gebruik van gifgas en permanente granaatinslagen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn door Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Oostenrijk-Hongarije en Rusland in totaal naar schatting 765.000.000 granaten afgeschoten. Op een klein gebied van enige voetbalvelden vielen op een dag soms vele duizenden granaten. De fysieke inspanning, onzekerheid en angst die zo’n bombardement teweegbracht, leidden bij soldaten aan beide zijden tot psychische en lichamelijke klachten zoals bewegingsstoornissen, slapeloosheid en hallucinaties. In een ernstige vorm werd dat aangeduid als shellshock. De term werd voor het eerst gebruikt in 1915 en de legerarts dr. Charles S. Myers van het Royal Army Medical Corps, publiceerde erover in het medische tijdschrift The Lancet. Later werd de diagnose aangeduid als ‘oorlogsneurose’. Ruim twee decennia later, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, wordt er aandacht besteed aan deze diagnose in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2). Naast de ernstige fysieke klachten als hartklachten (tachycardie), snelle ademhaling, diarree en braken wordt als psychologische oorzaak vermeld: ‘Het leven van een soldaat, vooral in de frontlinie, die wisselt van doodsgevaar en de wensch te ontsnappen tot volledige overgave aan een taak, welke geen nadenken eischt en den wil geheel vernietigt’ (citaat in origineel taalgebruik). Tijdens WO1 riep de diagnose de woede op van officieren en bevelhebbers, die meenden van doen te hebben met oorlogshysterie, morele lafheid en erfelijke zwakheid. Een deel van degenen die leden aan oorlogsneurose werd om die reden geëxecuteerd. Hoewel ons land tijdens WO1 neutraal was, kregen we na de oorlog ook te maken met lijders aan oorlogsneuroses. In Austerlitz werd zelfs een speciaal ziekenhuis ingericht, ‘Het Militair Neurose Hospitaal’. In de decennia die volgden verbeterden medische disciplines als psychologie en de psychiatrie en sinds die tijd wordt de diagnose beschreven als post traumatische stress stoornis (3, ptss). Op dit moment kent ons land kent diverse centra waar mensen met ptss worden behandeld, zoals Centrum ’45. In de eerste jaren van het bestaan van deze instelling lag de nadruk op de zorg voor getroffenen van de Tweede Wereldoorlog en hun familieleden. Later breidden de patiëntengroepen zich uit met veteranen en vluchtelingen. Inmiddels is het een landelijk behandel- en expertisecentrum voor specialistisch diagnostiek en behandeling van mensen met complexe traumaklachten. Wie de verschrikkingen van WO1 goed in zich opneemt en zich in de geschiedenis verdiept, zal weinig moeite hebben om zich in te leven in de situatie van de militairen met shellshock. Het is wel achteraf geredeneerd vanuit het perspectief van een verwende burger van de welvaartsstaat, met talrijke verworvenheden en rechten. In de laatste twee publicaties over WO1 zal het gaan over enige historische feiten van de afgelopen eeuw, wat ten diepste de oorzaak is van oorlog en geweld en wat dat te maken heeft met geloof en zingeving.

Granaathuls op de schoorsteenmantel
De granaathuls op de foto stond bij ons thuis glimmend op de schoorsteenmantel. Hoe die er is gekomen weet ik niet. Ik ontdekte pas na het zien van het slaghoedje aan de onderzijde dat het een onderdeel van een granaat was bij het opruimen van het ouderlijk huis, nadat mijn moeder naar een verpleeghuis moest. Ik weet niet welke schade het projectiel heeft aangericht, maar dat er achter iedere granaat een verhaal schuil kan gaan, is voor mij nu geen vraag meer.

 

 

Bronnen:
1. Boek ‘Ooggetuigen Wereldoorlog 1. Over de ellende in de loopgraven en hoe de Grote Oorlog Europa verwoestte’. Pagina 11 ‘Het Kerstbestand’ en pagina 31 ‘Shellshock’. Maandblad De Oogst, Jaap Spaans 2012 en maart 2014: ‘De verboden Kerstvrede’ en ‘Soldaten’. Het Zoeklicht: ‘Erfenissen van de oorlog’. Jaap Spaans, 90e jaargang nr. 10.
2. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, zaterdag 13 april 1940: ‘Oorlogsneuroses’. Website: Wist u dat …..wetenswaardigheden over de Eerste Wereldoorlog.
3. ‘Wat is het verschil tussen shellshock en posttraumatisch stressyndroom?’. Vraag gesteld op de Belgische website ‘Ik heb een vraag’ en uitgebreid beantwoord door prof. Dr. Gie van den Berghe van de Universiteit van Gent. PTSS is als diagnose opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) van The American Psychiatric Association

Foto’s: Jaap Spaans. Schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied’: speciaal gemaakt door Klaas Buikema

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (3)

In de voorgaande twee inleidende publicaties heb ik vanuit mijn persoonlijke achtergrond over het onderwerp ‘oorlog’ geschreven, waarbij ik verwees naar de idealen van de flowerpower generatie, die van grote invloed zijn geweest op de beëindiging van de Vietnamoorlog. In het jaar dat ik zelf in Canada in aanraking kwam met die beweging, 1966, verscheen in Nederland de publicatie ‘Tien over Rood’ een uitdaging van en aan de PvdA. Daarin wordt in een brede context, als meest noodzakelijke voorwaarde voor het voorkomen van een oorlog beschreven: ‘ontwapening, waar men die ook maar kan nastreven’. Vervolgens wordt gesteld: ‘ontwapening is echter alleen te bereiken wanneer de conflictstof wordt weggenomen en er universele normen komen die de internationale betrekkingen dwingend regelen’. Als belangrijke voorwaarde om dit te bereiken, wordt gesteld dat de volkeren daarvoor de beschikking moeten hebben over de instrumenten om dwang uit te oefenen (1, pg 67). Ik vond het in die tijd een goed initiatief, want wie verlangt nou niet naar vrede en harmonie? Toen ‘Tien over rood’ werd uitgebracht in 1966, was het nog maar een halve eeuw geleden waarin twee gruwelijke wereldoorlogen het Europese continent hadden geteisterd met als climax die afschuwelijke Holocaust, de poging om systematisch het Joodse volk te vernietigen. De uitdaging aan de PvdA die ik als representatief beschouw voor de brede internationale protestbeweging van dat moment, roept anno 2018 twee wezenlijke vragen bij mij op. Zijn ruim een halve eeuw na de uitgave de idealen van de protesterende babyboomgeneratie geheel of ten dele verwezenlijkt, was het eigenlijk een haalbaar streven en wat werd bedoeld met ‘als de conflictstof wordt weggenomen’? Wordt daarmee bedoeld dat politieke en maatschappelijke tegenstellingen worden overbrugd, of is er meer aan de hand en moeten er in dat verband vragen worden beantwoord als ‘hoe komt het kwaad in de wereld, waar ligt de oorsprong’. Het antwoord op die vraag is ten diepste ook het antwoord op de vraag hoe de conflictstof die aan oorlogen en geweld ten grondslag ligt, kan worden weggenomen? Wat is daarbij de rol van geloof en zingeving en verschilt de huidige situatie eigenlijk wel van de situatie die Jezus Christus vlak voor Zijn sterven schetst in De Tijdredenen? (Mattheus 24, Marcus 13 en Lucas 21)

Generatie op het pluche
Het zat de generatie die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd geboren in de Westerse wereld op alle fronten mee. In Europa was er de wederopbouw, het Duitse Wirtschaftswunder (welvaartswonder) en in landen als Japan en de Verenigde Staten groeide de economie snel. Jongeren beschikten daardoor over geld om studies te bekostigen en burgerrechten maakten het mogelijk om kritische activiteiten te ontplooien en te protesteren tegen de gevestigde orde. Moderne media en computertechnologie luidden een tijdperk in van internationalisering en globalisering. Ik heb dat in eerdere publicaties uitgebreid beschreven. Daarmee waren voor de kritische babyboomgeneratie de fundamenten gelegd om maatschappelijke invloed uit te kunnen oefenen en door te stromen naar invloedrijke functies bij overheden, de rechterlijke macht en politieke partijen, in het bedrijfsleven en internationale organisaties als de Verenigde Naties, de Europese Unie, de talrijke ontwikkelingsorganisaties, het World Economic Forum etc. etc. De verwachtingen waren torenhoog gespannen, zeker ten aanzien van de toekomst van de mensheid en de mogelijkheid om oorlogen dan wel de voedingsbodem daarvoor eindelijk op een universeel niveau te voorkomen. En er gebeurden ‘wonderen’. Het Duitse Wirtschaftswunder kreeg zelfs een vervolg in de val van de Berlijnse Muur, de Duitse Eenheid oftewel ‘Het derde Duitse wonder’. Groot was de euforie en hoog gespannen de verwachtingen voor de toekomst. In een boek daarover schetst een bekende econoom het volgende: Er blijven allerlei grote onzekerheden in de wereld, zeker ook in de Sovjet-Unie, maar de snelle hereniging van Oost- en West-Duitsland biedt een stralend economisch perspectief (2). Tien jaar later volgde de overgang naar een nieuw millennium.

Nieuwe wapenwedloop
In 2011 schreef een journalist over de babyboomgeneratie die op het punt stond massaal met pensioen te gaan. Volgens hem zou deze generatie die veertig jaar geleden op de barricaden stond, na pensionering kunnen zorgen voor een aardverschuiving op de wereld. Mits de idealen uit die tijd weer topprioriteit zouden krijgen (3). Zijn visie en schijnoptimisme verbaasden mij. Decennialang had die generatie (rijk en hoog opgeleid) immers op het pluche gezeteld en in managementlagen en topfuncties talrijke mogelijkheden gehad om de samenleving te veranderen en te streven naar een ideale wereld. Kennelijk was men daar gedurende 5 decennia niet toe in staat en zal het dan na pensionering wel lukken? Dat een omslag niet lukte was niet het gevolg van een gebrek aan geld of opleidingsmogelijkheden, maar heeft te maken met het feit dat de mensheid kampt met een mentaal probleem. Ook rijken en goedopgeleiden zijn egoïstisch, machtsbelust en zelfzucht, waarvan we in onze moderne samenleving bijna dagelijks getuige zijn. We zijn bezorgd over de groeiende criminaliteit en de immense vluchtelingenstromen op de wereld. Natuurlijk spelen sociale factoren als werkloosheid, armoede, gebrek aan integratie, oneerlijke verdeling van de welvaart en beschikbare grondstoffen een belangrijke rol bij het ontstaan van oorlogen en gewapende conflicten. Een mentaal probleem vereist echter ook een mentale omslag. Toen ik in 1969 was teruggekeerd uit Canada en voor een vier jaren durende verbintenis in het leger koos, volgde er een periode van bewustwording. Wat doen mensen elkaar aan? Ik werd ook nadrukkelijk weer bepaald bij het Christendom en dat het kwaad aan de bron ligt van ‘de conflictstof’ die leidt tot oorlogen en geweld. Als christen noem ik het de gebrokenheid van de schepping. Cruciale vraag is of de mensheid in staat is het menselijk egoïsme dat zich uit in machtsstreven, zelfverrijking, corruptie, woede en boosheid op eigen kracht te overwinnen of is daarvoor een ingrijpen van Hogerhand nodig? Van ontwapening, waar Nieuw Links in de jaren zestig ongetwijfeld in alle oprechtheid naar streefde, is een halve eeuw na dato niets terecht gekomen. Uit een recent rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) dat begin maart 2018 verscheen, blijkt dat de wapenhandel naar het Midden-Oosten is verdubbeld als gevolg van grote zorgen over de veiligheid bij de landen in deze regio. Van elke euro die wereldwijd wordt uitgegeven aan wapens komt 32 cent hiervandaan, berekende het Zweedse vredesinstituut. De wapens in de regio zijn vooral afkomstig uit de VS, maar ook Europese landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Nederland leveren een bijdrage. Honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog en ruim 50 jaar na de idealistische publicatie van Nieuw Links, wordt de wereld/mensheid geteisterd door een groot aantal kernproblemen. Door globalisering en internationalisering en de snelle opkomst van nieuwe media worden deze problemen zichtbaar voor een groot deel van de mensheid en roepen deze in toenemende mate angst en onzekerheden op (4).

Kernproblemen waarmee de mensheid worstelt
Ieder jaar wordt ‘The Global Risks Landscape’ opgesteld (5) met een overzicht van de grootste risico’s waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Ik beschouw het als een waarschuwing aan de mensheid. Belangrijke global risks (mondiale risico’s) zijn onder andere:
–Natuurrampen en klimaatverandering
–Extreme weersomstandigheden, Voedsel- en Watercrises
–Cyberaanvallen, datafraude, digitale verlamming
–Problemen met het financiële systeem
–Sociale instabiliteit
–Onvrijwillige migratie (vluchtelingenstromen)
–Conflicten tussen staten, wapenwedloop en terreuraanslagen
–Deflatie en stijgende energieprijzen
Het is slechts een greep uit de belangrijkste risico’s en uitdagingen waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Elk risico zou je kunnen definiëren als conflictstof die aanleiding kan zijn voor oorlogen, geweld en politieke en maatschappelijke instabiliteit. Eerder gaf ik aan dat de babyboomidealisten ervoor pleitten de conflictstof oftewel de voedingsbodem voor oorlogen weg te nemen en te zorgen voor een instituut dat ‘Vrede’ wereldwijd kan handhaven door ontwapening af te dwingen. Hoewel ik zelf tot deze generatie behoor, denk ik dat het een illusie is. Ik haalde in de twee voorgaande publicaties de protestzangers aan die hun toekomstdromen uitten in protestsongs. In 1965 zong Donovan al over ‘The Universal Soldier’ die aan de basis ligt bij iedere vorm van oorlogsvoering. Een van de Nederlandse liederen die mij al decennia lang fascineert, is het lied ‘Alles wat ademt’ van Rob de Nijs. Met volle overgave zingt hij vanaf 1985 dit lied, met de analyse dat vrede op dat moment verder weg is dan ooit, dat ook dicht bij huis de wapens nooit rusten en macht een dodelijk spel speelt met macht (6). Helaas wijst de situatie op de wereld en met name de explosieve situatie in het Midden-Oosten uit, dat noch de geschreven noch de gezongen vredesidealen zijn verwezenlijkt. Mijn vervolgpublicaties staan in het teken van de herdenking dat in 1918 De Eerste Wereldoorlog eindigde. Daarbij veel aandacht voor persoonlijke aspecten zoals het feit dat vanuit de loopgraven ‘gelovigen vochten tegen gelovigen’, ‘atheïsten tegen atheïsten’ en uiteindelijk ‘overheden tegen overheden’. In die publicaties zal ik ook mijn persoonlijke visie op het kwaad oftewel de gebrokenheid van de Schepping verwerken.

 

 

Bronnen:
1. Tien over Rood’, van Nieuw Links (diverse auteurs) bevatte 10 belangrijke punten zoals erkenning van de Vietcong en meer geld naar ontwikkelingshulp.  
2. Meningen over Duitse Eenheid. Het derde Duitse wonder. Pagina 81-84, E.J. Bomhoff ‘Hereniging biedt stralend perspectief’.
3. ‘Grijze babyboomer heeft nog een mooie toekomst voor zich’. Tijn Touber in De Volkskrant, 28 juni 2011.
4. Website Sipri.org: ‘Asia and the Middle East lead rising trend in arms imports, US exports grow significantly, says SIPRI’, 12/3/2018 NOS, maandag 12 maart 2018 ‘Wapenhandel verdubbeld door zorgen over veiligheid’.
5. ‘The Global Risks Landscape 2017 12th edition. Uitgave World Economic Forum, Commitment to improving the state of the world.
6. Protestzanger Donovan ‘The Universal Soldier’ en Rob De Nijs ‘Alles Wat Ademt’.

Foto’s Jaap Spaans: Vredespaleis Den Haag, Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek, monumentaal overblijfsel van de Berlijnse Muur met graffiti, Imperial War Museum in Londen,  moderne media hebben de wereld veranderd (buitenlandse schotelwagen bij het Binnenhof tijdens een verkiezingsdag in 2017, koffertje van een vluchteling in expositie Herinneringscentrum Westerbork.

-Contant geld en de kwetsbare medemens

Afgelopen week besteedden de media aandacht aan twee maatschappelijke ontwikkelingen die slecht zullen uitpakken voor veel kwetsbare burgers, met name ouderen en mensen met een beperking. Een grote bank maakte bekend dat het kantorennetwerk zal worden uitgedund. Het beleid van verdere digitalisering, met als onvermijdelijk gevolg minder persoonlijk contact, zal de komende jaren verder gestalte krijgen. Daarnaast werd bekend dat de burger bij steeds meer gemeentes alleen nog producten kan betrekken door te pinnen. Beide ontwikkelingen vind ik slecht vooral voor kwetsbare groepen in de samenleving, zoals veel ouderen en mensen met een beperking. Sluiting van kantoren zal er onvermijdelijk aan bijdragen dat mensen die slecht ter been zijn, een verstandelijke beperking hebben of eenzaam zijn een intensiever beroep moeten doen op anderen om het hoge tempo van de samenleving bij te houden. Een ontwikkeling waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen van deze groepen medemensen. Dat is opmerkelijk en tegenstrijdig, omdat zowel overheden als het bedrijfsleven regelmatig uiten, dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. Als burgerschap en burgerparticipatie zo belangrijk zijn als we uitdragen, behoort ook te worden voldaan aan de basisvoorwaarden om dit beleid in de praktijk te kunnen brengen. Kwetsbare groepen zullen door dit beleid nog meer afhankelijk worden van familie, bewindvoerders, kennissen etc. Dat hoeft niet erg te zijn, maar kan ook risico’s van financieel misbruik opleveren. Als commerciële instellingen voor een bepaalde betaalwijze kiezen, heeft de burger nog de keuze naar een concurrent te stappen die wel contant geld accepteert. Gemeentes hebben echter het monopolie als het gaat om de verstrekking van paspoorten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen etc. Juist de overheid zou zich ervan bewust moeten zijn, dat bepaalde groepen burgers ernstig worden benadeeld. Daarom behoort er ook bij de gemeentes altijd een loket zijn waar contant kan worden betaald. Ik heb per mail aan De Nederlandse Bank (DNB) de vraag gesteld of de handelwijze van de gemeentes die pinnen verplichten, strijdig is met de wetgeving in ons land (zie bronnen). De ontvangstbevestiging van de vraag is binnen. Ik wacht nog op het antwoord.

Voor- en nadelen

Het is een tendens in de samenleving om uit kostenoverwegingen en veiligheid de burger te verplichten om te pinnen. Tegelijk zijn er signalen dat contant geld alleen maar populairder wordt. Wie moet de burger geloven.? Goed om enige belangrijke voor- en nadelen kort te belichten.

Voordelen pinnen/digitalisering betaalverkeer: Minder kosten. Transport van contant geld is kostbaar. Ook veiligheid speelt een rol zoals het risico van bankovervallen, valsemunterij. Pinbetalingen kunnen voor het bedrijfsleven een schat aan informatie opleveren over het tijdstip van betalen, welke producten zijn aangekocht, op welke plaats en door wie.
Nadelen pinnen/digitalisering betaalverkeer: Het interpersoonlijke contact, bijvoorbeeld met bankmedewerkers, zal steeds verder naar de achtergrond verschuiven. Het wordt steeds duidelijker dat veel burgers zich zorgen maken over cybercrime en internetveiligheid. Daarnaast is er het risico van financieel misbruik door degenen van wie een kwetsbare persoon afhankelijk is. Veel informatie die het pinnen oplevert, is herleidbaar naar gezinnen of personen en kan iets ‘zeggen’ over gezondheid, verslaving etc. Gevoelige informatie, die bij verkoop  (Big Data) kan worden gebruikt om risicoprofielen van mensen op te stellen. Het is tevens aangetoond dat pinnen leidt tot minder bewust koopgedrag, waardoor consumenten gemakkelijker in financiële problemen kunnen raken. Kinderen en jongeren zijn er juist bij gebaat dat ze contant betalen en daardoor overzicht houden op hun budget of zakgeld.

Lijdenstijd

Ik schreef 25 jaar voor het maandblad De Oogst van de Stichting Tot Heil des Volks. Een belangrijk uitgangspunt voor het hulpverleningswerk van deze organisatie in Amsterdam is een Bijbeltekst uit Mattheus 25:40: ‘Wat hebt gij gedaan voor de minste mijner broeders?’. Als ik dit schrijf is het de lijdenstijd. Onlangs hoorde ik dat een seculiere televisiepresentator had gezegd: er is 1 dag in het jaar dat ik ontvankelijk ben voor een bekering, namelijk de dag dat ik ontroerd ben na een bezoek aan de Mattheus Passion. Ik hoop dat veel gelovigen, ongelovigen en andersdenkenden ook dit jaar weer aan het denken worden gezet door het lijdensverhaal van Jezus Christus. Het is mijn bede dat de ontroering die de Mattheus Passion oproept, mag doorwerken in de dagelijkse praktijk. Dat betekent zeker ook: rekening houden met de kwetsbare medemensen om ons heen. Zie mijn publicatie in De Oogst uit 2010 over dit onderwerp: OogstRampKwetsbaren2010

 

 

Bronnen:
Het Financieele Dagblad, 23/2/2018 ‘Rabo perkt rol lokale banken nog verder in’. NRC-online, 30/11/2017 ‘Waarom contant geld alleen maar populairder wordt’. NOS, 7/3/2018: ‘Groeiend aantal gemeenten weigert contant geld aan balie’. Inmiddels zijn hierover ook Kamervragen gesteld en dat tekent het belang. Zakelijke nieuwszender RTL Z, 12/3/2018: ‘Contant geld goed voor kinderen’. Voor meer bronnen en onderbouwing verwijs ik ook naar de 12 publicaties over ‘Leven in een digitaliserende samenleving’ op de website Bijbel en Overheid.

Tekst van mail aan De Nederlandse Bank (DNB). Als het antwoord binnen is, zal deze publicatie worden aangevuld.
Geachte heer/dame,

Nam vanmorgen kennis van het beleid van een aantal gemeenten (NOS) om alleen nog pinbetalingen te accepteren. Ik heb vervolgens met de DNB gebeld en de vraag voorgelegd of dat wettelijk is toegestaan. Ik begreep uit het antwoord dat commerciële instellingen de keuze hebben van welk betaalmiddel zij gebruik maken. De vraag of dat ook voor overheidsinstanties als gemeenten geldt, kon uw medewerker niet beantwoorden. Vandaar in overleg met hem deze vraag per mail.

Vraag: is het wettelijk toegestaan dat gemeentes een betaalmiddel uitsluiten, terwijl de burger geen keuze heeft? Je moet immers een rijbewijs/id.bewijs aanvragen in de woonplaats. Vooral ouderen en kwetsbare burgers zijn de dupe van een dergelijk beleid.

Ik wacht uw reactie af.

Met vriendelijke groet,

J. Spaans

Foto geld: Jaap Spaans

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (2)

Dit najaar wordt herdacht dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog (WO1) of Grote Oorlog eindigde. In een aantal publicaties zal ik hier aandacht aan besteden. Ter inleiding enige publicaties over het onderwerp ‘Oorlog en emoties, ethiek en geloof’ waarvan dit de eerste is.  Zie ook eerdere publicaties over dit onderwerp onder Overige Publicaties zoals ‘De symboliek van de klaproos’.

Het Bijbelboek Prediker is fascinerend vanwege het relativeringsvermogen dat erin tot uitdrukking komt. Als een rode draad loopt door het boek heen, dat eenzijdige aandacht voor aardse zaken tekort schiet om echt en blijvend geluk te verwerven. Veelzeggend in dat verband is het woord ‘ijdelheid’ dat 31 maal voorkomt. Prediker houdt je een spiegel voor. Over de identiteit van de auteur wordt verschillend gedacht, maar het moet iemand zijn geweest met veel levenservaring. Hoofstuk 3 heeft als onderwerp ‘Voor alles is een tijd’. In deze publicatie leg ik uit wat dit Bijbelgedeelte te maken heeft met de tijd dat ik mij in Canada begaf in de hippiecultuur en protestsongs mateloos populair waren? In de eerste publicatie schetste ik enige achtergronden en ervaringen, die mijn visie op de onderwerpen ‘oorlog’ en ‘vrede’ hebben beïnvloed. Ik beschreef de situatie in het gezin waarin ik opgroeide en waarop de Tweede Wereldoorlog een groot stempel heeft gedrukt. Daarna volgde de periode als jonge emigrant in Canada. Dat was van 1966 tot 1968, een periode waarin de Vietnamoorlog in alle hevigheid woedde. Vanuit een onbedwingbare zucht naar avontuur, verhuisde ik in de tweede helft van 1967 van Montreal naar Vancouver aan de Canadese Westkust. Daar werd ik nadrukkelijk bepaald bij enige gevolgen van de Vietnamoorlog. De Westkust van de VS en Canada, vormen op dat moment het ‘episch centrum’ van de hippiecultuur met de flower-power-idealen. Op de stranden van Vancouver en andere plaatsen langs de Pacific, geniet ik met volle teugen van de vrijheid. Voor een onrustige emigrant met weinig middelen is het de perfecte tijd en plaats om een gratis slaapplaats, eten en sociale contacten te regelen. Overal worden door hippies zogenaamde love-ins gehouden onder het motto ‘make love not war’, waar gratis maaltijden verkrijgbaar zijn. Ik kon mijn onafscheidelijke gitaar inzetten om aansluiting te vinden bij degenen die moeite hadden met de oorlog in Vietnam. Dat ging mij redelijk goed af, omdat ik al in Nederland bekend was met de protestsongs van zangers en groepen als Bob Dylan, Pete Seeger, The Byrds, Joan Baez en Donovan. Ik leerde er ook de kracht van muziek kennen. Ging het mij voor die tijd vooral om de leuke melodieën en goede gitaarsolo’s, in Vancouver krijg ik meer oog voor de songteksten en de diepere onderliggende motivatie en intenties (1). Ik leer er belangrijke levenslessen, die van invloed zouden zijn op mijn verdere ontwikkeling. In dat proces zou ik ook weer nadrukkelijk worden bepaald bij geloof en zingeving.

Desertie en verraad

Aan de Canadese Westkust wonen op dat moment veel Amerikaanse jongeren, die om principiële redenen de VS en de dienstplicht zijn ontvlucht. Sommigen zijn pacifistisch, maar dat is een minderheid. Veel dienstweigeraars zijn tegen die oorlog, omdat die volgens hen niet wordt gevoerd om het vaderland te verdedigen maar om de wapenindustrie te dienen. De vaak emotionele gesprekken met deze jongeren duren soms tot diep in de nacht. Veel dienstweigeraars, die in de VS worden bestempeld als deserteurs en landverraders, worstelen met hun ethiek, moraliteit of levensovertuiging. Anderen wijken uit naar Canada omdat ze angst hebben voor een oorlog, waarvan de wreedheid dagelijks breed wordt uitgemeten in de massamedia. Er is veel drugsgebruik zoals de hallucinerende drug LSD. De Vietnamoorlog is de eerste oorlog, waarbij de massamedia dagelijks via aangrijpende beelden de huiskamers en dus de geest van mensen penetreren. Vooral het gebruik van het ontbladeringsmiddel Agent Orange leidt tot verontwaardiging. Later zou worden aangetoond,  dat het zowel bij de inwoners van Vietnam als de soldaten mogelijk heeft geleid tot genetische mutaties en ernstige afwijkingen in het nageslacht. Het leidt tot verhitte discussies en versterkt de emotionele weerstand en protesten. In Europa en andere delen van de wereld worden de protesten overgenomen. Amsterdam met het monument op de Dam vormen in Europa het centrum. In Nederland is er ook de opkomst van de anarchistisch geïnspireerde beweging Provo (afgeleid van het werkwoord provoceren) en de politieke vernieuwingsbeweging Nieuw Links (2). Het jaar 1968 is een kanteljaar. De generatie die werd geboren na de Tweede Wereldoorlog (babyboomers), betekende voor velen hoop op een nieuw begin voor de mensheid. De groeiende welvaart maakt het mogelijk dat veel generatiegenoten gaan studeren om op hoge maatschappelijke posities hun idealen te kunnen verwezenlijken. Althans dat werd gedacht. De Vietnamoorlog schept ook een dilemma voor de wetenschap. Wetenschap en technologie lagen immers aan de basis van de ultramoderne wapensystemen, die in Vietnam werden ingezet. Het Amerikaanse leger heeft in die tijd een grote technologische en wetenschappelijke voorsprong op andere legers. Ik denk dat in die tijd al de basis werd gelegd voor de huidige moderne oorlogsvoering via beeldschermen en met behulp van computertechnologie. Toch slagen de Amerikanen er met hun suprematie op basis van kennis en geavanceerde technologie niet in, de slechter bewapende soldaten van de Vietcong te verslaan. De uiteindelijke nederlaag had alles te maken met een gebrek aan motivatie. Maar wetenschap en technologie leverden ook een bijdrage aan het versnelde einde van de oorlog. Door de inzet en invloed van moderne media, kon een mentale omslag onder de bevolking worden afgedwongen. Dieptepunt was het jaar 1968, dit jaar exact 50 jaar geleden, toen nog maar 26 procent van de Amerikanen de oorlog in Vietnam steunde. De regering kon de opinie van zijn burgers onmogelijk negeren (3). In 1973 kwam er een formeel einde aan de Vietnamoorlog en volgde er een dramatische en overhaaste aftocht van de Amerikaanse troepen.

Eindelijk VREDE?

Zou het na een eeuw van bloedige oorlogen in Europa, Azië en het Midden-Oosten toch nog goed komen op de wereld? Zou de protestgeneratie eindelijk kunnen verwezenlijken waar de mensheid al zo lang naar verlangt: UNIVERSELE EN DUURZAME VREDE? Pete Seeger componeerde in de jaren vijftig het protestlied ‘Turn Turn Turn’, gebaseerd op Prediker 3:1-8 en vrij vertaald: ‘Voor alles is een tijd’. In 1965 werd het een hit door de versie van de Amerikaanse band The Byrds. Het laatste couplet verwijst naar het verlangen naar de vrede die er ooit zal komen: ‘Een tijd voor Vrede, ik zweer dat het nog niet te laat is’ luiden de slotwoorden. De wijze Prediker negeert dus niet dat oorlog een realiteit is. In het najaar keer ik terug naar Nederland. Naast de vele indrukken die ik in Canada opdeed, nam ik de opgedane ervaringen als een geestelijk zaadje in mijn ‘hart’ mee terug naar Holland. Maar vanwege de vele vragen die zich hadden opgestapeld en die ik meedroeg, zou het proces van ontkieming nog jaren op zich laten wachten. De dienstplicht wachtte in Nederland en ondanks mijn veranderende visie, besloot ik een vierjarig contract aan te gaan als vrijwilliger bij de Infanterie van de Koninklijk Landmacht en werd onderofficier-instructeur aan een kaderopleiding van de Infanterie in Ermelo. In het eerste artikel heb ik de motivatie en redenen voor deze keuze beschreven. De vier jaren in het leger, zouden van grote invloed zijn op mijn verdere leven en een mentale omslag veroorzaken. Ik wil niets afdoen aan de oprechte zorgen en maatschappelijke betrokkenheid van degenen die, op welke wijze dan ook, hun stem hebben laten horen tegen de oorlog in Vietnam en het vele onrecht op deze wereld. Ik worstel wel met de vraag of de mensheid in staat is op eigen kracht een betere wereld te creëren of dat daarvoor een ingrijpen van Hogerhand noodzakelijk is. Iets dat veel seculier denkende medemensen fel afwijzen. Steeds vaker valt  in deze tijd te beluisteren dat juist godsdiensten de oorzaak zijn van oorlog en geweld. In de volgende publicatie aandacht voor de oorsprong van het kwaad en de gebrokenheid van de Schepping. Ik ga dan ook in op de vraag die bij veel mensen leeft: Hoe is het de babyboomgeneratie vergaan bij het verwezenlijken van haar hoge idealen?

 

 

Bronnen: 1. Wikipedia. ‘Protestliederen over de Vietnamoorlog’. Dagblad van het Noorden ‘Chaos en revolutie na de flower power’ ‘1968 kanteljaar’. 2. Trouw, 28/10/2010 ‘Sluipmoordenaar in Vietnam nog steeds actief’, over de gevolgen van gebruik van ontbladeringsmiddelen tijdens de Vietnamoorlog.‘Tien over Rood’, van Nieuw Links (diverse auteurs) bevatte 10 belangrijke punten zoals erkenning van de Vietcong en meer geld naar ontwikkelingshulp. 3. Website Militair.net ‘Vietnamoorlog neemt af’

Foto’s/Illustraties: Schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied’ Klaas Buikema. Foto’s  WO1 monument Dieper, Trees Kim. Aan de kust ergens in Canada of de VS, Jaap Spaans. Aan boord van de Rijndam van de Holland America Line op weg naar Canada (HAL).

Voor meer foto’s over Canada en mijn periode in militaire dienst zie foto’s

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (1)

Op 11 november 2018 is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog (WO1) werd beëindigd. Op die dag werd in het Franse stadje Compiѐgne ten noorden van Parijs de wapenstilstand getekend. Ik had al aangekondigd dat ik in de loop van 2018 enige publicaties aan dit onderwerp zou wijden. Ik begin met enige inleidende publicaties, waarvan dit de eerste is. Uiteraard met aandacht voor historische feiten, maar ik wil vooral wil mijn diepste drijfveer en motivatie benoemen waarom ik dit belangrijke onderwerp, dat zoveel mensen raakt en de media domineert, aan de orde stel. Geloof en ethiek spelen daarbij een belangrijke omdat het gaat over vragen en feiten als:

– Waarom is de geschiedenis van de mensheid een aaneenschakeling van oorlogen en wat is daarvan de oorsprong?
-We danken onze vrijheid aan de legermacht die ons van de tirannie wist te verlossen. Zijn er ‘goede oorlogen’ en slechte?
-Wat is post traumatische stress, wat betekent dit voor militairen in en na gevechtssituaties en wat deed de angst voor granaatinslagen tijdens WO1 met uitgeputte soldaten in de loopgraven (Shell-shock)?
-Aan weinig onderwerpen kleven zulke indringende en tegelijk beladen vragen als oorlog en geweld. Hoe verhoudt zich bijvoorbeeld het verbod tot doodslag (Exodus 20) tot de Bijbelse opdracht/plicht om de overheid te gehoorzamen (Romeinen 13) en kan een politieke leider of de bevelhebber van een legermacht zich ín een oorlogssituatie beroepen op ‘noodweer’ of ‘overmacht’?
-Tenslotte is er de cruciale vraag die mij al tientallen jaren bezig houdt, namelijk of de mensheid in staat is op eigen kracht een ideale wereld te scheppen zonder oorlog of dat daarvoor een interventie van Hogerhand nodig is?
Ik begin met de beschrijving van enige persoonlijke achtergronden, die  de basis vormen van mijn interesse voor dit complexe onderwerp waarover zo verschillend wordt gedacht.

Mijn periode bij de Koninklijke Landmacht

Van 1969 tot 1973 diende ik een vierjarige contract uit als militair bij Koninklijke Landmacht. Na een intensieve opleiding werd ik aangesteld als onderofficier-instructeur bij de Alfa Compagnie van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) in de Jan van Schaffelaarkazerne in Ermelo. Ieder halfjaar kwam er bij de compagnie een nieuwe lichting dienstplichten op, die na een opleiding van een half jaar moesten worden klaargestoomd voor een functie als onderofficier. Al tijdens de eerste dagen als de plunjezakken met materiaal en uniformen waren opgehaald, men onder de krijgstucht was gesteld en er kennis was gemaakt met de medecursisten en het kader, vielen vaak al enige van de rekruten af. Zij waren niet bestand tegen de scheiding van familie, werk en vrienden, de militaire discipline en het vooruitzicht een half jaar door te brengen op een grote kamer met twaalf stapelbedden, twaalf metalen lockerkastjes en een tafel. Niet zelden waren het mondige mensen met een goede opleiding. Een aantal had principiële problemen met geweld, oorlog of haakte af door heimwee. Zij werden overgeplaatst of alsnog afgekeurd op grond van S5 oftewel psychische instabiliteit.

Een ervaring op Infanterie Schietkamp ‘De Harskamp’

Schietvaardigheid was een belangrijk onderdeel van het opleidingstraject en daarvoor verbleef de compagnie tijdens de opleiding tweemaal een (werk)week op het Infanterie Schietkamp De Harskamp (ISK) op de Veluwe. De eerste week werd intensief geoefend met persoonlijke wapens als het FAL-geweer, de MAG-mitrailleur en handwapens als pistool en UZI. In de vervolgweek later in de opleiding werd geoefende met zwaardere wapens, zoals zware mitrailleurs, raketwerpers en explosieven. Tijdens zo’n vervolgweek medio 1972 gebeurde er iets dat mijn opvattingen over oorlog in de jaren die volgden zou veranderen. Het peloton waarbij ik hoorde moest die dag ‘schieten’ met de raketwerper of terugstootloze vuurmond. Omdat de ‘granaten’ kostbaar waren, werd geschoten met zogenaamde insteeklopen. Daarmee konden kleine, dus goedkopere patronen worden afgeschoten, die ongeveer dezelfde ballistische eigenschappen hadden als de zwaardere munitie. De dag werd afgesloten met een hoogtepunt, namelijk het afvuren van een licht antitank wapen (LAW) voor eenmalig gebruik. Doelwit was het wrak van een tank op de schietbaan. Ik had die dag de taak om aan de verzamelde groep de werking van de LAW uit te leggen, waarna een van de instructeurs het op scherp gestelde wapen afvuurde. Dat eenmalige ‘schot’ moest natuurlijk raak zijn, vanwege de hoge kosten van het wapen, maar bij een misser zou de schutter ook kunnen rekenen op hoongelach wat zijn gezag binnen de groep niet ten goede kwam. De uitleg hield in dat een afgeschoten raket het pantser van een tank of pantservoertuig (25-30 cm homogeen staal) doorboort, binnenin een enorme hitte veroorzaakt en aanwezige munitie zoals granaten en patronen tot ontploffing brengt. De praktijk had uitgewezen, dat de gevolgen voor een tankbemanning of de soldaten in een pantservoertuig gruwelijk zijn. In de jaren die volgden nam mijn belangstelling voor het onderwerp oorlog en vrede alleen maar toe. Nadat ik mijn contract had uitgediend en een overstap maakte naar een gemeentelijk politiekorps in het Westen, zou deze ervaring mijn visie op geweld sterk beïnvloeden. Als politieagent bij de uniformdienst kreeg je regelmatig te maken met geweld. Je moest het recht handhaven en als verlengstuk van de overheid had je het geweldsmonopolie (zwaardmacht) met procedures uitgewerkt in een ambts- of geweldsinstructie.

Oorlog en Geloof

Ik stel nadrukkelijk dat ik geen veteraan ben of gevechtservaring heb. Dat neemt niet weg dat oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld in mijn opvoeding en ontwikkeling. Mijn ouders woonden voor de oorlog in Duindorp in Scheveningen, dat deel uit maakte van de Duitse Atlanticwall. Uit strategische overwegingen werd deze woonwijk ‘Spergebied’, waarna mijn ouders gedwongen moesten evacueren naar Voorburg. Aan het eind van de oorlog werden mijn twee oudste zussen vanwege de Hongerwinter ondergebracht bij gezinnen in Friesland. Mijn vader maakte dat niet mee, want hij was in 1944 tijdens een razzia opgepakt en, hoewel nog herstellende van een liesbreukoperatie, afgevoerd en tewerkgesteld in Duitsland. Aangeslagen keerde hij na de bevrijding terug uit Duitsland. Ik heb hiervan verslag gedaan in twee publicaties op deze website onder de titels ‘De vergeten hongerkinderen uit de oorlog’ en ‘Ermelo-Westerbork-Sobibor’ (zie artikelen). In 1948 werd ik geboren (babyboomgeneratie). In 1966 emigreerde ik naar Canada en werd in 1967 in Montreal geconfronteerd met de impact van de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden. Dichtbij de straat waar ik woonde was een synagoge, een Joods ziekenhuis en een restaurant waar ik regelmatig ontbeet. Het restaurant was tevens een ontmoetingsplaats voor veel Joodse personeelsleden van het ziekenhuis en met belangstelling volgde ik hun soms emotionele discussies over de oorlog die zich voltrok. Ik raakte onder de indruk van de betrokkenheid van deze mensen bij Israël en hun bereidheid om naar Israël te gaan en daar vrijwilligerswerk te verrichten. Velen hadden het land nog nooit bezocht, maar kennelijk was er iets in hun hart dat die heimwee opriep. Toen ik later verhuisde naar Vancouver aan de Canadese Westkust, werd ik geconfronteerd met de flowerpower- en hippiecultuur die daar heerste, ‘Make love not war’. Het was de tijd van de protestsongs tegen de oorlog in Vietnam, over het verlangen naar vrede. In het najaar van 1968 keerde ik terug naar Holland. Liftte nog enige tijd door Europa waarna al snel een oproep voor de dienstplicht in de brievenbus viel. In mijn tijd in Canada had ik mijn gebit verwaarloosd en roofbouw gepleegd op mijn lichaam, dat dan ook schreeuwde om regelmaat, discipline en een gezonde leefstijl. Een belangrijke reden om voor vier jaar te tekenen. Het geloof van mijn ouders had ik voordat ik naar Canada ging al vaarwel gezegd. Over de redenen daarvan wil ik niet uitweiden. Tijdens mijn diensttijd ontmoette ik mijn echtgenote, die werkzaam was in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij getuigde van haar geloof, soms indringend en bepaalde aspecten daarvan spraken mij aan. Het zette tevens een proces in werking, waarbij ik de Bijbel ging bestuderen en belangstelling ontwikkelde voor de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van maatschappelijke onderwerpen. In de tweede inleidende publicatie zal ik daar dieper op ingaan.

 

Bronnen:

Trouw, 9 november 2006 ‘Met een ‘S-vijfje’ aan de militaire dienst ontkomen’. Gaat ook over mensen die werden goedgekeurd maar later alsnog ernstige aanpassingsproblemen kregen.

Andere Tijden, 9 november 2006. Over afkeuringen voor militaire dienstplicht en het Militair Neurose Hospitaal te Austerlitz

Foto’s/illustraties: Schilderij Klaproos in oorlogsgebied, Klaas Buikema, Foto’s Jaap Spaans Touwbaan Oostdorp Harskamp en binnenzijde AMX pantservoertuig voor personeel, die ongeveer de voorstelling moet kunnen oproepen wat er bij een treffer met een raket gebeurt met het personeel, brandstof en munitie. Voormalig Infanteriemuseum op Schietkamp De Harskamp