Artikelen

-PERSBERICHT: Nieuwe fase petitie Jaap Spaans over placenta-onderzoek aan Europarlement

Bijlage: Advies van de Europese Commissie (EC) n.a.v. de petitie met zeer recent aanvullend antwoord van de EC, zie bijlage pagina 3 onder 4 en de aangepaste conclusie. Zie tevens deel van de mail onderaan EP Advies Europese Commissie petitie over placenta Jaap Spaans

Op 3 oktober 2019 rond 10.50 uur wordt een petitie/verzoek van Jaap Spaans over placenta-onderzoek behandeld in de vergadering van de Commissie Verzoekschriften van het Europarlement (EP) in Brussel. Spaans richtte de petitie in september 2018 aan deze commissie en verzocht om de instelling van een Europees Placenta Project naar voorbeeld van The Human Placenta Project in de VS. Doel van de petitie is om de resultaten van medisch wetenschappelijk onderzoek naar de placenta te centraliseren zodat deze effectiever kunnen worden gecommuniceerd naar de Europese burgers. Nadat het verzoek ontvankelijk werd verklaard is het voor advies gezonden naar de Europese Commissie (zie bijlage). Inmiddels is dit advies overgenomen en voorzien van een aanvullend antwoord van de EC en aangepaste conclusie. De behandeling in de commissie betekent een nieuwe fase in dit intensieve maar ook interessante traject. Spaans is uitgenodigd om de behandeling in Brussel bij te wonen, maar kan daar helaas wegens opname van zijn echtgenote in een herstelhotel niet aan deelnemen. De vergadering kan ook worden gevolgd via internet http://www.europarl.europa.eu/committees/nl/peti/home.html

De belangstelling van Spaans voor placenta-onderzoek vloeit voor uit persoonlijke ervaringen, nadat hij in zijn omgeving werd geconfronteerd met een ernstige neuromusculaire aandoening, waarbij placentastoornissen een belangrijk symptoom kunnen zijn. Als de moeder de ziekte doorgeeft kan er sprake zijn van verstandelijke beperking. Dat riep bij hem de vraag op wat er gebeurt in de prenatale fase en wat de oorzaak kan zijn van het ontstaan van een verstandelijke beperking. Hij raadpleegde diverse medisch specialisten en correspondeerde erover met de directeur van The Human Placenta Project in de VS. Hij kwam tot de conclusie dat onderzoek naar de placenta van cruciaal belang is om prenatale, neonatale en mogelijk zelfs problemen bij de ontwikkeling van kinderen op latere leeftijd te voorkomen. Zijn ervaringen leidden uiteindelijk tot het indienen van de petitie. In 2015 publiceerde hij het boek ‘Het Placenta Mysterie’ dat hij belangeloos verspreidde onder wetenschappers, medici, belangenorganisaties en lotgenoten. Daarna verschenen er van zijn hand nog korte aanvullende publicaties over het onderwerp.  Het onderzoek naar de gezondheid van de placenta word financieel ondersteund via het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2024 van Horizon Europa. De petitie van Spaans is al verder gekomen dan hij had gedacht. Als deze kan bijdragen aan het voorkomen van veel menselijk leed, is de actie voor hem geslaagd. Europa verkeert momenteel in een moeilijke fase. De hiervoor geschetste ervaring leert hoe belangrijk internationale samenwerking is, maar ook dat het burgerrecht van petitie goed functioneert en als mogelijkheid voor inspraak in het Europese democratische proces voor de ‘gewone’ burger beschikbaar is.

————–

Hoogeveen, 12 september 2019

 Gedeelten uit de mail van het PETI-secretariaat van het EP gedateerd 4 september 2019

Geachte heer Spaans,

Uw verzoekschrift zal worden behandeld op de vergadering van de Commissie verzoekschriften op 03.10.2019 in Brussel.  Het zal rond 10:50 worden besproken.

U kunt de vergadering van de Commissie verzoekschriften volgen op internet, via de volgende link: http://www.europarl.europa.eu/committees/nl/peti/home.html. Als u niet in de gelegenheid bent de vergadering rechtstreeks te volgen, kunt u de vergadering terugkijken vanaf de dag erna.

Als u de vergadering persoonlijk wilt bijwonen, moet u dit uiterlijk 23.09.2019 aan ons meedelen door een e-mail te sturen, bij voorkeur in het Engels, waarin u uw naam, geboortedatum en nationaliteit vermeldt.

In de bijlage (J.S. zie link bovenaan) vindt u de mededeling van de Europese Commissie aan de leden over het onderwerp van uw verzoekschrift. De Europese Commissie zal worden verzocht om tijdens de vergadering de laatste stand van zaken toe te lichten, waarna de leden het verzoekschrift zullen bespreken.

 

 

–Wet openbaarheid van bestuur: Omvangrijk verzoek biometrie

Soms ontvang je een mail waar je niet op rekent. Het overkwam mij op 25 juli 2019. Ik ontving een mail van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), dat bij het ministerie was ingediend. De WOB vloeit voort uit artikel 110 van de Grondwet en heeft als doel om voor een goede en democratische bestuursvoering, de openheid en openbaarheid van bestuur wettelijk vast te leggen. Iedere burger kan van dit recht gebruik maken en een verzoek richten aan de overheid. In artikel 11 van de WOB is wel een aantal gevallen opgesomd waarop de WOB niet van toepassing is, bijvoorbeeld als de staatsveiligheid in het geding is. Recent zijn diverse WOB-verzoeken ingediend over belangrijke, de rechtsstaat betreffende onderwerpen zoals de ‘bonnetjes affaire’ en ‘de vervolging van een Kamerlid’ over het belangrijke democratische beginsel van de scheiding der machten. Bij de provincie Drenthe en de gemeente Hoogeveen werden in het voorjaar van 2019 WOB-verzoeken ingediend over de besluitvorming rond een nieuwe ijsbaan in Hoogeveen. 

Biometrie
Het WOB verzoek ging over de introductie van biometrie in reisdocumenten en BZK overwoog het verzoek in te willigen. Omdat daarbij correspondentie tussen mij en het ministerie is betrokken, werd ik in de gelegenheid gesteld voor 27 augustus 2019 mijn zienswijze te geven op het verzoek en eventuele bedenkingen over de voorgenomen openbaarmaking, schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken. Reden is dat na het verzenden van de beslissing aan de verzoeker de informatie voor iedereen toegankelijk is. Bestudering van de mail leerde dat het om correspondentie ging tussen mij en het ministerie uit 2004 en 2005 en het WOB-verzoek was ingediend in 2011. In reactie heb ik vervolgens contact opgenomen met de ambtenaar van BZK die de mail had gezonden. Hij legde uit dat de reden voor de lange duur van de afhandeling van het WOB-verzoek, was gelegen in de omvang ervan. Er moesten extra ambtenaren worden aangesteld om dit omvangrijke verzoek uit te voeren en in 2011 werd in overleg met de verzoeker besloten de documenten fasegewijs openbaar te maken. Ik vroeg of ik hierover een publicatie op deze website mocht plaatsen, inclusief integrale plaatsing van zijn mail. Hij verzocht mij te wachten tot na de zomer, want dan zou volgens de planning het verzoek zijn afgerond. Nieuwsgierig geworden googelde ik op de onderwerpen ‘WOB-verzoek en biometrie’ en kwam op de website Rijksoverheid.nl uit bij een WOB-verzoek over de introductie van vingerafdrukken en andere biometrische kenmerken in reisdocumenten. Het verzoek was ingediend door de organisatie Privacy First (website gemakkelijk te googelen). Daardoor werd mij ook duidelijk waarom het verzoek in fasen wordt afgehandeld. Het ging om een onvoorstelbare hoeveelheid documenten betreffende rechterlijke uitspraken, correspondentie, visies van politici en Kamerleden en beleid. Om de omvang te illustreren: van 2011 tot 27 juni 2017 waren er negen deelbesluiten en alleen al het negende deelbesluit omvatte 33 pagina’s A-4 en een inventarislijst met 65 veelal omvangrijke bijlagen. Het tiende deelbesluit dat in de afrondingsfase verkeert en waarover ik werd geïnformeerd, zal vermoedelijk tevens de afsluiting zijn van dit verzoek. Voorbeeld van correspondentie met BZK: BIZAAntwoordVanBoxtelOpVraagBiometrie  (1).

Biometrische identificatie
Biometrie is bezig aan een niet te stuiten opmars. Illustratief daarvoor is dat biometrie, evenals genetica, is opgenomen in artikel 4 onder 13 en 14 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die sinds 2018 in ons land van toepassing is en als volgt omschreven:
13) „genetische gegevens”: persoonsgegevens die verband houden met de overgeërfde of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon die unieke informatie verschaffen over de fysiologie of de gezondheid van die natuurlijke persoon en die met name voortkomen uit een analyse van een biologisch monster van die natuurlijke persoon;
14) „biometrische gegevens”: persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens.

Dat deze betrekkelijke nieuwe onderwerpen zijn opgenomen in privacywetgeving is van groot belang. Het zijn volgens de AVG bijzondere persoonsgegevens, die door hun aard bijzonder gevoelig zijn en extra moeten worden beschermd (2).

Publiek Debat Biometrie
In 1999 publiceerde de Registratiekamer de verkenningsstudie ‘At Face Value’, waarin de toekomstige invloed van biometrie werd geschetst. Onze overheid besefte toen al dat er een ingrijpende ontwikkeling op komst was en de studie vormde de basis voor het Publiek Debat Biometrie, dat in mei 2000 werd gehouden. Vanwege de correspondentie die ik had gevoerd met BZK, was ik daarvoor door de Registratiekamer uitgenodigd. Tijdens het debat passeerden de voordelen van biometrie voor veiligheid en rechtshandhaving uitgebreid de revue. Ook de zwaarwegende nadelen werden belicht. Zo kan DNA inzicht geven in gevoelige informatie, bijvoorbeeld over ras en gezondheid. Stemherkenning kan ook worden gebruikt om iemands emoties of gemoedstoestand te meten. Belangrijk punt van zorg was, dat bepaalde biometrische kenmerken kunnen worden gemeten, zonder dat betrokkenen ervan op de hoogte zijn. Bijvoorbeeld door slimme camera’s, die functioneren op basis van gezichtsherkenning. Bijna twee decennia na het publiek debat is biometrische identificatie een gegeven, ondanks vele protesten. Paspoorten zijn voorzien van een chip met gelaatsscan en digitale vingerafdrukken. DNA wordt op grote schaal gebruikt voor de opsporing. Justitie kan daardoor oude misdrijven (cold cases) oplossen en welk redelijk denkend mens kan daar bezwaar tegen hebben? Tot voor enige jaren lag het in de bedoeling dat er een nationale DNA-databank zou komen. Daarin zou DNA van bepaalde groepen burgers, zoals criminelen, worden opgeslagen en in de toekomst wellicht DNA van alle burgers. Tegen dat laatste ingrijpende middel is veel maatschappelijke weerstand. In 2000 werden de risico’s van een centrale opslag van biometrische gegevens al onderkend. Maar toen was er amper sprake van grootschalige computercriminaliteit. Met de huidige kennis weten we dat bestanden kunnen worden gehackt en er sprake is van een grensoverschrijdend probleem. Bestanden zijn nooit voor honderd procent te beveiligen. Als een centraal databestand met biometrische kenmerken wordt gehackt, kan dat grote schade aanrichten aan overheden, individuen en bedrijven. Nummeridentificatie, oftewel ons BSN-systeem, is de ‘sleutel’ waaraan alle informatie die wordt verzameld via analyse van Big Data en algoritmes kan worden ‘opgehangen’. Informatie die vervolgens massaal kan worden gebruikt voor volgsystemen, marketing en het opstellen van bijvoorbeeld risicoprofielen.

De opmars van Biometrische Identificatie
Toen ik 18 jaar geleden mijn boek over biometrische identificatie publiceerde, beschreef ik de enorme gevolgen die biometrie zou hebben op de samenleving. In 1999 had ik uitgebreid gecorrespondeerd over de ethische gevolgen van deze ontwikkeling met politici en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Inmiddels zijn moderne vormen van biometrische identificatie op basis van vingerafdruk, gezichts- en spraakherkenning niet meer weg te denken. Die ontwikkeling zal de komende jaren doorzetten en roept vragen op zoals waar de grenzen liggen. Biometrie met name de snelle groei van gezichtsherkenning, zal de komende decennia nog vaak in de media worden belicht. Ook chiptechnologie zal daarbij een belangrijke rol spelen. Ik sluit zeker niet uit dat er maatschappelijke excessen zullen optreden bij massaal gebruik van moderne systemen, die botsen met belangrijke grondrechten over bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit (artikelen 10 en 11 Grondwet). Er is ook een groep burgers die op grond van levensbeschouwing of ethiek problemen heeft met de massaliteit van deze ontwikkeling (3). Dilemma is dat in een wereld die steeds complexer wordt en kampt met talrijke grensoverschrijdende die in goede banen moeten worden geleid. Digitalisering kan bijdragen aan beheersing van vreemdelingenstromen, effectieve rechtshandhaving en bestrijden van maatschappelijke excessen. Betrouwbare identificatie wordt steeds belangrijker, bijvoorbeeld om identiteitsfraude te voorkomen. Het inzicht in mogelijke nadelen, bijvoorbeeld als gevolg van cybercriminaliteit, groeit echter wereldwijd en de behoefte aan bezinning neemt toe (zie ook mijn publicatie De Cybersamenleving’ die gratis kan worden gedownload van de pagina boeken en oude publicaties). Hoe massaal en universeel biometrische identificatie momenteel wordt toegepast blijkt uit de volgende voorbeelden.

Sociale surveillance systemen
In landen als India en China wordt biometrische identificatie op grote schaal toegepast. Burgers worden massaal gevolgd via slimme camera’s met gezichtsherkenning en gebruik van data en profielen op basis van algoritmes. Ik ben geen voorstander van dergelijk massale systemen, ondanks de voordelen die er ook zijn. De waarschuwende vinger eenzijdig opheffen naar China is echter niet correct. In de Westerse landen, de VS en Europa wordt ook op grote schaal biometrie en Big Data gebruikt in allerlei volgsystemen (4). In mijn boek ‘Biometrische Identificatie. Digitaal Brandmerk’ heb ik daarvoor gewaarschuwd (5). Overheden en bedrijven krijgen veel macht over brede lagen van de bevolking en manipulatie vormt dan een risico dat wordt onderschat. De waarschuwingen die klokkenluiders, journalisten, organisaties als Privacy First en Bits of Freedom, het bedrijfsleven en de overheid zelf hebben laten horen aan het eind van de vorige eeuw en het eerste decennium van deze eeuw, dreigen te verstommen in de complexiteit van onze samenleving. De biometrische golf die ons overspoelt zal verder aanzwellen. Fundamentele grondrechten hebben deze ontwikkeling niet kunnen tegen houden. De gewone burger kan alleen maar afwachten hoe het verder gaat. Het WOB-verzoek leert in ieder geval, dat er aan het begin van deze eeuw over is nagedacht en de enorme hoeveelheid documenten etc. is daarvan het bewijs. Zoveel bewijs dat ik denk dat de gemiddelde burger het helaas niet meer kan overzien.

 

 

Foto’s/illustraties: paspoortomslag Jaap Spaans. Omslagen: boek over biometrie en het rapport At Face Value

Bronnen:
1. Uitgebreide mailcorrespondentie van 25 juli 2019 tussen Jaap Spaans en het Ministerie van BZK Directie Informatiesamenleving en Overheid over een WOB-verzoek.
2. In de AVG wordt de bescherming van persoonsgegevens geregeld in Europees Verband. De AVG heeft in Nederland rechtskracht door de invoering van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming uit 2018.
3. At Face Value. Een uitgave van de Registratiekamer in samenwerking met TNO (1999). Openbaring 13
4. Big Brother 2.0. In China bepaalt je ‘sociale score’ je leven, NOS Nieuws, 17 april 2018. ‘Zo stuurt en controleert China zijn burgers’. NRC.nl, 14 juni 2019. ‘India beperkt het gebruik van omstreden biometrisch ID-systeem’, Trouw, 27/9/2018. Website Business Insider Nederland, 29/4/2018 ‘China is building a vast civilian surveillance network – here are 10 ways it could be feeding its creepy ‘social credit system’. 
5. Diverse uitgaven van Jaap Spaans. Zie de pagina Boeken en oude publicaties op deze website

-536.112.000 hartslagen na de diagnose. Hoe gaat het nu?

Ik was 55 jaar toen ik in 2002 voor mijns inziens geringe klachten een bezoek bracht aan de huisarts. Voor de zekerheid, want je weet maar nooit. Ik had af en toe last van kortademigheid, een drukkend gevoel op de borst en een algemeen opgejaagd gevoel. ‘Ik denk dat het oververmoeidheid is dokter’. Na mij te hebben onderzocht betwijfelde hij dat echter en vond dat er een elektrocardiogram (ECG) moest worden gemaakt. Al snel volgde een telefoontje van de huisarts. Er moest een inspanningsonderzoek volgen en de verwijsbrief lag al klaar. Bij de functieafdeling werd mij duidelijk gemaakt, dat dit alleen mogelijk was na verwijzing door een cardioloog. Aldus geschiedde en met lichte tegenzin bezocht ik de cardioloog en onderging de inspanningstest. De uitslag was duidelijk. Hoewel ‘de afgelegde fietsafstand’ gezien mijn leeftijd conditioneel prima was, bleek duidelijk dat ik een hartritmestoornis had (boezemfibrilleren). De ritmestoornis beïnvloedde de pompkracht van het hart en veroorzaakte een lichte vorm van hartfalen. Wat ik vreesde werd bewaarheid. De diagnose luidde een zorgtraject in dat voortduurt tot op de dag van vandaag, inclusief medicatie om het hartritme te reguleren en bloedverdunners. Vooral het gebruik van bloedverdunners riep weerstand bij mij op. De ratio won echter, nadat mij was uitgelegd dat deze hartritmestoornis zou kunnen leiden tot bloedstolsels met alle risico’s van dien zoals een herseninfarct. In mijn boekje ‘Hoe een hartritmestoornis mijn leven veranderde’ beschrijf ik de diagnose, de ingrijpende gevolgen ervan en hoe ik daarmee ben omgegaan. HoeHartritmestoornisLevenVeranderde

Pompkracht van het hart is verbeterd

Maar dat er ook bij chronisch boezemfibrilleren hoop kan zijn leert mijn ervaring. In 2002 was de pompkracht (ejectie fractie) van het hart 45%. Omdat 65% het maximum is, was er toen dus sprake van licht hartfalen volgens de cardioloog. Reden voor mij om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Daarbij kwam de nadruk te liggen bij een gezonde levenswijze met goede voeding, veel beweging en vermijden van piekstress. Maar hoe ga je om met problemen en prikkels vanuit de omgeving die piekstress kunnen opleveren? Die zijn vaak moeilijk te beheersen en dan komt het aan op coping gedrag (Engels voor omgaan met). In de jaren na de diagnose heb ik diverse malen gepubliceerd over mijn situatie. Zeventien jaar na de diagnose en ruim een half miljard hartslagen verder, is de tijd nu rijp voor een nieuwe evaluatie. Ik ben nu 71 jaar. Ik gebruik nog bloedverdunners, maar een deel van de medicatie is in overleg met de cardioloog afgebouwd. De pompkracht van mijn hart is verbeterd naar 55% en dat is acceptabel voor iemand van mijn leeftijd is mij verteld. Belangrijk want hartfalen kan leiden tot allerlei fysieke problemen, vanwege mindere doorbloeding van vitale organen. Maar ook de begeleiding speelt een rol. Mijn bijzondere dank gaat uit naar een hoogleraar van het UMCG te Groningen, die mij plaatste op rate control ook wel aangeduid als frequentiecontrole met een jaarlijkse controle. Het voordeel daarvan is dat er niet constant wordt geëxperimenteerd met nieuwe medicatie, want dat leidde in mijn situatie tot veel onrust en stress. De passende niet al te intensieve begeleiding en een verantwoorde levenswijze, maakten het voor mij mogelijk om redelijk in balans te blijven.

Berekening aantal hartslagen in 17 jaar uitgaande van gemiddeld 60 hartslagen per minuut:
Minuut: 60       Uur: 3600       Etmaal: 86400       Jaar: 31.536.000    x 17 = 536.112.000 ruim een half miljard

Verantwoord leven met een hartritmestoornis
Verantwoord leven betekent in mijn situatie het maken van goede keuzes bij datgene waarop je als mens invloed hebt zoals:

–Goede en gezonde voeding en voldoende beweging. Ik eet veel groente en fruit en ben matig met zout. Ik loop of fiets dagelijks een half uur en zwem eenmaal per week vroeg in de ochtend non stop 30 baantjes in het 25 meter bad.
–Ik mijd alcohol. Dat vind ik wel jammer, want van een glas rode of witte wijn in het weekeind kon ik genieten, maar juist daar heb ik last van.
–Vanuit de omgeving komen veel prikkels op je af, die niet altijd zijn te voorkomen. Ik heb wel geleerd er rustiger mee om te gaan. Dat blijft echter een heikel punt, waar het weleens mis gaat. Op die momenten is stresshantering belangrijk, vooral als het piekstress betreft. Goede communicatie met je omgeving is daarbij belangrijk, maar juist op stressvolle momenten kan er ‘ruis’ optreden.
–Ik tracht de informatie die ik opneem te doseren en dat is een hele opgave. Ik lees veel en houd het nieuws nauwgezet bij. Ook dat is echter een heikel punt, want veel situaties trek ik mij persoonlijk aan. Ooit zei iemand tegen mij: ‘Jaap, leef het leven en maak er wat van’ oftewel zoek een evenwicht tussen spanning en ontspanning. Als ik meer last heb van boezemfibrilleren, heeft dat in de regel met dit en het voorgaande onderwerp te maken en dat weegt zwaar, omdat juist die je slaap beïnvloeden. Ik benadruk dat de onrust die de huidige digitalisering veroorzaakt en de grote afhankelijkheid van beeldschermtechnologie, grote invloed heeft en mijn inziens in het algemeen te veel aspecten van het leven beïnvloedt. Ook is er onvoldoende bekend over houdingsproblemen, verslaving en de invloed van straling op de hersenfunctie en andere organen. Ik vind dat daar veel meer aandacht aan moet worden besteed.
Ik begin elke dag met bewegings- en ademhalingsoefeningen. Daarna bouw ik een moment in van stilte, meditatie, gebed en rust. Zo’n begin van de dag is heilzaam voor mijn hart dat zuurstof nodig heeft. Stresshantering in optima forma dus, waarbij ik mij realiseer dat ik bevoorrecht ben. Ik ben inmiddels al jaren met pensioen en geniet AOW. Stress van de werkvloer is er niet meer en ik hoef er niet vroeg uit om de autoruiten te krabben. Daarnaast speelt muziek een grotere rol in mijn leven dan voorheen. Luisteren naar muziek geeft rust en een stevige solo op mijn elektrische gitaar, die altijd staat ingeplugd, is voor mij een goede manier om emoties te kanaliseren.

Steeds vaker lees je dat boezemfibrilleren en hartfalen epidemische proporties aannemen. Ik geloof dat ook en denk dat dit onder andere te maken heeft met de vergrijzing, betere behandelingsmogelijkheden en de groeiende complexiteit van de samenleving. In combinatie met andere factoren zoals marktwerking in de zorg en nieuwe technologische mogelijkheden als telemonitoring, zal de zorg bij boezemfibrilleren naar verwachting ingrijpend veranderen.

 

 

Foto: Ben Stockphoto’s Nationale Beeld Bank (NBB)

Bronnen: zie het boekje Hoe een hartritmestoornis mijn leven veranderde onder de link in de tekst

-TRENDS 6: De overheid en het voorzorgsbeginsel

‘BEZINT EER GIJ BEGINT’ is een bekend spreekwoord, dat inhoudt dat je moet nadenken voordat je ergens aan begint. Een wijze gedachte die we al aantreffen in de Bijbel waar we Lezen: ‘een wijs man bouwt zijn huis niet op het zand, maar op een rots’ (1). Deze algemene wijsheid heeft waarde in alle aspecten van het leven, persoonlijk, bedrijfsmatig maar ook voor het overheidsbeleid. Dat beleid moet immers gefundeerd moet zijn op deugdelijk onderzoek naar mogelijk schadelijke effecten. In het taalgebruik komt de essentie goed tot uitdrukking in het begrip ‘VOORZORG’, oftewel het treffen van maatregelen om vervelende of schadelijke situaties te voorkomen. Preventie (Engels: to prevent) is een begrip dat aan voorzorg is gerelateerd. Iedere burger heeft er bewust of onbewust wel mee te maken. Als ik aan deze publicatie werk is de zomervakantie net begonnen. Veel vakantiegangers nemen voorzorgsmaatregelen om de vakantie optimaal te laten verlopen. Verzekeringen worden nog even gecheckt, auto of caravan krijgen nog een veiligheidsinspectie en de verbanddoos wordt nagekeken op inhoud en kwaliteitseisen. Bij voorzorg kunnen ook ethische aspecten een rol spelen. Door de snelle vooruitgang op het gebied van de medische wetenschap en genetica maken steeds meer mensen gebruik van nieuwe ontdekkingen op het gebied van anticonceptie en embryoselectie, bijvoorbeeld om te voorkomen dat ernstige erfelijke ziektes worden overgedragen. Bij risico op een hartstilstand kan preventief een interne defibrillator (ICD) worden geïmplanteerd. Het bedrijfsleven neemt voorzorgsmaatregelen om (cyber)criminaliteit en overbelasting van het milieu te voorkomen. Het postbedrijf sluit uit voorzorg de brievenbussen af rond de jaarwisseling, om schade door vuurwerk te voorkomen. In deze publicatie gaat het over de belangrijke rol die het voorzorgsbeginsel speelt bij het overheidsbeleid, zowel politiek als juridisch.

Vaccinatie is ook voorzorg
Als overheidsbeleid kan leiden tot grote en/of onomkeerbare schade voor de samenleving, heeft een overheid de plicht het beleid daarop af te stemmen of zo nodig aan te passen. Op grond van het voorzorgsbeginsel werd het Rijksvaccinatieprogramma ingevoerd, dat kinderen beschermt tegen twaalf besmettelijke infectieziekten. Ondanks protesten vanuit levensbeschouwelijke kringen heeft het programma brede maatschappelijke steun. Het is op veiligheid en effectiviteit onderzocht door de Gezondheidsraad (2). Het voorzorgsbeginsel is echter ook een controversieel onderwerp in onze snel complexer wordende samenleving, waarin de mensheid met immense uitdagingen wordt geconfronteerd. Twijfels en onzekerheid over toepassing van het beginsel door de overheid nemen toe. De energietransitie van aardgas naar andere energiebronnen is daarvan een treffend voorbeeld. Ik verwacht de komende jaren een groeiend spanningsveld tussen maatschappelijke en economische belangen. Als gevolg van de drastische reductie van de aardgasproductie in Groningen en mondiale afspraken over klimaatdoelen, moet in betrekkelijk korte tijd worden overgeschakeld naar andere energiebronnen zoals zonneparken, windmolens, kernenergie, verbranding van biomassa etc. Een project van ongekende omvang. De eerste signalen zijn er al waaruit blijkt dat door de snelheid waarmee de transitie moet plaats vinden, zorgvuldigheidseisen die uit voorzorg behoren te worden genomen onvoldoende worden afgewogen. Ik zal dat met een voorbeeld verduidelijken.

Schone Lucht Akkoord
Om gebruik van andere en alternatieve vormen van energievoorziening te stimuleren, had de overheid een subsidieregeling in het leven geroepen om de aanschaf van pelletkachels te stimuleren. Dit leidde tot een toename van de verkoop van deze kachels met name voor woningen, maar er werden tevens grotere pelletinstallaties in gebruik genomen bij energiecentrales en voor blokverwarming van woningcomplexen. Nederland is momenteel een van de grootste importeurs van houtpellets ter wereld. Op 28 juni 2019 presenteerde een onderzoeksbureau een advies dat ingaat op de neveneffecten van de subsidie op pelletkachels. Op grond van nieuwe inzichten wordt de subsidieregeling vervroegd beëindigd, omdat de negatieve effecten op de luchtkwaliteit niet opwegen tegen de lagere CO2-uitstoot die de kachels opleveren. Staatssecretaris Van Veldhoven verwoordde het in de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van 2 juli 2019 over het Schone Lucht Akkoord. Volgens de staatssecretaris weten we steeds meer hoe slecht luchtvervuiling is voor de gezondheid en leveren pelletkachels veel fijnstof op. ‘Daar willen we in ieder geval geen subsidie meer aan gaan geven’. In de branche is er overigens weinig begrip voor de beleidswijziging en de argumentatie (3). Gezondheid is een belangrijke voorzorg factor. De volgende Kamervraag aan de minister van Landbouw werd in maart 2019 gesteld: ‘Heeft u kennisgenomen van de studie van het ALS Center of Excellence aan de Universiteit van Michigan, gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, dat ervoor waarschuwt dat blootstelling aan pesticiden en andere vervuilende stoffen de kans vergroot op ontwikkeling van ALS, en de aftakeling als gevolg van deze neurogeneratieve ziekte zal versnellen?’ De minister antwoordde bevestigend. Vervolgens werd haar de vraag voorgelegd, of zij erkent dat zij de wettelijke mogelijkheid heeft om het voorzorgsbeginsel toe te passen om mensen te beschermen tegen de gevaren van landbouwgif? Het antwoord van de minister onder 5 raakt de essentie: ‘Verordening (EG) 1107/2009 gaat uit van het voorzorgsbeginsel en biedt de mogelijkheid om waar nodig in te grijpen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het kabinet heeft onderzoek laten doen naar blootstelling van omwonenden onder coördinatie van het RIVM. De resultaten van dat onderzoek nu geven geen aanleiding om in te grijpen. Wel laat het kabinet vervolgonderzoek uitvoeren door de Gezondheidsraad’ (citaat 4). De tijd zal het leren, maar de belangen zijn enorm.

Beleidsomslag
Er zijn meer onderwerpen die zowel economisch als maatschappelijk een dominante rol vervullen. Hoewel de Gezondheidsraad stelt dat elektromagnetische straling in ons land binnen de veiligheidsnormen is, bestaat er onder veel burgers weerstand tegen infrastructuren die straling verhogen. Zo is er twijfel over de gevolgen van de introductie van nieuwe infrastructurele systemen, zoals het 5G netwerk. Internationaal speelt de vraag welke invloed intensief gebruik van draadloze apparatuur heeft op kinderen in ontwikkeling (5). In de provincies Drenthe en Groningen is veel protest tegen de komst van grootschalige windmolenparken. Soms worden bij die protesten grenzen overschreden, maar niet zelden ligt het ook aan het gebrek aan informatie en miscommunicatie van overheidswege. In die discussie komt de vraag op of windmolens schadelijk zijn voor de gezondheid. In het gerenommeerde medische vakblad Medisch Contact verscheen in 2018 een kritische publicatie van een huisarts over de komst van grote windmolenparken onder de kop ‘Windmolens maken wel degelijk ziek. Toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig’. Deze arts pleit voor meer en beter onderzoek en zonodig toepassing van het voorzorgsbeginsel. Windturbines kunnen gezondheidsrisico’s opleveren bijvoorbeeld voor mensen die gevoelig zijn voor laagfrequent geluid veroorzaakt door windmolens. Dat kan tot gezondheidsproblemen leiden, die echter nog te weinig serieus worden genomen. Terwijl volgens het voorzorgprincipe de overheid kan ingrijpen, ook als klachten nog niet onomstotelijk bewezen zijn. De protesten tegen de windmolenparken tonen aan dat er grote tegenstrijdige belangen zijn, waarvan vaak kwetsbare groepen in de samenleving de dupe zijn. Dat we hier in het komende decennium vaker mee te maken zullen krijgen lijdt geen twijfel. Daarbij valt het mij altijd op dat er doelstellingen worden geformuleerd en plannen geïntroduceerd, die al snel door de praktijk worden ingehaald en moeten worden aangepast. Dat economische belangen regelmatig botsen met belangen van individuele burgers is niet te vermijden. Om onze welvaart te behouden kan ons welzijn onder druk komen te staan en zijn soms ingrijpende keuzes nodig, waarvan de gevolgen niet altijd te overzien zijn. In 2018 pleitte ik in een publicatie voor een Publiek Debat (6). Reden om te eindigen met die belangrijke en wijze spreuk en tevens oproep: BEZINT EER GIJ BEGINT!

 

 

Foto’s en illustratie: DNA-structuur, Erfocentrum. Pelletinstallatie blokverwarming Hoogeveen en windmolenpark bij Delfzijl Jaap Spaans

Bronnen
1. Website Publiekrecht & Politiek, 21/5/2015, redactioneel artikel ‘NGP: Bezint eer gij begint’. Lucas 6:48-49.
2. Website van het Rijksvaccinatieprogramma van 8/7/2019.
3. Zakelijke zender RTL Z, 3/7/2019 ‘Subsidie pelletkachel verdwijnt: Dan industrie ook, nu doorpakken’. Kamerbrief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan de voorzitter van de Tweede Kamer, 2 juli 2019. ‘Hoofdlijnenbrief Schone Lucht Akkoord’. Televisieprogramma Zembla, 11 januari 2019 ‘Nederland een van ‘s werelds grootste importeurs houtpellets’. Canadian Biomass Magazine 2019 ‘global wood pellet markets outlook’, 7/1/2019.
4. Kamervraag 2019Z04569 ingediend op 8 maart 2019 door Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD). Onderwerp: Nieuw onderzoek waaruit blijkt dat het gebruik van landbouwgif kan leiden tot de ontwikkeling van ALS. Vragen en antwoorden onder de nummers 1 en 5
5. NOS Nieuwsuur, 24/4/2019 ‘Straling vormt strijdpunt bij uitrol 5G’. Actualiteitenprogramma EenVandaag, 27/3/2018 ‘Is de straling van 5G schadelijk voor je gezondheid’?
6. 27-03-2018 16:43Medisch Contact, 22/3/2018 ‘Windmolens maken wel degelijk ziek. Toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig’. Sylvia van Manen huisarts in Den Bosch. Webpublicatie. ‘Aardgasreductie=meer biomassa: waarom een publiek debat gewenst is’. Jaap Spaans, voorjaar 2018.

-Rechtshandhaving en criminaliteit: actie en reactie

Dit bericht is op 14 juni aangepast met de conclusies over digitale dreiging van het NCTV (zie 2e alinea en de bronnen)

Welke levensbeschouwing of opvatting iemand ook heeft, onderwerpen als criminaliteit, veiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer raken iedereen. Daarom publiceer ik regelmatig over het onderwerp en de praktijk leert dat dit op prijs wordt gesteld. Ik krijg reacties van mensen die zich achter hun computer zittend realiseren, dat ze onvoldoende zicht hebben op wat zich in het apparaat afspeelt en er vervolgens online allemaal gebeurt. Veel mensen worstelen met vragen als ‘hoe wapen je jezelf tegen cybercriminaliteit en wat moet je als benadeelde burger doen om identiteitsfraude te voorkomen als je identiteitsbewijs wordt gestolen of verloren raakt’? Daarnaast is er de grote groep burgers die in verwarring raakt onder de stortvloed aan informatie over geweldscriminaliteit die hen via nieuwszenders, dagbladen en programma’s als opsporing verzocht bereikt. De tijd dat kwetsbare groepen in de samenleving als ouderen en mensen met een beperking door daders werden ontzien, ligt ver achter ons. Slachtoffers van criminaliteit en hun omgeving ervaren soms langdurig de ernstige gevolgen en sterke emoties. Wetgeving en toezicht op de naleving ervan zijn daarom belangrijke maatschappelijke onderwerpen. Moeilijker ligt het bij ethische normen, die vaak berusten op religieuze of levensbeschouwelijke normen. Deze zijn vaak wel, maar niet altijd vastgelegd in seculiere wet- en regelgeving. Soms kan wetgeving indruisen tegen ethische normen en steeds vaker blijkt dat wetgeving de ontwikkelingen in de samenleving pas op afstand volgt. Voorbeelden daarvan zijn ‘de positie van de overheid’, wetenschappelijke onderwerpen als ‘digitalisering’ en ‘genetica’ en hoe als individu om te gaan met mondiale uitdagingen als ‘klimaatverandering’, ‘staatshacking’ of ‘de migratieproblematiek’. Eenmaal in gang gezette ontwikkelingen blijken vaak moeilijk om te buigen. In een boek als de Bijbel speelt de overheid een belangrijke rol. Moderne begrippen als genetica, cybercriminaliteit en digitalisering komen er niet voor, zodat je bij het ontwikkelen van een visie algemene en indirecte principes zult moeten toepassen.

Criminaliteit en digitale dreiging

In mei en juni 2019 verschenen enige publicaties die vanuit ethisch en maatschappelijk oogpunt belangrijk zijn. Het Openbaar Ministerie (OM), een belangrijke schakel in de rechtshandhavingsketen, publiceerde het Jaarbericht 2018. In diezelfde periode berichtte de NOS over het gebruik van algoritmes bij de verwerking van informatie en opstellen van profielen van burgers. In juni publiceerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019. Daarin wordt benoemd hoe groot de digitale dreiging voor onze  nationale veiligheid  is. Opmerkelijk is dat deze dreiging niet afkomstig is van personen of criminele organisaties, maar van landen. Dat gebeurt in de vorm van spionage, verstoring en sabotage.  Nederland is extra gevoelig, omdat zowel de infrastructuur als het financiële stelsel volledig afhankelijk zijn  van gedigitaliseerde systemen. De kwetsbaarheid die daardoor is ontstaan, heb ik de afgelopen twee decennia in talrijke publicaties benoemd en geanalyseerd.  Als christen met een achtergrond bij de politie en een opsporingsdienst en met een bijzondere belangstelling voor ethische onderwerpen, burgerrechten en plichten, hebben  publicaties als jaarberichten mijn bijzondere belangstelling. We leven in een complexe samenleving die door globalisering en andere ontwikkelingen in hoog tempo verandert en onze flexibiliteit zwaar op de proef stelt. In die context en gelet op de inleiding is het belangrijk dat de overheid verantwoording aflegt over de kwaliteit van de rechtshandhaving en toezichthouders voor burgers ‘de vinger aan de pols houden’. Om het maatschappelijke belang van het OM in onze rechtsstaat te illustreren zijn de volgende cijfers veelzeggend. De ongeveer 5300 medewerkers van het OM behandelden in 2018 ruim 300.000 strafzaken. De eisen die aan de medewerkers worden gesteld zijn hoog, onder andere vanwege hun voortdurende benodigde beschikbaarheid en omdat de beslissingen die deze ambtenaren nemen moeten voldoen aan strikte juridische normen. Dat veroorzaakt een hoge werkdruk. Gecombineerd met een te krap budget, is dat een permanent punt van zorg en aandacht en dat is duidelijk voelbaar bij de OM-onderdelen. De situatie kan ook gevolgen hebben voor de burgers, bijvoorbeeld met betrekking tot aangiftebereidheid bij moeilijk op te sporen delicten als cybercriminaliteit  (1).

Corruptie en ondermijnende criminaliteit
Volgens het OM is het aantal geregistreerde misdrijven in 2018 gedaald met 6 procent ten opzichte van 2017. Aan die daling is echter een einde gekomen. Zo is het aantal overvallen voor het eerst sinds jaren 4 procent hoger dan de afgelopen jaren. Ook het aantal geconstateerde verkeersmisdrijven, zoals rijden onder invloed, en het aantal overtredingen van de Wet wapens en munitie, nam in 2018 met meer dan 10 procent toe. Ronduit zorgelijk is dat het gevaar voor onschuldige burgers groter is geworden. Criminelen hebben steeds minder schroom om liquidaties op klaarlichte dag en op openbare plaatsen uit te (laten) voeren. Het voorkomen van liquidaties is moeilijk, maar politie en OM doen er alles aan om potentiële daders het zo lastig mogelijk te maken. Liquidaties worden niet als afzonderlijke incidenten beschouwd. Het gaat om ernstige uitingen van ondermijnende criminaliteit, die samenhangt met andere vormen van criminaliteit, zoals grootschalige drugshandel. Een ander zorgelijk aspect is dat de Rijksrecherche, die onderzoek verricht naar ambtsdelicten en integriteitsschendingen door ambtenaren, in 2018 meer onderzoeken deed dan ooit. De onderzoeken zijn ook complexer geworden en vereisen daardoor meer tijd en mankracht. Daarbij kan het gaan om zogenaamde lek- en corruptiezaken, waarbij bijvoorbeeld contacten met de georganiseerde criminaliteit zijn waargenomen. In het oog springend was de strafzaak tegen een voormalige politieman, die regelmatig in een politiesysteem zocht naar informatie over personen en lopende onderzoeken (2).

Actie leidt tot reactie: profielen op basis van algoritmen
Bij het complexe dossier rechtshandhaving leidt actie vaak tot reactie. Een minister vergeleek de bestrijding van criminaliteit ooit als een ratrace, waarbij nieuwe en extremere vormen van criminaliteit, worden gevolgd door de inzet van modernere handhavingsinstrumenten. Een vicieuze cirkel die niet te doorbreken lijkt. Wetgeving loopt altijd achter de feiten aan en er zal altijd een achterstand blijven bij de handhavers. In onze rechtsstaat kunnen opsporingsmiddelen pas worden ingezet na wetswijzigingen. Een treffend voorbeeld daarvan is de inzet van DNA en andere vormen van biometrische identificatie bij de opsporing van delicten. Daarbij past de kanttekening, dat aan de inzet van moderne technologie ook nadelen kleven voor de goedwillende burgers. Onlangs berichtte de NOS dat de overheid vaak voorspellende algoritmes gebruikt bijvoorbeeld van de Belastingdienst en andere overheidsorganisaties. Daarbij is niet altijd even duidelijk voor burgers wanneer algoritmes worden gebruikt. Een algoritme is een reeks instructies voor een computer waardoor deze ingewikkelde patronen kunnen herkennen. Via datamining kunnen duizenden feiten meewegen, om bijvoorbeeld voorspellingen te doen of schattingen te maken. Van iedere burger zijn inmiddels profielen opgesteld. In de zorg bestaan er risicoprofielen om te voorspellen welke ziektes iemand kan krijgen. Banken kunnen risicoprofielen gebruiken bij de kredietverlening. Bij de criminaliteitsbestrijding wordt gebruik gemaakt van daderprofielen. Op zich is dat legitiem, mits er openheid over bestaat en de burger weet waar hij aan toe is en de gevolgen kan inschatten. Belangrijk, want profielen kunnen immers ook worden gebruikt om burgers zonder reden uit te sluiten van bepaalde diensten. Daderprofielen zouden in de toekomst kunnen worden gebruikt om iemand sneller als dader aan te merken, dan forensisch bewijs rechtvaardigt. Rechtshandhaving en ethiek kunnen dan op gespannen voet komen te staan. In het verleden is hiervoor in talrijke publicaties gewaarschuwd. Ook de privacy waakhond, de Autoriteit Persoonsgegeven (AP), is van mening dat openheid over het beleid gewenst is. Volgens de voorzitter van de AP moet de overheid daar transparant over zijn, en helder maken op welke manier iemands gegevens worden verwerkt en hoe de besluitvorming plaats vindt (3). Als ik werk aan deze webpublicatie lees ik in een persbericht van het IMF, dat Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF, waarschuwt voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem. Dat geldt ook voor de rechtshandhaving, want computertechnologie en digitalisering worden steeds dominanter in die sector. Een waarschuwing dus uit onverdachte en deskundige hoek (4). Uit het eerder aan gehaalde persbericht van de NCTV blijkt dat onze weerbaarheid tegen cybercriminaliteit nog altijd niet op orde is. Juist die weerbaarheid is het belangrijkste instrument om risico’s, bijvoorbeeld van computercriminaliteit door staten, te verminderen. Maar zijn we niet al te afhankelijk geworden van digitale systemen en is er nog wel een weg terug? Een goed voorbeeld daarvan is het betaalsysteem dat steeds verder wordt gedigitaliseerd en in landen als Zweden en Noorwegen breed is ingevoerd. Ik ben dan ook  zeer benieuwd hoe de overheid dit in onze complexe samenleving de komende jaren gaat aanpakken.  

 

Foto Hacker: Nationale Beeldbank Nancy Beijersbergen
Overige foto’s Jaap Spaans: Nationaal monument tegen geweld in De Wijk (DR), politieactie in Hoogeveen en illustratie privacy

Bronnen

1. ‘Jaarbericht 2018: maatschappij verandert, werk verandert mee’. Uitgaven van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019. Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), persbericht en uitgave, 12 juni 2019.‘TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid’. Zie bewuste publicatie van 18/1/2019 op de pagina ‘Artikelen’ vermeld in de rechterkolom. Maandblad De Oogst, juni 2002, Jaap Spaans. ‘Criminele excessen nemen toe. Over de geestelijke oorzaken en achtergronden van de toename van criminele excessen. De Cybersamenleving, Jaap Spaans, 2013 (gratis te downloaden bij boeken).
2. Persbericht betreffende het Jaarbericht 2018 van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019.
3. Nieuwsbericht NOS Nieuws, 29 mei 2019. ‘Privacy waakhond: overheid moet transparanter zijn over algoritmes’.
4. Persbericht International Monetary Fund (IMF), juni 8 2019.‘The Next Steps for International Cooperation in Fintech’. Opening remarks by Christine Lagarde, Managing Director, IMF. Nieuwssite nu.nl, 8 juni 2019. 08 juni 2019. Waarschuwing van Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem. 

-TRENDS 5: Leegloop van kerken en behoefte aan zingeving

Recente rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de religieuze stand van het land en zorgen over de groeiende spanning in de samenleving, liegen er niet om. In het rapport ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’, wordt een helder beeld geschetst van de huidige situatie. De ontkerkelijking en teruggang in het christelijk geloof blijft doorzetten in Nederland. Daar staat tegenover dat jonge kerkleden juist gemotiveerder zijn. Bovendien vormen de christenmigranten een steeds belangrijkere christelijke geloofsgroep. In ons land wonen ongeveer 1 miljoen christenmigranten, evenveel als het aantal moslims. Zij vormen een belangrijke christelijke geloofsgroep in ons land en de invloed van migrantenkerken zal de komende tijd groeien. Het huidige proces van secularisering (verwereldlijking) wordt door velen opgevat als een bedreiging voor het geloof, maar door anderen als een transformatie (overgang) van het geloof. Een van de conclusies is dat de rol en de toekomst van kerken in ons land onzeker zijn. Onduidelijk is hoe de kerk zich het best kan aanpassen (of juist niet) aan de afgelopen decennia sterk gewijzigde religieuze omstandigheden en de voortschrijdende secularisering. Positief is dat de behoefte aan zingeving zal blijven bestaan en migrantenkerken mogelijk het geloof in Nederland kunnen revitaliseren (1).

Zorgen en spanning over de toekomst

Toch wel opvallend in dit verband is de publicatie van een rapport in maart 2019 in de serie ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019’, over de toenemende spanning en bezorgdheid in de samenleving (2). Veel burgers zijn minder positief over de economie en maken zich zorgen over grensoverschrijdende problemen als het klimaat en criminaliteit. Andere bronnen van zorg zijn polarisatie en maatschappelijke tegenstellingen tussen arm en rijk en tussen etnische groepen. De media, vooral de nieuwe (social) media, wordt verweten dat ze tegenstellingen vergroten. Ik begrijp de zorgen die er leven in de samenleving. Zelf heb ik altijd veel informatie opgenomen, maar inmiddels is de rem erop gezet. Veel reacties op moderne media overschrijden qua taalgebruik en felheid normen en vaak zodanig dat ik strenger selecteer in het informatieaanbod. Dat de samenleving in hoog tempo verandert en nieuwe uitdagingen meebrengt, zal niemand ontkennen. De conclusies van de twee SCP-rapporten tegenover elkaar afzettend, ontkom ik niet aan de gedachte dat het seculariseringsproces niet bijdraagt aan een betere samenleving, zoals seculiere denkers en wetenschappers nogal eens beweren. Veel burgers hebben moeite om een hanteerbare selectie te maken uit de vloedgolf aan informatie en prikkels die hen dagelijks overspoelt. Steeds vaker merk ik in mijn omgeving dat de behoefte om informatie en dus nieuws op te nemen, afneemt. Ik beschouw het stellen van prioriteiten als een vorm van zelfbescherming. Het lezen van beide rapporten van het SCP is een must in deze hectische tijd. De conclusies sluiten aan bij recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn, die aangeven dat minder dan de helft van de Nederlanders nog religieus is. 

Veel problemen zijn mentaliteitskwesties

Ik moet bekennen dat ik als christen met zorg kennis heb genomen van de conclusies van het SCP. Ik plaats daar wel de kanttekening bij dat het overwegend om landelijke conclusies gaat, terwijl de grote veranderingen die momenteel plaats vinden in belangrijke mate worden beïnvloed door grensoverschrijdende, veelal mondiale ontwikkelingen. De maatschappelijke dynamiek rond onderwerpen als klimaat en milieu, migratie, de wapenwedloop en verdeling van welvaart is groot. Zelf schat ik in dat de afname van het aantal christenen in ons land te maken heeft met de omgeving die snel verandert. In onze moderne welvaartsmaatschappij staan burgers dagelijks bloot aan verleidingen, discussies over ‘schepping of evolutie’ en nieuwe wetenschappelijke inzichten over het heelal en eventueel buitenaards leven. Laat ik voorop stellen dat ik respect heb voor de wetenschap en alles wat is bereikt, bijvoorbeeld op medisch, technologisch en sociaal gebied. De wetenschap heeft echter ook beperkingen. Als het gaat om belangrijke vraagstukken als overbevolking, de kloof tussen rijk en arm en oorlog en vrede, blijkt telkens weer dat menselijk egoïsme, hoogmoed en streven naar macht, die de basis vormen voor veel mondiaal leed, niet kunnen worden uitgebannen via de wetenschap. In het televisieprogramma Buitenhof van 19 mei 2019 vond een discussie plaats over de stelling ‘Wetenschap heeft de plaats ingenomen van religie’. Een wetenschapper was van mening dat we teveel zijn gaan vertrouwen op de wetenschap, maar dat er achter de schermen ook veel mis gaat. ‘De wetenschap moet ‘terug het hok in’. Haar opponent in de discussie, de president van de Koninklijke Nederlandse  Academie van Wetenschappen (KNAW) stelde daar tegenover dat wetenschap de beste manier is om tot kennis te komen. Veel problemen zijn mentaliteitskwesties, die christenen verklaren door de gebrokenheid van de schepping (3). Juist daar laat de wetenschap het nogal eens afweten. Daarom zal de behoefte aan zingeving nooit verdwijnen en alleen maar groeien, omdat mensen worstelen met belangrijke levensvragen. In tijden van crisis zal die behoefte worden versterkt. Tijdens mijn periode als beroepsmilitair werd ik in 1971 door de ontmoeting met mijn huidige echtgenote weer bepaald bij het christelijk geloof, waarvan ik al op jonge leeftijd afstand had genomen. Door de machocultuur die heerste bij het legeronderdeel waarbij ik werkzaam was, begon ik mij te verdiepen in onderwerpen als ‘oorlog en vrede’ en ‘de oorsprong van het kwaad’. Ik besefte dat Jezus Christus belangrijke onderwerpen als soberheid, verzoening, onbaatzuchtigheid en naastenliefde in de praktijk bracht en overdroeg aan Zijn volgelingen. Dat het geïnstitutionaliseerde Christendom in de loop der eeuwen regelmatig van die principes en uitgangspunten is afgeweken, doet niets af aan de kern van de boodschap.

De Zuiderkerk in Hoogeveen overleefde een zware downburst maar bezweek onder de slopershamer

Alarmisme

Ik heb bewondering voor auteur en journalist Joris Luyendijk. Hij werkte twee jaar als journalist voor het dagblad The Guardian in de Londense City, het financiële hart van Engeland. Hij schetste van binnenuit een beeld van de bancaire wereld en sprak met talrijke deskundigen als investeerders, derivaten handelaars en managers. Het beeld dat hij schetst is somber en dat komt goed tot uitdrukking in de kop boven een interview dat met hem werd gehouden: ‘Dit gaat helemaal fout’. Hij werd in een aantal media bestempeld als onheilsprofeet of alarmist. Opmerkelijk is dat hij In een column schreef, dat het hem niet zou verbazen als er een religie-revival komt. De Bijbel bevat volgens Luyendijk talrijke aanwijzingen om de economie en de financiële sector verantwoord in te richten. Religie beschouwt hij juist als een lichtpunt. Hoewel het tegenstrijdig lijkt met de kerkelijke leegloop en het seculariseringsproces dat ik hiervoor schetste, deel ik de zorgen van Luyendijk en hoop oprecht dat zo’n religie-revival er komt. Dat de behoefte aan zingeving springlevend is, staat voor mij vast. Er is een duidelijke relatie tussen ethiek, geloof, zingeving en maatschappelijke onderwerpen. Op de dag dat ik deze publicatie plaats, melden diverse media dat de politie in San Francisco stopt met biometrische gezichtsherkenning voor identificatie. De inbreuk op de privacy is volgens de critici te groot. Het is een onderwerp waarover ik in de afgelopen decennia veel heb gepubliceerd (4). Er volgt nog dit jaar een TREND-publicatie over de economie en het financiële stelsel.

Foto’s/Illustraties: Omslagen rapporten: SCP. Foto’s Zuiderkerk: Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’. Rapport van het SCP, december 2018. Persbericht van het SCP van 19 december 2018 :‘Aantal christenen neemt af, maar nieuwe groepen staan op’. Dagblad van het Noorden, 27 oktober 2018. ‘Een kwestie van geloof’. Over het feit dat voor het eerst in de geschiedenis de mensen die niet bij een kerk willen horen in de meerderheid zijn.

2. ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019/1’. Rapport van het SCP, maart 2019. Persbericht SCP van 26 maart 2019 ‘Veel zorgen over toenemende spanningen’.

3. Discussieprogramma Buitenhof, 19 mei 2019. Discussie over de stelling of wetenschap de plaats heeft ingenomen van religie tussen wetenschapper Rosanne Hertzberger en de president van de KNAW Wim van Saarloos. 

4. ‘Dit kan niet waar zijn’. Joris Luyendijk. Uitgeverij Atlas Contact, 2015. Hij ontving voor het boek de NS Publieksprijs 2016. ‘Dit gaat helemaal fout’. Joris Luyendijk de journalist als onheilsprofeet. Interview in het maandblad Volzin, september 2013. ‘Onheilsprofeet of realist?’. Het Zoeklicht, 89e jaargang nr. 24, Jaap Spaans. Zie de pagina boeken en oude publicaties voor mijn artikelen en boeken over biometrische identificatie en christenen de welvaartsmaatschappij van de afgelopen twee decennia. Het Nederlands Dagblad, 15 mei 2019, ‘Politie San Francisco stopt met gezichtsherkenning’. ‘San Francisco verbiedt gebruik gezichtsherkenning door politie’. Security.nl, 16 mei 2019.

-TRENDS 4: Van Babyboomers tot Millenials

Geboren in 1948 behoor ik tot de babyboomers, de generatie geboren tussen 1945 en 1955. Onze ouders hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, schoven de in de bezettingstijd opgelopen trauma’s voor zich uit en slaagden erin op de puinhopen van de oorlog de Wederopbouw van ons land tot een succes te maken. Het kon worden verwezenlijkt door noeste arbeid, een optimistische toekomstvisie daarbij krachtig ondersteund door de Marshall hulp uit de Verenigde Staten (VS) en het European Recovery Program (economisch herstelprogramma). De babyboomgeneratie die hen opvolgde werd meegezogen in het succes van de Wederopbouw en plukte de zoete vruchten van de snel groeiende welvaart. Meer jongeren dan ooit konden studeren, het prima stelsel van sociale zekerheid werd opgetuigd en de basis werd gelegd voor de huidige consumptiemaatschappij. Terwijl alle energie van de oorlogsgeneratie naar de Wederopbouw vloeide, ontwikkelden de babyboomers een eigenzinnige en vrijgevochten mentaliteit. Zij lagen aan de basis van de hippiecultuur, die in het midden van de zestiger jaren uitgroeide tot een brede protestbeweging in Westerse landen. Zij ontstond in de VS, waar in 1965 veel jongeren in belangrijke staten als New York en Californië protesteerden tegen de in hun visie zinloze Vietnamoorlog. Ook de sluimerend angsten van de Cubacrisis van 1963 ijlden nog na. De progressieve denkbeelden en de slogan ‘Make love not war’, vonden gretig aftrek in brede lagen van de samenleving en waaierden uit over de planeet. Ín het lied San Francisco uit 1967 zingt Scott Mackenzie ‘Be sure to wear some flowers in your hair’. De invloed van de hippiecultuur zou ook aan de basis liggen van de seksuele revolutie in veel landen en ontwikkelingen als ontzuiling en ontkerkelijking. De basis voor belangrijke actuele trends, is terug te voeren tot die periode.

San Francisco: de bakermat

De Flower Power cultuur had haar oorsprong in het centrum van San Francisco met als episch centrum het bekende kruispunt Haight and Ashbury. Het initiatief verspreidde zich van daaruit als een olievlek over de Westkust van Canada en de VS en verder over delen van de planeet. In 1966 vertrok ik als achttienjarige emigrant naar Canada. Op zoek naar avontuur, genoot ik in Vancouver van de sfeer die daar heerste. Een van de voordelen was dat op de stranden van de Pacific en aangrenzende stadscentra en parken, gemakkelijk een maaltijd of koffie worden gescoord. Omdat veel deserteurs en dienstplichtweigeraars in de VS vanwege de Vietnamoorlog uitweken naar Canada, groeide de hippiecultuur daar verrassend snel. Gestimuleerd door protestzangers als Donovan en Bob Dylan en de opkomende massamediamedia. De Vietnamoorlog is de eerste oorlog die werd beëindigd door massale en gerichte media-aandacht en leidde tot brede maatschappelijke protesten. Het jaar 1968 wordt beschouwd als een kanteljaar en dat was merkbaar toen ik in het najaar van 1968 na tweeëneenhalf jaar terugkeerde in Nederland. Het land dat ik in 1966 verliet was veranderd. Damslapers beheersten het Amsterdamse centrum. De op het anarchisme geïnspireerde beweging Provo daagde het gezag uit. Er vonden provo-happenings plaats bij het Lieverdje op het Spui in Amsterdam. Er was de bezetting van het Maagdenhuis door opstandige studenten en de opkomst van de Politieke Partij Radicalen (PPR), opgericht door met name christelijke radicalen. De jaren zestig leidden ertoe dat Amsterdam een hippiecentrum werd met ongekende vrijheden en een internationaal bekende drugscultuur, die uiteindelijk zou leiden tot het internationaal bekritiseerde Nederlandse gedoogbeleid. Een erfenis die tot op de dag van vandaag leidt tot felle discussies en controverse (1).

Onbereikbare idealen

De idealen van de Hippiebeweging liggen een halve eeuw achter ons. Het ideaal ‘Make love not war’, heeft niet kunnen voorkomen dat er na Vietnam nog vele oorlogen volgden en mijn gevoel zegt dat het nu op de wereld onrustiger is dan ooit. Een snel globaliserende wereld wordt geconfronteerd met talrijke grensoverschrijdende problemen zoals de nieuwe wapenwedloop, vluchtelingenstromen en migratie, ondermijnende cybercriminaliteit, overbelasting van het milieu op aarde en mondiale economische tegenwind. De leegloop van kerken en de ontzuiling hebben de samenleving niet beter en veiliger gemaakt, zoals velen hadden verwacht. Integendeel. Onze samenleving wordt steeds complexer en statistieken over hoe gelukkig en tevreden we zijn berusten, naar persoonlijke inschatting, vooral op materiele verworvenheden. Recente rapporten van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) over ontkerkelijking en de groeiende spanning onder burgers hebben een pessimistische teneur. Daar praten we liever niet over, want we zijn immers een tevreden en gelukkig volk volgens cijfers en statistieken (2 en 3). In de volgende publicaties zullen deze onderwerpen, die zo bepalend zijn voor ons huidige en toekomstige geluk en welzijn, centraal staan. De idealen van de protestgeneratie die zo tegengesteld waren aan die van de voorgaande generatie uit de crisistijd en WO2, zijn gesmoord in gespletenheid en een vlucht in illusies. In het Babyboomboek zijn de ervaringen opgenomen van zesendertig schrijvers van boeken, deels fictie en deels non-fictie, die vanuit verschillende visies belangrijk waren voor de babyboomgeneratie. Het wereldbeeld van de auteurs verschilt nogal. Ik heb zelf de jaren zestig als boeiend en aantrekkelijk ervaren. Er zijn momenten dat ik, na de nodige tegenslagen te hebben gehad op mijn levenspad, heimwee heb naar die zorgeloze tijd. Met vrienden en gelijkgestemden gitaar spelen op het Scheveningse strand, zingen over ‘the times they are-changing’, ideeën uitwisselen over de oplossing van de wereldproblemen. Niemand kan ontkennen dat het een periode was waarin werd nagedacht over mondiale vaak controversiële onderwerpen (4). Ondanks het feit dat de idealen niet werden verwezenlijkt, is er in die periode bij velen een basis gelegd voor verdere persoonlijke ontwikkeling. Tijdens mijn periode in militaire dienst van 1969-1973 werd ik weer bepaald bij de christelijke levensbeschouwing, waarvan ik al op mijn zestiende afstand had genomen. Bij toekomstige afwegingen en keuzes rond ethische onderwerpen, bleek de opgedane levenservaring waardevol te zijn.

Foto’s Jaap Spaans: De eend was in die tijd een geliefd voertuig. Konditorei De Wiener aan De Korte Poten was een geliefd ontmoetingspunt voor progressief Den Haag. De inrichting is nog steeds traditioneel. Een ander trefpunt, Koffiebar Fiorino (alleen echte koffie) aan de Herengracht bestaat niet meer.  

Babyboomers in ruste

De vaak hoog opgeleide en idealistische babyboomers veroverden vanaf de zeventiger jaren maatschappelijke posities in de top en het middenmanagement van overheden, het bedrijfsleven, de wetenschap en andere sectoren. Ik hoop binnenkort 71 jaar te worden en heb al van veel babyboomers afscheid moeten nemen.

Anderen zijn nu in ruste en zullen, gelet op de toegenomen levensverwachting van rond de 80 jaar, nog jaren van pensioen of AOW kunnen genieten. De naoorlogse geboortegolf heeft geleid tot de huidige vergrijzingsgolf in de samenleving. De uitdagingen waarvoor de samenleving staat zijn groot. De vraag is actueel of die toekomstperspectieven ook zijn weggelegd voor de generatie die babyboomers opvolgt, de Millennials, geboren ruwweg tussen 1980 en 2000. Door persoonlijke omstandigheden als afnemende gezondheid en mantelzorg stel ik nu andere prioriteiten en maak andere keuzes dan voorheen. De permanente maatschappelijke onrust door moderne media, de felle woordenstrijden en polemieken zijn aan mij niet meer besteed. Afnemende flexibiliteit, digitalisering en de uit de hand lopende informatie-overload eisen een zware tol. Ik verwijs ook naar mijn publicatie ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ op deze website onder ‘Artikelen.

 

 

Bronnen:
1. ‘Chaos en revolutie na de flower-power’. Dagblad van het Noorden, 5 februari 2018. ‘In San Francisco is de hippie nog steeds hip’. De Volkskrant, 8 juli 2017.
2. Sociaal Cultureel Planbureau. Burgerperspectieven 2019/1 ‘Nederlanders flink minder positief over economie en hoe het in Nederland gaat en toegenomen zorgen over klimaat(beleid), al blijven andere problemen belangrijker’ (maart 2019) en ‘‘Christenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ (december 2018).
3. ‘Praten over angst een taboe’. Algemeen Dagblad, 2/4/2019. Staatssecretaris Paul Blokhuis start campagne om taboe op angststoornissen te doorbreken. Nieuwsbericht website Rijksoverheid.nl.
4. ‘Babyboomers. Herkenbare beelden uit het leven van een bijzondere generatie’. Jack Botermans & Wim van Grinsven. ‘Babyboomboek. Wat ze lazen, wat hen vormde, hoe ze dachten’. Ronald Havenaar. Uitgeverij van Oorschot, Amsterdam, 2015.

-Indringend pleidooi voor een Europees Placenta Project

De medische wetenschap ontwikkelt zich in hoog tempo. Een van de medische sectoren waarin de laatste decennia grote vooruitgang is geboekt is prenataal onderzoek, waaronder onderzoek naar het belang en de functie van de placenta. Daarbij veel aandacht voor eventuele stoornissen aan dat tijdelijke orgaan, de invloed van omgevingsfactoren zoals het milieu en gevolgen daarvan voor de foetus en de ontwikkeling van kinderen in de neonatale fase en op latere leeftijd. Wetenschappers zijn van mening dat dit onderzoek nog een onontgonnen gebied is. In mijn boek Het Placenta Mysterie heb ik daarop een persoonlijke visie gegeven als leek tevens ervaringsdeskundige. Ik verwijs daarvoor ook naar de publicatie ‘Doorbraak placenta-onderzoek?’ op de pagina ‘Artikelen’.

Onvoldoende communicatie naar een breed publiek

De praktijk leert dat er een aantal redenen is, waardoor nieuwe inzichten en doorbraken bij het placenta-onderzoek onvoldoende worden gecommuniceerd naar het grote publiek. Twee belangrijke oorzaken liggen daaraan volgens mij ten grondslag. Bij medisch-wetenschappelijk onderzoek is vaak sprake van een eilandjescultuur en sterke concurrentie, waardoor er onvoldoende centralisering is van onderzoeksresultaten en de informatievoorziening over onderzoeksresultaten stokt of gefragmenteerd wordt doorgegeven. In de VS is men zich daarvan bewust en is met een budget van $ 41,5 miljoen het Human Placenta Project (HPP) ontwikkeld. Veel informatie over dit belangrijke onderwerp is te vinden op de website van het HPP (Logo geplaatst met toestemming Human Placenta Project). Tweede oorzaak is volgens mij, dat het lijkt alsof er op inzicht in de gevolgen van placentastoornissen een taboe en terughoudendheid rusten waar het psychische of verstandelijke beperkingen betreft. Jammer, want daardoor kan niet altijd de juiste behandeling worden aangeboden. Ik heb in mijn boek als voorbeeld genomen de neuromusculaire aandoening (spierziekte) Myotone Dystrofie type 1, die vaak gepaard gaat met placentaproblemen als de moeder de ziekte overdraagt en de verstandelijke beperkingen die in dergelijke situaties aanwezig kunnen zijn. Ik heb ervaren dat daar onvoldoende aandacht voor is en dat betreur ik.

Voorstel: Europees Placenta Project
In september 2018 heb ik gebruik gemaakt van mijn petitierecht en een verzoek ingediend bij de afdeling Verzoekschriften van het Europarlement in Brussel PetitieEuroparlementPlacentaOnderzoek2019 . In navolging van het HPP in de VS stel ik voor een Europees Placenta Project in te stellen, waar alle informatie over dit belangrijke onderwerp centraal wordt verwerkt , geïnventariseerd en via gerichte communicatie naar de 500 miljoen Europeanen kan worden gecommuniceerd. In maart 2019 kreeg ik het heugelijke bericht, dat mijn verzoek ontvankelijk is verklaard en ter beoordeling zal worden voorgelegd aan twee parlementaire commissies van het Europarlement. Mijn meer dan 10 pagina’s omvattende verzoekschrift werd als volgt samengevat door het Europarlement:

Samenvatting verzoekschrift
‘Indiener volgt van nabij de mogelijke invloed van placentagebreken op de verdere ontwikkeling van het ongeboren kind, zoals psychische aandoeningen en andere onomkeerbare ziekten. Hij heeft deze interesse ontwikkeld vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen en is ervaringsdeskundige in placentaonderzoek geworden. Hij vermeldt dat bijzonder relevant onderzoek in de VS geleid heeft tot opmerkelijke conclusies en hij moedigt de EU en de lidstaten aan om dergelijk onderzoek te steunen en de in de VS bereikte resultaten in Europa in aanmerking te nemen, aangezien dit tot betere prenatale zorg kan leiden en nutteloos menselijk lijden kan voorkomen. Hij vindt dat de EU het onderzoek beter moet coördineren’.

In de bevestigingsbrief werd vermeld dat Commissie Verzoekschriften van het EP heeft besloten het verzoekschrift voor informatie door te sturen aan de Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid en de Commissie Industrie, Onderzoek en Energie.

Democratisch recht
Vlak voor de Europese Verkiezingen in mei bevestigt dit petitietraject, dat de democratische rechten binnen de EU naar behoren functioneren. Het is wel een procedure die enige vasthoudendheid vereist. Ik merk in mijn omgeving dat veel burgers niet of nauwelijks op de hoogte zijn van dit recht. Ook bij wetenschappers is dit niet altijd bekend. Ieder mens heeft in oorsprong te maken gehad met de placenta. Nu nieuw onderzoek leert dat veel problemen in de prenatale en neonatale fasen kunnen worden voorkomen en ook de nadelige gevolgen voor de latere ontwikkeling van kinderen bespreekbaar worden, is de tijd rijp voor meer aandacht voor de placenta. In 2020 is het congres van de International Federation of Placenta Associations (IFPA) gepland in Amsterdam. Het thema spreekt mij aan:Next Generation of Placental Research’. Het is mijn hoop en bede dat er snel meer inzicht komt in de functie van dit belangrijke tijdelijke orgaan en oplossing van Het Placenta Mysterie een stap dichterbij komt.’

 

Illustraties: Logo van het Human Placenta Project in de VS. Omslag van mijn in 2015 gepubliceerde boek Het Placenta Mysterie dat in 2015 kosteloos is uitgereikt aan politici, medici en wetenschappers in het vakgebied,. Boek is niet meer leverbaar!

-TRENDS 3: ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’

Deze publicatie is in delen opgesplitst, die afzonderlijk kunnen worden gelezen                                                                                             

1. Inleiding                                                                                                                                                                                       
2. Maatschappelijke situatie anno 2019
3. De Zorgeloze Verzorgingsstaat
4. De Hollandse Ziekte
5. Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg                                  
6. Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
7. Veiligheid, Gevoelsveiligheid en Overlast
8. Ons Zorgstelsel
9. Bronnen
10. Foto’s/Illustraties ©

1.Inleiding                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Deze publicatie is een vervolg op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet die ik in december 2018 heb gepubliceerd, gevolgd door een publicatie over ‘Gevoelsveiligheid’, beiden te vinden op mijn website www.jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’. De afgelopen jaren ben ik door ervaring en oriëntatie op ontwikkelingen in de samenleving, tot de conclusie gekomen dat belangrijke maatschappelijke onderwerpen als huisvesting, zorg en criminaliteit steeds meer met elkaar verstrengeld raken en vanuit een brede zelfs mondiale maatschappelijke context moeten worden geanalyseerd en beoordeeld. Globalisering en mondiale problemen als de migratiepolitiek of het halen van klimaatdoelen, hebben immers een directe weerslag op ons land, onze stad, straat of woonwijk. Dit is de derde publicatie in een serie over maatschappelijke trends, waarin drie kernonderwerpen aan de orde komen die mij als huurder van een seniorenwoning in de sociale huursector persoonlijk raken, namelijk ‘De sociale huursector en leefbaarheid’, ‘Criminaliteit en veiligheid’ en ‘Betaalbaarheid van ons zorgstelsel in de toekomst’. Over deze onderwerpen is veel onderzoek verricht en zijn talloze rapporten en studies gepubliceerd. Ik heb een deel ervan voor zover mogelijk bestudeerd, maar stel met nadruk dat deze publicatie is opgesteld vanuit een persoonlijke invalshoek. Wel heb ik op grond van persoonlijke contacten, jarenlange correspondentie en verwerkte informatie de overtuiging dat mijn situatie representatief is voor die van veel burgers. Ik heb gekozen voor de kop ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ omdat ik denk dat de huidige verzorgingsstaat onder zware druk staat en zich op een kantelmoment bevindt. Los van persoonlijke belangen, kunt u deze publicatie tevens beschouwen als een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de drie vermelde kernonderwerpen.

2.Maatschappelijke situatie anno 2019
Nederland is een verzorgingsstaat en dat betekent dat de staat sociale zekerheid biedt aan kwetsbare burgers die, tijdelijk of permanent, niet in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. HET IS GOED TOEVEN IN NEDERLAND. We hebben een van de beste zorgstelsels ter wereld en volgens deskundigen zelfs het beste. Wie niet in staat is te participeren op de arbeidsmarkt of als ondernemer, heeft recht op een uitkering. Ouderen hebben, afhankelijk van het aantal jaren dat ze in Nederland woonden, recht op een ouderdomsuitkering en afhankelijk van iemands arbeidsverleden, recht op een aanvullend pensioen. Maar de huidige dynamiek in onze snel veranderende samenleving roept bij velen onzekerheid op. De directeur van De Nederlandse Bank (DNB) Klaas Knot, zei op 27 januari 2019 in het televisieprogramma Buitenhof over de schokbestendigheid van onze economie ‘De wereld is onzeker en aan onzekerheden kunnen we weinig doen’. In Buitenhof kwam ook naar voren, dat de jaren van onstuimige economische groei voorbij lijken en de eerste tekenen van terugval zichtbaar zijn. Het kantelmoment waar we volgens mij thans voor staan komt niet onverwachts, maar is decennia geleden al aangekondigd.

3.De Zorgeloze Verzorgingsstaat
In het in 1992 uitgegeven boek ‘Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, geven de auteurs een ruwe schets van ‘de verzorgingsstaat van morgen’. Met een vooruitziende blik besteedden ze toen al aandacht aan het anno 2019 niet meer weg te denken begrip ‘arbeidsparticipatie’. Ons sociale zekerheidsstelsel wordt in het boek grondig geanalyseerd maar ook mogelijke effecten voor de langere termijn, zoals betaalbaarheid van het systeem. Zij pleiten voor een grondige versobering van voorzieningen en verzekeringen, waarbij zelfs ingrepen in de AOW zoals verlaging, niet worden uitgesloten. Wel wordt er de kanttekening bij geplaatst dat dit zo gevoelig ligt in de samenleving, dat eventuele toekomstige ingrepen zeer veel tijd en overredingskracht zullen vergen (1). Vijftien jaar later volgt er opnieuw een goede onderbouwde analyse van de verzorgingsstaat, in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR zie omslag bovenaan en bronnen). Ondanks de vele conclusies en waarschuwingen, leert de praktijk dat ondanks talrijke onderzoeken en publicaties, de overheid er maar niet in slaagt de verzorgingsstaat toekomstbestendig te maken. Onze overheid doet wel haar best in vergelijking met veel andere landen, maar de weerstand tegen ingrijpende maatregelen is groot. Goed voorbeeld is de (begrijpelijke) commotie rond het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.  Een cruciale en thans actuele vraag die in het WRR-rapport naar voren kwam en mij aansprak, was wat een globaliserende wereldorde betekent voor de verzorgingsstaat? (2). Op een in hoog tempo veranderend wereldtoneel met grote machtsverschuivingen, in combinatie met de groeiende invloed van de (sociale) media, kan niemand meer om de uitdagingen van globalisering heen. Het is mij opgevallen dat er veel boeken zijn gepubliceerd over de verzorgingsstaat. Zelf publiceerde ik in de jaren negentig mijn boeken Christenen en de Welvaartsmaatschappij en Een Golf van Geweld, waarin ik vanuit ethiek en levensbeschouwing aandacht besteed aan onderwerpen als globalisering, digitalisering, overconsumptie, het milieu, migratie, onvoorziene situaties, (gewelds)criminaliteit, rentmeesterschap en egoïsme (3).

4.De Hollandse Ziekte
Er is een aantal redenen dat herijking van onze verzorgingsstaat gewenst is. Ontdekking door de NAM op 29 mei 1959 van de gasbel van Slochteren, was een belangrijke impuls voor het optuigen van een zorgeloze verzorgingsstaat. De ene na de andere sociale wet werd aangenomen en leidde tot onze verzorgingsstaat, een sociaal paradijs. Laat ik duidelijk stellen dat dit voor velen, inclusief mijn gezin, een zegen was en reden voor dankbaarheid. Er waren echter ook kritische geluiden. Overbesteding in plaats van spaarzaamheid, zou een op termijn onbetaalbaar systeem creëren. Een overdreven sociaal vangnet, zou een negatieve invloed hebben op de zelfredzaamheid en verlammend kunnen werken op het initiatief van burgers. Door de harde gulden, mede als gevolg van de hoge aardgasbaten, nam de druk op de export toe. In de media verschenen zelfs berichten over de Hollandse Ziekte. Niet geheel ten onrechte zou later blijken, want dit verschijnsel was voor de Noorse overheid zelfs de aanleiding om anders om te gaan met de immense gasvoorraden die daar werden ontdekt.  De Nederlandse situatie was voor de Noren de reden energie inkomsten op te potten in een fonds, in plaats van uit te geven en de consumptie te stimuleren (4). De wereld staat voor grote uitdagingen met veel onzekerheden. Het halen van klimaatdoelen, een dreigende handelsoorlog, de gevolgen van een Brexit, begrotingsperikelen en onzekerheid rond Eurostaat Italië en de toegezegde verhoging van de bijdrage aan de NAVO, zullen in ons land onvermijdelijk gevolgen hebben voor de verzorgingsstaat. Tevens lopen we het risico van een nieuwe huizenbubbel bijvoorbeeld als de rente stijgt. De geopolitieke situatie is op veel plaatsen zorgelijk en kan zomaar uitmonden in een groot conflict. Veel onzekerheden dus, zoals DNB-directeur Knot schetste (zie foto DNB-kantoor). Het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie die momenteel plaats vindt, zullen bij ons land harder aankomen dan in andere landen. Er zijn ook al duidelijke signalen dat de wereldeconomie aan het afkoelen is en het is de vraag of de klimaatdoelen worden gehaald. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB), presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord (5). Belangrijk, want de media belichten de klimaatdoelen uitgebreid, maar niemand weet precies wat de kosten zijn en dus de effecten op onze economie. Ook de groeiende tweedeling in de samenleving zal aan de orde moeten komen. De opkomst van het populisme, gele-hesjes-protesten en kinderen die massaal de straat opgaan voor de klimaatdoelen, kunnen alleen met open en integere communicatie en goed beleid worden beantwoord.

5.Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg
In december 2018 zond ik mijn persoonlijke bijdrage aan de Evaluatie Woningwet naar enige media, volksvertegenwoordigers, overheden en organisaties in de sociale huursector als de Woonbond en Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties. Ik heb daarop diverse positieve reacties ontvangen, die integraal zijn opgenomen in de aangehaalde bijdrage op mijn website. Deze is besproken in de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BiZa) en positief beoordeeld. Omdat het om openbare stukken gaat, voeg ik de laatste reactie van de Kamercommissie bij. CommissieBiZaTweedeReactieBijdrageEvaluatieWoningwet Persoonlijke ervaringen en het onderzoek van bronnen versterkten bij mij het besef dat ik al had vanuit mijn politie-achtergrond, namelijk dat de kernbegrippen ‘Huisvesting’, ‘Veiligheid’ en ‘Zorg’, in hun samenhang steeds belangrijker worden voor burgers, in het bijzonder voor senioren en kwetsbare groepen als gehandicapten.

6.Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
Mijn echtgenote en ik wonen in een senioren appartement in de sociale huursector en ik neem bewust onze persoonlijke situatie als uitgangspunt. Ik ben 70 jaar oud en mijn echtgenote is 67. Wij kozen bewust voor een seniorenwoning in de sociale huursector (55+), om in te spelen op een toekomstige inkomensval en de directe nabijheid van voorzieningen. Vanwege de medische situatie van mijn echtgenote en inmiddels ook van mijzelf, was dat noodzakelijk. Toen wij bijna 2 decennia geleden besloten onze woning te verkopen en te verhuizen naar een gelijkvloerse woning, was in de jaren ervoor bij mijn echtgenote een diagnose gesteld die een belangrijk argument werd bij de afwegingen en keuzes die we zouden gaan maken. Op grond van kennis die je opdoet, medische diagnostiek, ervaringen van lotgenoten en prognoses van deskundigen ga je nadenken over onderwerpen als toekomstbestendig wonen, ondersteuning van thuiszorg, mantelzorg etc. Beslissingen voor de toekomst neem je in die levensfase niet lichtvaardig en naast kennis over en ervaring met de ziekte, worden die ook bepaald door behoeftes en verwachtingen. Goed nadenken over bijvoorbeeld de kosten en de financiële mogelijkheden is daarbij belangrijk. Voor zover mogelijk, want niet alles is in te schatten. Ik verbleef enige jaren als emigrant in Canada en wist dat ik zou worden gekort op de AOW. Maar onvoorziene omstandigheden speelden ook een rol. De Kredietcrisis was een mondiaal omslagpunt dat alle burgers raakte. De rente op spaargeld daalde, aandelenkoersen zakten, banken moesten met overheidssteun overeind gehouden worden, bezitters van huizen kwamen onder water te staan, pensioenen werden nauwelijks nog geïndexeerd en wellicht dreigt in de toekomst een verlaging. De zorgkosten groeiden explosief en het systeem van inkomensafhankelijke huurverhoging, werd vanuit het niets en zonder overgangstermijn geïntroduceerd. Een overhaaste beslissing zoals diverse rapporten inmiddels aantonen. Het was een belangrijk argument voor mij om een bijdrage te leveren aan de Evaluatie Woningwet en deze vervolgpublicatie te verzorgen.
Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, maatschappelijke processen als individualisering, verbeterde medische zorg en een toegenomen levensverwachting, is de behoefte om zelfstandig te blijven wonen onder ouderen toegenomen dan wel gestimuleerd. Hoewel het seniorencomplex waar wij wonen betrekkelijk oud is, zijn mijn echtgenote en ik er redelijk tevreden. De kwalificatie ‘redelijk’ kan onjuist worden uitgelegd, maar ik bedoel ermee dat door ziekte en mantelzorg de toekomstperspectieven onzeker zijn, zeker waar het mobiliteit en levensverwachting betreft. Belangrijke factoren die mede je geluk bepalen, maar niet door iedereen goed worden ingeschat. Als mantelzorger ben ik blij dat binnen 100 meter prima voorzieningen zijn, zoals twee supermarkten, een bakker, drogist, lectuurwinkel en kapper. Eerder woonden we in een luxer appartement in de vrije sector, maar de voorzieningen waren meer op afstand. Ervaring leert ons dus hoe belangrijk de omgeving is. Voor de kwieke en fitte senioren zonder mantelzorgverantwoordelijkheid, zal dit een secundaire behoefte zijn. Als de mobiliteit echter sterk afneemt en de valgevoeligheid toeneemt, vakantie en uitjes nagenoeg uit beeld zijn en er geen omvangrijk netwerk, is zijn deze voorzieningen van levensbelang. De sfeer in het wooncomplex is goed. Ik plaats daarbij wel de kanttekening dat, mede gelet op de leeftijd van de bewoners, het huurdersbestand snel wijzigt. De conclusies uit onderzoek verricht in opdracht van Aedes, dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat is merkbaar, maar volgens mij minder dan in andere regio’s. Voor dat aspect verwijs ik naar mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet. De vraag of een woning voldoet aan de geschiktheidseisen voor senioren, is een complexe vraag. Als het om de beschikbaarheid van bijvoorbeeld een lift gaat is het meetbaar. Andere aspecten zijn vaak minder evident, zoals gezondheidsaspecten en de individuele situatie. Onderzoek daarnaar is gewenst en noodzakelijk.

7.Veiligheid Gevoelsveiligheid en Overlast
Belangrijke redenen dat men kiest voor een woning met 55+ label zijn sociale contacten en veiligheid. In andere landen zijn al zogenaamde seniorensteden. Vooral het begrip ‘Gevoelsveiligheid’ is voor veel burgers belangrijk. Daarover is veel misverstand, dus het vergt enige uitleg. Als de politie en/of het CBS cijfers publiceren over daling van criminaliteit, zijn daar kanttekeningen bij te plaatsen. Het gaat bij cijfers en statistieken over geregistreerde criminaliteit, waarbij ook nog een aantal vormen van criminaliteit niet wordt meegeteld. Het sterke vermoeden bestaat dat veel criminaliteit onzichtbaar is omdat de aangiftebereidheid laag is, er onjuiste prioriteiten worden gesteld bij de handhaving en bepaalde delicten niet worden meegeteld zoals ondermijnende criminaliteit, veel cybercriminaliteit en vormen van drugscriminaliteit. Ook is er het vermoeden dat delicten niet worden geregistreerd, omdat opzet moeilijk is aan te tonen, zoals bij het groeiende aantal branden dat plaats vindt. Gevoelsveiligheid houdt in dat de burger meer onveiligheid ervaart dan statistieken en cijfers laten zien. Het is een woordspeling afgeleid van het begrip ‘gevoelstemperatuur’. Het veiligheidsgevoel wordt in negatieve zin sterk beïnvloed door het permanente bombardement met informatie, zoals filmpjes en camerabeelden bijvoorbeeld verspreid via programma’s als Opsporing Verzocht, Hart van Nederland en via dagbladen. De vaak schokkende beelden confronteren ons met het grove geweld dat wordt gebruikt bij gewelddadige overvallen en inbraken, waarvan regelmatig kwetsbare groepen zoals senioren en in mindere mate gehandicapten slachtoffer zijn. Daarbij ontkom je niet aan de indruk, dat juist de kwetsbaarheid en het gebrek aan weerbaarheid redenen zijn voor deze laffe vormen van criminaliteit. Veel senioren kiezen voor huren of kopen van een seniorenappartement, vanwege veiligheid en sociale redenen. Deze complexen krijgen dan een seniorenlabel bijvoorbeeld 55+. De praktijk leert dat ouderen minder verhuizen dan andere leeftijdsgroepen, met de kanttekening dat ‘aankomende ouderen’ (55-tot 65 jarigen) vaker verhuizen dan ouderen boven 65, in het bijzonder als ze een woning huren. De wat oudere seniorencomplexen zijn volgens een aantal deskundigen niet altijd geschikt als seniorenwoning en men wil dan ‘omlabelen’ of ‘ontlabelen’. Dat is de leeftijdsgrens verlagen of helemaal ontdoen van het label. Opvallend is dat om dat doel te bereiken ook een argument wordt gebruikt als ‘vermenging met jongere huurders is juist goed’. Een twijfelachtig argument, want als die gedachte op gaat zou dat in principe gelden voor alle seniorencomplexen. De ervaring leert dat ontdoen van het seniorenlabel grote weerstand oproept en ouderen mobiliseert. Begrijpelijk, want men heeft in de regel weldoordacht gekozen voor een seniorenwoning en opgedrongen veranderingen leiden tot grote onrust en erger. Een ander argument dat wordt aangehaald is de verhuurbaarheid. Woningen in bepaalde oudere complexen zouden niet goed in de markt liggen. Ik betwijfel of dat zo is, want er vindt door natuurlijk verloop meer doorstroming plaats. Ik kan mij overigens voorstellen dat senioren bij voorkeur in een modern complex wonen, zeker als er voorzieningen in de nabijheid zijn. Wat bij mijn weten niet goed is onderzocht, zijn de gevolgen van het systeem van Passend Toewijzen en inkomensafhankelijke huurverhoging op de doorstroming. Ik heb gesproken met senioren die graag hun huis zouden willen verkopen om door te stromen naar een seniorenwoning, maar als middeninkomens vallen ze buiten de boot. In veel regio’s zijn ook onvoldoende woningen beschikbaar en die inhaalslag wordt niet van de ene dag op de andere gemaakt. Zelf sluit ik niet uit dat op de achtergrond meespeelt dat ouderen vaak in grote huizen of appartementen wonen en corporaties, in de huidige situatie van krapte op de woningmarkt en gelet op met de gemeente gemaakte prestatieafspraken, de minder geschikte seniorencomplexen met betrekkelijk grote woningen aan andere doelgroepen zouden willen verhuren. Het is maar een gedachte. Het is van groot belang dat er zorgvuldig maar vooral open en tijdig over wordt gecommuniceerd. Geen overvaltechniek, want dat resulteert alleen in krachtige emoties als verontwaardiging, angst of woede. Een voorstel lanceren en afwachten hoe dit landt, doet geen recht aan de gevolgen van verandering van een label voor senioren. Ook overlast speelt een rol bij de keuze voor seniorenhuisvesting. Ik zal dat met een voorbeeld onderbouwen. We woonden voordat we de huidige woning betrokken in een betrekkelijke luxe seniorenappartement, dat grensde aan een park. De brievenbussen en intercom met camera bevonden zich in een voor iedereen bereikbare entreehal. Dat verliep prima, totdat hangjongeren die het park onvoldoende behaaglijk vonden de entree ontdekten als hangplek. Gevolg was overlast die erin resulteerde dat de buitendeur alleen overdag open was voor buitenstaanders, brievenbussen moeilijker bereikbaar werden en intercom en camera’s ook aan de buitenzijde van het gebouw moesten worden aangebracht. In het park werden regelmatig bankjes en tafels in brand gestoken, wat het veiligheidsgevoel van de bewoners ook niet bevorderde, vooral in de avonduren. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn webpublicatie ‘Criminaliteit en Gevoelsveiligheid’ op de pagina ‘Artikelen’ http://www.jaapspaans.nl/trends-2-criminaliteit-en-gevoelsveiligheid/ Op de agenda van de gemeenteraad van Hoogeveen stond op 24 januari 2019 het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. Op 7 februari volgt er nog een debatronde. Belangrijke onderwerpen in het IVP 2019-2022 zijn ‘Hoe men sociale overlast ervaart’ (3.2 punt 7), ‘Veiligheid voor senioren’ (3.4) en ‘De samenleving betrekken bij de prioritering van de veiligheidsvraagstukken’ (3.5). Reden voor mij om deze publicatie naar de griffie te zenden. Men wil de samenleving immers betrekken bij veiligheidsvraagstukken.

8.Ons Zorgstelsel
Nederland is demografisch aan het vergrijzen. De statistieken zijn duidelijk en dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Bij trends ligt dat anders, want dan kan er nog worden omgebogen, maar dat vereist inzicht en daadkracht. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 (6) bevat een aantal trends bij ongewijzigd beleid. Naar verwachting zal door de vergrijzing het aantal mensen met ouderdomsziekten sterk stijgen. Volgens het Trendscenario van de VTV 2018 verdubbelt het aantal mensen met dementie van 154.000 in 2015 naar 330.000 in 2040. Dit zal immense gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de eerstelijnszorg, verpleeghuiszorg en acute zorg. Ook de sociale huursector zal hiervan de gevolgen ondervinden. De geschetste trends zullen onvermijdelijk doorwerken naar andere maatschappelijke sectoren. Voortzetting van het huidige beleid zal leiden tot een verdubbeling van de zorguitgaven naar 174 miljard euro. Van alle zorgsectoren stijgen de uitgaven aan de ouderenzorg het snelst. Uiteraard kunnen er onvoorziene situaties optreden, die van invloed zijn op de trends en prognoses. Die kunnen positief uitvallen, bijvoorbeeld als de wetenschap erin slaagt ouderdomsziekten te voorkomen of genezen, maar ook negatief bijvoorbeeld bij calamiteiten die een weerslag zullen hebben op de rijksbegroting. Feit is dat de prognoses van de VTV 2018 aansluiten bij de diverse visies over de toekomst van de verzorgingsstaat. Nederland heeft een van de beste zorgsystemen ter wereld en deskundigen menen zelfs het beste. De geschetste mogelijke financiële druk op de rijksbegroting, zal onvermijdelijk leiden tot maatschappelijke spanningen. De reorganisaties en sluiting van ziekenhuizen in 2018, leidden tot massale protesten. Begrijpelijk, want onze goede zorg is een groot goed en verworvenheid. Wat ik in de discussie vaak miste, waren de conclusies op basis van door de overheid uitgevoerd onderzoek die ik hiervoor aanhaalde. In een recent televisieprogramma werden de toekomstige zorgproblemen uitvoerig belicht. Door diverse deskundigen werd verwoord dat de zorg de komende decennia anders moet worden ingericht en georganiseerd. Bij mijn weten zijn deze prognoses nog niet weerlegd. (7). Het is evident dat dit ook een enorme weerslag zal hebben op de woningmarkt en de sociale huursector in het bijzonder. De samenleving als geheel en individuele burgers kunnen aan dat omslagproces een constructieve en creatieve bijdrage leveren. In een snel globaliserende wereld zal er onvermijdelijk een herschikking komen van de rijksbegroting. De kosten van het halen van de klimaatdoelen zijn nog niet bekend, verhoging van de bijdrage aan de NAVO naar 2% zal miljarden euro’s gaan kosten, het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie zal ook gevolgen hebben voor de schatkist. Als ik aan deze bijdrage werk wordt duidelijk dat veel pensioenfondsen onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad zitten en de komende jaren zo goed als zeker moeten korten. De effecten van deze ontwikkeling zullen ook merkbaar worden in de sociale huursector. Het is goed dat burgers en senioren in het bijzonder hun stem laten horen.

Ik stel met nadruk dat deze publicatie mijn persoonlijke visie bevat en een bijdrage is aan het maatschappelijk debat dat momenteel gaande is over de kernonderwerpen die ik belichtte. Indien er feitelijke onjuistheden in staan, zou ik daar gaarne kennis van nemen, want uiteindelijk is het leven één groot leerproces.

 

Slotoverweging ter bezinning: Ondersteund door het Marshallplan en het European Recovery Program (ERP), begon de generatie die voor de oorlog was geboren aan de wederopbouw van ons land. Door hun inzet en doorzettingsvermogen werd het fundament gelegd voor de moderne verzorgingsstaat. In 1950 bedroeg de wereldbevolking 2,5 miljard mensen, in 2005 6,5 miljard en de mensheid stoomt volgens prognoses op naar ongeveer 9,5 miljard in 2050 (cijfers Wikipedia). Gestimuleerd door het gunstige economische klimaat dat ontstond en ontdekking van de Groningse gasvelden, werd in de decennia die volgden op de Wederopbouw, door de babyboomgeneratie de zorgeloze verzorgingsstaat opgetuigd. Het woord zorgeloos verdient wel een nuance, want altijd zijn er burgers geweest die de welvaartsboot misten en dat zal zo blijven. In deze publicatie heb ik getracht aan te geven dat we ons als mensheid op een omslagpunt bevinden. Talrijk is het aantal uitdagingen waarvoor de mensheid staat. Talrijk is ook het aantal onzekerheden dat ons wacht. Niet alles is maakbaar, de wetenschap heeft ook beperkingen en het Centraal Plan Bureau kan niet alles doorrekenen vanwege de complexiteit en de grensoverschrijdende aspecten van de uitdagingen die ons wachten. Factoren als menselijk egoïsme en eigenbelang, blijken in de praktijk vaak duurzame en rechtvaardige oplossingen in de weg te staan. Dan kom je terecht bij de ethische en levensbeschouwelijke aspecten. Het is goed om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en aan zelfonderzoek te doen. Alleen door een gezamenlijke inspanning en optimale communicatie kan de verzorgingsstaat overeind blijven!

9.Bronnen:
1.’Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, hoofdstuk 9 onder 9.2. M.J. de Jong en R. van Schoonhoven. Uitgave Spectrum / Aula, 1992.
2.’De verzorgingsstaat herwogen’. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Amsterdam University Press, hoofdstuk 3 Globalisering en de verzorgingsstaat. Amsterdam 2006.
3.’Christenen en de welvaartsmaatschappij’ 1996 en ‘Een Golf van Geweld’ 1999. Jaap Spaans. Eerste exemplaar uitgereikt aan burgemeester Deetman van Den Haag.
4. ‘Noorwegen leert van ‘Nederlandse ziekte: Noors oliefonds tikt 1 biljoen dollar aan’. De Volkskrant online, 22/8/2017.
5. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord. Persbericht CPB, 22/1/2019 en ‘Wereldhandelsmonitor’ met Wereldwijde ontwikkelingen in internationale handel en industriële productie. CPB, november 2018:
6.Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, onderwerpen ‘Ouderdomsziekten’ en ‘Zorguitgaven’. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
7.’Ouderenzorg. De taboes op tafel’. Avro/Tros, 21/1/2019.

Overige geraadpleegde bronnen:
‘Monitor Investeren in de toekomst. Ouderen en langer zelfstandig wonen’. Eindrapport 18/4/2017. Rigo, In Fact, Q Delft. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
–World Economic Forum ‘The Global Risks Report 2018 13th Edition’.
–‘Op weg naar een Weerbare Open Samenleving’. Studie in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Utrecht, November 2018. Diverse auteurs.
–‘Verhuurbaarheid seniorenwoningen. Publieksversie’. Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg Auteur Henk Nouws. April 2015.
–Integraal Veiligheids Plan 2019-2022 van de gemeente Hoogeveen (komt nog in debat in de gemeenteraad) onder 3.2 punt 7: ‘Van de inwoners van Hoogeveen ervaart 8% veel sociale overlast in 2017. De overlast bestaat dan uit rondhangende jongeren, drugsgebruik of drugshandel en dronken mensen op straat.
–‘Er blijft geen mantelzorger over’. Trouw, 9/1/2019.
–Persbericht woningcorporatie Woonconcept. ’Woonconcept zet veiligheid voorop’.

10. Foto’s/Illustraties: Jaap Spaans m.u.v. © Omslag ‘De Verzorgingsstaat herwogen’: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Rechten foto gebouw van De Nederlandse Bank, © DNB. Gebruik EU-logo is onder voorwaarden vrij en toegestaan.

-TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid

Het is aan te bevelen om voor het lezen van onderstaande publicatie 2 columns te lezen die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad en de Justitiekrant AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999 en  RecensiesPublicatiesGeweldsboek1999Justitiekrant

Op 17 januari 2019 publiceerde de Politie een nieuwsbericht met cijfers over dalende criminaliteit, die een positieve invloed zouden hebben op het veiligheidsgevoel van burgers. Opvallend was de kanttekening die in het nieuwsbericht werd geplaats over de zogenaamd ‘onzichtbare criminaliteit’. Criminaliteit die wel plaats vindt maar dus niet wordt geregistreerd. Die nuance voedt bij mij de twijfel over dat groeiende gevoel van veiligheid, dat gebaseerd is op cijfers over geregistreerde criminaliteit. Ik vang juist veel signalen op van burgers, die vinden dat er in ons land sprake is van een handhavingstekort en die zich juist minder veilig zijn gaan voelen (1). Ligt de waarheid misschien in het midden?

Handhavingstekort
Rechtshandhaving is zo’n breed begrip, dat het onmogelijk is alle facetten in één publicatie te belichten. Daarom beperk ik mij tot de vraag of er een handhavingstekort is en hoe het is gesteld met de veiligheid. Regelmatig vertolken de media de mening van burgers, dat er in bepaalde sectoren in ons land onvoldoende toezicht is op de naleving van wetten. Een zorgelijke ontwikkeling die de rechtsstaat kan ondermijnen. Overheidsbezuinigingen, de privatisering van inspectiediensten en de reorganisatie bij de politie zijn enige factoren die kunnen bijdragen aan een handhavingstekort. Maar ook externe, vaak grensoverschrijdende oorzaken, kunnen een rol spelen zoals georganiseerde misdaad, terreurdreiging, demografische veranderingen, migratie en cybercriminaliteit. In onze snel digitaliserende en complexer wordende samenleving, leert de praktijk dat cyberdelicten die worden gepleegd vanuit het buitenland, moeilijk zijn op te sporen en te vervolgen en veel tijd, geld en energie vergen. De opsporing vereist specialistische kennis en beschikbaarheid van goede middelen. Daarnaast is optimale communicatie en afstemming met buitenlandse diensten en overheden cruciaal. In deze en de volgende publicatie beperk ik mij tot criminaliteit die te maken heeft met veiligheid zoals geweldsdelicten, overlast en vandalisme en dan met name als die is gericht op kwetsbare groepen als gehandicapten, kinderen en ouderen. Die afbakening is noodzakelijk omdat ‘veiligheid’ een breed begrip is. Sociale veiligheid is wat anders dan voedselveiligheid, verkeersveiligheid of veiligheid in de zorg. Deze begrippen kunnen elkaar wel overlappen. Aan het handhavingstekort in het kader van bijzondere wetten wijd ik in de toekomst een afzonderlijke publicatie. Na mijn politietijd werkte ik vele jaren voor een inspectiedienst, maar die handhavingssector is door privatisering en reorganisaties zo veranderd, dat een speciale publicatie gewenst is.

Wat is Veiligheid?
Veiligheid is een relatief begrip. Er bestaan veel definities variërend van ‘afwezigheid van gevaar of risico’s’ tot ‘bescherming’, ‘zekerheid’. Een allesomvattende definitie is er bij mijn weten niet. Veiligheid hangt ook af van iemands persoonlijke situatie en beleving. Als vanuit de politie, justitie of het CBS een persbericht wordt gelanceerd dat Nederland veiliger geworden is, wordt in de regel bedoeld dat er sprake is van minder (geregistreerde) criminaliteit. Ik plaats vanuit mijn achtergrond en ervaring kanttekeningen bij dergelijke cijfers, die vaak klakkeloos worden overgenomen door media. Neem bijvoorbeeld de volgende citaten uit een persbericht van het CBS: ‘De geregistreerde criminaliteit is in 2016 opnieuw gedaald: er werden door de politie minder misdrijven geregistreerd en minder verdachten aangehouden dan het jaar ervoor. Deze daling werkt door in nagenoeg de hele strafrechtelijke keten, waar onder andere politie, Openbaar Ministerie en De Rechtspraak toe behoren’ (citaat) . Verderop in de tekst volgt ook hier de nuance. ‘Een belangrijk deel van de omvang van de criminaliteit blijft buiten het beeld van de huidige registraties. Zo is de aangiftebereidheid laag, wordt maar een klein deel van de cybercriminaliteit meegeteld en wordt in de slachtofferenquêtes alleen gevraagd naar veel voorkomende vormen van (cyber)criminaliteit. Verder laat ondermijning zich nog niet vertalen in cijfers. Het gaat vaak om slachtofferloze delicten’ (citaat). Er wordt voor de nuance wel bij vermeld, dat het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) momenteel onderzoek laat verrichten naar dit fenomeen (2). Zelf denk ik dat de huidige geregistreerde gegevens niet representatief zijn voor de feitelijke maatschappelijke situatie. In de tijd dat ik in de zeventiger jaren werkzaam was bij de surveillancedienst van een politiekorps, was de aangiftebereidheid groter dan nu. Probleem is dat er onvoldoende zicht is op datgene wat buiten de registraties valt, door de politie aangeduid als ‘onzichtbare criminaliteit’. Aangetoond is dat de politie onderbezet is, prioriteiten moet stellen en dat dit een van de redenen is dat veel aangiftes niet worden opgenomen of dat door het systeem ontmoedigde slachtoffers afzien van het doen van aangifte. Dat geldt bijvoorbeeld voor huiselijk geweld, ernstige vormen van overlast, bepaalde vormen van diefstal, cybercriminaliteit etc.. Ik denk dat de criminaliteitscijfers beduidend hoger liggen dan de statistieken uitwijzen, maar ook dat er een sterke groei is van ernstige criminaliteit waarmee we dagelijks via de media worden geconfronteerd. Misdrijven als liquidaties, gewapende overvallen, diefstal onder verzwarende omstandigheden hebben een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers. Met name met betrekking tot kwetsbare groepen burgers is er een ander belangrijk aspect dat vaak onvoldoende wordt meegewogen: ‘GEVOELSVEILIGHEID’. Reden genoeg om dat begrip nader te belichten.

Foto: Cameraopstelling bij een winkelcentrum 

Gevoelsveiligheid
Het begrip gevoelsveiligheid is een woordspeling op het woord ‘gevoelstemperatuur’, dat bijvoorbeeld aangeeft dat het voor het gevoel kouder is dan de thermometer aangeeft. Bij gevoelsveiligheid ervaren burgers, dat het onveiliger is in de samenleving dan de geregistreerde feiten aangeven. Bij temperatuurmetingen kun je nog stellen dat die gebaseerd zijn op (geijkte) apparatuur. Bij registraties die met veiligheid en criminaliteit te maken hebben is, gelet op de criminele cijfers die in de statistieken buiten beschouwing zijn gelaten, sprake van een leemte bij de registratie. Om dit te veranderen is effectievere registratie noodzakelijk, maar nog belangrijker is dat drempels die van invloed zijn op de aangiftebereidheid worden verlaagd. Uit signalen die ik vanuit de omgeving opvang en berichtgeving in de media, durf ik de conclusie te trekken dat de gevoelsveiligheid afneemt. Onlangs las ik een publicatie in een dagblad, waaruit euforie sprak over de afname van de geregistreerde criminaliteit. Toen ik de bewuste krant doornam op slecht nieuws zoals criminaliteit, bleek dat van een euforie nauwelijks sprake kon zijn vanwege de overdaad aan slecht nieuws in hetzelfde dagblad, onder andere over criminaliteit en veiligheid. Op 11 en 12 januari 2019 nam ik de proef op de som en bestudeerde een lokale en regionale krant op nieuws in relatie tot veiligheid en criminaliteit. Regionale media hebben vaak een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers, omdat het zich afspeelt in de directe leefomgeving. Ik las onder andere: ‘Een onder verdachte omstandigheden uitgebrande taxi’, ‘Een containerbrand die oversloeg zonder dat de oorzaak bekend is’, ‘ Verkopers van een energiebedrijf die langs de deuren gaan om via misleidende informatie contracten af te sluiten’, ‘Verlenging van de GGZ Spoedpoli voor opvang van verwarde personen die een risico vormen voor de omgeving’, ‘Bestelling van dure horloges bij onlineshoppen, door iemand die identiteitsfraude pleegde’. Het is slechts een kleine greep uit het vele slechte nieuws die dag. Enige dagen later werd met het slachtoffer van de containerbrand een uitgebreid interview gehouden. Daarin worden de schrijnende gevolgen beschreven, zoals veel materiele schade en het feit dat ze nog leven danken zij een buurvrouw die door de brand wakker werd en hen tijdig kon waarschuwen (3). In televisieprogramma’s als het Journaal, Opsporing Verzocht en Hart van Nederland worden burgers dagelijks geconfronteerd met indringende beelden en filmpjes over zware criminaliteit zoals straatroof met ernstige mishandeling, brandstichting en laffe overvallen op bejaarden in hun woning en gehandicapten. Delicten waarbij kwetsbare burgers niet worden gespaard. Integendeel, zij vormen vaak juist een doelwit vanwege hun gebrek aan weerbaarheid. Dergelijke indringende beelden roepen veel woede en emoties op en kunnen het veiligheidsgevoel sterk beïnvloeden. Ook agressie en geweld tegen handhavers en hulpverleners is een snel toenemend maatschappelijk probleem. Hoe hoog emoties kunnen oplopen bleek in dat verband wel uit de uitspraak van premier Rutte, dat hij de raddraaiers die hulpverleners belagen ‘het liefst allemaal persoonlijk in elkaar zou slaan’. Een begrijpelijke emotie, maar een premier kan dergelijke uitspraken beter mijden. Een handhavingstekort ontstaat immers mede door overheidsbeleid als reorganisaties en bezuinigingen. Van een premier mag je verwachten dat hij weet dat het spelen van eigen rechter grote juridische problemen kan opleveren voor betrokkenen. De rechter zal achteraf immers per geval en situatie beoordelen of er sprake is van noodweer (Artikel 41 Wetboek van Strafrecht).  In mijn boek Een Golf van Geweld (4) heb ik de emoties die er kunnen zijn na ernstige geweldsdelicten beschreven. Ik heb er tevens aandacht aan besteed in twee publicaties in het Algemeen Politieblad en De Justitiekrant (5).

Leefbaarheid wijken onder druk
Deze publicatie is de inleiding op een publicatie op mijn website over de leefbaarheid in de sociale huursector, waarin ik heb toegezegd mij te verdiepen in de veiligheidssituatie van burgers als kwetsbare ouderen en gehandicapten (6). Gevoelsveiligheid speelt daarbij een cruciale rol. Waarom kiezen mensen met een beperking of kwetsbare senioren voor een rustige dan wel beschermde woonvorm. Veiligheid is daarbij een belangrijke factor. In vervolgpublicaties zal ik aandacht besteden aan de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van criminaliteit, maar ook aan onderwerpen als ‘het geweldsmonopolie van de overheid’ en ‘de invloed van groepsdynamiek op overlast en criminaliteit’.

Foto’s: Jaap Spaans. Tijdens mijn politiewerk in de Randstad (1974), aantal mobiele cameraopstellingen neemt snel toe en dat is kennelijk nodig, hulpverlening tijdens 112-dag Hoogeveen, uitreiking van mijn boek ‘Een Golf .van Geweld aan de Haagse burgemeester Deetman (1999). 

Bronnen
1.’Misdaadcijfers verder gedaald’. Nieuwsbericht op Politie.nl, 18/1/2019
2.’Verdere daling geregistreerde misdrijven en verdachten’. Nieuwsbericht Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 9/10/2017. Criminaliteit en rechtshandhaving 2017. Cahier 218-19, pagina 9 onder 1.2 Kanttekening bij de duiding van de cijfers. Gezamenlijke uitgave van het WODC, CBS en De Rechtsspraak. ‘Onafhankelijk WODC geen prioriteit’. NRC.nl, 15/1/2019.
3.’We hadden een engel op onze schouder’. De Hoogeveensche Courant, 16/1/2019.
4.’Een golf van geweld’. Jaap Spaans, 1999. Eerste exemplaar uitgereikt aan de toenmalige burgemeester van Den Haag dhr. Deetman.
5.‘Geweld’. Gastcolumn Algemeen Politieblad, maart 1999. ‘Effectieve aanpak geweld vraagt om speciale staatssecretaris’. Publicatie Justitiekrant 19 maart 1999. Opiniestuk ‘Gevoelsveiligheid’, Jaap Spaans. Het Zoeklicht, 88e jaargang nummer 9.
6.‘TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector’. Website Jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’.