Artikelen

TRENDS 3: ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’

Deze publicatie is in delen opgesplitst, die afzonderlijk kunnen worden gelezen                                                                                             

1. Inleiding                                                                                                                                                                                       
2. Maatschappelijke situatie anno 2019
3. De Zorgeloze Verzorgingsstaat
4. De Hollandse Ziekte
5. Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg                                  
6. Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
7. Veiligheid, Gevoelsveiligheid en Overlast
8. Ons Zorgstelsel
9. Bronnen
10. Foto’s/Illustraties ©

1.Inleiding                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Deze publicatie is een vervolg op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet die ik in december 2018 heb gepubliceerd, gevolgd door een publicatie over ‘Gevoelsveiligheid’, beiden te vinden op mijn website www.jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’. De afgelopen jaren ben ik door ervaring en oriëntatie op ontwikkelingen in de samenleving, tot de conclusie gekomen dat belangrijke maatschappelijke onderwerpen als huisvesting, zorg en criminaliteit steeds meer met elkaar verstrengeld raken en vanuit een brede zelfs mondiale maatschappelijke context moeten worden geanalyseerd en beoordeeld. Globalisering en mondiale problemen als de migratiepolitiek of het halen van klimaatdoelen, hebben immers een directe weerslag op ons land, onze stad, straat of woonwijk. Dit is de derde publicatie in een serie over maatschappelijke trends, waarin drie kernonderwerpen aan de orde komen die mij als huurder van een seniorenwoning in de sociale huursector persoonlijk raken, namelijk ‘De sociale huursector en leefbaarheid’, ‘Criminaliteit en veiligheid’ en ‘Betaalbaarheid van ons zorgstelsel in de toekomst’. Over deze onderwerpen is veel onderzoek verricht en zijn talloze rapporten en studies gepubliceerd. Ik heb een deel ervan voor zover mogelijk bestudeerd, maar stel met nadruk dat deze publicatie is opgesteld vanuit een persoonlijke invalshoek. Wel heb ik op grond van persoonlijke contacten, jarenlange correspondentie en verwerkte informatie de overtuiging dat mijn situatie representatief is voor die van veel burgers. Ik heb gekozen voor de kop ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ omdat ik denk dat de huidige verzorgingsstaat onder zware druk staat en zich op een kantelmoment bevindt. Los van persoonlijke belangen, kunt u deze publicatie tevens beschouwen als een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de drie vermelde kernonderwerpen.

2.Maatschappelijke situatie anno 2019
Nederland is een verzorgingsstaat en dat betekent dat de staat sociale zekerheid biedt aan kwetsbare burgers die, tijdelijk of permanent, niet in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. HET IS GOED TOEVEN IN NEDERLAND. We hebben een van de beste zorgstelsels ter wereld en volgens deskundigen zelfs het beste. Wie niet in staat is te participeren op de arbeidsmarkt of als ondernemer, heeft recht op een uitkering. Ouderen hebben, afhankelijk van het aantal jaren dat ze in Nederland woonden, recht op een ouderdomsuitkering en afhankelijk van iemands arbeidsverleden, recht op een aanvullend pensioen. Maar de huidige dynamiek in onze snel veranderende samenleving roept bij velen onzekerheid op. De directeur van De Nederlandse Bank (DNB) Klaas Knot, zei op 27 januari 2019 in het televisieprogramma Buitenhof over de schokbestendigheid van onze economie ‘De wereld is onzeker en aan onzekerheden kunnen we weinig doen’. In Buitenhof kwam ook naar voren, dat de jaren van onstuimige economische groei voorbij lijken en de eerste tekenen van terugval zichtbaar zijn. Het kantelmoment waar we volgens mij thans voor staan komt niet onverwachts, maar is decennia geleden al aangekondigd.

3.De Zorgeloze Verzorgingsstaat
In het in 1992 uitgegeven boek ‘Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, geven de auteurs een ruwe schets van ‘de verzorgingsstaat van morgen’. Met een vooruitziende blik besteedden ze toen al aandacht aan het anno 2019 niet meer weg te denken begrip ‘arbeidsparticipatie’. Ons sociale zekerheidsstelsel wordt in het boek grondig geanalyseerd maar ook mogelijke effecten voor de langere termijn, zoals betaalbaarheid van het systeem. Zij pleiten voor een grondige versobering van voorzieningen en verzekeringen, waarbij zelfs ingrepen in de AOW zoals verlaging, niet worden uitgesloten. Wel wordt er de kanttekening bij geplaatst dat dit zo gevoelig ligt in de samenleving, dat eventuele toekomstige ingrepen zeer veel tijd en overredingskracht zullen vergen (1). Vijftien jaar later volgt er opnieuw een goede onderbouwde analyse van de verzorgingsstaat, in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR zie omslag bovenaan en bronnen). Ondanks de vele conclusies en waarschuwingen, leert de praktijk dat ondanks talrijke onderzoeken en publicaties, de overheid er maar niet in slaagt de verzorgingsstaat toekomstbestendig te maken. Onze overheid doet wel haar best in vergelijking met veel andere landen, maar de weerstand tegen ingrijpende maatregelen is groot. Goed voorbeeld is de (begrijpelijke) commotie rond het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.  Een cruciale en thans actuele vraag die in het WRR-rapport naar voren kwam en mij aansprak, was wat een globaliserende wereldorde betekent voor de verzorgingsstaat? (2). Op een in hoog tempo veranderend wereldtoneel met grote machtsverschuivingen, in combinatie met de groeiende invloed van de (sociale) media, kan niemand meer om de uitdagingen van globalisering heen. Het is mij opgevallen dat er veel boeken zijn gepubliceerd over de verzorgingsstaat. Zelf publiceerde ik in de jaren negentig mijn boeken Christenen en de Welvaartsmaatschappij en Een Golf van Geweld, waarin ik vanuit ethiek en levensbeschouwing aandacht besteed aan onderwerpen als globalisering, digitalisering, overconsumptie, het milieu, migratie, onvoorziene situaties, (gewelds)criminaliteit, rentmeesterschap en egoïsme (3).

4.De Hollandse Ziekte
Er is een aantal redenen dat herijking van onze verzorgingsstaat gewenst is. Ontdekking door de NAM op 29 mei 1959 van de gasbel van Slochteren, was een belangrijke impuls voor het optuigen van een zorgeloze verzorgingsstaat. De ene na de andere sociale wet werd aangenomen en leidde tot onze verzorgingsstaat, een sociaal paradijs. Laat ik duidelijk stellen dat dit voor velen, inclusief mijn gezin, een zegen was en reden voor dankbaarheid. Er waren echter ook kritische geluiden. Overbesteding in plaats van spaarzaamheid, zou een op termijn onbetaalbaar systeem creëren. Een overdreven sociaal vangnet, zou een negatieve invloed hebben op de zelfredzaamheid en verlammend kunnen werken op het initiatief van burgers. Door de harde gulden, mede als gevolg van de hoge aardgasbaten, nam de druk op de export toe. In de media verschenen zelfs berichten over de Hollandse Ziekte. Niet geheel ten onrechte zou later blijken, want dit verschijnsel was voor de Noorse overheid zelfs de aanleiding om anders om te gaan met de immense gasvoorraden die daar werden ontdekt.  De Nederlandse situatie was voor de Noren de reden energie inkomsten op te potten in een fonds, in plaats van uit te geven en de consumptie te stimuleren (4). De wereld staat voor grote uitdagingen met veel onzekerheden. Het halen van klimaatdoelen, een dreigende handelsoorlog, de gevolgen van een Brexit, begrotingsperikelen en onzekerheid rond Eurostaat Italië en de toegezegde verhoging van de bijdrage aan de NAVO, zullen in ons land onvermijdelijk gevolgen hebben voor de verzorgingsstaat. Tevens lopen we het risico van een nieuwe huizenbubbel bijvoorbeeld als de rente stijgt. De geopolitieke situatie is op veel plaatsen zorgelijk en kan zomaar uitmonden in een groot conflict. Veel onzekerheden dus, zoals DNB-directeur Knot schetste (zie foto DNB-kantoor). Het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie die momenteel plaats vindt, zullen bij ons land harder aankomen dan in andere landen. Er zijn ook al duidelijke signalen dat de wereldeconomie aan het afkoelen is en het is de vraag of de klimaatdoelen worden gehaald. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB), presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord (5). Belangrijk, want de media belichten de klimaatdoelen uitgebreid, maar niemand weet precies wat de kosten zijn en dus de effecten op onze economie. Ook de groeiende tweedeling in de samenleving zal aan de orde moeten komen. De opkomst van het populisme, gele-hesjes-protesten en kinderen die massaal de straat opgaan voor de klimaatdoelen, kunnen alleen met open en integere communicatie en goed beleid worden beantwoord.

5.Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg
In december 2018 zond ik mijn persoonlijke bijdrage aan de Evaluatie Woningwet naar enige media, volksvertegenwoordigers, overheden en organisaties in de sociale huursector als de Woonbond en Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties. Ik heb daarop diverse positieve reacties ontvangen, die integraal zijn opgenomen in de aangehaalde bijdrage op mijn website. Deze is besproken in de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BiZa) en positief beoordeeld. Omdat het om openbare stukken gaat, voeg ik de laatste reactie van de Kamercommissie bij. CommissieBiZaTweedeReactieBijdrageEvaluatieWoningwet Persoonlijke ervaringen en het onderzoek van bronnen versterkten bij mij het besef dat ik al had vanuit mijn politie-achtergrond, namelijk dat de kernbegrippen ‘Huisvesting’, ‘Veiligheid’ en ‘Zorg’, in hun samenhang steeds belangrijker worden voor burgers, in het bijzonder voor senioren en kwetsbare groepen als gehandicapten.

6.Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
Mijn echtgenote en ik wonen in een senioren appartement in de sociale huursector en ik neem bewust onze persoonlijke situatie als uitgangspunt. Ik ben 70 jaar oud en mijn echtgenote is 67. Wij kozen bewust voor een seniorenwoning in de sociale huursector (55+), om in te spelen op een toekomstige inkomensval en de directe nabijheid van voorzieningen. Vanwege de medische situatie van mijn echtgenote en inmiddels ook van mijzelf, was dat noodzakelijk. Toen wij bijna 2 decennia geleden besloten onze woning te verkopen en te verhuizen naar een gelijkvloerse woning, was in de jaren ervoor bij mijn echtgenote een diagnose gesteld die een belangrijk argument werd bij de afwegingen en keuzes die we zouden gaan maken. Op grond van kennis die je opdoet, medische diagnostiek, ervaringen van lotgenoten en prognoses van deskundigen ga je nadenken over onderwerpen als toekomstbestendig wonen, ondersteuning van thuiszorg, mantelzorg etc. Beslissingen voor de toekomst neem je in die levensfase niet lichtvaardig en naast kennis over en ervaring met de ziekte, worden die ook bepaald door behoeftes en verwachtingen. Goed nadenken over bijvoorbeeld de kosten en de financiële mogelijkheden is daarbij belangrijk. Voor zover mogelijk, want niet alles is in te schatten. Ik verbleef enige jaren als emigrant in Canada en wist dat ik zou worden gekort op de AOW. Maar onvoorziene omstandigheden speelden ook een rol. De Kredietcrisis was een mondiaal omslagpunt dat alle burgers raakte. De rente op spaargeld daalde, aandelenkoersen zakten, banken moesten met overheidssteun overeind gehouden worden, bezitters van huizen kwamen onder water te staan, pensioenen werden nauwelijks nog geïndexeerd en wellicht dreigt in de toekomst een verlaging. De zorgkosten groeiden explosief en het systeem van inkomensafhankelijke huurverhoging, werd vanuit het niets en zonder overgangstermijn geïntroduceerd. Een overhaaste beslissing zoals diverse rapporten inmiddels aantonen. Het was een belangrijk argument voor mij om een bijdrage te leveren aan de Evaluatie Woningwet en deze vervolgpublicatie te verzorgen.
Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, maatschappelijke processen als individualisering, verbeterde medische zorg en een toegenomen levensverwachting, is de behoefte om zelfstandig te blijven wonen onder ouderen toegenomen dan wel gestimuleerd. Hoewel het seniorencomplex waar wij wonen betrekkelijk oud is, zijn mijn echtgenote en ik er redelijk tevreden. De kwalificatie ‘redelijk’ kan onjuist worden uitgelegd, maar ik bedoel ermee dat door ziekte en mantelzorg de toekomstperspectieven onzeker zijn, zeker waar het mobiliteit en levensverwachting betreft. Belangrijke factoren die mede je geluk bepalen, maar niet door iedereen goed worden ingeschat. Als mantelzorger ben ik blij dat binnen 100 meter prima voorzieningen zijn, zoals twee supermarkten, een bakker, drogist, lectuurwinkel en kapper. Eerder woonden we in een luxer appartement in de vrije sector, maar de voorzieningen waren meer op afstand. Ervaring leert ons dus hoe belangrijk de omgeving is. Voor de kwieke en fitte senioren zonder mantelzorgverantwoordelijkheid, zal dit een secundaire behoefte zijn. Als de mobiliteit echter sterk afneemt en de valgevoeligheid toeneemt, vakantie en uitjes nagenoeg uit beeld zijn en er geen omvangrijk netwerk, is zijn deze voorzieningen van levensbelang. De sfeer in het wooncomplex is goed. Ik plaats daarbij wel de kanttekening dat, mede gelet op de leeftijd van de bewoners, het huurdersbestand snel wijzigt. De conclusies uit onderzoek verricht in opdracht van Aedes, dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat is merkbaar, maar volgens mij minder dan in andere regio’s. Voor dat aspect verwijs ik naar mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet. De vraag of een woning voldoet aan de geschiktheidseisen voor senioren, is een complexe vraag. Als het om de beschikbaarheid van bijvoorbeeld een lift gaat is het meetbaar. Andere aspecten zijn vaak minder evident, zoals gezondheidsaspecten en de individuele situatie. Onderzoek daarnaar is gewenst en noodzakelijk.

7.Veiligheid Gevoelsveiligheid en Overlast
Belangrijke redenen dat men kiest voor een woning met 55+ label zijn sociale contacten en veiligheid. In andere landen zijn al zogenaamde seniorensteden. Vooral het begrip ‘Gevoelsveiligheid’ is voor veel burgers belangrijk. Daarover is veel misverstand, dus het vergt enige uitleg. Als de politie en/of het CBS cijfers publiceren over daling van criminaliteit, zijn daar kanttekeningen bij te plaatsen. Het gaat bij cijfers en statistieken over geregistreerde criminaliteit, waarbij ook nog een aantal vormen van criminaliteit niet wordt meegeteld. Het sterke vermoeden bestaat dat veel criminaliteit onzichtbaar is omdat de aangiftebereidheid laag is, er onjuiste prioriteiten worden gesteld bij de handhaving en bepaalde delicten niet worden meegeteld zoals ondermijnende criminaliteit, veel cybercriminaliteit en vormen van drugscriminaliteit. Ook is er het vermoeden dat delicten niet worden geregistreerd, omdat opzet moeilijk is aan te tonen, zoals bij het groeiende aantal branden dat plaats vindt. Gevoelsveiligheid houdt in dat de burger meer onveiligheid ervaart dan statistieken en cijfers laten zien. Het is een woordspeling afgeleid van het begrip ‘gevoelstemperatuur’. Het veiligheidsgevoel wordt in negatieve zin sterk beïnvloed door het permanente bombardement met informatie, zoals filmpjes en camerabeelden bijvoorbeeld verspreid via programma’s als Opsporing Verzocht, Hart van Nederland en via dagbladen. De vaak schokkende beelden confronteren ons met het grove geweld dat wordt gebruikt bij gewelddadige overvallen en inbraken, waarvan regelmatig kwetsbare groepen zoals senioren en in mindere mate gehandicapten slachtoffer zijn. Daarbij ontkom je niet aan de indruk, dat juist de kwetsbaarheid en het gebrek aan weerbaarheid redenen zijn voor deze laffe vormen van criminaliteit. Veel senioren kiezen voor huren of kopen van een seniorenappartement, vanwege veiligheid en sociale redenen. Deze complexen krijgen dan een seniorenlabel bijvoorbeeld 55+. De praktijk leert dat ouderen minder verhuizen dan andere leeftijdsgroepen, met de kanttekening dat ‘aankomende ouderen’ (55-tot 65 jarigen) vaker verhuizen dan ouderen boven 65, in het bijzonder als ze een woning huren. De wat oudere seniorencomplexen zijn volgens een aantal deskundigen niet altijd geschikt als seniorenwoning en men wil dan ‘omlabelen’ of ‘ontlabelen’. Dat is de leeftijdsgrens verlagen of helemaal ontdoen van het label. Opvallend is dat om dat doel te bereiken ook een argument wordt gebruikt als ‘vermenging met jongere huurders is juist goed’. Een twijfelachtig argument, want als die gedachte op gaat zou dat in principe gelden voor alle seniorencomplexen. De ervaring leert dat ontdoen van het seniorenlabel grote weerstand oproept en ouderen mobiliseert. Begrijpelijk, want men heeft in de regel weldoordacht gekozen voor een seniorenwoning en opgedrongen veranderingen leiden tot grote onrust en erger. Een ander argument dat wordt aangehaald is de verhuurbaarheid. Woningen in bepaalde oudere complexen zouden niet goed in de markt liggen. Ik betwijfel of dat zo is, want er vindt door natuurlijk verloop meer doorstroming plaats. Ik kan mij overigens voorstellen dat senioren bij voorkeur in een modern complex wonen, zeker als er voorzieningen in de nabijheid zijn. Wat bij mijn weten niet goed is onderzocht, zijn de gevolgen van het systeem van Passend Toewijzen en inkomensafhankelijke huurverhoging op de doorstroming. Ik heb gesproken met senioren die graag hun huis zouden willen verkopen om door te stromen naar een seniorenwoning, maar als middeninkomens vallen ze buiten de boot. In veel regio’s zijn ook onvoldoende woningen beschikbaar en die inhaalslag wordt niet van de ene dag op de andere gemaakt. Zelf sluit ik niet uit dat op de achtergrond meespeelt dat ouderen vaak in grote huizen of appartementen wonen en corporaties, in de huidige situatie van krapte op de woningmarkt en gelet op met de gemeente gemaakte prestatieafspraken, de minder geschikte seniorencomplexen met betrekkelijk grote woningen aan andere doelgroepen zouden willen verhuren. Het is maar een gedachte. Het is van groot belang dat er zorgvuldig maar vooral open en tijdig over wordt gecommuniceerd. Geen overvaltechniek, want dat resulteert alleen in krachtige emoties als verontwaardiging, angst of woede. Een voorstel lanceren en afwachten hoe dit landt, doet geen recht aan de gevolgen van verandering van een label voor senioren. Ook overlast speelt een rol bij de keuze voor seniorenhuisvesting. Ik zal dat met een voorbeeld onderbouwen. We woonden voordat we de huidige woning betrokken in een betrekkelijke luxe seniorenappartement, dat grensde aan een park. De brievenbussen en intercom met camera bevonden zich in een voor iedereen bereikbare entreehal. Dat verliep prima, totdat hangjongeren die het park onvoldoende behaaglijk vonden de entree ontdekten als hangplek. Gevolg was overlast die erin resulteerde dat de buitendeur alleen overdag open was voor buitenstaanders, brievenbussen moeilijker bereikbaar werden en intercom en camera’s ook aan de buitenzijde van het gebouw moesten worden aangebracht. In het park werden regelmatig bankjes en tafels in brand gestoken, wat het veiligheidsgevoel van de bewoners ook niet bevorderde, vooral in de avonduren. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn webpublicatie ‘Criminaliteit en Gevoelsveiligheid’ op de pagina ‘Artikelen’ http://www.jaapspaans.nl/trends-2-criminaliteit-en-gevoelsveiligheid/ Op de agenda van de gemeenteraad van Hoogeveen stond op 24 januari 2019 het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. Op 7 februari volgt er nog een debatronde. Belangrijke onderwerpen in het IVP 2019-2022 zijn ‘Hoe men sociale overlast ervaart’ (3.2 punt 7), ‘Veiligheid voor senioren’ (3.4) en ‘De samenleving betrekken bij de prioritering van de veiligheidsvraagstukken’ (3.5). Reden voor mij om deze publicatie naar de griffie te zenden. Men wil de samenleving immers betrekken bij veiligheidsvraagstukken.

8.Ons Zorgstelsel
Nederland is demografisch aan het vergrijzen. De statistieken zijn duidelijk en dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Bij trends ligt dat anders, want dan kan er nog worden omgebogen, maar dat vereist inzicht en daadkracht. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 (6) bevat een aantal trends bij ongewijzigd beleid. Naar verwachting zal door de vergrijzing het aantal mensen met ouderdomsziekten sterk stijgen. Volgens het Trendscenario van de VTV 2018 verdubbelt het aantal mensen met dementie van 154.000 in 2015 naar 330.000 in 2040. Dit zal immense gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de eerstelijnszorg, verpleeghuiszorg en acute zorg. Ook de sociale huursector zal hiervan de gevolgen ondervinden. De geschetste trends zullen onvermijdelijk doorwerken naar andere maatschappelijke sectoren. Voortzetting van het huidige beleid zal leiden tot een verdubbeling van de zorguitgaven naar 174 miljard euro. Van alle zorgsectoren stijgen de uitgaven aan de ouderenzorg het snelst. Uiteraard kunnen er onvoorziene situaties optreden, die van invloed zijn op de trends en prognoses. Die kunnen positief uitvallen, bijvoorbeeld als de wetenschap erin slaagt ouderdomsziekten te voorkomen of genezen, maar ook negatief bijvoorbeeld bij calamiteiten die een weerslag zullen hebben op de rijksbegroting. Feit is dat de prognoses van de VTV 2018 aansluiten bij de diverse visies over de toekomst van de verzorgingsstaat. Nederland heeft een van de beste zorgsystemen ter wereld en deskundigen menen zelfs het beste. De geschetste mogelijke financiële druk op de rijksbegroting, zal onvermijdelijk leiden tot maatschappelijke spanningen. De reorganisaties en sluiting van ziekenhuizen in 2018, leidden tot massale protesten. Begrijpelijk, want onze goede zorg is een groot goed en verworvenheid. Wat ik in de discussie vaak miste, waren de conclusies op basis van door de overheid uitgevoerd onderzoek die ik hiervoor aanhaalde. In een recent televisieprogramma werden de toekomstige zorgproblemen uitvoerig belicht. Door diverse deskundigen werd verwoord dat de zorg de komende decennia anders moet worden ingericht en georganiseerd. Bij mijn weten zijn deze prognoses nog niet weerlegd. (7). Het is evident dat dit ook een enorme weerslag zal hebben op de woningmarkt en de sociale huursector in het bijzonder. De samenleving als geheel en individuele burgers kunnen aan dat omslagproces een constructieve en creatieve bijdrage leveren. In een snel globaliserende wereld zal er onvermijdelijk een herschikking komen van de rijksbegroting. De kosten van het halen van de klimaatdoelen zijn nog niet bekend, verhoging van de bijdrage aan de NAVO naar 2% zal miljarden euro’s gaan kosten, het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie zal ook gevolgen hebben voor de schatkist. Als ik aan deze bijdrage werk wordt duidelijk dat veel pensioenfondsen onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad zitten en de komende jaren zo goed als zeker moeten korten. De effecten van deze ontwikkeling zullen ook merkbaar worden in de sociale huursector. Het is goed dat burgers en senioren in het bijzonder hun stem laten horen.

Ik stel met nadruk dat deze publicatie mijn persoonlijke visie bevat en een bijdrage is aan het maatschappelijk debat dat momenteel gaande is over de kernonderwerpen die ik belichtte. Indien er feitelijke onjuistheden in staan, zou ik daar gaarne kennis van nemen, want uiteindelijk is het leven één groot leerproces.

 

Slotoverweging ter bezinning: Ondersteund door het Marshallplan en het European Recovery Program (ERP), begon de generatie die voor de oorlog was geboren aan de wederopbouw van ons land. Door hun inzet en doorzettingsvermogen werd het fundament gelegd voor de moderne verzorgingsstaat. In 1950 bedroeg de wereldbevolking 2,5 miljard mensen, in 2005 6,5 miljard en de mensheid stoomt volgens prognoses op naar ongeveer 9,5 miljard in 2050 (cijfers Wikipedia). Gestimuleerd door het gunstige economische klimaat dat ontstond en ontdekking van de Groningse gasvelden, werd in de decennia die volgden op de Wederopbouw, door de babyboomgeneratie de zorgeloze verzorgingsstaat opgetuigd. Het woord zorgeloos verdient wel een nuance, want altijd zijn er burgers geweest die de welvaartsboot misten en dat zal zo blijven. In deze publicatie heb ik getracht aan te geven dat we ons als mensheid op een omslagpunt bevinden. Talrijk is het aantal uitdagingen waarvoor de mensheid staat. Talrijk is ook het aantal onzekerheden dat ons wacht. Niet alles is maakbaar, de wetenschap heeft ook beperkingen en het Centraal Plan Bureau kan niet alles doorrekenen vanwege de complexiteit en de grensoverschrijdende aspecten van de uitdagingen die ons wachten. Factoren als menselijk egoïsme en eigenbelang, blijken in de praktijk vaak duurzame en rechtvaardige oplossingen in de weg te staan. Dan kom je terecht bij de ethische en levensbeschouwelijke aspecten. Het is goed om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en aan zelfonderzoek te doen. Alleen door een gezamenlijke inspanning en optimale communicatie kan de verzorgingsstaat overeind blijven!

9.Bronnen:
1.’Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, hoofdstuk 9 onder 9.2. M.J. de Jong en R. van Schoonhoven. Uitgave Spectrum / Aula, 1992.
2.’De verzorgingsstaat herwogen’. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Amsterdam University Press, hoofdstuk 3 Globalisering en de verzorgingsstaat. Amsterdam 2006.
3.’Christenen en de welvaartsmaatschappij’ 1996 en ‘Een Golf van Geweld’ 1999. Jaap Spaans. Eerste exemplaar uitgereikt aan burgemeester Deetman van Den Haag.
4. ‘Noorwegen leert van ‘Nederlandse ziekte: Noors oliefonds tikt 1 biljoen dollar aan’. De Volkskrant online, 22/8/2017.
5. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord. Persbericht CPB, 22/1/2019 en ‘Wereldhandelsmonitor’ met Wereldwijde ontwikkelingen in internationale handel en industriële productie. CPB, november 2018:
6.Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, onderwerpen ‘Ouderdomsziekten’ en ‘Zorguitgaven’. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
7.’Ouderenzorg. De taboes op tafel’. Avro/Tros, 21/1/2019.

Overige geraadpleegde bronnen:
‘Monitor Investeren in de toekomst. Ouderen en langer zelfstandig wonen’. Eindrapport 18/4/2017. Rigo, In Fact, Q Delft. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
–World Economic Forum ‘The Global Risks Report 2018 13th Edition’.
–‘Op weg naar een Weerbare Open Samenleving’. Studie in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Utrecht, November 2018. Diverse auteurs.
–‘Verhuurbaarheid seniorenwoningen. Publieksversie’. Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg Auteur Henk Nouws. April 2015.
–Integraal Veiligheids Plan 2019-2022 van de gemeente Hoogeveen (komt nog in debat in de gemeenteraad) onder 3.2 punt 7: ‘Van de inwoners van Hoogeveen ervaart 8% veel sociale overlast in 2017. De overlast bestaat dan uit rondhangende jongeren, drugsgebruik of drugshandel en dronken mensen op straat.
–‘Er blijft geen mantelzorger over’. Trouw, 9/1/2019.
–Persbericht woningcorporatie Woonconcept. ’Woonconcept zet veiligheid voorop’.

10. Foto’s/Illustraties: Jaap Spaans m.u.v. © Omslag ‘De Verzorgingsstaat herwogen’: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Rechten foto gebouw van De Nederlandse Bank, © DNB. Gebruik EU-logo is onder voorwaarden vrij en toegestaan.

TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid

Het is aan te bevelen om voor het lezen van onderstaande publicatie 2 columns te lezen die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad en de Justitiekrant AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999 en  RecensiesPublicatiesGeweldsboek1999Justitiekrant

Op 17 januari 2019 publiceerde de Politie een nieuwsbericht met cijfers over dalende criminaliteit, die een positieve invloed zouden hebben op het veiligheidsgevoel van burgers. Opvallend was de kanttekening die in het nieuwsbericht werd geplaats over de zogenaamd ‘onzichtbare criminaliteit’. Criminaliteit die wel plaats vindt maar dus niet wordt geregistreerd. Die nuance voedt bij mij de twijfel over dat groeiende gevoel van veiligheid, dat gebaseerd is op cijfers over geregistreerde criminaliteit. Ik vang juist veel signalen op van burgers, die vinden dat er in ons land sprake is van een handhavingstekort en die zich juist minder veilig zijn gaan voelen (1). Ligt de waarheid misschien in het midden?

Handhavingstekort
Rechtshandhaving is zo’n breed begrip, dat het onmogelijk is alle facetten in één publicatie te belichten. Daarom beperk ik mij tot de vraag of er een handhavingstekort is en hoe het is gesteld met de veiligheid. Regelmatig vertolken de media de mening van burgers, dat er in bepaalde sectoren in ons land onvoldoende toezicht is op de naleving van wetten. Een zorgelijke ontwikkeling die de rechtsstaat kan ondermijnen. Overheidsbezuinigingen, de privatisering van inspectiediensten en de reorganisatie bij de politie zijn enige factoren die kunnen bijdragen aan een handhavingstekort. Maar ook externe, vaak grensoverschrijdende oorzaken, kunnen een rol spelen zoals georganiseerde misdaad, terreurdreiging, demografische veranderingen, migratie en cybercriminaliteit. In onze snel digitaliserende en complexer wordende samenleving, leert de praktijk dat cyberdelicten die worden gepleegd vanuit het buitenland, moeilijk zijn op te sporen en te vervolgen en veel tijd, geld en energie vergen. De opsporing vereist specialistische kennis en beschikbaarheid van goede middelen. Daarnaast is optimale communicatie en afstemming met buitenlandse diensten en overheden cruciaal. In deze en de volgende publicatie beperk ik mij tot criminaliteit die te maken heeft met veiligheid zoals geweldsdelicten, overlast en vandalisme en dan met name als die is gericht op kwetsbare groepen als gehandicapten, kinderen en ouderen. Die afbakening is noodzakelijk omdat ‘veiligheid’ een breed begrip is. Sociale veiligheid is wat anders dan voedselveiligheid, verkeersveiligheid of veiligheid in de zorg. Deze begrippen kunnen elkaar wel overlappen. Aan het handhavingstekort in het kader van bijzondere wetten wijd ik in de toekomst een afzonderlijke publicatie. Na mijn politietijd werkte ik vele jaren voor een inspectiedienst, maar die handhavingssector is door privatisering en reorganisaties zo veranderd, dat een speciale publicatie gewenst is.

Wat is Veiligheid?
Veiligheid is een relatief begrip. Er bestaan veel definities variërend van ‘afwezigheid van gevaar of risico’s’ tot ‘bescherming’, ‘zekerheid’. Een allesomvattende definitie is er bij mijn weten niet. Veiligheid hangt ook af van iemands persoonlijke situatie en beleving. Als vanuit de politie, justitie of het CBS een persbericht wordt gelanceerd dat Nederland veiliger geworden is, wordt in de regel bedoeld dat er sprake is van minder (geregistreerde) criminaliteit. Ik plaats vanuit mijn achtergrond en ervaring kanttekeningen bij dergelijke cijfers, die vaak klakkeloos worden overgenomen door media. Neem bijvoorbeeld de volgende citaten uit een persbericht van het CBS: ‘De geregistreerde criminaliteit is in 2016 opnieuw gedaald: er werden door de politie minder misdrijven geregistreerd en minder verdachten aangehouden dan het jaar ervoor. Deze daling werkt door in nagenoeg de hele strafrechtelijke keten, waar onder andere politie, Openbaar Ministerie en De Rechtspraak toe behoren’ (citaat) . Verderop in de tekst volgt ook hier de nuance. ‘Een belangrijk deel van de omvang van de criminaliteit blijft buiten het beeld van de huidige registraties. Zo is de aangiftebereidheid laag, wordt maar een klein deel van de cybercriminaliteit meegeteld en wordt in de slachtofferenquêtes alleen gevraagd naar veel voorkomende vormen van (cyber)criminaliteit. Verder laat ondermijning zich nog niet vertalen in cijfers. Het gaat vaak om slachtofferloze delicten’ (citaat). Er wordt voor de nuance wel bij vermeld, dat het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) momenteel onderzoek laat verrichten naar dit fenomeen (2). Zelf denk ik dat de huidige geregistreerde gegevens niet representatief zijn voor de feitelijke maatschappelijke situatie. In de tijd dat ik in de zeventiger jaren werkzaam was bij de surveillancedienst van een politiekorps, was de aangiftebereidheid groter dan nu. Probleem is dat er onvoldoende zicht is op datgene wat buiten de registraties valt, door de politie aangeduid als ‘onzichtbare criminaliteit’. Aangetoond is dat de politie onderbezet is, prioriteiten moet stellen en dat dit een van de redenen is dat veel aangiftes niet worden opgenomen of dat door het systeem ontmoedigde slachtoffers afzien van het doen van aangifte. Dat geldt bijvoorbeeld voor huiselijk geweld, ernstige vormen van overlast, bepaalde vormen van diefstal, cybercriminaliteit etc.. Ik denk dat de criminaliteitscijfers beduidend hoger liggen dan de statistieken uitwijzen, maar ook dat er een sterke groei is van ernstige criminaliteit waarmee we dagelijks via de media worden geconfronteerd. Misdrijven als liquidaties, gewapende overvallen, diefstal onder verzwarende omstandigheden hebben een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers. Met name met betrekking tot kwetsbare groepen burgers is er een ander belangrijk aspect dat vaak onvoldoende wordt meegewogen: ‘GEVOELSVEILIGHEID’. Reden genoeg om dat begrip nader te belichten.

Foto: Cameraopstelling bij een winkelcentrum 

Gevoelsveiligheid
Het begrip gevoelsveiligheid is een woordspeling op het woord ‘gevoelstemperatuur’, dat bijvoorbeeld aangeeft dat het voor het gevoel kouder is dan de thermometer aangeeft. Bij gevoelsveiligheid ervaren burgers, dat het onveiliger is in de samenleving dan de geregistreerde feiten aangeven. Bij temperatuurmetingen kun je nog stellen dat die gebaseerd zijn op (geijkte) apparatuur. Bij registraties die met veiligheid en criminaliteit te maken hebben is, gelet op de criminele cijfers die in de statistieken buiten beschouwing zijn gelaten, sprake van een leemte bij de registratie. Om dit te veranderen is effectievere registratie noodzakelijk, maar nog belangrijker is dat drempels die van invloed zijn op de aangiftebereidheid worden verlaagd. Uit signalen die ik vanuit de omgeving opvang en berichtgeving in de media, durf ik de conclusie te trekken dat de gevoelsveiligheid afneemt. Onlangs las ik een publicatie in een dagblad, waaruit euforie sprak over de afname van de geregistreerde criminaliteit. Toen ik de bewuste krant doornam op slecht nieuws zoals criminaliteit, bleek dat van een euforie nauwelijks sprake kon zijn vanwege de overdaad aan slecht nieuws in hetzelfde dagblad, onder andere over criminaliteit en veiligheid. Op 11 en 12 januari 2019 nam ik de proef op de som en bestudeerde een lokale en regionale krant op nieuws in relatie tot veiligheid en criminaliteit. Regionale media hebben vaak een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers, omdat het zich afspeelt in de directe leefomgeving. Ik las onder andere: ‘Een onder verdachte omstandigheden uitgebrande taxi’, ‘Een containerbrand die oversloeg zonder dat de oorzaak bekend is’, ‘ Verkopers van een energiebedrijf die langs de deuren gaan om via misleidende informatie contracten af te sluiten’, ‘Verlenging van de GGZ Spoedpoli voor opvang van verwarde personen die een risico vormen voor de omgeving’, ‘Bestelling van dure horloges bij onlineshoppen, door iemand die identiteitsfraude pleegde’. Het is slechts een kleine greep uit het vele slechte nieuws die dag. Enige dagen later werd met het slachtoffer van de containerbrand een uitgebreid interview gehouden. Daarin worden de schrijnende gevolgen beschreven, zoals veel materiele schade en het feit dat ze nog leven danken zij een buurvrouw die door de brand wakker werd en hen tijdig kon waarschuwen (3). In televisieprogramma’s als het Journaal, Opsporing Verzocht en Hart van Nederland worden burgers dagelijks geconfronteerd met indringende beelden en filmpjes over zware criminaliteit zoals straatroof met ernstige mishandeling, brandstichting en laffe overvallen op bejaarden in hun woning en gehandicapten. Delicten waarbij kwetsbare burgers niet worden gespaard. Integendeel, zij vormen vaak juist een doelwit vanwege hun gebrek aan weerbaarheid. Dergelijke indringende beelden roepen veel woede en emoties op en kunnen het veiligheidsgevoel sterk beïnvloeden. Ook agressie en geweld tegen handhavers en hulpverleners is een snel toenemend maatschappelijk probleem. Hoe hoog emoties kunnen oplopen bleek in dat verband wel uit de uitspraak van premier Rutte, dat hij de raddraaiers die hulpverleners belagen ‘het liefst allemaal persoonlijk in elkaar zou slaan’. Een begrijpelijke emotie, maar een premier kan dergelijke uitspraken beter mijden. Een handhavingstekort ontstaat immers mede door overheidsbeleid als reorganisaties en bezuinigingen. Van een premier mag je verwachten dat hij weet dat het spelen van eigen rechter grote juridische problemen kan opleveren voor betrokkenen. De rechter zal achteraf immers per geval en situatie beoordelen of er sprake is van noodweer (Artikel 41 Wetboek van Strafrecht).  In mijn boek Een Golf van Geweld (4) heb ik de emoties die er kunnen zijn na ernstige geweldsdelicten beschreven. Ik heb er tevens aandacht aan besteed in twee publicaties in het Algemeen Politieblad en De Justitiekrant (5).

Leefbaarheid wijken onder druk
Deze publicatie is de inleiding op een publicatie op mijn website over de leefbaarheid in de sociale huursector, waarin ik heb toegezegd mij te verdiepen in de veiligheidssituatie van burgers als kwetsbare ouderen en gehandicapten (6). Gevoelsveiligheid speelt daarbij een cruciale rol. Waarom kiezen mensen met een beperking of kwetsbare senioren voor een rustige dan wel beschermde woonvorm. Veiligheid is daarbij een belangrijke factor. In vervolgpublicaties zal ik aandacht besteden aan de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van criminaliteit, maar ook aan onderwerpen als ‘het geweldsmonopolie van de overheid’ en ‘de invloed van groepsdynamiek op overlast en criminaliteit’.

Foto’s: Jaap Spaans. Tijdens mijn politiewerk in de Randstad (1974), aantal mobiele cameraopstellingen neemt snel toe en dat is kennelijk nodig, hulpverlening tijdens 112-dag Hoogeveen, uitreiking van mijn boek ‘Een Golf .van Geweld aan de Haagse burgemeester Deetman (1999). 

Bronnen
1.’Misdaadcijfers verder gedaald’. Nieuwsbericht op Politie.nl, 18/1/2019
2.’Verdere daling geregistreerde misdrijven en verdachten’. Nieuwsbericht Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 9/10/2017. Criminaliteit en rechtshandhaving 2017. Cahier 218-19, pagina 9 onder 1.2 Kanttekening bij de duiding van de cijfers. Gezamenlijke uitgave van het WODC, CBS en De Rechtsspraak. ‘Onafhankelijk WODC geen prioriteit’. NRC.nl, 15/1/2019.
3.’We hadden een engel op onze schouder’. De Hoogeveensche Courant, 16/1/2019.
4.’Een golf van geweld’. Jaap Spaans, 1999. Eerste exemplaar uitgereikt aan de toenmalige burgemeester van Den Haag dhr. Deetman.
5.‘Geweld’. Gastcolumn Algemeen Politieblad, maart 1999. ‘Effectieve aanpak geweld vraagt om speciale staatssecretaris’. Publicatie Justitiekrant 19 maart 1999. Opiniestuk ‘Gevoelsveiligheid’, Jaap Spaans. Het Zoeklicht, 88e jaargang nummer 9.
6.‘TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector’. Website Jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’.

–Postuum: Vraag aan Baruch Spinoza

Ik was 15, woonde in Voorburg en zat op een christelijke MULO. Muziek was mijn leven in die tijd en met vrienden ging ik wekelijks naar optredens van Haagse bands. Den Haag was in die tijd de bruisende ‘place to be’ als het om popmuziek ging, met veel gerenommeerde bands. Ik speelde zelf in een (onbekend) bandje, nadat ik een elektrische gitaar kon aanschaffen door een krantenwijk te lopen en in de vakanties te werken in de parfumeriegroothandel van mijn zwager aan het Groenewegje in Den Haag. Zonder het op dat moment te beseffen, ontstond daar mijn interesse voor de begaafde Nederlandse filosoof Baruch Spinoza. In de kelder van mijn werkplek heb ik vele duizenden parfumflesjes gevuld. Om even aan de indringende parfumlucht te ontsnappen, had ik tijdens de middagpauzes de gewoonte te wandelen naar het op een kilometer afstand gelegen centrum van Den Haag. Ik liep via de Paviljoensgracht met standbeeld van Baruch de Espinoza (Spinoza) en de voormalige synagoge in de Wagenstraat schuin tegenover De Bijenkorf. Ik realiseerde mij op dat moment niet waar Spinoza als filosoof voor stond. Ik was jong en had het te druk met andere onderwerpen dan filosofie, levensbeschouwing of ideologie. Wel nam ik met een op dat moment onverklaarbare gretigheid de informatie op over de vooroorlogse Joodse buurt van Den Haag, die grensde aan de Paviljoensgracht. Toen ik in 1966 naar Canada emigreerde en in Montreal en andere steden werd geconfronteerd met omvangrijke Joodse gemeenschappen, zette dat mij verder aan het denken. De sluimerende indrukken en jeugdervaringen begonnen pas echt te ontkiemen, nadat ik decennia later werd bepaald bij de filosofische visie van Spinoza. In 2017 bracht ik weer een bezoek aan het Groenewegje en de Paviljoensgracht met het kleine huis waar hij woonde, werkte en uiteindelijk ook overleed. Op dat moment begon de geschiedenis te leven en werden existentiële levensvragen die mij al langer bezig hielden, versterkt. Er kwamen ook vragen bij mij op, die ik aan het eind van deze publicatie formuleer, in het besef dat ik de antwoorden nooit zal krijgen. Toch neem ik de vrijheid die te formuleren, omdat ik weet dat het onderwerp ook anderen bezig houdt. En waarom ook niet? Onlangs las ik dat er postuum een ‘interview’ met Spinoza was gehouden over het onderwerp ‘klimaatverandering’ waarin hem de vraag werd gesteld hoe het komt dat de mens niet in staat is het tij te keren (1).

Baruch Spinoza

Baruch Spinoza werd op 24 november 1632 in Amsterdam geboren uit Portugees-Joodse ouders, die Portugal ontvluchtten voor de Inquisitie. Zijn voornaam betekent in het Hebreeuws ‘Gezegend’. Hij wordt later Benedictus (Gezegend in Latijn) de Spinoza genoemd, maar ik gebruik bij voorkeur de naam Baruch Spinoza. Hij kreeg zijn opleiding in de synagoge en later in de school van de protestantse leraar Franciscus van den Ende, beiden in Amsterdam. Spinoza wordt door velen beschouwd als de grootste filosoof van het rationalisme. Hij baseerde zijn filosofie op wiskundige beginselen over onder andere het wezen van God en de natuur, tot en met menselijk geluk. Al vroeg ontstaan er diepgaande meningsverschillen met de rabbijnen. Spinoza ziet de Torah (de 5 boeken van Mozes) als een vrucht van de menselijke fantasie, die onmogelijk Gods wet kan bevatten. Volgens hem zijn God en de wetten van de natuur hetzelfde. In zijn visie was geen plaats voor een uitverkoren volk of profetische visie. De geschillen lopen hoog op en leiden tot een climax als hij wordt verbannen uit de synagoge. In de jaren die volgen zijn er ook scherpe debatten en polemieken met protestantse theologen en leraren. Naast schrijven moet hij de kost verdienen als slijper van lenzen. Belangrijke werken van Spinoza zijn Tractatus Theologico-politicus (1670) en Ethica (1677). Na een tweejarig verblijf in Rijnsburg, woont hij van 1666 tot 1669 in een klein huis aan de Kerkstraat in mijn geboorteplaats Voorburg. Daar heeft hij regelmatig contact met de sterrenkundige Christiaan Huygens, in wiens opdracht hij lenzen slijpt en dat volgens bronnen voortreffelijk doet. Regelmatig moet hij de woning van Huygens, de prachtige buitenplaats Hofwijck, hebben bezocht. Dat geloofskwesties hem daar blijven achtervolgen, blijkt wel uit het feit dat hij via anderen betrokken raakt bij een rel over de aanstelling van een nieuwe predikant (2). Zowel de buitenplaats Hofwijck, de Kerkstraat met kerk in Voorburg en de aangrenzende Herenstraat zijn bekende plaatsen uit mijn jeugd. Ik werd als kind gedoopt in de Oude Kerk. Begin september 1669 verhuist Spinoza van Voorburg naar Den Haag. Zijn broze gezondheid wordt beschreven als een van de redenen voor de verhuizing. Aan de Paviljoensgracht in Den Haag leidt hij een sober, werkzaam en uiterst productief leven. Hij wordt diep geraakt door de wraakzuchtige moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in Den Haag op 20 augustus 1672. Op 21 februari 1677 overlijdt Baruch Spinoza, 45 jaar oud, in zijn woning aan de Paviljoensgracht aan een longziekte (zie fotocollage). Jarenlange blootstelling aan glaspoeder veroorzaakt door het slijpen van lenzen, zou een van de oorzaken zijn. Pas na zijn dood wordt zijn belangrijkste werk de Ethica gepubliceerd. Tijdgenoten omschrijven Spinoza als zachtmoedig en bescheiden. In de tuin van de Nieuwe Kerk in Den Haag is een grafmonument voor hem opgericht, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat er verschil van mening bestaat over het feit dat hij daar begraven is. In 1958 werd het monument tijdens een staatsbezoek bezocht door David Ben Gurion, de eerste premier van Israël en een groot bewonderaar van Spinoza. Op zijn verzoek is op het monument een zwarte basaltsteen uit Galilea aangebracht met de tekst ‘AMCHA’ (UW VOLK). Ik leg het uit als een daad van verzoening, waarmee de Israëlische premier tevens aangaf dat hij Spinoza nog steeds als Jood beschouwt, ondanks de ban (Cherem). Regelmatig klinkt overigens vanuit de samenleving de roep om de ban op te heffen (3).

Begaafd, zachtmoedig, sober en bescheiden

Tijdens mijn bezoek aan de Paviljoensgracht in Den Haag op een zonnige dag in 2017 stond ik minutenlang in gedachten verzonken op de plaats waar Spinoza woonde, werkte en stierf. Daarna bezocht ik de Nieuwe Kerk in Den Haag met het grafmonument. Ik ben geen filosoof of spinozakenner in de zin dat ik al zijn werken gedetailleerd heb bestudeerd. Naast zijn grote begaafdheid en filosofische inzichten, zie ik hem ook als iemand die een zekere mystiek had en regelmatig in conflict kwam met zichzelf en de wereld om hem heen. Gelet op zijn zachtmoedigheid, soberheid en bescheidenheid schat ik hem in als een gevoelsmens. Ik sluit niet uit dat naast het veelvuldig inademen van slijpsel van lenzen, ook de slopende en afmattende debatten en polemieken over levensbeschouwing zijn gezondheid kunnen hebben beïnvloed. Uit persoonlijke ervaring weet ik hoe afmattend felle discussies en polemieken over levensbeschouwing (en ideologieën) kunnen zijn. Ook de vroege omgeving van Spinoza kan een rol hebben gespeeld bij zijn fysieke kwetsbaarheid. Op zijn zesde overleed zijn moeder en toen hij tweeëntwintig was zijn vader, die zelf al drie vrouwen en vier van zijn kinderen had begraven. Dergelijke tegenslagen kunnen een grote impact hebben op een mens. Hoewel hij afstand had genomen van de orthodoxie, was hij een diep religieus mens gebleven. Ten aanzien van zijn visie op geld en hebzucht raakte mij de volgende zinsnede: ‘Het is duidelijk: de ware wijsgeer is sober, ingetogen, vrij van de drift geld op geld te stapelen (citaat 4). Wat mij daarbij intrigeert is zijn Joodse afkomst en daarmee houdt ook de vraag verband die ik anno 2019 postuum formuleer. Voor persoonlijke bezinning en ter lering, maar wel vanuit het besef dat ik nimmer antwoord zal krijgen.

Postume vraag aan Baruch Spinoza

Spinoza moet ongetwijfeld hebben geweten en wellicht ook ervaren, wat antisemitisme is. Veel is er niet over vermeld. Zijn vader Michael De Spinoza zou wel hevig hebben geleden over de vervolging van zijn geloofsgenoten in Spanje en Portugal. Europa heeft een lange antisemitische traditie. De gele kenmerken, zoals de latere gele Davidsster, hebben hun oorsprong in Europa. Sinds 1100 vonden er antisemitische uitbarstingen plaats rond de eerste kruistochten. Veel Joden waaronder de familie van Spinoza, vluchtten in de Middeleeuwen vanuit Spanje en Portugal naar ons land vanwege het tolerante klimaat hier. Omdat antisemitisme zo hardnekkig en repeterend is en zo’n lange periode omvat, is kennis van de geschiedenis belangrijk. Rond 1600 telde de wereld ongeveer 550 miljoen inwoners. Hoewel ik geen exacte cijfers kon vinden, schat ik op persoonlijke titel dat het aantal Joden op de wereld toen ongeveer 10 miljoen bedroeg, ongeveer 2% van de wereldbevolking. Anno 2019 zijn er wereldwijd ongeveer 14 miljoen Joden, waarvan er 6 miljoen in Israël wonen. Op een wereldbevolking van ruim 7 miljard is dat 2 promille oftewel tweeduizendste. Op grond van rationele gronden als geografie, demografie en aantallen is antisemitisme naar mijn mening niet rationeel verklaarbaar. Omdat Spinoza de ratio zo hoog in het vaandel heeft staan, is dat opmerkelijk. Zelf kan ik het antisemitisme rationeel niet plaatsen en alleen begrijpen vanuit mijn levensbeschouwing, waarin de geschiedenis van het Joodse volk een belangrijke factor is. In de eeuwen na de dood van Spinoza gebeurt er onvoorstelbaar veel. Joden zijn massaal slachtoffer van gruwelijke pogroms, vervolgingen en er ontstaat gettovorming. In Frankrijk is de Dreyfuss-affaire, waarbij een Joodse officier onterecht werd beschuldigd van hoogverrraad, slechts het topje van de ijsberg. Onder Joden ontstaat een groeiende behoefte aan een veilig thuisland. Er vinden twee gruwelijke wereldoorlogen plaats. Tragische climax is de systematische poging door een staat om, met collaborerende medewerking van bezette overheden en burgers, het Joodse volk te vernietigen: de Holocaust. Afschuwelijke omstandigheden waarbij overheden niet in staat bleken kwetsbare burgers te beschermen en die hebben geleid tot de oprichting van de onafhankelijke staat Israël op 14 mei 1948 (5). Hoe verhoudt zich dat tot de visie van Spinoza op de staat die toch zijn burgers dient te beschermen? In het verlengde daarvan is er de vraag, hoe de politieke visie van Spinoza zou zijn op een snel globaliserende wereld en de status en werkwijze van een supranationaal politiek orgaan als de Verenigde Naties (VN). Een beeld in de Beeldentuin van de VN van een krijger die zijn zwaard slaat tot een ploegschaar fascineert mij. Het beeld is een geschenk van Rusland aan de VN en symboliseert een veel in VN-verband gebruikte en aan de Bijbel ontleende spreuk, dat eens de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen (6). Is het in het licht van de geschetste context van groeiend antisemitisme en ernstige conflicten op veel plaatsen in de wereld rationaal, dat uitgerekend het geografisch en demografisch nietige Israël het meest veroordeelde land is in VN-organisaties als de Mensenrechtenraad? Tenslotte: Hoe zou de ontmoeting zijn verlopen tussen Baruch Spinoza en David Ben Gurion de eerste premier van Israël, die het als zijn plicht zag de op jonge leeftijd in Den Haag overleden filosoof te laten weten dat die ook behoorde tot zijn volk. Heb ik het mis als ik denk en hoop dat ze elkaar de hand zouden toesteken of wellicht omhelzen? David Ben Gurion zou Baruch Spinoza ongetwijfeld hebben uitgenodigd voor een bezoek aan Israel om diepgaand van gedachten te wisselen. AMCHA!

Foto’s: Wagon in Auschwitz Trees Kim. Jaap Spaans: collage huisje en standbeeld aan de Paviljoensgracht waar Spinoza woonde, werkte en stierf , de voormalige synagoge in de Wagenstraat te Den Haag (thans moskee), de Kerkstraat in Voorburg (met Oude Kerk) waar  Spinoza woonde, zwarte basaltsteen met tekst AMCHA op het grafmonument bij de Haagse Nieuwe Kerk,  

Bronnen
1. Filosofie Magazine. Dode Denkers. Postuum interview met Baruch Spinoza: ‘Klimaatverandering is geen verstoring van de natuur’. Ruben Endendijk en Michiel Zonneveld
2. ‘Spinoza. Een leven volgens de rede’, pagina 221 en 350. Margaret Gullan-Whur. Uitgave Lemniscaat BV Rotterdam, 2000. ‘Spinoza in 90 minuten’. Paul Strathern. Uitgeverij Holland Haarlem, 1998.
3. ‘In godsnaam, vernietig de ban op Spinoza’. Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW-online), 11 december 2015. ‘The Curious Case of Benedict Spinoza’. Kanttekeningen bij de laatste rustplaats van Spinoza. The Jewish History Channel, December 10 2009.
4. ‘Spinoza’ (biografie), pagina’s 44 en 168. Theun de Vries. Uitgave De Prom, 1991. ‘Spinoza Ethica’. Han van Ruler & Corrina Vermeulen. Uitgave Nederlandse editie Boom Amsterdam, 2012
5.‘En zij werden verstrooid onder alle volken. De geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak. Werner Keller. Uitgeverij La Riviere & Voorhoeve N.V. Zwolle
6. Jesaja 2:4 en Micha 4:3.
Overige geraadpleegde bronnen
–‘Het raadsel Spinoza’. De Volkskrant (online), 8 mei 2012.
–‘Spinoza leert ons vrij te zijn’. Filosofie Magazine, februari 2012.
–De volgende websites zijn bezocht: Hofwijck.nl, Website Filosofie.nl, joodserfgoeddenhaag.nl/spinoza, spinozahuis.nl, ha-historion.blogspot.com, worldhistorysite.com, Wikipedia.com

-TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector

Deze publicatie is een ingekorte wat minder formele samenvatting van een bijdrage op persoonlijke titel aan de evaluatie van de Woningwet die op dit moment plaats vindt. Voor of na het lezen van deze samenvatting is het zinnig de integrale bijdrage te lezen (zie 3 verwijzingslinks hieronder), waarin ook alle bronnen zijn opgenomen, alsmede acties die ik in 2010 heb ondernomen om dit onderwerp onder de aandacht te brengen van maatschappelijke organisaties en overheden.

De evaluatiebijdrage bevat 6 pagina’s A4. Om het lezen gemakkelijker te maken is deze opgesplitst in de volgende delen: Inleiding, Code rood woningmarkt, leefbaarheid in wijken is verslechterd, Scheefhuurders, Omlabelen en ontlabelen, Integratie en segregatie, Bronnen.

–Bijdrage aan de evaluatie Woningwet op persoonlijke titel: BijdrageEvaluatiewWoningwetPersoonlijkeTitel

–Bijlage met o.a. correspondentie met het ministerie van BZK en de Tweede Kamer uit 2010: EvaluatieWoningwetCorMinisterKamer2010

–Ingezonden brief over dit onderwerp en de Hoogeveensche Courant (2010): EvaluatieWoningwetBriefHC2010

–Reacties op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet o.a. van het ministerie BZK, de Tweede Kamer etc. Op 18 december 2018 ontving ik een 2e brief van de Vaste Commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer dat de mail is besproken in de commissie, waar werd besloten dat de leden van de commissie mijn evaluatiebijdrage desgewenst kunnen bettrekken bij de evaluatie van de Woningwet door de Kamer dan wel het Kamerdebat erover: HuursectorReactiesEvaluatiebijdrage  

Goede huisvesting: een basisbehoefte.

De vaak gebruikte uitdrukking ‘huisje boompje beestje’ staat voor een wat gezapig doorsnee leven, maar geeft tegelijk weer hoe belangrijk goede huisvesting is. Een stelling die ik vanuit de praktijk kan beamen. Toen ik in 1966 op achttienjarige leeftijd naar Canada emigreerde, ondervond ik tijdens moeilijke periodes hoe essentieel huisvesting is in relatie tot aspecten als comfort, een sociaal leven, veiligheid en gezondheid. Periodes van werk werden afgewisseld door reizen. Door een onweerstaanbare zucht naar avontuur leefde ik, door eigen schuld, soms weken op het bestaansminimum en bracht nachten door in parken, op stations of bij de goodwillcentra van het Leger des Heils. Wat was het dan een verademing, als je na dagen op straat te hebben geleefd een goede maaltijd kreeg en van een warme douche kon genieten. Voorrechten die ik nu als (te) vanzelfsprekend ervaar. In die periode in de jaren zestig waren een plunjezak (zie foto: slapen langs een spoorbaan in Florida) en 20 dollar om niet te worden opgepakt wegens ‘vagrancy’ (landloperij), mijn enige bezit. Nadenken over verzekeringen van de wieg tot het graf kwam niet eens in mij op. Het was de tijd van de flower power en veel jongeren waren vervuld van idealisme en reislust. Achteraf beschouwd besef ik dat je in zo’n onbezonnen periode risico’s loopt. Krijg maar eens een ernstig ongeval of hartinfarct in de VS, waar de zorg kwalitatief goed is, maar kostbaar en lang niet voor iedereen beschikbaar. Voordeel was wel dat ik in het emigratietraject was gescreend op goede kennis van de Engelse taal en dus alle mogelijkheid had om te integreren. De jeugdervaringen waren voor mij belangrijke levenslessen, die ik tot op de dag van vandaag meedraag in mijn hart. Situaties kunnen immers zomaar veranderen, zeker in de complexe samenleving van vandaag. Dan is het goed om mentaal voorbereid te zijn op tegenslagen. Jeugdige onbezorgdheid heeft allang plaats gemaakt voor behoefte aan goede huisvesting en zorg, veiligheid en stabiliteit. Het is een belangrijke reden dat ik de ontwikkelingen op de woningmarkt op de voet volg. Dat er in die sector problemen zijn die een grote impact kunnen hebben op de samenleving zullen weinigen ontkennen.

Problemen woningmarkt

Diverse partijen op de woningmarkt zijn momenteel druk bezig met een evaluatie van de Woningwet. Onder andere komt daarbij de vraag aan de orde wat de effecten zijn van de inkomensafhankelijke huurverhogingen en het zogenaamde passend toewijzen en wat in dat verband de invloed is van de stelselherziening in de zorg en het sociaal domein van 2015 op de sociale huurmarkt? Wellicht denkt u als lezer ‘Ach ik woon in een eigen huis en een nette buurt, ik heb weinig of niets met de sociale huursector’. Dat is een misvatting. Recente onderzoeken, studies en rapporten (zie omslag links: Eindstudie ‘Veerkracht in het corporatiebezit) die in het kader van de woningwetevaluatie zijn gehouden, tonen aan dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat. Niet overal en niet in iedere wijk, maar de algemene trend die zich aftekent is zorgelijk en kan uitstralen naar de omgeving. En ook als je er niet direct mee wordt geconfronteerd, kan het gevolgen hebben voor de werksituatie. Bijvoorbeeld voor degenen die werken als zorg- of hulpverlener, pastoraal werker in een kerk, vrijwilliger bij een vereniging, binnen de rechtshandhaving of voor woningcorporaties, bedrijven, gemeentes en andere organisaties. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) gaf de situatie op de woningmarkt onlangs ‘Code Rood’ en pleitte voor een Nationaal Woningbouwplan, onder regie van de Rijksoverheid. Een soort Deltaplan. In de overspannen woningmarkt komen volgens een NVM-woordvoerder steeds meer bevolkingsgroepen langs de kant te staan. Er moeten snel meer woningen gebouwd worden en die conclusie is volkomen terecht (1).

Sterke toename kwetsbare huurders

Onderzoek verricht in opdracht van de brancheorganisatie van woningcorporaties Aedes naar het effect van de instroom van kwetsbare huurders op de leefbaarheid in wijken, wijst uit hoe zorgelijk de situatie is. De voorzitter van Aedes verwoordt het treffend in een recent persbericht: ‘De tweedeling neemt toe, mensen met allerlei persoonlijke problemen blijven achter in wijken waar gezinnen vertrekken. Het cement van de wijk verdwijnt, meer kwetsbare huurders komen ervoor in de plaats’ (citaat). Uiteraard kan de situatie per plaats of regio verschillen. Dat de leefbaarheid in buurten met veel sociale huurwoningen verslechtert, heeft volgens de onderzoekers twee hoofdoorzaken. Jarenlang overheidsbeleid heeft de sociale huursector kleiner gemaakt en beperkt tot de laagste inkomens. Daarnaast is het aantal plekken in zorgcomplexen en GGZ-instellingen sterk gedaald, als gevolg van de decentralisatie in de zorg en het sociaal domein. Dat proces heet extramuralisering. Veel zorgcliënten moeten daarom (deels noodgedwongen) op zichzelf wonen. Het systeem van passend toewijzen draagt bij aan de verandering van het bewonersbestand. De Aedesvoorzitter stelt hierover: ‘De achterstandswijken zijn terug. Woningcorporaties en gemeenten zien het, bewoners merken het. Elke dag. Het cement van de wijk verdwijnt, meer kwetsbare huurders komen ervoor in de plaats’ (citaat 2 en 3).

Achtergronden.

Voor de objectiviteit is het goed enige achtergronden te belichten. Voordat de financiële crisis van 2008 begon, waren er ook zorgen op de woningmarkt, met name in de sociale huursector. In het Hoofdrapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties, wordt treffend geschetst welke excessen zich voordeden bij woningcorporaties. De belangrijkste kerntaak van woningcorporaties is het huisvesten van mensen, die daar zelfstandig niet toe in staat zijn. In het hoofdrapport wordt een aantal excessen beschreven, waarvan ik als buitenstaander indertijd vol ongeloof kennis nam. De aankoop van een passagierschip, een manager die rondreed in een Maserati-dienstauto, koffers met contanten, adoptie van een olifant en aap, geld lenen aan een uitvaartcentrum, ontwikkeling van koopwoningen in Wallonië. Klap op de vuurpijl was een schandaal over derivatencontracten met banken, dat begin 2012 naar buiten kwam. De derivatenportefeuille bedroeg volgens de commissie 23 miljard euro en woningcorporaties raakten VER VAN HUIS. Aan die kwalificatie is ook de titel van het hoofdrapport ontleend. De excessen en schandalen leidden tot miljardenverliezen, die via heffingen zouden worden afgewenteld op de woningcorporaties, ook de vele goede en integere corporaties. Uiteindelijk zijn het de huurders die ervoor opdraaien door huurverhogingen. In 2010 besloot een minister van een demissionair kabinet, die naast de verantwoordelijkheid voor zijn departement het dossier volkshuisvesting erbij deed, Europese regels te implementeren in ons land. Hoewel het onderwerp al langer op de politieke agenda stond, was er toch de indruk dat het besluit nogal overhaast was genomen. Er was dan ook veel kritiek op die maatregel, waarbij de vraag aan de orde kwam of zo’n vergaande beleidsmaatregel wel kon worden genomen door een demissionair kabinet (4). Zelf heb ik in die periode diverse acties ondernomen naar het ministerie van BZK, de Tweede Kamer en organisaties in de sector dat de maatregelen zouden bijdragen aan een verandering van het bewonersbestand met alle negatieve gevolgen van dien. Door de gehouden onderzoeken lijkt die zorg nu te worden bewaarheid (zie verwijzingslinks in de aanhef) .

Groeiende instroom sociale huurmarkt: probleemanalyse in notendop

De instroom naar de sociale huursector verandert door een aantal oorzaken, die van grote invloed zijn op de bewonerssamenstelling in wijken en appartementencomplexen, maar waardoor ook het tekort aan betaalbare huurwoningen snel groeit:

–Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, neemt het aantal kwetsbare groepen dat is aangewezen op een sociale huurwoning toe.

–Migratiestromen en de geopolitieke situatie op de wereld, leiden tot een groei van het aantal statushouders dat in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Onvoldoende inburgering met name beheersing van de Nederlandse taal, kan tot gevolg hebben dat men zich terugtrekt in de veilige omgeving van statushouders met dezelfde (taal)identiteit, waardoor een broos begin van integratie kan overgaan in segregatie (waarbij men vooral contact houdt met leden van de eigen groep).

–In het huidige stelsel moeten ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Door de vergrijzing in combinatie met een stijgende levensverwachting, zal deze ontwikkeling versnellen. Het is moeilijk een verantwoorde grens te trekken tussen aanvaardbare fysieke en psychische kwetsbaarheid en diagnoses dan wel onvoldoende zelfredzaamheid, die kunnen leiden tot risico’s voor de huurder zelf dan wel medehuurders in de omgeving.

–Er is een sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens, noodgedwongen als gevolg van bijvoorbeeld echtscheidingen of overlijden dan wel omdat mensen, bijvoorbeeld jongeren en studenten, de keuze maken zelfstandig te gaan wonen. Tussen 1947 en 2017 is het aantal mensen dat alleen woont, de zogenaamde alleenstaanden, gegroeid van 285 duizend naar bijna 3 miljoen, ofwel van 5 naar 22 procent van alle meerderjarige Nederlanders. De komende drie decennia zet die trend door: de bevolkingsprognose van het CBS voorziet dat er in 2047 3,6 miljoen alleenstaanden zullen zijn op een meerderjarige bevolking van bijna 15 miljoen. Bijna 1 op de 4 volwassen inwoners zal dan dus alleenstaand zijn, waardoor de druk op de huizenmarkt toeneemt  (5).

–De sterke economie in ons land heeft geleid tot een toestroom van Europese werknemers die gehuisvest moeten worden. Daarnaast is er het groeiende aantal buitenlandse studenten dat naar ons land komt om gebruik te maken van ons nog steeds voortreffelijke onderwijs.

–Deze week kwam in het nieuws dat de overheid het permanent wonen op vakantieparken beter beheersbaar wil maken. Hoewel exacte cijfers daarover ontbreken, is het een groot probleem. Vaak onttrokken aan de waarneming doen zich excessen voor. Als de overheid dit aanpakt zal de vraag naar betaalbare huurwoningen verder stijgen.

Conclusies

In de periode 2009-2015 zijn er in de corporatiesector 262.400 sociale huurwoningen verdwenen. Door verkoop, sloop en liberalisatie. Nu neemt de vraag naar sociale huurwoningen explosief toe. Er zal meer moeten worden gebouwd en de overheid zou de verhuurdersheffing moeten afschaffen, zodat corporaties meer kunnen investeren in de sociale huursector (6). Ik realiseer mij dat het gemakkelijk is om in een bijdrage/analyse van 7 pagina’s je mening te geven. Ik weet dat de praktijk vele malen weerbarstiger is.

De situatie op de woningmarkt is een immense maatschappelijke uitdaging en vereist creativiteit (foto tot wooncomplex omgebouwde kazerne in Steenwijk en pellet installatie voor blokverwarming). Oplossing van dit probleem zal miljardeninvesteringen vergen. In een tijd waarin het ons economisch weliswaar voor de wind gaat, zijn er tegelijk veel onzekere factoren zoals de kosten van de klimaatdoelen waar nog onvoldoende zicht op is, het wegvallen van aardgasbaten en kosten voor aardbevingsschade in Groningen, de dreigende handelsoorlog en de gevolgen van de Brexit die nog moeilijk zijn in te schatten. Daarnaast is er de complexe geopolitieke situatie op de wereld, die zomaar tot een omslag kan leiden. Hoe belangrijk dergelijke factoren zijn voor binnenlands beleid, blijkt wel uit de invloed van klimaatverandering die voor een deel de ruimte bepaalt die er is om dit soort problemen op te lossen. Daarnaast spelen factoren een rol die indirect met de problematiek te maken hebben zoals de onderbezetting van de Nationale Politie die, in combinatie met overvloedige berichtgeving in de media, het algemene veiligheidsgevoel van burgers kan aantasten. Ik verwacht dat de rol van de lokale overheden zal toenemen. Vraag die regelmatig bij mij opkomt is waarom onze pensioenfondsen niet meer investeren in de huursector? Ze helpen de samenleving ermee, bewijzen de samenleving een dienst, ze beschikken over het geld en gezien de krapte op de woningmarkt is de vraag gegarandeerd. Als burgers moeten we misschien ook onszelf een spiegel voorhouden. Wat is mijn bijdrage aan participatie, zoals ligt besloten in het woord naoberschap (nabuurschap)? Voor christenen kan dat worden vertaald naar de Bijbelse vraag ‘Wat heb je gedaan voor de minste van mijn broeders’ (7). Daar kan nog veel winst worden behaald en hopelijk komt dat ook aan de orde bij de evaluatie van de Woningwet in de Tweede Kamer. Ik wens de sector, corporaties, huurders en verder allen die erbij betrokken zijn, veel wijsheid en sterkte toe bij het omgaan met dit uiterst complexe dossier.

 

 

Foto’s/illustraties:Met plunjezak in Florida en wooncomplex Steenwijk, Jaap Spaans. Hoofdrapportomslag Ver van huis met toestemming redactie bron Tweede Kamer der Staten Generaal. Omslag Eindstudie ‘Veerkracht in het corporatiebezit, met toestemming RIGO Research en Advies Woon- werk en leefomgeving.

Bronnen (de bronnen wijken iets af van die in de integrale bijdrage aan de evaluatie)

  1. Quote uit een persbericht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), 11 oktober 2018. ‘Alle seinen staan op rood voor woningmarkt in Nederland’.
  2. ‘Evaluatie herziene Woningwet Kansen en belemmeringen voor de maatschappelijke opgave van woningcorporaties’. Commissie-Van Bochove, Den Haag, 6 november 2018. Analyse over knelpunten rondom passend toewijzen, bijlagen pagina 22. Persbericht van branchevereniging van woningcorporaties Aedes, 19 november 2018. ‘Evaluatie Woningwet: geef gemeenten, huurders en corporaties meer ruimte voor lokaal woonbeleid’.
  3. Eindrapport ‘Veerkracht in het corporatiebezit Kwetsbare bewoners en leefbaarheid’. RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving in opdracht van de Vereniging van woningcorporaties Aedes, samenvatting, inleiding en pagina 6. Persbericht Aedes, 8 november 2018 ‘Woningcorporaties: grotere tweedeling leidt tot nieuwe achterstandswijken’.
  4. Hoofdrapport ‘Ver van huis’ van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties. Kamerstuk 33606, 30 oktober 2014. Nederlands Dagblad, 15 november 2018 en 4 juni 2012 respectievelijk ‘Krapte op de woningmarkt. Corporaties vragen om problemen’, interview met Arthur Docters van Leeuwen met onder andere quotes als: ‘We willen hier in Nederland geen getto’s’ en ‘Scheefwonen aanpakken is prima, maar niet te snel’. De Telegraaf, 31 juli 2013: ‘Corporatie bankroet door fouten topman. Woningstichting moet gered worden door huurverhoging’. Dagblad van het Noorden, 1 november 2014 ‘Huurders corporaties balanceren op heel dun koordje’. NRC-Handelsblad, 19 augustus 2016 ‘Opmars beleggers op huurmarkt. Buitenlandse beleggers zijn bezig met een opmars op de Nederlandse huurwoningenmarkt’.
  5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘Honderd jaar alleenstaanden’. 25-6-2018
  6. Website Woonbond. ‘Groot tekort sociale huurwoningen’ Minder aanbod maar meer vraag’ 13 juli 2016. In de evaluatiebijdragen waarnaar in de links in de aanhef wordt verwezen, is een volledig bronnenoverzicht opgenomen.
  7. Mattheus 25:40

 

-Cashloze samenleving: een heilloos streven

De Nederlandsche Bank (DNB) is een belangrijke en solide overheidsinstantie die zich inzet voor een stabiel financieel stelsel met stabiele prijzen, solide financiële instellingen en een goed werkend betalingsverkeer. In de taken die de DNB uitvoert staat centraal de slogan ‘werken aan vertrouwen’. Vertrouwen is cruciaal in de financiële wereld. De meesten van ons zullen zich nog al te goed herinneren, hoe tien jaar geleden de internationale financiële crisis genadeloos toesloeg. Het begon toen met een vertrouwenscrisis, die ertoe leidde dat banken door de overheid overeind gehouden moesten worden. Als burgers het vertrouwen in de bankwereld verliezen is er het risico van een ‘bankrun’ (stormloop op de bank), waarbij rekeninghouders tegelijkertijd hun spaargeld (willen) opnemen. Een bank kan daardoor in liquiditeitsproblemen raken, want het geld van spaarders is immers niet direct beschikbaar. Daarom is vertrouwen van cruciaal belang in de financiële wereld. De DNB heeft een belangrijke rol en werkt als onafhankelijke toezichthouder samen met Europese partners aan een schokbestendig financieel systeem, een veilig, betrouwbaar en efficiënt betalingsverkeer en goed monetair beleid (1). Nu ons geld niet meer gedekt wordt door goudvoorraden, kun je stellen dat een bankrekening niet meer is dan een digitaal nummer in een systeem. De crisis heeft aangetoond dat toezicht op dat systeem belangrijk is en daarom mogen we blij zijn dat ons land een integere en solide toezichthouder heeft. De praktijk heeft geleerd dat er permanent moet worden gewaakt, dat financiële instellingen hun verplichtingen en toezeggingen nakomen. Door de massale digitalisering is de financiële wereld en dus ook het betaalverkeer, uiterst complex geworden en gelet op de toename van cybercriminaliteit heeft cyberveiligheid een hoge prioriteit. Omdat we ook participeren in de euro is het van belang dat er internationaal optimale afstemming is en landen zich houden aan de afgesproken begrotingsregels. Een belangrijk onderdeel van het systeem is het betaalverkeer. 

Aandeel pinbetalingen aan de kassa overschrijdt 60%-grens

Op 29 oktober 2018 maakte de DNB bekend dat het aandeel van pinbetalingen aan de kassa de 60%-grens heeft overschreden. Daarmee zijn de streefwaarden van 60% pin – 40% contant ruimschoots bereikt. Banken en andere ondernemers hebben in 2005 in het Convenant Betalingsverkeer afspraken gemaakt en in 2009 en 2014 werden nadere overeenkomsten gesloten.  In 2014 was de verhouding nog 60% contant en 40% pin. Sindsdien is er sprake van een zeer snelle toename van het aantal pinbetalingen en is het aantal contante betalingen sterk afgenomen. Daarmee is dit jaar de gestelde bovengrens bereikt. Minder gebruik van contant geld zou er voor hebben gezorgd dat betalen veiliger is geworden, want een lege geldlade in de kassa is niet aantrekkelijk voor criminelen. Het aantal overvallen bij winkeliers, horecagelegenheden en benzinestations is tussen 2008 en 2017 dan ook gedaald van 1.171 naar 377. Ook de schade door skimming (het onrechtmatig kopiëren van betaalkaartgegevens) daalde tussen 2011 en 2017 van 39 miljoen euro naar 1,5 miljoen euro, vooral dankzij de invoering van het Nieuwe Pinnen eind 2011. Ik pin zelf regelmatig, zij het niet buitensporig en zie ook de vele voordelen. Ik ben wel van mening dat er in de maatschappelijke discussie, door belanghebbenden een te grote nadruk wordt gelegd op efficiency en veiligheid en sociale aspecten worden genegeerd. In de digitale euforie van dit moment wordt onvoldoende rekening gehouden met de nadelen die direct, maar zeker op langere termijn, zijn verbonden aan een eenzijdige nadruk op digitaal betalingsverkeer. Nu de doelstellingen zijn gehaald loopt het convenant in 2018 ten einde, maar dat betekent volgens mij niet dat de cijfers nu stabiel zullen blijven. Een van de redenen van de snelle toename van pinbetalingen is het contactloos betalen en ik verwacht dat in de huidige maatschappelijke dynamiek deze trend zich zal doorzetten (2-4). Een cashloze samenleving is een heilloos streven en daarom is het goed enige kritische kanttekeningen te plaatsen. 

Kanttekeningen ter overweging

De DNB geeft in een jaarverslag aan dat cash belangrijk blijft (5). Terwijl het gebruik van de pinpas blijft groeien, wordt er geleidelijk minder contant betaald. Cash moet  een kernrol blijven vervullen. Daarom zet de DNB zich in voor een goed functionerende cashketen, waarbij cash als algemeen bruikbaar betaalmiddel beschikbaar blijft. Gelet op de ingezette trend, is hier volgens mij de wens de vader van de beleidsgedachte. Er zijn diverse argumenten aan te voeren, waarom cash als betaalmiddel ruimschoots beschikbaar dient te blijven. Ouderen en kwetsbare groepen als mensen met een verstandelijke beperking, hebben om uiteenlopende redenen vaak moeite om gebruik te maken van computertechnologie of digitale betaalsystemen. In een tijd dat het overheidsbeleid is gericht op langer zelfstandig wonen, worden kwetsbare groepen afhankelijker van anderen. Familieleden, zorgverleners of buren. Daan, een dubbel gehandicapte man die in een woonvorm woont, heeft een met de bank afgestemde pinlimiet, om toch mee te kunnen doen met ontwikkelingen in de samenleving. Betalen doet hij echter contant, omdat hij niet taalvaardig is. Een ander argument is budgettering. De DNB geeft in waarschuwende zin aan dat contant betalen tieners leert verstandig om te gaan met geld. Dat is een belangrijke conclusie in een tijd dat, ondanks een goed draaiende economie, het aantal mensen met schulden onder bewind tussen 2009 en 2018 is gestegen van 100.000 naar 250.000. Cash blijft belangrijk, al is het maar vanwege budgettaire argumenten en om als persoon of gezin financieel overzicht te houden.

Ondermijnende criminaliteit en privacy

Ondermijnende criminaliteit kan door cyberaanvallen vitale infrastructuur ontregelen, zoals de energievoorziening en het digitale betaalverkeer. Het Openbaar Ministerie en de Rijksoverheid waarschuwen ervoor op hun websites en in het Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum wordt het zelfs beschouwd als een kernprobleem voor de mensheid. In crisissituaties moet er altijd contant geld beschikbaar zijn  (6-10). Een ander vooral ethisch en principieel bezwaar tegen de huidige ontwikkeling, is dat digitalisering van het betaalverkeer een risico voor de privacy oplevert en burgers te afhankelijk worden van het systeem. De informatiestromen over personen (Big Data), bijvoorbeeld over koopgedrag, worden massaal gebruikt om (risico)profielen op te stellen. De overheid heeft daar in het verleden zelf bij herhaling voor gewaarschuwd. Voorbeeld van hoe massaal dit kan plaats vinden is een sociaal surveillance systeem in China, waarbij met behulp van moderne technologie als biometrische identificatiesystemen op basis van gezichtsherkenning, burgers nauwkeurig in kaart worden gebracht. Dezelfde tendens is waarneembaar in andere landen zoals India. Het systeem biedt talrijke voordelen, maar ook zwaarwegende nadelen. Dat wordt goed geschetst in een studie van het gezaghebbende Rathenau Instituut ‘Van privacyparadijs tot controlestaat?’, waarin wordt opgeroepen tot bezinning. Op pagina 42 wordt aandacht besteed aan ‘slimme camera’s’ op basis van biometrische identificatie. Die werden in 2007 bij de verschijning van de studie nog niet veel ingezet. Anno 2018 zien we de sterke toename, die ook in de studie wordt voorzien.  Zelf heb ik de afgelopen twee decennia boeken en publicaties aan dit onderwerp gewijd. Een overzicht is te vinden op de pagina ‘Boeken en oude publicaties’ van mijn website, waar ook enige publicaties gratis kunnen worden gedownload. Het systeem en de digitale infrastructuur die nodig zijn om de zorgen geuit in de Bijbel maar ook het fascinerende boek ‘1984’ van George Orwell te verwezenlijken, zijn geen fictie meer maar harde realiteit (11-17). Digitalisering onttrekt zich aan de waarneming van veel burgers. Daarom bestaat over de zwaarwegende nadelen vaak onwetendheid. Veel mensen worden er ook angstig door en negeren de problematiek. Daarom is het noodzakelijk dat de maatschappelijke discussie hierover onverminderd doorzet. 

 

 

Foto’s: Gebouw DNB Nstionale Beeldbank. Goudvoorraad in opslag, rechthebbende foto: De Nederlandsche Bank. Geld Jaap Spaans. Omslag boek De Cybersamenleving.

Bronnen:

  1. Info van de website van de DNB.
  2. DNBulletin, 29 oktober 2018 : ‘Aantal pinbetalingen aan kassa overschrijdt 60%-grens’.
  3. Persbericht van de Stichting Bevorderen Efficient Betalen, 29 oktober 2018.
  4. Convenant Betalingsverkeer heft zichzelf op, Cornéline Lanooy. Website vakblad Hortipoint, 29 oktober 2018.
  5. Jaarverslag 2012 van DNB, hoofdstuk 3 ‘Een robuuste financiële infrastructuur’ onder 3.4. ‘Cash blijft belangrijk’. Uitgebracht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 maart 2013.
  6. DNBulletin, 13 maart 2018: ‘Contant betalen helpt tieners verstandig om te gaan met geld’.
  7. Website van het Openbaar Ministerie, 1 november 2018: ‘Cybercriminaliteit’, en ‘Wat is ondermijnende criminaliteit?’. Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum (WEF).
  8. De Cybersamenleving hoofdstuk 5 ‘Betaalverkeer’, Jaap Spaans, 2013. Gratis te downloaden van mijn website.
  9. Website ‘Anders maar Uniek’ van iemand met een dubbele beperking. ‘Boodschappen scannen en afrekenen’.
  10. Dagblad van het Noorden, 27 oktober 2018. Reportage over beschermingsbewindvoering en schuldhulpverlening: ‘Voor hun eigen bestwil’.  
  11. ‘Van privacyparadijs tot controlestaat?’. Studie, uitgave Rathenau Instituut, adviesorgaan van parlement en overheid , 2007.
  12. ‘1984’, George Orwell. Uitgave 42e druk Singel Pockets, 1998.
  13. Bijbelboek Openbaring, hoofdstuk 13.
  14. ‘Grote Broer’. Nieuwsblad van het Noorden, 23 oktober 1999.
  15. ‘Cashloos is riskant’, commentaar en ‘Digitalisering gaat gepaard met risico’s’. Dagblad van het Noorden, 30 oktober 2018.
  16. ‘China’s scherpe ogen zien overal’, Marije Vlaskamp. De Volkskrant, 10 augustus 2018.
  17. ‘Cashless. Op weg naar een maatschappij zonder contant geld’. Mark Hitchcock. Uitgeverij Het Zoeklicht, Doorn 2009.

-WO1 en WO2: : Barensweeën en geboorte van Europa

Op 11 november 2018 herdenken we dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog (WO1) eindigde. Om 11.00 uur die dag werd bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs de wapenstilstand gesloten. Na een vier jaren durende oorlog waarin naar schatting 20 miljoen slachtoffers vielen onder burgers en militairen, bleef Europa ontredderd en in chaos achter. In voorgaande publicaties, heb ik de gruwelijkheid van deze oorlog beschreven en aandacht besteed aan onderwerpen als ‘shellshock’ en oorlogsneurose, de loopgravenoorlog en de oorzaken van het conflict. Ik heb daarbij ook nadrukkelijk de vraag aan de orde gesteld, of de mensheid ooit in staat zal zijn om op eigen kracht egoïsme, hebzucht en machtswellust te overwinnen en een betere en rechtvaardiger wereld te verwezenlijken. Een cruciale vraag voor de toekomst, die mij vanuit mijn levensbeschouwing al decennia bezig houdt. Beide wereldoorlogen vonden immers plaats op een continent met een belangrijke Joods-christelijke geschiedenis. De komende tijd zal er via allerlei media intensief aandacht worden besteed aan WO1. Na de wapenstilstand en de Vrede van Versailles in 1918, werden aan het overwonnen Duitsland enorme herstelbetalingen opgelegd en werd voorzichtig een begin gemaakt met de wederopbouw en herstel van de traumatische oorlogservaringen.

De Tweede Wereldoorlog (WO2)
De vernedering die veel Duitsers ervoeren door de enorme herstelbetalingen, de armoede die grote delen van de Duitse bevolking trof en het trauma van de nederlaag, leidden tot groeiende onrust en onvrede. Duitsland kon de hoge bedragen aan herstelbetalingen niet meer opbrengen. Mede daardoor ontstond een voedingsbodem voor het nazisme die, amper 22 jaren na het einde van WO1, leidde tot WO2. Er werd ook een zondebok gecreëerd en zoals vaak was gebeurd in de geschiedenis, richtte de volkswoede zich op de Joden. WO2 was qua hevigheid en omvang nog verschrikkelijker dan WO1. Volgens schattingen bedroeg het aantal slachtoffers onder burgers en militairen 60 miljoen. Daarbij moet worden aangetekend dat de statistieken over aantallen nogal verschillen. Nieuw aan deze oorlog, was dat voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid getracht werd om op systematische en massale wijze een volk te vernietigen. Zes miljoen Europese Joden werden bij razzia’s opgepakt en afgevoerd naar doorgangs- en vernietigingskampen. Duitse Einsatzgruppen in Oost-Europa, ook wel doodseskaders van de nazi’s genoemd, executeerden tegenstanders, verzetsmensen en Joden vaak ter plaatse. De Holocaust is een smet op de Europese volken en maakte ook duidelijk hoe ver mensen kunnen gaan. Die conclusie is voor mij bepalend voor de vraag over de toekomst van de mensheid, die ik hiervoor stelde. Als uitvloeisel van WO2 vluchtten veel Joden vanuit de wereldwijde diaspora (verstrooiing) naar Israël, waar in 1948 de staat Israël na een stemming in de Verenigde Naties werd gesticht. Het herlevend antisemitisme is in dat verband extra zorgelijk. Andere ingrijpend gevolgen van WO2 waren de verdeling van Europa in Oost en West en de oprichting op 24 oktober 1945 in San Francisco van de Verenigde Naties (VN) als opvolger van de Volkenbond (1, 2 en 3).

Barensweeën en de geboorte van Europa
In het voorjaar van 1950 staat Europa aan de rand van de afgrond. Door de Koude Oorlog dreigt een conflict tussen Oost en West. Vijf jaren na de oorlog is de verzoening van de vroegere tegenstanders nog ver te zoeken. De vraag kwam op welke lessen konden worden getrokken uit het verleden en welke voorwaarden nodig zijn om duurzame vrede te bewerkstelligen tussen voormalige vijanden. De kern van het probleem was de verhouding tussen Frankrijk en Duitsland. 

Europese Unie vlaggen voor het Berlaymont gebouw in Brussel. Foto: Jan Kranendonk / Nationale Beeldbank

Onder leiding van toponderhandelaar Jean Monnet, werd op initiatief van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman en de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staat (EGKS) opgericht door zes landen, waaronder Nederland. Een belangrijk uitgangspunt was dat armoede en verdeeldheid tussen landen, belangrijke oorzaken van de beide wereldoorlogen, in de toekomst voorkomen moesten worden. De wederopbouw in West-Europa was in volle gang. In maart 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht. In de jaren daarna volgde er een golf van uitbreidingen, met voor velen als hoogtepunt de ondertekening van het Verdrag van Maastricht en de oprichting van de huidige Europese Unie(EU) in november 1993 (4). Zowel qua inwonersaantal (500 miljoen) als economische, politieke en militaire potentie kunnen de Europese landen een supermacht vormen. Maar sinds het begin van de 21e eeuw verschuiven de machtsverhoudingen op het wereldtoneel in een uitzonderlijk hoog tempo. Verdeeldheid zal in het huidige krachtenveld betekenen, dat Europa op termijn de slag zal verliezen met andere grootmachten op de wereld als China, Rusland en andere machtsblokken. Gelet op de geschiedenis denk ik dat een meer homogeen Europa nodig is om in de toekomst overeind te blijven, de concurrentie met andere machtsblokken aan te gaan en grensoverschrijdende uitdagingen als klimaatverandering, terrorisme en (cyber)criminaliteit alsmede de migratieproblematiek in goede banen te leiden en………oorlogen als WO1 en WO2 te voorkomen.

Het valt niet te ontkennen: we leven in Europa in ongekende welvaart en hoewel de verzorgingsstaat onder druk staat hebben we vooral in Nederland weinig reden tot klagen. Een aantal cruciale factoren dreigt de verhoudingen in Europa te verstoren. De NATO staat onder druk omdat de VS meer financiële verantwoordelijkheid en inbreng eist van Europa. Europa zal zelf de broek moeten ophouden om veiligheid en vrijheid te beschermen en dat zal aanzienlijke financiële offers vergen en ten koste gaan van andere financiële posten als de zorg en sociale uitkeringen. De Brexit gaat richting climax en kan leiden tot verdere verdeeldheid, waar eenheid juist nodig is. Als argeloze burger moet ik vaststellen dat er in Groot Brittannië een referendum is gehouden, zonder dat de korte- en lange termijn gevolgen goed zijn ingeschat. Het leidt tot jaren van geld, tijd en energie verslindende onrust. Ook in andere landen zoals Polen en Hongarije zien we dat nationalisme juist toeneemt, onder druk van de onbeheersbare migratieproblematiek die de verdeeldheid versterkt. Daarnaast is er de zorg dat christelijke waarden onder druk komen te staan door demografische veranderingen. Door de invloed van moderne media en de digitalisering van de samenleving, worden burgers permanent geïnformeerd en die overlast aan informatie leidt tot onrust. Voor de toevoer van energie en grondstoffen raakt Europa steeds afhankelijker van andere landen. En dan is er de nieuwe wapenwedloop, waarbij wapens worden ontwikkeld die in vernietigingskracht het tijdens beide wereldoorlogen ingezette wapentuig overtreffen. De aanpak van al deze uitdagingen en problemen vereist wijsheid en een krachtdadig beleid, maar helaas ontbreekt het daar vaak aan. In mijn kennissenkring vang ik signalen op van zorg over het groeiende antisemitisme en de verhouding tussen Europa en een demografisch en geografisch nietig maar belangrijk land als Israël. In vergelijking met de oorlogen in Syrië, Yemen en andere explosieve situaties op de wereld waarbij honderdduizenden slachtoffers vallen en miljoenen burgers op de vlucht slaan, wordt de situatie in Israël volstrekt overbelicht en is er sprake van selectieve verontwaardiging. Ik maak mij daar ook grote zorgen over. Daarnaast is er bij veel Europeanen de angst dat de Staat Europa teveel macht naar zich toe trekt, waardoor democratische rechten onder druk komen te staan. Ik deel die laatste zorg niet. Het veranderingsproces op de wereld is niet te stoppen. Gelet op de geschiedenis is het gewenst, dat een welvarend verenigd Duitsland ingebed blijft in een sterk Europa (5). Ik heb er regelmatig discussies over met medechristenen en weet dat de visie op Europa onder hen verdeeld is. Dat geldt overigens ook voor andersdenkende bevolkingsgroepen. Het is mijn overtuiging dat er in onze complexe wereld ingrijpende kantelmomenten en omslagpunten gaan komen. Daardoor zal de noodzaak van meer Europese eenheid alleen maar toenemen.

NEOM
In 2019 zal ik DV twaalf publicaties wijden aan toekomstbepalende trends, waarin ook een aantal onderwerpen uit deze publicatie uitgebreid zullen worden belicht. De inleidende publicatie daarover staat reeds op de pagina ‘Artikelen’. Een van de aangekondigde ontwikkelingen die ik zal volgen is het NEOM project, dat In 2017 werd gepresenteerd aan de wereld door de overheid van Saudi Arabië (SA). Het woord is afgeleid van New (Engels) en Mostaqbal (Arabisch: toekomst). Op 246 mijlen ten zuidoosten van Jeruzalem zal, als het allemaal doorgaat, de stad van de Nieuwe Toekomst verrijzen. De kosten zouden rond 500 miljard dollar bedragen. De Saudische overheid onderkent dat olie in de toekomst minder belangrijk zal worden en wil het land toekomstbestendig maken. NEOM moet een stad worden waarbij alternatieve energievormen, digitalisering, robotica en andere ontwikkelingen garant moeten staan voor welvaart, inspiratie, verbinding en geluk/vrede! Of het allemaal zal worden verwezenlijkt en of de geformuleerde doelstellingen fysiek en mentaal haalbaar zijn, hangt onder andere af van de geopolitieke ontwikkelingen in de wereld en het Midden-Oosten in het bijzonder. Informatie over deze ‘Stad van de toekomst’ is te vinden via internet (6).

 

 

Foto’s: Monument Ieper, Trees Kim. Granaathuls uit WO1 met symbolisch een roos voor vrede, Vredepaleis Den Haag, UN-post met pantservoertuig, Herdenkingssteen met tekst uit het Bijbelboek Klaagliederen Kamp Westerbork: Jaap Spaans. Vlaggen gebouw Europese Commissie Jan Kranendonk NBB.

Bronnen
1. ‘Soldaten. Over vechten doden en sterven’. Sonke Neitzel en Harald Welzer. Uitgave Nederlandse vertaling Uitgeverij Ambo/Anthos Amsterdan, 2012.
2. En zij werden verstrooid onder alle volken. De geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak’. Werner Keller. Uitgave: La Riviera en Voorhoeve NV Zwolle. Christelijke Theologie na Auschwitz. Deel 1 Theologische en kerkelijke wortels van het antisemitisme. Dr. Hans Jansen, tweede druk. Uitgave Boekencentrum, Den Haag, 1982.
3. Charter of the United Nations, ondertekend in San Francisco op 26 juni 1945. The Statute of the International Court of Justice is an integral part of the Charter. Tevens informatie van de officiële website van de Verenigde Naties.
4. Diverse uitgaven van het Bureau voor officiële publicaties der Europese gemeenschappen: ‘Zeven mijlpalen in de Europese geschiedenis. Europa in beweging’. 1997. ‘Een nieuw idee voor Europa. De verklaring van Schuman 1950-2000’, 2e druk 2000. ‘Handvest van de grondrechten van de Europese Unie’, 2000.
5. ‘Meningen over Duitse Eenheid. Het derde Duitse wonder’. Diverse auteurs. Uitgeverij NPA en Nederhof Produktie, 1990.
6. NOS Nieuws ‘Saudi-Arabië van conservatieve moslimmacht naar wereldse Golfstaat: wat zit erachter’? Het land gaat maar liefst 425 miljard euro steken in de bouw van een megastad, ter grootte van België. Tevens de website www.neom.com en diverse informatieve filmpjes over het NEOM project.

-Concentraties van erfelijke ziekten

In de tweede week van september 2018 hield het Prinses Beatrix Spierfonds (PBS) de actie ‘Collecteren tegen spierziekten’. Een actie die ik van harte ondersteun. Er zijn ongeveer 600 spierziekten en veel ervan zijn erfelijk. Bekende voorbeelden zijn myotone dystrofie (MD), de ziekte van Duchenne en SMA. Wie met een spierziekte in de omgeving te maken krijgt, weet hoe ernstig de impact kan zijn op de patiënt en de omgeving. Een ziekteproces kan snel en heftig verlopen, maar ook langdurig en slopend zijn. Omdat erfelijkheid vaak een rol speelt, hebben spierziekten een grote weerslag op individuen, gezinnen maar ook families. Door wetenschappelijk onderzoek en uitwisseling van informatie wordt steeds meer bekend over de genetische aspecten, waardoor nieuwe inzichten ontstaan over oorzaken, verloop en behandeling.

MD in Saguenay Canada

MD wordt gekenmerkt door het onvermogen tot relaxatie van spieren (myotonie) en door progressieve spierzwakte. Het is een multisysteem ziekte die ook organen aantast waardoor bijvoorbeeld hartritmestoornissen en maagdarmklachten kunnen ontstaan. Ook mentale retardatie kan voorkomen, vaak als de moeder draagster is. Per generatie neemt de ziekte in ernst toe (anticipatie). MD komt in ons land naar schatting voor (prevalentie) bij 10/100.000. Een huisarts met een praktijk van 2350 patiënten zal in dertig jaar werken gemiddeld drie patiënten met MD zien (1). Er zijn echter uitzonderingen, zoals in de Canadese plaats Saguenay (Franstalig Quebec). Sociologisch onderzoek wees uit dat daar de prevalentie 10/7450 is, 30 tot 60 keer hoger dan de mondiale cijfers. Met behulp van computertechnologie konden onderzoekers de achtergronden analyseren, zoals familiegeschiedenissen. Canada is een emigratieland en rond 1840 kwamen door een emigratiestroom tussen 57 en 77 MD-patiënten naar de regio Saguenay. In combinatie met hoge geboortecijfers, een geografisch isolement en minder mobiliteit kon de ziekte uitbreiden (2). Dergelijke praktijksituaties zijn belangrijk voor wetenschappers om meer inzicht te krijgen in MD en erfelijkheid in het algemeen. Naast medische aspecten werd ook onderzoek verricht naar de psychosociale omstandigheden. Daaruit bleek dat 2 van de 5 gezinnen (42%) onder de armoedegrens leefden. Na het veertigste levensjaar bleek een aanzienlijk deel van de patiënten arbeidsongeschikt en leefde in achterstandsgebieden. Afhankelijk van de welvaart in een land en de kwaliteit van de zorg, komen psychosociale problemen regelmatig voor bij patiënten met MD. Wat ik uitermate betreur is dat deze aspecten van een ziekte weliswaar in veel studies en publicaties worden vermeld, maar naar mijn mening onvoldoende worden onderzocht en uitgediept. Ik merk zelfs dat discussies erover worden gemeden en men vaak in de ontkenning of verdediging schiet. Een conclusie die ik overigens baseer op persoonlijke ervaringen. Ik denk dat schaamte en emoties als verdriet en angst daarbij een rol spelen.

Concentraties erfelijke ziekten

Naar mate de genetische en medische inzichten voortschrijden, wordt duidelijk dat geografische, demografische en sociale factoren een rol kunnen spelen bij de risicobepaling voor erfelijke aandoeningen. Ik zal dat met enige voorbeelden onderbouwen. In 2004 werden onderzoeksresultaten bekend, waaruit bleek dat een bepaalde vorm van de hartaandoening hypertrofische cardiomyopathie (HCM), vaker voorkomt onder afstammelingen van Friese doopsgezinde emigranten. Een andere hartafwijking komt vaker voor in de noordelijke provincies van ons land en Noord-Holland. De stofwisselingsziekte Tay-Sachs komt vaker vooronder Ashkenaziesche Joden dan de algemene bevolking. Mensen die het betreft kunnen voor een dragerschapstest terecht bij een aantal klinisch genetische centra. Nederland kent ook voorbeelden van erfelijke ziektes die bovengemiddeld voorkomen op lokaal niveau. Bekend zijn de Katwijkse ziekte, een erfelijke aandoening die tot hersenbloedingen kan leiden en de Volendamse ziekte, die maakt dat kinderen zwaar gehandicapt ter wereld komen. Daarbij speelt een rol dat veel van de dorpelingen afstammen van slechts zeven oerfamilies en er voortplanting plaats vindt binnen een beperkte gemeenschap. Dagblad Trouw publiceerde in 2017 een artikel dat de Volendamse ziekte aan het verdwijnen is uit Volendam, mede als gevolg van de mogelijkheden om te testen op genetische afwijkingen en vervolgens bij een kinderwens bijvoorbeeld te kiezen voor pre-implantatie genetische diagnostiek (3). Daarom is erfelijkheidsvoorlichting van groot belang, maar ook de discussie erover.

Erfelijkheid en geloof

Het onderwerp ‘erfelijkheid’ houdt mij al enige decennia bezig. In hoofdstuk 7 van een boek dat ik erover schreef, heb ik op basis van algemene ethische principes een aantal kanttekeningen geplaatst bij de ontwikkelingen op het gebied van genetica (4). Ik moet eerlijk bekennen dat mijn opvattingen sindsdien zijn verschoven, onder andere door het vele lijden dat bijvoorbeeld erfelijke spierziektes kunnen veroorzaken. Voortschrijdend inzicht in genetica is een ontwikkeling die niet te stoppen valt en christenen mogen de discussie erover dan ook niet mijden of negeren. Als dat wel gebeurt vervreemdt dat de kerk, die al geconfronteerd wordt met leegloop, verder van de samenleving en dat zou triest zijn. In 2004 schreef ik al dat de discussie over dit onderwerp achterblijft bij die in de brede samenleving. Maar tijden veranderen. Klinisch genetische centra hebben het drukker dan ooit. In iedere kerk, geloofsgemeenschap of andere organisatie van enige omvang zijn wel mensen te vinden, die direct of indirect met het onderwerp te maken hebben. Toch blijkt de discussie vaak ingewikkeld. Een fictief voorbeeld: in iemands voorgeslacht was er ruim een eeuw geleden een genetische mutatie, waardoor een ernstige erfelijke ziekte ontstond. De ziekte verspreidt zich vervolgens onder het nageslacht en een eeuw later wordt iemand in zijn kerk geconfronteerd met scherpe en kritische analyses over erfelijkheid, veelal geuit zonder kennis van genetica en vanuit een gebrek aan inlevingsvermogen. In de ‘eenzame’ strijd die mensen met een erfelijke aandoening vaak voeren, kan dit leiden tot emoties als verdriet, woede en boosheid. De situatie wordt nog complexer, nu de praktijk uitwijst dat ook bij psychische aandoeningen erfelijkheid een rol kan spelen. Gedegen theologische analyses daarover zijn helaas schaars.

Smartphoneverslaafd maar kritisch over erfelijkheid

Steeds meer mensen doen een beroep op de klinisch genetische centra in ons land, bijvoorbeeld voor preconceptioneel of prenataal genetisch onderzoek. Afhankelijk van de uitslagen kunnen daarbij indringende vragen opkomen over zingeving, geloof en ethiek. Naast kennis over het onderwerp is vooral een troostende arm om iemands schouder belangrijk. Ik verwacht dat onder christenen de betrokkenheid bij het onderwerp sterk zal toenemen. Ik baseer dat op de praktijk, maar ook op de resultaten van een enquête die ik in 2004 hield onder 100 representatieve christenen (zie elders op deze website). Wat mij soms opvalt in de opstelling van medechristenen die kritisch zijn over erfelijkheidsonderwerpen, is dat zij voorop lopen als het om andere wetenschappelijke of technologische ontwikkelingen gaat. Ik herinner mij een voorbeeld van iemand die mij na een spreekbeurt kritisch aansprak over een aspect van het onderwerp. Zelf stond zij erom bekend een aan verslaving grenzende focus op smartphones en games te hebben. Bij veel moderne maatschappelijke processen, zoals de huidige massale digitalisering, kunnen ook allerlei ethische kanttekeningen worden geplaatst, maar die worden in de regel weggewoven.

Ik stel met nadruk dat ik geen wetenschapper ben of medisch professional en mijn publicaties baseer op ervaringen en gedegen bronnenonderzoek. Bij vragen adviseer ik altijd een deskundige te raadplegen.

 

 

Foto’s/Illustraties: Collectemateriaal Prinses Beatrix Spierfonds. Boekomslag: Douglas Design

Bronnen:

  1. Informatie van Spierziekten Nederland o.a. ‘Myotone Dystrofie. Info voor de huisarts’, Myotone Dystrofie. Begeleiding en behandeling’ diverse auteurs. Uitgave Elsevier Gezondheidszorg 2000 ‘Long-term clinical and genetic studies in myotonic dystrofie’ en proefschrift van Christine de Die-Smulders. Uitgave: Universiteit van Maastricht, 2000.
  2. Abstracts/samenvattingen: ‘Spreading of the gene for myotonic dystrophy in Saguenay’ (Quebec), J Genet Hum, 1988. ‘Myotonic dystrophy in Quebec: geographical distribution and concept of genetic homogenity’, C. Laberge, 1989. Myotonic Dystrophy Steinert Disease Epidemiological data. Quebec Web Portal. Genealogical reconstruction of myotonic dystrophy in the Saguenay-Lac-Saint-Jean area’ (Quebec, Canada’), diverse auteurs. Neurology, 1990. ‘La dystrophie myotonique: I. Caractéristiques socio-économiques et résidentielles des malades’. Diverse auteurs, Le journal Canadien des sciences neurologiques’, 1989.
  3. ‘Hartafwijking voert terug naar M.Simons’, Ikontv, 9/2/2004. ‘Gen voor hartspierziekten te herleiden tot gezamenlijke Friese voorouder’. Persbericht UMCG, 9/11/2012. ‘Nieuw: Dragerschapstest voor aandoeningen binnen de Joodse gemeenschap’. Persbericht VUmc, 22/10/2015 en ‘Dragerschapstesten voor de Joodse gemeenschap’. Website Erfelijkheid.nl, 30/8/2018. ‘Volendamse ziekte verdwijnt uit Volendam’. Trouw, 26/8/2017. ‘Katwijkse ziekte’.  Erfelijkheid.nl, 30/8/2018. ‘Erfelijkheid bij zeldzame aandoeningen’. Diverse auteurs. Afdeling Klinische Genetica, MUMC Maastricht, 2018.
  4. Christenen en erfelijkheid. Jaap Spaans. Oogstpublicaties Amsterdam, 2004. Het Placenta Mysterie. Jaap Spaans, eigen beheer. 2015. Boeken zijn niet meer leverbaar. 

-Toekomst bepalende trends. Inleiding

Met interesse volgde ik tijdens de zomer van 2018 het televisieprogramma ‘Het Filosofisch Kwintet’ (Filokwintet) van de omroep Human. Het programma heeft een seculier filosofisch-wetenschappelijke benadering en verving tijdelijk het discussieprogramma Buitenhof. Bij het FiloKwintet komen vooral gasten aan het woord uit wetenschap en filosofie, met in mijn visie (te) weinig aandacht voor het onderwerp religie, maar dat past ook wel bij een omroep die is geworteld in het humanisme. Het feit dat de uitgangspunten verschillen, neemt niet weg dat de onderwerpen waarover wordt gediscussieerd ook gelovigen bezig houden zoals overbevolking, groeiende ongelijkheid, klimaatverandering, de welvaartsmaatschappij, rentmeesterschap en overbelasting van de planeet, grenzen aan de groei, oorlog en vrede en de druk op het publieke debat. Een snel veranderende en globaliserende samenleving stelt ons voor indringende vragen. Hoe verwezenlijkt de mensheid de inmiddels in brede kring noodzakelijk geachte omslag en zijn we eigenlijk wel in staat te veranderen of ontbreken daarvoor de wil en gedrevenheid? Tijdens de discussies werden veel mondiale problemen geschetst. Het programma straalde naast realisme ook somberheid uit, maar die werd vervolgens ‘genuanceerd’ door de conclusie dat men niet alarmistisch (=alarm slaan) is. Op persoonlijke titel trek ik de conclusie dat de deelnemers aan het Filokwintet hun verwachtingen voor de toekomst vooral baseren op het goede in de mens, in combinatie met de mogelijkheden die de wetenschap biedt. Als christen worstel ik met dezelfde vragen, maar voeg er een cruciale vraag aan toe: is de mens in staat de diepere oorzaken van veel problemen zoals egoïsme, machtswellust en hebzucht te overwinnen of is daarvoor een interventie van Hogerhand nodig?

Trendlijn

Dat we in een complexe wereld leven valt niet te ontkennen. Daarvoor is een aantal belangrijke oorzaken en trends aan te wijzen, die een bepaalde samenhang hebben en in belangrijke mate de toekomst van de mensheid gaan bepalen. Onverwachte gebeurtenissen zoals calamiteiten in de natuur, economische spanning of recessie, oorlogen, aanslagen etc. kunnen processen in een stroomversnelling brengen. Een trend of trendlijn is het geschatte verloop van een bepaalde ontwikkeling op langere termijn, gebaseerd op historische en actuele data. De komende tijd zal ik DV twaalf publicaties wijden aan een aantal belangrijke trends en trachten daaruit bepaalde conclusies te trekken. Een van mijn uitgangspunten is het boek ‘Christenen en de welvaartsmaatschappij’, dat ik in 1995 schreef en in 1996 publiceerde. Omdat het boek niet meer leverbaar is, zal ik relevante delen eruit verwerken in de publicaties. Het gaat om trends van een aantal belangrijke ontwikkelingen die ik 22 jaar geleden signaleerde en plaats in de context van deze tijd. InleidingBoek1996 Los van de actualiteit, is het ook goed dat je als schrijver op enig moment verantwoording aflegt van datgene wat je hebt gecommuniceerd, vooral als het over belangrijke ontwikkelingen gaat die bepalend kunnen zijn voor de toekomst van de mensheid. Klopte het in grote lijnen wat ik 22 jaar geleden schreef en heb ik zelf visies en zekerheden moeten bijstellen?

TRENDS: 12 onderwerpen

In de komende publicaties komen de volgende onderwerpen aan bod, waarbij ik achter het onderwerp een trefwoord of quote plaats:

  1. Volksgezondheid en de explosief stijgende zorgkosten. Volgens het trendscenario van de VTV zullen de zorguitgaven stijgen naar 172 miljard euro in 2040.
  2. Religie, ethiek en leefstijl. De Millennials (generatie geboren tussen 1980-2000) en zingeving.
  3. De overheid, grondrechten en rechtshandhaving. Communicatie en het handhavingstekort.
  4. Milieu, natuur en klimaat. Overconsumptie, rentmeesterschap en overbelasting van de planeet.
  5. De snel groeiende Invloed van de (social) media. Wat doet de groeiende informatie-overlast met de psyche van mensen, vooral jongeren?
  6. De flowerpower periode. De frustraties van de babyboomgeneratie.
  7. Financiële en economische instabiliteit. Wie bewaakt ons digitale geldsysteem?
  8. Globalisering en Core Global Risks, Veiligheid en vluchtelingenstromen. Hoe ontwikkelt zich de geopolitieke situatie, met name in het Midden-Oosten en wat merken we ervan in onze woonplaats of straat?
  9. Digitalisering/(Cyber)criminaliteit. Orwells vooruitziende blik. China’s digitale controle en surveillancesysteem. 
  10. Wetenschappelijke ontwikkelingen. Kunstmatige intelligentie en genetica.
  11. Volkshuisvesting en energievoorziening. Hoe betrouwbaar zijn de huidige prognoses?
  12. AOW en Pensioenen. Zijn er grenzen aan de stijging van de levensverwachting?

We leven in een samenleving met een krachtige dynamiek en veranderingen voltrekken zich in een uitzonderlijk hoog tempo. Titels. onderwerpen en de volgorde van de publicaties kunnen daarom worden aangepast aan de actualiteit.

 

Foto robot: Nationale Beeldbank Betastock  

-Media: Stop oneigenlijk gebruik woord ‘schizofreen’!

De tijd dat woorden als ‘kanker’, ‘tering’ en ‘tyfus’ veelvuldig werden gebruikt in scheldwoorden ligt gelukkig achter ons. Maatschappelijke verontwaardiging leidde ertoe dat dit verschijnsel nagenoeg is verdwenen, bijvoorbeeld bij spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden. Dat er helaas nog veel werk te verzetten is, leert het taalkundig gebruik van het woord ‘schizofreen’. Het wordt nog steeds te pas en te onpas gebruikt om aan te geven dat er sprake is van dualisme of tegenstrijdigheid, bijvoorbeeld in de politiek en bij media als het om beleidsvisies of opvattingen gaat (zie bronnen  1-4). Het vervelende is dat dit stigmatiserende taalgebruik niet afkomstig is van hooligans of dronkenlappen, maar van gerespecteerde journalisten, televisiepresentatoren en zelfs dominees.  Ik heb een aantal van hen hierop in het verleden schriftelijk gewezen, maar nooit een reactie ontvangen. Directe aanleiding om dit onderwerp toch weer op de agenda te plaatsen, was de emotionele verklaring van koningin Maxima na het overlijden van haar zus Ines bij de opening van het Protonencentrum in Groningen. ‘Mijn kleine lieve zusje was ook ziek. Zij kon niet genezen’. Ik vond dat ze daarmee een indrukwekkende bijdrage leverde aan het doorbreken van het taboe op psychische aandoeningen, maar ook treffend de lijdensweg verwoordde waarmee medemensen met een psychische stoornis en hun omgeving kunnen worden geconfronteerd (5). Iedereen, ongeacht status of maatschappelijke positie kan in deze complexe samenleving zelf of in de omgeving, te maken krijgen met psychische aandoeningen.

Schizofrenie: een ernstige aandoening

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening en word vermeld in het psychiatrisch diagnoseboek DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). De term werd in 1908 voor het eerst geïntroduceerd door een Zwitserse psychiater en is ontleend aan de woorden (Gr.) schizein (splijten) en fren (geest). Hij wilde daarmee aangeven dat er bij schizofrenie een scheiding is tussen verschillende functies van de geest zoals het geheugen, denken en waarnemen. Niet dat het om meerdere persoonlijkheden ging. Dat schizofrenie regelmatig in de media wordt beschreven in relatie tot de forensische of rechterlijke psychiatrie en verwarde personen, maakt het onderwerp extra gevoelig en beladen. Een extra reden om uiterst terughoudend te zijn in gebruik van het woord. Ten aanzien van de oorzaken van schizofrenie en andere psychiatrische aandoeningen, wordt het steeds duidelijker dat deze ontstaan door een interactie van genetische aanleg, vroege hersenontwikkeling, biologische factoren en levensgebeurtenissen/omgevingsfactoren (zie ook voorgaand bericht over placenta-onderzoek.. In wetenschappelijke kringen wordt in toenemende mate de term ‘Neuro psychiatrische stoornissen’ gebruikt (zie bronnen), waarin de overlap tussen neurologie en psychiatrie tot uitdrukking komt. Het is in dat verband opvallend en volgens mij onverklaarbaar, dat de samenleving veel milder reageert op psychiatrische aandoeningen als autisme en depressiviteit dan op schizofrenie. In alle gevallen is er immers sprake van een diagnose waarbij de hersenfunctie verstoord is. Daarom dit pleidooi aan media, journalisten en publicisten om stigmatiserend taalgebruik over deze kwetsbare doelgroep te vermijden. Taalgebruik waar overigens geen kwade wil achter zit, maar dat wel getuigt van onzorgvuldigheid en onvoldoende empathisch vermogen. De bekende psychiater Jim van Os zet zich al jaren in om de term ‘schizofrenie’ te verlaten, om plaats te maken voor: ‘psychosegevoeligheid en doemscenario’s te veranderen in hoop en optimisme’. Ik sta sympathiek tegenover dit streven (6-9). De Engelse krant The Guardian heeft zich in het verleden verontschuldigd voor gebruik van het woord ‘schizofreen’ buiten de medische context. Ook in Nederlandse dagbladen verschenen er kritische publicaties en lezersreacties (10). Ik hoop oprecht dat pastoraal werkers binnen de kerken en anderen in de zorgverlening, nadenken over dit onderwerp in de context van aandacht voor deze kwetsbare doelgroepen. Ik heb zelf in het verleden ervaren dat mensen direct in de ontkenning of verdediging schoten, als dit gevoelige onderwerp aan de orde werd gesteld. Helaas ook binnen medisch-wetenschappelijke kringen. Jammer, want dan is er geen discussie meer mogelijk en worden hardnekkige taboes in stand gehouden.

REACTIE HOOFDREDACTEUR NOS NIEUWS PER MAIL ONTVANGEN. Ik had de NOS, gelet op onderstaande bron 4, mijn visie voorgelegd. Ondanks dat men er anders over denkt, is mijn signaal wel serieus genomen en dat waardeer ik. Reacties zijn met zijn toestemming geplaatst.  

Geachte heer Spaans,

Dank voor uw mail en het kritisch meedenken. Ik heb uw mail gedeeld met enkele collega`s op de redactie die toezien op onze spelling, het consequent gebruik van namen en functies etc.

Hun gevoel is (en ik herken het wel) dat in het dagelijks Nederlands de term schizofreen met een zekere regelmaat wordt gebruikt om een splitsing of tegenstelling te omschrijven zoals in de voorbeelden die u aandraagt. En dat het dus niet zo gek is dat u dit gebruik bij de NOS terugziet. Taal is een levend organisme  waarin voortdurend nieuwe uitdrukkingen en woordbetekenissen ontstaan. De NOS beweegt daar in mee en bovendien zit onze woordkeuze vaak tussen het geschreven en gesproken woord in. Tussen formeel en minder formeel. Dat geldt zeker op televisie.

Uw angst dat het gebruik van de term in een andere betekenis dan medisch stigmatiserend is voor patiënten, die aan de ziekte lijden, herkennen wij eerlijk gezegd niet. Daar staat tegenover dat we uw perceptie (en van anderen ongetwijfeld) begrijpen en respecteren. Uw mail is dus in elk geval aanleiding de term niet al te kwistig te gebruiken.

Ik hoop dat dit u wat meer inzicht in onze afwegingen geeft.

Met vriendelijke groet,

Marcel Gelauff
Hoofdredacteur NOS Nieuws

Bronnen

  1. Website Apeldoorn Direct, 7/11/2017 ‘PvdA: Betere armoedebestrijding, maar het is een beetje schizofreen’.2. Website De Morgen (B), 30/09/2015. ‘Met schizofreen beleid gaan we geen ecologische progressie maken’.
  2. De Volkskrant, 6 mei 2003 ‘Schizofrenie bepaalde Irak-beleid in Den Haag’ en 1/11/2003 ‘Is schelden niet ook een ziekte?’.
  3. De Stentor, 22/11/2008 en update 6/4/2017: ‘De Graaf: coffeeshopbeleid is ‘schizofreen’.
  4. NOS Nieuws Buitenland 23/6/2016; ‘Het is wat schizofreen dat brexit-stemmers zich nog met EU-beleid bemoeien’.
  5. RTV Noord 19 juni 2018 en diverse andere media: ‘Mijn lieve kleine zusje was ook ziek’. Opening Protonencentrum UMCG Groningen door koningin Maxima.
  6. Lezing van psychiater Jim van Os op de website psychosenet.nl en een gastblog op diezelfde website ‘Geloof, de kerk en psychose’, 29/3/2017.
  7. Handboek Psychiatrie en Genetica ‘Inleiding’ en hoofdstukken 1 en 2. Stephan Claes en Jim van Os. Uitgeverij De Tijdstroom 2013.
  8. Haperende Hersenen, ‘Woord Vooraf’ en hoofdstuk 7 over ‘Schizofrenie’. Iris Sommer. Uitgeverij Balans, 2015.
  9. Geloof, de kerk en psychose – Een persoonlijke geloofservaring 29 maart 2017 Gastblogger.
  10. The Guardian, Gary Nunn, 28/2/2014 ‘Time to change the language we use about mental health’.

 

-Doorbraak placenta-onderzoek?

Eind mei 2018, verschenen in belangrijke Engelstalige wetenschappelijke media publicaties over belangwekkende onderzoeksresultaten met als titel “Convergence of placenta biology and genetic risks for schizophrenia,” (1). Het onderwerp houdt mij al lange tijd bezig en in 2015 legde ik mijn gedachten vast in een boek ‘Het Placenta Mysterie’. De volgende onderzoekconclusie trok mijn aandacht: ‘For the first time, we have found an explanation for the connection between early life complications, genetic risks, and their impact on mental illness and it all converges on the placenta’ . Op persoonlijke titel vertaald vanuit het Engels: ‘Voor het eerst hebben we een verklaring gevonden voor het verband tussen complicaties op jonge leeftijd, genetische risicofactoren, en de invloed ervan op mentale aandoeningen en het is allemaal terug te voeren op de placenta’. Deze onderzoeksresultaten kunnen worden gevoegd bij onderzoek door het Human Placenta Project, waarvoor de overheid in de VS 41,5 miljoen dollar ter beschikking heeft gesteld (2). Een goede zaak. Omdat onderzoek van de placenta tijdens een zwangerschap moeilijk was, werd er in het verleden onvoldoende aandacht aan besteed en volgens uitspraken van enige wetenschappers was het een genegeerd (tijdelijk) orgaan. Het wordt steeds duidelijker dat placenta-afwijkingen een rol kunnen spelen bij zowel korte als lange termijn ontwikkelingsproblemen. Voortschrijdend inzicht door de toegenomen medische kennis en technologische ontwikkelingen, in het buitenland maar ook in ons land (3).

Een mysterieus tijdelijk orgaan
Ieder mens heeft in oorsprong te maken gehad met de placenta of moederkoek. De placenta verbindt de moeder en de foetus tijdens de zwangerschap en speelt een cruciale rol bij de groei en ontwikkeling van de foetus.

Model van kind in baarmoeder. Rechts de placenta die via de navelstreng is verbonden met de foetus. Yvonne Smits NBB

Door middel van de navelstreng is de placenta verbonden met het ongeboren kind, heeft vele vitale functies zoals de foetus te voorzien van zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen en regeling van de chemische huishouding zoals afvoer van afvalstoffen. Ook speelt de placenta een belangrijke rol bij de hormoonproductie en de immuniteit van de foetus. De doorbloeding stopt, zodra de navelstreng afgeklemd of afgesneden wordt. In de Westerse wereld weten ouders vaak niet wat er na de bevalling met de placenta gebeurt. In een aantal gevallen belandt deze bij het medisch afval of wordt gebruikt voor medisch of farmaceutisch onderzoek. De laatste jaren is er een kentering en komt er meer aandacht voor de placenta. In sommige Oosterse culturen komt de waardering voor de placenta tot uitdrukking door deze op rituele wijze te begraven, bijvoorbeeld onder een boom of er wordt een boom op geplant.

Stress via de placenta
In november 2013 verscheen het volgende bericht in de media: ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Het onderzoek wordt beschouwd als baanbrekend en is een bijdrage aan een antwoord op de vraag, waarom sommige mensen vatbaarder zijn voor neurologische aandoeningen dan anderen. In een vervolgonderzoek werd gezocht naar voorspellende aspecten voor stress bij zwangere vrouwen en werden placenta´s onderzocht op stoffen, die mogelijk een grote betekenis hebben voor de hersenontwikkeling van het kind. Door middel van dierproeven werd aangetoond, dat aanstaande moeders de schadelijke effecten van stress kunnen overdragen op hun ongeboren kind via de placenta. Oorzaak zou een tekort aan een bepaald proteïne zijn, dat bescherming biedt tegen de effecten van stress. De onderzoekers sluiten niet uit dat de ontdekking van dit mechanisme kan helpen bij het begrijpen van de oorzaken, die sommige mensen vatbaarder maken voor neurologische aandoeningen (4). Er zijn overigens ziektes waarbij zwangerschapscomplicaties en placenta-afwijkingen veel voorkomen tijdens het ziekteproces, zoals het antifosfolipiden syndroom (APS) en de neuromusculaire aandoening myotone dystrofie (MD). Meer onderzoek is dan ook zeer gewenst.

Leefstijladvisering
Ik verwacht de komende jaren veel nieuwe ontwikkelingen op gebied van placenta-onderzoek. Een verloskundige/onderzoeker en een huisarts voor preconceptionele leefstijladvisering, gaven een goed praktisch advies over voorbereiding op nieuw leven. Deze deskundigen stellen dat het embryo en de placenta reeds in de eerste drie maanden van de zwangerschap worden aangelegd. Voordat de zwangere vrouw zich meldt bij de verloskundige, vinden de conceptie en de eerste groei plaats. Veel problemen in de zwangerschap en mogelijk ook later in het leven van het kind, hebben een oorsprong in die eerste aanleg. Bereid je dus goed voor op de conceptie en de zwangerschap en hanteer een gezonde leefstijl. Ik merk dat dit onderwerp voor veel christenen een taboe is en dat heeft alles te maken met vooroordelen. Zelf juich ik dergelijke adviezen toe en ben een groot voorstander van betere voorlichting en begeleiding. Vaak heb ik in mijn leven en tijdens de opvoeding van de kinderen gedacht: ‘had ik dit maar eerder geweten’.

Verzoek aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport
Op 14 juni heb ik aan de minister van VWS een verzoek gericht om meer aandacht voor de resultaten van placenta-onderzoek in de VS en de daar opgedane kennis en die expertise ook in ons land praktisch toe te passen. Het is inmiddels mijn overtuiging dat dergelijk onderzoek een breed algemeen belang dient. Een vergelijkbaar verzoek heb ik op 22 juni 2018 gericht aan de Parlementaire Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid van het Europees Parlement voor de instelling van een European Placenta Project om kennis over de placenta centraal te verwerken en te communiceren. Laat ik voorop stellen dat ook in Europa  serieus en intensief onderzoek wordt verricht naar de placenta. Voor zover ik kan inschatten en heb ervaren, is er echter vaak sprake van een eilandjescultuur onder wetenschappelijke instellingen en is er behoefte aan een overheid die, zoals in de VS, coördineert en aanstuurt en ervoor zorgt dat deze belangrijke informatie via gerichte communicatie terecht komt bij de basis van de bevolking. Bij degenen die in de praktijk kunnen worden geconfronteerd met de gevolgen van placenta stoornissen.

Reactie namens minister VWS

Gebruik makend van het individueel petitierecht dat ligt verankerd in artikel 5 van de Grondwet heb ik zoals aangegeven, een verzoek/vraag ingediend bij de minister van VWS. Omdat de tekst van de wet voorschrijft dat dit schriftelijk (en ondertekend) dient te gebeuren, heb ik eerst gepolst bij het ministerie of het mogelijk was om, gelet op de brede onderbouwing en verwijzingslinks, het verzoek digitaal in te dienen. De medewerker zei dat dit was toegestaan en verstrekte mij het mailadres van de minister. Voor de zekerheid heb ik het verzoek enige dagen later ook nog schriftelijk en ondertekend ingediend zonder bijlagen. Binnen een bredere context had ik geel gemarkeerd het volgende verzoek ingediend met bijlagen:

Onderwerp/Verzoek: Meer aandacht voor recente ontwikkelingen betreffende zeer vooruitstrevend placenta-onderzoek in de VS en het verzoek aan de minister(s) om te stimuleren dat de daar opgedane kennis ook in ons land wordt geanalyseerd en praktische toepassing vindt!
 
Bijlage 1: Hoofdstuk 6 getiteld ‘Myotone Dystrofie en de placenta’ uit mijn boek ‘Het Placenta Mysterie’ uitgegeven 2015. Bronnen in de originele bijlagen kunnen elkaar overlappen.
Bijlage 2: Verzoek uit 2012 aan de Vereniging Spierziekten Nederland, het Prinses Beatrix Spierfonds en het European Neuro Muscular Centre om wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen de spierziekte Myotone Dystrofie type 1, prenatale- en placentacomplicaties bij deze spierziekte en het risico op verstandelijke beperking als de moeder de aandoening heeft.
Bijlage 3: Correspondentie uit 2015 met de projectleider van het Human Placenta Project in de VS, David Weinberg Ph.D. Hij gaf indertijd toestemming om die correspondentie met anderen te delen .

Vervolgens kreeg ik een kort mailantwoord waarin als essentie stond vermeld dat het stimuleren van onderzoeken via  Zon Mw dient te verlopen en wel op aanvraag van de beroepsgroep, waarnaar ik werd verwezen. Ik heb toen via de mail geantwoord dat ik dit een onbevredigend antwoord vond waarbij ik mij afvroeg of mijn verzoek goed was gelezen want de essentie van mijn verzoek ging niet over het nemen van initiatief voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar het beter communiceren naar de gewone burger van onderzoeksresultaten over opzienbarend placenta-onderzoek waarnaar ik in de aanhef heb verwezen (zie tevens de bronnen). Op 14 juli 2018 kreeg ik alsnog een schriftelijk antwoord van een hoge ambtenaar waarin hetzelfde werd gesteld (5). De dag erop heb ik het verzoek ingediend bij de door het ministerie geadviseerde organisatie de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Op 19 juni 2018 ontving ik de volgende reactie: Bedankt voor uw e-mail en toelichting. Wij hebben deze in goede orde ontvangen. De Koepel Wetenschap van de NVOG zal eind september weer bij elkaar komen voor een vergadering. Ik zal er zorg voor dragen dat uw e-mail (incl. bijlagen) wordt opgenomen en besproken op de komende agenda. Hierna zal ik (of een van de leden van de Koepel Wetenschap) u van een antwoord voorzien. Indien u voorafgaand aan de vergadering nog overige vragen heeft dan verneem ik het graag. Met vriendelijke groet, ………….Junior beleidsadviseur.

Aanvullende opmerkingen:

A. Ik had het verzoek gericht aan de minister en niet een belangenvereniging, omdat het verzoek betrekking had op meerdere medische disciplines naast gynaecologie en verloskunde ook kindergeneeskunde en neonatologie, neurologie, psychiatrie en genetica.

B. Nota Medische Ethiek. Twee weken na het indienen van mijn verzoek aan de minister, te weten op 6 juli 2018, zond de minister van VWS de ‘Nota Medische Ethiek’ naar de Tweede Kamer. Op pagina 1 onder ‘Inleiding’ lees ik: ‘In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde’. Onder ‘Toetsingskader voor beleidskeuzes op het gebied van medische ethiek’ op pagina 2 lees ik: ‘Om de toets van noodzakelijkheid goed te kunnen uitvoeren, is het van belang om op de hoogte te zijn van de stand van zaken van de desbetreffende (wetenschappelijke) discipline of vakgebied. Omdat medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen plaatsvinden in een internationale context, is het van belang daarbij goed oog te hebben voor ontwikkelingen buiten Nederland. Maar dat was nu juist de essentie van mijn verzoek aan de minister van VWS. Tenslotte wordt gesteld op pagina 4 van de nota: ‘Graag nodigen we maatschappelijk betrokken organisaties en experts uit om bij te dragen aan het stimuleren van een open maatschappelijke discussie op hun terrein’. Of mijn verzoek nog op enigerlei wijze betrokken is bij deze nota kan ik niet beoordelen, maar komt in het antwoord niet naar voren. Ik betreur het wel dat op het moment dat zo’n nota naar de Tweede Kamer wordt gezonden, hetzelfde ministerie geen inhoudelijk antwoord verstrekt op een mijns inziens (en volgens anderen ook) goed onderbouwd verzoek. Ik ben geen professional of expert zoals in de nota wordt gesteld, maar als je al 25 jaar ervaringsdeskundige bent en veel informatie over het onderwerp opneemt, zou dat geen beletsel mogen zijn om een belangrijke vraag op zijn merites/inhoud te beoordelen. Verder wacht ik de reactie van de NVOG geduldig af.

Slotopmerking: Zowel uit het lotgenotencontact als sociale contacten is mij gebleken dat men in de ontkenning of verdediging schiet, als er verstandelijke (VGZ) of geestelijke  (GGZ) aspecten aan de orde worden gesteld. Jammer want de feiten uit talrijke bronnen zijn niet te ontkennen. In zijn algemeenheid  rust er kennelijk nog een taboe op dit onderwerp. Ik was in dat verband blij met de emotionele en taboedoorbrekende opmerking van koningin Maxima over het overlijden van haar lieve kleine zusje Ines, bij de opening van het protonencentrum van het UMCG Groningen. Rest mij nog aan te geven dat ik dankbaar ben in een land te leven waar we burgerrechten hebben zoals het petitierecht en voortreffelijke zorgvoorzieningen!

Foto’s: Baarmoeder Yvonne Smits Nationale Beeldbank. Rookverbod ziekenhuis met mega-asbak en peuken  Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Nature Medicine’ en ‘Science Daily’, 28 mei 2018: ‘Genes, environment and schizophrenia: New study finds the placenta is the missing link’ en ‘Intersection on schizophrenia, genetics and placental complications’.

2. The Human Placenta Project (HPP), een initiatief van de Amerikaanse overheid.

3. Promotie onderzoek Annemiek Roescher van het UMCG op 26 november 2014. Abstract/uittreksel proefschrift ‘Placental lesions and outcome in preterm born children’ en persberichten van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen van 19 november 2014. ‘Placenta-afwijkingen hebben invloed op ziekte en ontwikkeling te vroeg geborenen’. Persbericht Penn Medicine, november 2013. ‘Study Shows Moms May Pass Effects of Stress to Offspring Via Vaginal Bacteria and Placenta’.

4. Website Gezondheidsnet, 13 november 2013. ‘Ongeboren baby krijgt stress via moederkoek’. Dagblad Trouw, 3 februari 2004. ‘Deense baby’s zelfs met stress geboren’. Persbericht Erasmus Medisch Centrum, 8 september 2014. ‘Test zwangere op psychische problemen’. Persbericht Universiteit van Tilburg, 10 december 2013. ‘Goed ouderschap al in de zwangerschap te voorspellen’. Onderzoeksresultaten gepubliceerd op de website van Generation R, een project waarbij 10.000 Rotterdamse kinderen worden gevolgd. November 2014. Algemeen Dagblad, 24 januari 2014. ‘Eerst gezond en dan pas zwanger’. Publicatie website artsennet.nl over het promotieonderzoek van Robert Scholte. ’Ondervoeding baarmoeder leidt tot lagere arbeidsdeelname’, 14 oktober 2013 en ‘Slechte omstandigheden vroeg in het leven vergroten gezondheidseffecten ingrijpende gebeurtenissen op latere momenten’. Agenda VU Amsterdam, 14 oktober 2013.

5. Brief van 11 juli 2018 namens de minister van VWS beantwoord door de Directeur Curatieve Zorg.