Artikelen

-TRENDS 6: DE OVERHEID EN HET VOORZORGSBEGINSEL

‘BEZINT EER GIJ BEGINT’ is een bekend spreekwoord, dat inhoudt dat je moet nadenken voordat je ergens aan begint. Een wijze gedachte die we al aantreffen in de Bijbel waar we Lezen: ‘een wijs man bouwt zijn huis niet op het zand, maar op een rots’ (1). Deze algemene wijsheid heeft waarde in alle aspecten van het leven, persoonlijk, bedrijfsmatig maar ook voor het overheidsbeleid. Dat beleid moet immers gefundeerd moet zijn op deugdelijk onderzoek naar mogelijk schadelijke effecten. In het taalgebruik komt de essentie goed tot uitdrukking in het begrip ‘VOORZORG’, oftewel het treffen van maatregelen om vervelende of schadelijke situaties te voorkomen. Preventie (Engels: to prevent) is een begrip dat aan voorzorg is gerelateerd. Iedere burger heeft er bewust of onbewust wel mee te maken. Als ik aan deze publicatie werk is de zomervakantie net begonnen. Veel vakantiegangers nemen voorzorgsmaatregelen om de vakantie optimaal te laten verlopen. Verzekeringen worden nog even gecheckt, auto of caravan krijgen nog een veiligheidsinspectie en de verbanddoos wordt nagekeken op inhoud en kwaliteitseisen. Bij voorzorg kunnen ook ethische aspecten een rol spelen. Door de snelle vooruitgang op het gebied van de medische wetenschap en genetica maken steeds meer mensen gebruik van nieuwe ontdekkingen op het gebied van anticonceptie en embryoselectie, bijvoorbeeld om te voorkomen dat ernstige erfelijke ziektes worden overgedragen. Bij risico op een hartstilstand kan preventief een interne defibrillator (ICD) worden geïmplanteerd. Het bedrijfsleven neemt voorzorgsmaatregelen om (cyber)criminaliteit en overbelasting van het milieu te voorkomen. Het postbedrijf sluit uit voorzorg de brievenbussen af rond de jaarwisseling, om schade door vuurwerk te voorkomen. In deze publicatie gaat het over de belangrijke rol die het voorzorgsbeginsel speelt bij het overheidsbeleid, zowel politiek als juridisch.

Vaccinatie is ook voorzorg
Als overheidsbeleid kan leiden tot grote en/of onomkeerbare schade voor de samenleving, heeft een overheid de plicht het beleid daarop af te stemmen of zo nodig aan te passen. Op grond van het voorzorgsbeginsel werd het Rijksvaccinatieprogramma ingevoerd, dat kinderen beschermt tegen twaalf besmettelijke infectieziekten. Ondanks protesten vanuit levensbeschouwelijke kringen heeft het programma brede maatschappelijke steun. Het is op veiligheid en effectiviteit onderzocht door de Gezondheidsraad (2). Het voorzorgsbeginsel is echter ook een controversieel onderwerp in onze snel complexer wordende samenleving, waarin de mensheid met immense uitdagingen wordt geconfronteerd. Twijfels en onzekerheid over toepassing van het beginsel door de overheid nemen toe. De energietransitie van aardgas naar andere energiebronnen is daarvan een treffend voorbeeld. Ik verwacht de komende jaren een groeiend spanningsveld tussen maatschappelijke en economische belangen. Als gevolg van de drastische reductie van de aardgasproductie in Groningen en mondiale afspraken over klimaatdoelen, moet in betrekkelijk korte tijd worden overgeschakeld naar andere energiebronnen zoals zonneparken, windmolens, kernenergie, verbranding van biomassa etc. Een project van ongekende omvang. De eerste signalen zijn er al waaruit blijkt dat door de snelheid waarmee de transitie moet plaats vinden, zorgvuldigheidseisen die uit voorzorg behoren te worden genomen onvoldoende worden afgewogen. Ik zal dat met een voorbeeld verduidelijken.

Schone Lucht Akkoord
Om gebruik van andere en alternatieve vormen van energievoorziening te stimuleren, had de overheid een subsidieregeling in het leven geroepen om de aanschaf van pelletkachels te stimuleren. Dit leidde tot een toename van de verkoop van deze kachels met name voor woningen, maar er werden tevens grotere pelletinstallaties in gebruik genomen bij energiecentrales en voor blokverwarming van woningcomplexen. Nederland is momenteel een van de grootste importeurs van houtpellets ter wereld. Op 28 juni 2019 presenteerde een onderzoeksbureau een advies dat ingaat op de neveneffecten van de subsidie op pelletkachels. Op grond van nieuwe inzichten wordt de subsidieregeling vervroegd beëindigd, omdat de negatieve effecten op de luchtkwaliteit niet opwegen tegen de lagere CO2-uitstoot die de kachels opleveren. Staatssecretaris Van Veldhoven verwoordde het in de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van 2 juli 2019 over het Schone Lucht Akkoord. Volgens de staatssecretaris weten we steeds meer hoe slecht luchtvervuiling is voor de gezondheid en leveren pelletkachels veel fijnstof op. ‘Daar willen we in ieder geval geen subsidie meer aan gaan geven’. In de branche is er overigens weinig begrip voor de beleidswijziging en de argumentatie (3). Gezondheid is een belangrijke voorzorg factor. De volgende Kamervraag aan de minister van Landbouw werd in maart 2019 gesteld: ‘Heeft u kennisgenomen van de studie van het ALS Center of Excellence aan de Universiteit van Michigan, gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, dat ervoor waarschuwt dat blootstelling aan pesticiden en andere vervuilende stoffen de kans vergroot op ontwikkeling van ALS, en de aftakeling als gevolg van deze neurogeneratieve ziekte zal versnellen?’ De minister antwoordde bevestigend. Vervolgens werd haar de vraag voorgelegd, of zij erkent dat zij de wettelijke mogelijkheid heeft om het voorzorgsbeginsel toe te passen om mensen te beschermen tegen de gevaren van landbouwgif? Het antwoord van de minister onder 5 raakt de essentie: ‘Verordening (EG) 1107/2009 gaat uit van het voorzorgsbeginsel en biedt de mogelijkheid om waar nodig in te grijpen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het kabinet heeft onderzoek laten doen naar blootstelling van omwonenden onder coördinatie van het RIVM. De resultaten van dat onderzoek nu geven geen aanleiding om in te grijpen. Wel laat het kabinet vervolgonderzoek uitvoeren door de Gezondheidsraad’ (citaat 4). De tijd zal het leren, maar de belangen zijn enorm.

Beleidsomslag
Er zijn meer onderwerpen die zowel economisch als maatschappelijk een dominante rol vervullen. Hoewel de Gezondheidsraad stelt dat elektromagnetische straling in ons land binnen de veiligheidsnormen is, bestaat er onder veel burgers weerstand tegen infrastructuren die straling verhogen. Zo is er twijfel over de gevolgen van de introductie van nieuwe infrastructurele systemen, zoals het 5G netwerk. Internationaal speelt de vraag welke invloed intensief gebruik van draadloze apparatuur heeft op kinderen in ontwikkeling (5). In de provincies Drenthe en Groningen is veel protest tegen de komst van grootschalige windmolenparken. Soms worden bij die protesten grenzen overschreden, maar niet zelden ligt het ook aan het gebrek aan informatie en miscommunicatie van overheidswege. In die discussie komt de vraag op of windmolens schadelijk zijn voor de gezondheid. In het gerenommeerde medische vakblad Medisch Contact verscheen in 2018 een kritische publicatie van een huisarts over de komst van grote windmolenparken onder de kop ‘Windmolens maken wel degelijk ziek. Toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig’. Deze arts pleit voor meer en beter onderzoek en zonodig toepassing van het voorzorgsbeginsel. Windturbines kunnen gezondheidsrisico’s opleveren bijvoorbeeld voor mensen die gevoelig zijn voor laagfrequent geluid veroorzaakt door windmolens. Dat kan tot gezondheidsproblemen leiden, die echter nog te weinig serieus worden genomen. Terwijl volgens het voorzorgprincipe de overheid kan ingrijpen, ook als klachten nog niet onomstotelijk bewezen zijn. De protesten tegen de windmolenparken tonen aan dat er grote tegenstrijdige belangen zijn, waarvan vaak kwetsbare groepen in de samenleving de dupe zijn. Dat we hier in het komende decennium vaker mee te maken zullen krijgen lijdt geen twijfel. Daarbij valt het mij altijd op dat er doelstellingen worden geformuleerd en plannen geïntroduceerd, die al snel door de praktijk worden ingehaald en moeten worden aangepast. Dat economische belangen regelmatig botsen met belangen van individuele burgers is niet te vermijden. Om onze welvaart te behouden kan ons welzijn onder druk komen te staan en zijn soms ingrijpende keuzes nodig, waarvan de gevolgen niet altijd te overzien zijn. In 2018 pleitte ik in een publicatie voor een Publiek Debat (6). Reden om te eindigen met die belangrijke en wijze spreuk en tevens oproep: BEZINT EER GIJ BEGINT!

 

 

Foto’s en illustratie: DNA-structuur, Erfocentrum. Pelletinstallatie blokverwarming Hoogeveen en windmolenpark bij Delfzijl Jaap Spaans

Bronnen
1. Website Publiekrecht & Politiek, 21/5/2015, redactioneel artikel ‘NGP: Bezint eer gij begint’. Lucas 6:48-49.
2. Website van het Rijksvaccinatieprogramma van 8/7/2019.
3. Zakelijke zender RTL Z, 3/7/2019 ‘Subsidie pelletkachel verdwijnt: Dan industrie ook, nu doorpakken’. Kamerbrief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan de voorzitter van de Tweede Kamer, 2 juli 2019. ‘Hoofdlijnenbrief Schone Lucht Akkoord’. Televisieprogramma Zembla, 11 januari 2019 ‘Nederland een van ‘s werelds grootste importeurs houtpellets’. Canadian Biomass Magazine 2019 ‘global wood pellet markets outlook’, 7/1/2019.
4. Kamervraag 2019Z04569 ingediend op 8 maart 2019 door Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD). Onderwerp: Nieuw onderzoek waaruit blijkt dat het gebruik van landbouwgif kan leiden tot de ontwikkeling van ALS. Vragen en antwoorden onder de nummers 1 en 5
5. NOS Nieuwsuur, 24/4/2019 ‘Straling vormt strijdpunt bij uitrol 5G’. Actualiteitenprogramma EenVandaag, 27/3/2018 ‘Is de straling van 5G schadelijk voor je gezondheid’?
6. 27-03-2018 16:43Medisch Contact, 22/3/2018 ‘Windmolens maken wel degelijk ziek. Toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig’. Sylvia van Manen huisarts in Den Bosch. Webpublicatie. ‘Aardgasreductie=meer biomassa: waarom een publiek debat gewenst is’. Jaap Spaans, voorjaar 2018.

-Rechtshandhaving en criminaliteit: actie en reactie

Dit bericht is op 14 juni aangepast met de conclusies over digitale dreiging van het NCTV (zie 2e alinea en de bronnen)

Welke levensbeschouwing of opvatting iemand ook heeft, onderwerpen als criminaliteit, veiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer raken iedereen. Daarom publiceer ik regelmatig over het onderwerp en de praktijk leert dat dit op prijs wordt gesteld. Ik krijg reacties van mensen die zich achter hun computer zittend realiseren, dat ze onvoldoende zicht hebben op wat zich in het apparaat afspeelt en er vervolgens online allemaal gebeurt. Veel mensen worstelen met vragen als ‘hoe wapen je jezelf tegen cybercriminaliteit en wat moet je als benadeelde burger doen om identiteitsfraude te voorkomen als je identiteitsbewijs wordt gestolen of verloren raakt’? Daarnaast is er de grote groep burgers die in verwarring raakt onder de stortvloed aan informatie over geweldscriminaliteit die hen via nieuwszenders, dagbladen en programma’s als opsporing verzocht bereikt. De tijd dat kwetsbare groepen in de samenleving als ouderen en mensen met een beperking door daders werden ontzien, ligt ver achter ons. Slachtoffers van criminaliteit en hun omgeving ervaren soms langdurig de ernstige gevolgen en sterke emoties. Wetgeving en toezicht op de naleving ervan zijn daarom belangrijke maatschappelijke onderwerpen. Moeilijker ligt het bij ethische normen, die vaak berusten op religieuze of levensbeschouwelijke normen. Deze zijn vaak wel, maar niet altijd vastgelegd in seculiere wet- en regelgeving. Soms kan wetgeving indruisen tegen ethische normen en steeds vaker blijkt dat wetgeving de ontwikkelingen in de samenleving pas op afstand volgt. Voorbeelden daarvan zijn ‘de positie van de overheid’, wetenschappelijke onderwerpen als ‘digitalisering’ en ‘genetica’ en hoe als individu om te gaan met mondiale uitdagingen als ‘klimaatverandering’, ‘staatshacking’ of ‘de migratieproblematiek’. Eenmaal in gang gezette ontwikkelingen blijken vaak moeilijk om te buigen. In een boek als de Bijbel speelt de overheid een belangrijke rol. Moderne begrippen als genetica, cybercriminaliteit en digitalisering komen er niet voor, zodat je bij het ontwikkelen van een visie algemene en indirecte principes zult moeten toepassen.

Criminaliteit en digitale dreiging

In mei en juni 2019 verschenen enige publicaties die vanuit ethisch en maatschappelijk oogpunt belangrijk zijn. Het Openbaar Ministerie (OM), een belangrijke schakel in de rechtshandhavingsketen, publiceerde het Jaarbericht 2018. In diezelfde periode berichtte de NOS over het gebruik van algoritmes bij de verwerking van informatie en opstellen van profielen van burgers. In juni publiceerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019. Daarin wordt benoemd hoe groot de digitale dreiging voor onze  nationale veiligheid  is. Opmerkelijk is dat deze dreiging niet afkomstig is van personen of criminele organisaties, maar van landen. Dat gebeurt in de vorm van spionage, verstoring en sabotage.  Nederland is extra gevoelig, omdat zowel de infrastructuur als het financiële stelsel volledig afhankelijk zijn  van gedigitaliseerde systemen. De kwetsbaarheid die daardoor is ontstaan, heb ik de afgelopen twee decennia in talrijke publicaties benoemd en geanalyseerd.  Als christen met een achtergrond bij de politie en een opsporingsdienst en met een bijzondere belangstelling voor ethische onderwerpen, burgerrechten en plichten, hebben  publicaties als jaarberichten mijn bijzondere belangstelling. We leven in een complexe samenleving die door globalisering en andere ontwikkelingen in hoog tempo verandert en onze flexibiliteit zwaar op de proef stelt. In die context en gelet op de inleiding is het belangrijk dat de overheid verantwoording aflegt over de kwaliteit van de rechtshandhaving en toezichthouders voor burgers ‘de vinger aan de pols houden’. Om het maatschappelijke belang van het OM in onze rechtsstaat te illustreren zijn de volgende cijfers veelzeggend. De ongeveer 5300 medewerkers van het OM behandelden in 2018 ruim 300.000 strafzaken. De eisen die aan de medewerkers worden gesteld zijn hoog, onder andere vanwege hun voortdurende benodigde beschikbaarheid en omdat de beslissingen die deze ambtenaren nemen moeten voldoen aan strikte juridische normen. Dat veroorzaakt een hoge werkdruk. Gecombineerd met een te krap budget, is dat een permanent punt van zorg en aandacht en dat is duidelijk voelbaar bij de OM-onderdelen. De situatie kan ook gevolgen hebben voor de burgers, bijvoorbeeld met betrekking tot aangiftebereidheid bij moeilijk op te sporen delicten als cybercriminaliteit  (1).

Corruptie en ondermijnende criminaliteit
Volgens het OM is het aantal geregistreerde misdrijven in 2018 gedaald met 6 procent ten opzichte van 2017. Aan die daling is echter een einde gekomen. Zo is het aantal overvallen voor het eerst sinds jaren 4 procent hoger dan de afgelopen jaren. Ook het aantal geconstateerde verkeersmisdrijven, zoals rijden onder invloed, en het aantal overtredingen van de Wet wapens en munitie, nam in 2018 met meer dan 10 procent toe. Ronduit zorgelijk is dat het gevaar voor onschuldige burgers groter is geworden. Criminelen hebben steeds minder schroom om liquidaties op klaarlichte dag en op openbare plaatsen uit te (laten) voeren. Het voorkomen van liquidaties is moeilijk, maar politie en OM doen er alles aan om potentiële daders het zo lastig mogelijk te maken. Liquidaties worden niet als afzonderlijke incidenten beschouwd. Het gaat om ernstige uitingen van ondermijnende criminaliteit, die samenhangt met andere vormen van criminaliteit, zoals grootschalige drugshandel. Een ander zorgelijk aspect is dat de Rijksrecherche, die onderzoek verricht naar ambtsdelicten en integriteitsschendingen door ambtenaren, in 2018 meer onderzoeken deed dan ooit. De onderzoeken zijn ook complexer geworden en vereisen daardoor meer tijd en mankracht. Daarbij kan het gaan om zogenaamde lek- en corruptiezaken, waarbij bijvoorbeeld contacten met de georganiseerde criminaliteit zijn waargenomen. In het oog springend was de strafzaak tegen een voormalige politieman, die regelmatig in een politiesysteem zocht naar informatie over personen en lopende onderzoeken (2).

Actie leidt tot reactie: profielen op basis van algoritmen
Bij het complexe dossier rechtshandhaving leidt actie vaak tot reactie. Een minister vergeleek de bestrijding van criminaliteit ooit als een ratrace, waarbij nieuwe en extremere vormen van criminaliteit, worden gevolgd door de inzet van modernere handhavingsinstrumenten. Een vicieuze cirkel die niet te doorbreken lijkt. Wetgeving loopt altijd achter de feiten aan en er zal altijd een achterstand blijven bij de handhavers. In onze rechtsstaat kunnen opsporingsmiddelen pas worden ingezet na wetswijzigingen. Een treffend voorbeeld daarvan is de inzet van DNA en andere vormen van biometrische identificatie bij de opsporing van delicten. Daarbij past de kanttekening, dat aan de inzet van moderne technologie ook nadelen kleven voor de goedwillende burgers. Onlangs berichtte de NOS dat de overheid vaak voorspellende algoritmes gebruikt bijvoorbeeld van de Belastingdienst en andere overheidsorganisaties. Daarbij is niet altijd even duidelijk voor burgers wanneer algoritmes worden gebruikt. Een algoritme is een reeks instructies voor een computer waardoor deze ingewikkelde patronen kunnen herkennen. Via datamining kunnen duizenden feiten meewegen, om bijvoorbeeld voorspellingen te doen of schattingen te maken. Van iedere burger zijn inmiddels profielen opgesteld. In de zorg bestaan er risicoprofielen om te voorspellen welke ziektes iemand kan krijgen. Banken kunnen risicoprofielen gebruiken bij de kredietverlening. Bij de criminaliteitsbestrijding wordt gebruik gemaakt van daderprofielen. Op zich is dat legitiem, mits er openheid over bestaat en de burger weet waar hij aan toe is en de gevolgen kan inschatten. Belangrijk, want profielen kunnen immers ook worden gebruikt om burgers zonder reden uit te sluiten van bepaalde diensten. Daderprofielen zouden in de toekomst kunnen worden gebruikt om iemand sneller als dader aan te merken, dan forensisch bewijs rechtvaardigt. Rechtshandhaving en ethiek kunnen dan op gespannen voet komen te staan. In het verleden is hiervoor in talrijke publicaties gewaarschuwd. Ook de privacy waakhond, de Autoriteit Persoonsgegeven (AP), is van mening dat openheid over het beleid gewenst is. Volgens de voorzitter van de AP moet de overheid daar transparant over zijn, en helder maken op welke manier iemands gegevens worden verwerkt en hoe de besluitvorming plaats vindt (3). Als ik werk aan deze webpublicatie lees ik in een persbericht van het IMF, dat Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF, waarschuwt voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem. Dat geldt ook voor de rechtshandhaving, want computertechnologie en digitalisering worden steeds dominanter in die sector. Een waarschuwing dus uit onverdachte en deskundige hoek (4). Uit het eerder aan gehaalde persbericht van de NCTV blijkt dat onze weerbaarheid tegen cybercriminaliteit nog altijd niet op orde is. Juist die weerbaarheid is het belangrijkste instrument om risico’s, bijvoorbeeld van computercriminaliteit door staten, te verminderen. Maar zijn we niet al te afhankelijk geworden van digitale systemen en is er nog wel een weg terug? Een goed voorbeeld daarvan is het betaalsysteem dat steeds verder wordt gedigitaliseerd en in landen als Zweden en Noorwegen breed is ingevoerd. Ik ben dan ook  zeer benieuwd hoe de overheid dit in onze complexe samenleving de komende jaren gaat aanpakken.  

 

Foto Hacker: Nationale Beeldbank Nancy Beijersbergen
Overige foto’s Jaap Spaans: Nationaal monument tegen geweld in De Wijk (DR), politieactie in Hoogeveen en illustratie privacy

Bronnen

1. ‘Jaarbericht 2018: maatschappij verandert, werk verandert mee’. Uitgaven van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019. Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2019 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), persbericht en uitgave, 12 juni 2019.‘TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid’. Zie bewuste publicatie van 18/1/2019 op de pagina ‘Artikelen’ vermeld in de rechterkolom. Maandblad De Oogst, juni 2002, Jaap Spaans. ‘Criminele excessen nemen toe. Over de geestelijke oorzaken en achtergronden van de toename van criminele excessen. De Cybersamenleving, Jaap Spaans, 2013 (gratis te downloaden bij boeken).
2. Persbericht betreffende het Jaarbericht 2018 van het Openbaar Ministerie, 23 mei 2019.
3. Nieuwsbericht NOS Nieuws, 29 mei 2019. ‘Privacy waakhond: overheid moet transparanter zijn over algoritmes’.
4. Persbericht International Monetary Fund (IMF), juni 8 2019.‘The Next Steps for International Cooperation in Fintech’. Opening remarks by Christine Lagarde, Managing Director, IMF. Nieuwssite nu.nl, 8 juni 2019. 08 juni 2019. Waarschuwing van Christine Lagarde, de topvrouw van het IMF voor de macht en invloed die technologiegiganten kunnen hebben op het mondiale financiële systeem. 

-TRENDS 5: Leegloop van kerken en behoefte aan zingeving

Recente rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de religieuze stand van het land en zorgen over de groeiende spanning in de samenleving, liegen er niet om. In het rapport ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’, wordt een helder beeld geschetst van de huidige situatie. De ontkerkelijking en teruggang in het christelijk geloof blijft doorzetten in Nederland. Daar staat tegenover dat jonge kerkleden juist gemotiveerder zijn. Bovendien vormen de christenmigranten een steeds belangrijkere christelijke geloofsgroep. In ons land wonen ongeveer 1 miljoen christenmigranten, evenveel als het aantal moslims. Zij vormen een belangrijke christelijke geloofsgroep in ons land en de invloed van migrantenkerken zal de komende tijd groeien. Het huidige proces van secularisering (verwereldlijking) wordt door velen opgevat als een bedreiging voor het geloof, maar door anderen als een transformatie (overgang) van het geloof. Een van de conclusies is dat de rol en de toekomst van kerken in ons land onzeker zijn. Onduidelijk is hoe de kerk zich het best kan aanpassen (of juist niet) aan de afgelopen decennia sterk gewijzigde religieuze omstandigheden en de voortschrijdende secularisering. Positief is dat de behoefte aan zingeving zal blijven bestaan en migrantenkerken mogelijk het geloof in Nederland kunnen revitaliseren (1).

Zorgen en spanning over de toekomst

Toch wel opvallend in dit verband is de publicatie van een rapport in maart 2019 in de serie ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019’, over de toenemende spanning en bezorgdheid in de samenleving (2). Veel burgers zijn minder positief over de economie en maken zich zorgen over grensoverschrijdende problemen als het klimaat en criminaliteit. Andere bronnen van zorg zijn polarisatie en maatschappelijke tegenstellingen tussen arm en rijk en tussen etnische groepen. De media, vooral de nieuwe (social) media, wordt verweten dat ze tegenstellingen vergroten. Ik begrijp de zorgen die er leven in de samenleving. Zelf heb ik altijd veel informatie opgenomen, maar inmiddels is de rem erop gezet. Veel reacties op moderne media overschrijden qua taalgebruik en felheid normen en vaak zodanig dat ik strenger selecteer in het informatieaanbod. Dat de samenleving in hoog tempo verandert en nieuwe uitdagingen meebrengt, zal niemand ontkennen. De conclusies van de twee SCP-rapporten tegenover elkaar afzettend, ontkom ik niet aan de gedachte dat het seculariseringsproces niet bijdraagt aan een betere samenleving, zoals seculiere denkers en wetenschappers nogal eens beweren. Veel burgers hebben moeite om een hanteerbare selectie te maken uit de vloedgolf aan informatie en prikkels die hen dagelijks overspoelt. Steeds vaker merk ik in mijn omgeving dat de behoefte om informatie en dus nieuws op te nemen, afneemt. Ik beschouw het stellen van prioriteiten als een vorm van zelfbescherming. Het lezen van beide rapporten van het SCP is een must in deze hectische tijd. De conclusies sluiten aan bij recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn, die aangeven dat minder dan de helft van de Nederlanders nog religieus is. 

Veel problemen zijn mentaliteitskwesties

Ik moet bekennen dat ik als christen met zorg kennis heb genomen van de conclusies van het SCP. Ik plaats daar wel de kanttekening bij dat het overwegend om landelijke conclusies gaat, terwijl de grote veranderingen die momenteel plaats vinden in belangrijke mate worden beïnvloed door grensoverschrijdende, veelal mondiale ontwikkelingen. De maatschappelijke dynamiek rond onderwerpen als klimaat en milieu, migratie, de wapenwedloop en verdeling van welvaart is groot. Zelf schat ik in dat de afname van het aantal christenen in ons land te maken heeft met de omgeving die snel verandert. In onze moderne welvaartsmaatschappij staan burgers dagelijks bloot aan verleidingen, discussies over ‘schepping of evolutie’ en nieuwe wetenschappelijke inzichten over het heelal en eventueel buitenaards leven. Laat ik voorop stellen dat ik respect heb voor de wetenschap en alles wat is bereikt, bijvoorbeeld op medisch, technologisch en sociaal gebied. De wetenschap heeft echter ook beperkingen. Als het gaat om belangrijke vraagstukken als overbevolking, de kloof tussen rijk en arm en oorlog en vrede, blijkt telkens weer dat menselijk egoïsme, hoogmoed en streven naar macht, die de basis vormen voor veel mondiaal leed, niet kunnen worden uitgebannen via de wetenschap. In het televisieprogramma Buitenhof van 19 mei 2019 vond een discussie plaats over de stelling ‘Wetenschap heeft de plaats ingenomen van religie’. Een wetenschapper was van mening dat we teveel zijn gaan vertrouwen op de wetenschap, maar dat er achter de schermen ook veel mis gaat. ‘De wetenschap moet ‘terug het hok in’. Haar opponent in de discussie, de president van de Koninklijke Nederlandse  Academie van Wetenschappen (KNAW) stelde daar tegenover dat wetenschap de beste manier is om tot kennis te komen. Veel problemen zijn mentaliteitskwesties, die christenen verklaren door de gebrokenheid van de schepping (3). Juist daar laat de wetenschap het nogal eens afweten. Daarom zal de behoefte aan zingeving nooit verdwijnen en alleen maar groeien, omdat mensen worstelen met belangrijke levensvragen. In tijden van crisis zal die behoefte worden versterkt. Tijdens mijn periode als beroepsmilitair werd ik in 1971 door de ontmoeting met mijn huidige echtgenote weer bepaald bij het christelijk geloof, waarvan ik al op jonge leeftijd afstand had genomen. Door de machocultuur die heerste bij het legeronderdeel waarbij ik werkzaam was, begon ik mij te verdiepen in onderwerpen als ‘oorlog en vrede’ en ‘de oorsprong van het kwaad’. Ik besefte dat Jezus Christus belangrijke onderwerpen als soberheid, verzoening, onbaatzuchtigheid en naastenliefde in de praktijk bracht en overdroeg aan Zijn volgelingen. Dat het geïnstitutionaliseerde Christendom in de loop der eeuwen regelmatig van die principes en uitgangspunten is afgeweken, doet niets af aan de kern van de boodschap.

De Zuiderkerk in Hoogeveen overleefde een zware downburst maar bezweek onder de slopershamer

Alarmisme

Ik heb bewondering voor auteur en journalist Joris Luyendijk. Hij werkte twee jaar als journalist voor het dagblad The Guardian in de Londense City, het financiële hart van Engeland. Hij schetste van binnenuit een beeld van de bancaire wereld en sprak met talrijke deskundigen als investeerders, derivaten handelaars en managers. Het beeld dat hij schetst is somber en dat komt goed tot uitdrukking in de kop boven een interview dat met hem werd gehouden: ‘Dit gaat helemaal fout’. Hij werd in een aantal media bestempeld als onheilsprofeet of alarmist. Opmerkelijk is dat hij In een column schreef, dat het hem niet zou verbazen als er een religie-revival komt. De Bijbel bevat volgens Luyendijk talrijke aanwijzingen om de economie en de financiële sector verantwoord in te richten. Religie beschouwt hij juist als een lichtpunt. Hoewel het tegenstrijdig lijkt met de kerkelijke leegloop en het seculariseringsproces dat ik hiervoor schetste, deel ik de zorgen van Luyendijk en hoop oprecht dat zo’n religie-revival er komt. Dat de behoefte aan zingeving springlevend is, staat voor mij vast. Er is een duidelijke relatie tussen ethiek, geloof, zingeving en maatschappelijke onderwerpen. Op de dag dat ik deze publicatie plaats, melden diverse media dat de politie in San Francisco stopt met biometrische gezichtsherkenning voor identificatie. De inbreuk op de privacy is volgens de critici te groot. Het is een onderwerp waarover ik in de afgelopen decennia veel heb gepubliceerd (4). Er volgt nog dit jaar een TREND-publicatie over de economie en het financiële stelsel.

Foto’s/Illustraties: Omslagen rapporten: SCP. Foto’s Zuiderkerk: Jaap Spaans

Bronnen:
1. ‘Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’. Rapport van het SCP, december 2018. Persbericht van het SCP van 19 december 2018 :‘Aantal christenen neemt af, maar nieuwe groepen staan op’. Dagblad van het Noorden, 27 oktober 2018. ‘Een kwestie van geloof’. Over het feit dat voor het eerst in de geschiedenis de mensen die niet bij een kerk willen horen in de meerderheid zijn.

2. ‘Burgerperspectieven in Nederland 2019/1’. Rapport van het SCP, maart 2019. Persbericht SCP van 26 maart 2019 ‘Veel zorgen over toenemende spanningen’.

3. Discussieprogramma Buitenhof, 19 mei 2019. Discussie over de stelling of wetenschap de plaats heeft ingenomen van religie tussen wetenschapper Rosanne Hertzberger en de president van de KNAW Wim van Saarloos. 

4. ‘Dit kan niet waar zijn’. Joris Luyendijk. Uitgeverij Atlas Contact, 2015. Hij ontving voor het boek de NS Publieksprijs 2016. ‘Dit gaat helemaal fout’. Joris Luyendijk de journalist als onheilsprofeet. Interview in het maandblad Volzin, september 2013. ‘Onheilsprofeet of realist?’. Het Zoeklicht, 89e jaargang nr. 24, Jaap Spaans. Zie de pagina boeken en oude publicaties voor mijn artikelen en boeken over biometrische identificatie en christenen de welvaartsmaatschappij van de afgelopen twee decennia. Het Nederlands Dagblad, 15 mei 2019, ‘Politie San Francisco stopt met gezichtsherkenning’. ‘San Francisco verbiedt gebruik gezichtsherkenning door politie’. Security.nl, 16 mei 2019.

-TRENDS 4: Van Babyboomers tot Millenials

Geboren in 1948 behoor ik tot de babyboomers, de generatie geboren tussen 1945 en 1955. Onze ouders hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, schoven de in de bezettingstijd opgelopen trauma’s voor zich uit en slaagden erin op de puinhopen van de oorlog de Wederopbouw van ons land tot een succes te maken. Het kon worden verwezenlijkt door noeste arbeid, een optimistische toekomstvisie daarbij krachtig ondersteund door de Marshall hulp uit de Verenigde Staten (VS) en het European Recovery Program (economisch herstelprogramma). De babyboomgeneratie die hen opvolgde werd meegezogen in het succes van de Wederopbouw en plukte de zoete vruchten van de snel groeiende welvaart. Meer jongeren dan ooit konden studeren, het prima stelsel van sociale zekerheid werd opgetuigd en de basis werd gelegd voor de huidige consumptiemaatschappij. Terwijl alle energie van de oorlogsgeneratie naar de Wederopbouw vloeide, ontwikkelden de babyboomers een eigenzinnige en vrijgevochten mentaliteit. Zij lagen aan de basis van de hippiecultuur, die in het midden van de zestiger jaren uitgroeide tot een brede protestbeweging in Westerse landen. Zij ontstond in de VS, waar in 1965 veel jongeren in belangrijke staten als New York en Californië protesteerden tegen de in hun visie zinloze Vietnamoorlog. Ook de sluimerend angsten van de Cubacrisis van 1963 ijlden nog na. De progressieve denkbeelden en de slogan ‘Make love not war’, vonden gretig aftrek in brede lagen van de samenleving en waaierden uit over de planeet. Ín het lied San Francisco uit 1967 zingt Scott Mackenzie ‘Be sure to wear some flowers in your hair’. De invloed van de hippiecultuur zou ook aan de basis liggen van de seksuele revolutie in veel landen en ontwikkelingen als ontzuiling en ontkerkelijking. De basis voor belangrijke actuele trends, is terug te voeren tot die periode.

San Francisco: de bakermat

De Flower Power cultuur had haar oorsprong in het centrum van San Francisco met als episch centrum het bekende kruispunt Haight and Ashbury. Het initiatief verspreidde zich van daaruit als een olievlek over de Westkust van Canada en de VS en verder over delen van de planeet. In 1966 vertrok ik als achttienjarige emigrant naar Canada. Op zoek naar avontuur, genoot ik in Vancouver van de sfeer die daar heerste. Een van de voordelen was dat op de stranden van de Pacific en aangrenzende stadscentra en parken, gemakkelijk een maaltijd of koffie worden gescoord. Omdat veel deserteurs en dienstplichtweigeraars in de VS vanwege de Vietnamoorlog uitweken naar Canada, groeide de hippiecultuur daar verrassend snel. Gestimuleerd door protestzangers als Donovan en Bob Dylan en de opkomende massamediamedia. De Vietnamoorlog is de eerste oorlog die werd beëindigd door massale en gerichte media-aandacht en leidde tot brede maatschappelijke protesten. Het jaar 1968 wordt beschouwd als een kanteljaar en dat was merkbaar toen ik in het najaar van 1968 na tweeëneenhalf jaar terugkeerde in Nederland. Het land dat ik in 1966 verliet was veranderd. Damslapers beheersten het Amsterdamse centrum. De op het anarchisme geïnspireerde beweging Provo daagde het gezag uit. Er vonden provo-happenings plaats bij het Lieverdje op het Spui in Amsterdam. Er was de bezetting van het Maagdenhuis door opstandige studenten en de opkomst van de Politieke Partij Radicalen (PPR), opgericht door met name christelijke radicalen. De jaren zestig leidden ertoe dat Amsterdam een hippiecentrum werd met ongekende vrijheden en een internationaal bekende drugscultuur, die uiteindelijk zou leiden tot het internationaal bekritiseerde Nederlandse gedoogbeleid. Een erfenis die tot op de dag van vandaag leidt tot felle discussies en controverse (1).

Onbereikbare idealen

De idealen van de Hippiebeweging liggen een halve eeuw achter ons. Het ideaal ‘Make love not war’, heeft niet kunnen voorkomen dat er na Vietnam nog vele oorlogen volgden en mijn gevoel zegt dat het nu op de wereld onrustiger is dan ooit. Een snel globaliserende wereld wordt geconfronteerd met talrijke grensoverschrijdende problemen zoals de nieuwe wapenwedloop, vluchtelingenstromen en migratie, ondermijnende cybercriminaliteit, overbelasting van het milieu op aarde en mondiale economische tegenwind. De leegloop van kerken en de ontzuiling hebben de samenleving niet beter en veiliger gemaakt, zoals velen hadden verwacht. Integendeel. Onze samenleving wordt steeds complexer en statistieken over hoe gelukkig en tevreden we zijn berusten, naar persoonlijke inschatting, vooral op materiele verworvenheden. Recente rapporten van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) over ontkerkelijking en de groeiende spanning onder burgers hebben een pessimistische teneur. Daar praten we liever niet over, want we zijn immers een tevreden en gelukkig volk volgens cijfers en statistieken (2 en 3). In de volgende publicaties zullen deze onderwerpen, die zo bepalend zijn voor ons huidige en toekomstige geluk en welzijn, centraal staan. De idealen van de protestgeneratie die zo tegengesteld waren aan die van de voorgaande generatie uit de crisistijd en WO2, zijn gesmoord in gespletenheid en een vlucht in illusies. In het Babyboomboek zijn de ervaringen opgenomen van zesendertig schrijvers van boeken, deels fictie en deels non-fictie, die vanuit verschillende visies belangrijk waren voor de babyboomgeneratie. Het wereldbeeld van de auteurs verschilt nogal. Ik heb zelf de jaren zestig als boeiend en aantrekkelijk ervaren. Er zijn momenten dat ik, na de nodige tegenslagen te hebben gehad op mijn levenspad, heimwee heb naar die zorgeloze tijd. Met vrienden en gelijkgestemden gitaar spelen op het Scheveningse strand, zingen over ‘the times they are-changing’, ideeën uitwisselen over de oplossing van de wereldproblemen. Niemand kan ontkennen dat het een periode was waarin werd nagedacht over mondiale vaak controversiële onderwerpen (4). Ondanks het feit dat de idealen niet werden verwezenlijkt, is er in die periode bij velen een basis gelegd voor verdere persoonlijke ontwikkeling. Tijdens mijn periode in militaire dienst van 1969-1973 werd ik weer bepaald bij de christelijke levensbeschouwing, waarvan ik al op mijn zestiende afstand had genomen. Bij toekomstige afwegingen en keuzes rond ethische onderwerpen, bleek de opgedane levenservaring waardevol te zijn.

Foto’s Jaap Spaans: De eend was in die tijd een geliefd voertuig. Konditorei De Wiener aan De Korte Poten was een geliefd ontmoetingspunt voor progressief Den Haag. De inrichting is nog steeds traditioneel. Een ander trefpunt, Koffiebar Fiorino (alleen echte koffie) aan de Herengracht bestaat niet meer.  

Babyboomers in ruste

De vaak hoog opgeleide en idealistische babyboomers veroverden vanaf de zeventiger jaren maatschappelijke posities in de top en het middenmanagement van overheden, het bedrijfsleven, de wetenschap en andere sectoren. Ik hoop binnenkort 71 jaar te worden en heb al van veel babyboomers afscheid moeten nemen.

Anderen zijn nu in ruste en zullen, gelet op de toegenomen levensverwachting van rond de 80 jaar, nog jaren van pensioen of AOW kunnen genieten. De naoorlogse geboortegolf heeft geleid tot de huidige vergrijzingsgolf in de samenleving. De uitdagingen waarvoor de samenleving staat zijn groot. De vraag is actueel of die toekomstperspectieven ook zijn weggelegd voor de generatie die babyboomers opvolgt, de Millennials, geboren ruwweg tussen 1980 en 2000. Door persoonlijke omstandigheden als afnemende gezondheid en mantelzorg stel ik nu andere prioriteiten en maak andere keuzes dan voorheen. De permanente maatschappelijke onrust door moderne media, de felle woordenstrijden en polemieken zijn aan mij niet meer besteed. Afnemende flexibiliteit, digitalisering en de uit de hand lopende informatie-overload eisen een zware tol. Ik verwijs ook naar mijn publicatie ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ op deze website onder ‘Artikelen.

 

 

Bronnen:
1. ‘Chaos en revolutie na de flower-power’. Dagblad van het Noorden, 5 februari 2018. ‘In San Francisco is de hippie nog steeds hip’. De Volkskrant, 8 juli 2017.
2. Sociaal Cultureel Planbureau. Burgerperspectieven 2019/1 ‘Nederlanders flink minder positief over economie en hoe het in Nederland gaat en toegenomen zorgen over klimaat(beleid), al blijven andere problemen belangrijker’ (maart 2019) en ‘‘Christenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ (december 2018).
3. ‘Praten over angst een taboe’. Algemeen Dagblad, 2/4/2019. Staatssecretaris Paul Blokhuis start campagne om taboe op angststoornissen te doorbreken. Nieuwsbericht website Rijksoverheid.nl.
4. ‘Babyboomers. Herkenbare beelden uit het leven van een bijzondere generatie’. Jack Botermans & Wim van Grinsven. ‘Babyboomboek. Wat ze lazen, wat hen vormde, hoe ze dachten’. Ronald Havenaar. Uitgeverij van Oorschot, Amsterdam, 2015.

-Indringend pleidooi voor een Europees Placenta Project

De medische wetenschap ontwikkelt zich in hoog tempo. Een van de medische sectoren waarin de laatste decennia grote vooruitgang is geboekt is prenataal onderzoek, waaronder onderzoek naar het belang en de functie van de placenta. Daarbij veel aandacht voor eventuele stoornissen aan dat tijdelijke orgaan, de invloed van omgevingsfactoren zoals het milieu en gevolgen daarvan voor de foetus en de ontwikkeling van kinderen in de neonatale fase en op latere leeftijd. Wetenschappers zijn van mening dat dit onderzoek nog een onontgonnen gebied is. In mijn boek Het Placenta Mysterie heb ik daarop een persoonlijke visie gegeven als leek tevens ervaringsdeskundige. Ik verwijs daarvoor ook naar de publicatie ‘Doorbraak placenta-onderzoek?’ op de pagina ‘Artikelen’.

Onvoldoende communicatie naar een breed publiek

De praktijk leert dat er een aantal redenen is, waardoor nieuwe inzichten en doorbraken bij het placenta-onderzoek onvoldoende worden gecommuniceerd naar het grote publiek. Twee belangrijke oorzaken liggen daaraan volgens mij ten grondslag. Bij medisch-wetenschappelijk onderzoek is vaak sprake van een eilandjescultuur en sterke concurrentie, waardoor er onvoldoende centralisering is van onderzoeksresultaten en de informatievoorziening over onderzoeksresultaten stokt of gefragmenteerd wordt doorgegeven. In de VS is men zich daarvan bewust en is met een budget van $ 41,5 miljoen het Human Placenta Project (HPP) ontwikkeld. Veel informatie over dit belangrijke onderwerp is te vinden op de website van het HPP (Logo geplaatst met toestemming Human Placenta Project). Tweede oorzaak is volgens mij, dat het lijkt alsof er op inzicht in de gevolgen van placentastoornissen een taboe en terughoudendheid rusten waar het psychische of verstandelijke beperkingen betreft. Jammer, want daardoor kan niet altijd de juiste behandeling worden aangeboden. Ik heb in mijn boek als voorbeeld genomen de neuromusculaire aandoening (spierziekte) Myotone Dystrofie type 1, die vaak gepaard gaat met placentaproblemen als de moeder de ziekte overdraagt en de verstandelijke beperkingen die in dergelijke situaties aanwezig kunnen zijn. Ik heb ervaren dat daar onvoldoende aandacht voor is en dat betreur ik.

Voorstel: Europees Placenta Project
In september 2018 heb ik gebruik gemaakt van mijn petitierecht en een verzoek ingediend bij de afdeling Verzoekschriften van het Europarlement in Brussel PetitieEuroparlementPlacentaOnderzoek2019 . In navolging van het HPP in de VS stel ik voor een Europees Placenta Project in te stellen, waar alle informatie over dit belangrijke onderwerp centraal wordt verwerkt , geïnventariseerd en via gerichte communicatie naar de 500 miljoen Europeanen kan worden gecommuniceerd. In maart 2019 kreeg ik het heugelijke bericht, dat mijn verzoek ontvankelijk is verklaard en ter beoordeling zal worden voorgelegd aan twee parlementaire commissies van het Europarlement. Mijn meer dan 10 pagina’s omvattende verzoekschrift werd als volgt samengevat door het Europarlement:

Samenvatting verzoekschrift
‘Indiener volgt van nabij de mogelijke invloed van placentagebreken op de verdere ontwikkeling van het ongeboren kind, zoals psychische aandoeningen en andere onomkeerbare ziekten. Hij heeft deze interesse ontwikkeld vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen en is ervaringsdeskundige in placentaonderzoek geworden. Hij vermeldt dat bijzonder relevant onderzoek in de VS geleid heeft tot opmerkelijke conclusies en hij moedigt de EU en de lidstaten aan om dergelijk onderzoek te steunen en de in de VS bereikte resultaten in Europa in aanmerking te nemen, aangezien dit tot betere prenatale zorg kan leiden en nutteloos menselijk lijden kan voorkomen. Hij vindt dat de EU het onderzoek beter moet coördineren’.

In de bevestigingsbrief werd vermeld dat Commissie Verzoekschriften van het EP heeft besloten het verzoekschrift voor informatie door te sturen aan de Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid en de Commissie Industrie, Onderzoek en Energie.

Democratisch recht
Vlak voor de Europese Verkiezingen in mei bevestigt dit petitietraject, dat de democratische rechten binnen de EU naar behoren functioneren. Het is wel een procedure die enige vasthoudendheid vereist. Ik merk in mijn omgeving dat veel burgers niet of nauwelijks op de hoogte zijn van dit recht. Ook bij wetenschappers is dit niet altijd bekend. Ieder mens heeft in oorsprong te maken gehad met de placenta. Nu nieuw onderzoek leert dat veel problemen in de prenatale en neonatale fasen kunnen worden voorkomen en ook de nadelige gevolgen voor de latere ontwikkeling van kinderen bespreekbaar worden, is de tijd rijp voor meer aandacht voor de placenta. In 2020 is het congres van de International Federation of Placenta Associations (IFPA) gepland in Amsterdam. Het thema spreekt mij aan:Next Generation of Placental Research’. Het is mijn hoop en bede dat er snel meer inzicht komt in de functie van dit belangrijke tijdelijke orgaan en oplossing van Het Placenta Mysterie een stap dichterbij komt.’

 

Illustraties: Logo van het Human Placenta Project in de VS. Omslag van mijn in 2015 gepubliceerde boek Het Placenta Mysterie dat in 2015 kosteloos is uitgereikt aan politici, medici en wetenschappers in het vakgebied,. Boek is niet meer leverbaar!

-TRENDS 3: ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’

Deze publicatie is in delen opgesplitst, die afzonderlijk kunnen worden gelezen                                                                                             

1. Inleiding                                                                                                                                                                                       
2. Maatschappelijke situatie anno 2019
3. De Zorgeloze Verzorgingsstaat
4. De Hollandse Ziekte
5. Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg                                  
6. Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
7. Veiligheid, Gevoelsveiligheid en Overlast
8. Ons Zorgstelsel
9. Bronnen
10. Foto’s/Illustraties ©

1.Inleiding                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Deze publicatie is een vervolg op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet die ik in december 2018 heb gepubliceerd, gevolgd door een publicatie over ‘Gevoelsveiligheid’, beiden te vinden op mijn website www.jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’. De afgelopen jaren ben ik door ervaring en oriëntatie op ontwikkelingen in de samenleving, tot de conclusie gekomen dat belangrijke maatschappelijke onderwerpen als huisvesting, zorg en criminaliteit steeds meer met elkaar verstrengeld raken en vanuit een brede zelfs mondiale maatschappelijke context moeten worden geanalyseerd en beoordeeld. Globalisering en mondiale problemen als de migratiepolitiek of het halen van klimaatdoelen, hebben immers een directe weerslag op ons land, onze stad, straat of woonwijk. Dit is de derde publicatie in een serie over maatschappelijke trends, waarin drie kernonderwerpen aan de orde komen die mij als huurder van een seniorenwoning in de sociale huursector persoonlijk raken, namelijk ‘De sociale huursector en leefbaarheid’, ‘Criminaliteit en veiligheid’ en ‘Betaalbaarheid van ons zorgstelsel in de toekomst’. Over deze onderwerpen is veel onderzoek verricht en zijn talloze rapporten en studies gepubliceerd. Ik heb een deel ervan voor zover mogelijk bestudeerd, maar stel met nadruk dat deze publicatie is opgesteld vanuit een persoonlijke invalshoek. Wel heb ik op grond van persoonlijke contacten, jarenlange correspondentie en verwerkte informatie de overtuiging dat mijn situatie representatief is voor die van veel burgers. Ik heb gekozen voor de kop ‘Adieu Zorgeloze Verzorgingsstaat’ omdat ik denk dat de huidige verzorgingsstaat onder zware druk staat en zich op een kantelmoment bevindt. Los van persoonlijke belangen, kunt u deze publicatie tevens beschouwen als een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de drie vermelde kernonderwerpen.

2.Maatschappelijke situatie anno 2019
Nederland is een verzorgingsstaat en dat betekent dat de staat sociale zekerheid biedt aan kwetsbare burgers die, tijdelijk of permanent, niet in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. HET IS GOED TOEVEN IN NEDERLAND. We hebben een van de beste zorgstelsels ter wereld en volgens deskundigen zelfs het beste. Wie niet in staat is te participeren op de arbeidsmarkt of als ondernemer, heeft recht op een uitkering. Ouderen hebben, afhankelijk van het aantal jaren dat ze in Nederland woonden, recht op een ouderdomsuitkering en afhankelijk van iemands arbeidsverleden, recht op een aanvullend pensioen. Maar de huidige dynamiek in onze snel veranderende samenleving roept bij velen onzekerheid op. De directeur van De Nederlandse Bank (DNB) Klaas Knot, zei op 27 januari 2019 in het televisieprogramma Buitenhof over de schokbestendigheid van onze economie ‘De wereld is onzeker en aan onzekerheden kunnen we weinig doen’. In Buitenhof kwam ook naar voren, dat de jaren van onstuimige economische groei voorbij lijken en de eerste tekenen van terugval zichtbaar zijn. Het kantelmoment waar we volgens mij thans voor staan komt niet onverwachts, maar is decennia geleden al aangekondigd.

3.De Zorgeloze Verzorgingsstaat
In het in 1992 uitgegeven boek ‘Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, geven de auteurs een ruwe schets van ‘de verzorgingsstaat van morgen’. Met een vooruitziende blik besteedden ze toen al aandacht aan het anno 2019 niet meer weg te denken begrip ‘arbeidsparticipatie’. Ons sociale zekerheidsstelsel wordt in het boek grondig geanalyseerd maar ook mogelijke effecten voor de langere termijn, zoals betaalbaarheid van het systeem. Zij pleiten voor een grondige versobering van voorzieningen en verzekeringen, waarbij zelfs ingrepen in de AOW zoals verlaging, niet worden uitgesloten. Wel wordt er de kanttekening bij geplaatst dat dit zo gevoelig ligt in de samenleving, dat eventuele toekomstige ingrepen zeer veel tijd en overredingskracht zullen vergen (1). Vijftien jaar later volgt er opnieuw een goede onderbouwde analyse van de verzorgingsstaat, in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR zie omslag bovenaan en bronnen). Ondanks de vele conclusies en waarschuwingen, leert de praktijk dat ondanks talrijke onderzoeken en publicaties, de overheid er maar niet in slaagt de verzorgingsstaat toekomstbestendig te maken. Onze overheid doet wel haar best in vergelijking met veel andere landen, maar de weerstand tegen ingrijpende maatregelen is groot. Goed voorbeeld is de (begrijpelijke) commotie rond het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.  Een cruciale en thans actuele vraag die in het WRR-rapport naar voren kwam en mij aansprak, was wat een globaliserende wereldorde betekent voor de verzorgingsstaat? (2). Op een in hoog tempo veranderend wereldtoneel met grote machtsverschuivingen, in combinatie met de groeiende invloed van de (sociale) media, kan niemand meer om de uitdagingen van globalisering heen. Het is mij opgevallen dat er veel boeken zijn gepubliceerd over de verzorgingsstaat. Zelf publiceerde ik in de jaren negentig mijn boeken Christenen en de Welvaartsmaatschappij en Een Golf van Geweld, waarin ik vanuit ethiek en levensbeschouwing aandacht besteed aan onderwerpen als globalisering, digitalisering, overconsumptie, het milieu, migratie, onvoorziene situaties, (gewelds)criminaliteit, rentmeesterschap en egoïsme (3).

4.De Hollandse Ziekte
Er is een aantal redenen dat herijking van onze verzorgingsstaat gewenst is. Ontdekking door de NAM op 29 mei 1959 van de gasbel van Slochteren, was een belangrijke impuls voor het optuigen van een zorgeloze verzorgingsstaat. De ene na de andere sociale wet werd aangenomen en leidde tot onze verzorgingsstaat, een sociaal paradijs. Laat ik duidelijk stellen dat dit voor velen, inclusief mijn gezin, een zegen was en reden voor dankbaarheid. Er waren echter ook kritische geluiden. Overbesteding in plaats van spaarzaamheid, zou een op termijn onbetaalbaar systeem creëren. Een overdreven sociaal vangnet, zou een negatieve invloed hebben op de zelfredzaamheid en verlammend kunnen werken op het initiatief van burgers. Door de harde gulden, mede als gevolg van de hoge aardgasbaten, nam de druk op de export toe. In de media verschenen zelfs berichten over de Hollandse Ziekte. Niet geheel ten onrechte zou later blijken, want dit verschijnsel was voor de Noorse overheid zelfs de aanleiding om anders om te gaan met de immense gasvoorraden die daar werden ontdekt.  De Nederlandse situatie was voor de Noren de reden energie inkomsten op te potten in een fonds, in plaats van uit te geven en de consumptie te stimuleren (4). De wereld staat voor grote uitdagingen met veel onzekerheden. Het halen van klimaatdoelen, een dreigende handelsoorlog, de gevolgen van een Brexit, begrotingsperikelen en onzekerheid rond Eurostaat Italië en de toegezegde verhoging van de bijdrage aan de NAVO, zullen in ons land onvermijdelijk gevolgen hebben voor de verzorgingsstaat. Tevens lopen we het risico van een nieuwe huizenbubbel bijvoorbeeld als de rente stijgt. De geopolitieke situatie is op veel plaatsen zorgelijk en kan zomaar uitmonden in een groot conflict. Veel onzekerheden dus, zoals DNB-directeur Knot schetste (zie foto DNB-kantoor). Het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie die momenteel plaats vindt, zullen bij ons land harder aankomen dan in andere landen. Er zijn ook al duidelijke signalen dat de wereldeconomie aan het afkoelen is en het is de vraag of de klimaatdoelen worden gehaald. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB), presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord (5). Belangrijk, want de media belichten de klimaatdoelen uitgebreid, maar niemand weet precies wat de kosten zijn en dus de effecten op onze economie. Ook de groeiende tweedeling in de samenleving zal aan de orde moeten komen. De opkomst van het populisme, gele-hesjes-protesten en kinderen die massaal de straat opgaan voor de klimaatdoelen, kunnen alleen met open en integere communicatie en goed beleid worden beantwoord.

5.Drie persoonlijke kernonderwerpen: Huisvesting, Veiligheid en Zorg
In december 2018 zond ik mijn persoonlijke bijdrage aan de Evaluatie Woningwet naar enige media, volksvertegenwoordigers, overheden en organisaties in de sociale huursector als de Woonbond en Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties. Ik heb daarop diverse positieve reacties ontvangen, die integraal zijn opgenomen in de aangehaalde bijdrage op mijn website. Deze is besproken in de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BiZa) en positief beoordeeld. Omdat het om openbare stukken gaat, voeg ik de laatste reactie van de Kamercommissie bij. CommissieBiZaTweedeReactieBijdrageEvaluatieWoningwet Persoonlijke ervaringen en het onderzoek van bronnen versterkten bij mij het besef dat ik al had vanuit mijn politie-achtergrond, namelijk dat de kernbegrippen ‘Huisvesting’, ‘Veiligheid’ en ‘Zorg’, in hun samenhang steeds belangrijker worden voor burgers, in het bijzonder voor senioren en kwetsbare groepen als gehandicapten.

6.Toekomstbestendig wonen: waarom kiezen senioren voor 55+label?
Mijn echtgenote en ik wonen in een senioren appartement in de sociale huursector en ik neem bewust onze persoonlijke situatie als uitgangspunt. Ik ben 70 jaar oud en mijn echtgenote is 67. Wij kozen bewust voor een seniorenwoning in de sociale huursector (55+), om in te spelen op een toekomstige inkomensval en de directe nabijheid van voorzieningen. Vanwege de medische situatie van mijn echtgenote en inmiddels ook van mijzelf, was dat noodzakelijk. Toen wij bijna 2 decennia geleden besloten onze woning te verkopen en te verhuizen naar een gelijkvloerse woning, was in de jaren ervoor bij mijn echtgenote een diagnose gesteld die een belangrijk argument werd bij de afwegingen en keuzes die we zouden gaan maken. Op grond van kennis die je opdoet, medische diagnostiek, ervaringen van lotgenoten en prognoses van deskundigen ga je nadenken over onderwerpen als toekomstbestendig wonen, ondersteuning van thuiszorg, mantelzorg etc. Beslissingen voor de toekomst neem je in die levensfase niet lichtvaardig en naast kennis over en ervaring met de ziekte, worden die ook bepaald door behoeftes en verwachtingen. Goed nadenken over bijvoorbeeld de kosten en de financiële mogelijkheden is daarbij belangrijk. Voor zover mogelijk, want niet alles is in te schatten. Ik verbleef enige jaren als emigrant in Canada en wist dat ik zou worden gekort op de AOW. Maar onvoorziene omstandigheden speelden ook een rol. De Kredietcrisis was een mondiaal omslagpunt dat alle burgers raakte. De rente op spaargeld daalde, aandelenkoersen zakten, banken moesten met overheidssteun overeind gehouden worden, bezitters van huizen kwamen onder water te staan, pensioenen werden nauwelijks nog geïndexeerd en wellicht dreigt in de toekomst een verlaging. De zorgkosten groeiden explosief en het systeem van inkomensafhankelijke huurverhoging, werd vanuit het niets en zonder overgangstermijn geïntroduceerd. Een overhaaste beslissing zoals diverse rapporten inmiddels aantonen. Het was een belangrijk argument voor mij om een bijdrage te leveren aan de Evaluatie Woningwet en deze vervolgpublicatie te verzorgen.
Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, maatschappelijke processen als individualisering, verbeterde medische zorg en een toegenomen levensverwachting, is de behoefte om zelfstandig te blijven wonen onder ouderen toegenomen dan wel gestimuleerd. Hoewel het seniorencomplex waar wij wonen betrekkelijk oud is, zijn mijn echtgenote en ik er redelijk tevreden. De kwalificatie ‘redelijk’ kan onjuist worden uitgelegd, maar ik bedoel ermee dat door ziekte en mantelzorg de toekomstperspectieven onzeker zijn, zeker waar het mobiliteit en levensverwachting betreft. Belangrijke factoren die mede je geluk bepalen, maar niet door iedereen goed worden ingeschat. Als mantelzorger ben ik blij dat binnen 100 meter prima voorzieningen zijn, zoals twee supermarkten, een bakker, drogist, lectuurwinkel en kapper. Eerder woonden we in een luxer appartement in de vrije sector, maar de voorzieningen waren meer op afstand. Ervaring leert ons dus hoe belangrijk de omgeving is. Voor de kwieke en fitte senioren zonder mantelzorgverantwoordelijkheid, zal dit een secundaire behoefte zijn. Als de mobiliteit echter sterk afneemt en de valgevoeligheid toeneemt, vakantie en uitjes nagenoeg uit beeld zijn en er geen omvangrijk netwerk, is zijn deze voorzieningen van levensbelang. De sfeer in het wooncomplex is goed. Ik plaats daarbij wel de kanttekening dat, mede gelet op de leeftijd van de bewoners, het huurdersbestand snel wijzigt. De conclusies uit onderzoek verricht in opdracht van Aedes, dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat is merkbaar, maar volgens mij minder dan in andere regio’s. Voor dat aspect verwijs ik naar mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet. De vraag of een woning voldoet aan de geschiktheidseisen voor senioren, is een complexe vraag. Als het om de beschikbaarheid van bijvoorbeeld een lift gaat is het meetbaar. Andere aspecten zijn vaak minder evident, zoals gezondheidsaspecten en de individuele situatie. Onderzoek daarnaar is gewenst en noodzakelijk.

7.Veiligheid Gevoelsveiligheid en Overlast
Belangrijke redenen dat men kiest voor een woning met 55+ label zijn sociale contacten en veiligheid. In andere landen zijn al zogenaamde seniorensteden. Vooral het begrip ‘Gevoelsveiligheid’ is voor veel burgers belangrijk. Daarover is veel misverstand, dus het vergt enige uitleg. Als de politie en/of het CBS cijfers publiceren over daling van criminaliteit, zijn daar kanttekeningen bij te plaatsen. Het gaat bij cijfers en statistieken over geregistreerde criminaliteit, waarbij ook nog een aantal vormen van criminaliteit niet wordt meegeteld. Het sterke vermoeden bestaat dat veel criminaliteit onzichtbaar is omdat de aangiftebereidheid laag is, er onjuiste prioriteiten worden gesteld bij de handhaving en bepaalde delicten niet worden meegeteld zoals ondermijnende criminaliteit, veel cybercriminaliteit en vormen van drugscriminaliteit. Ook is er het vermoeden dat delicten niet worden geregistreerd, omdat opzet moeilijk is aan te tonen, zoals bij het groeiende aantal branden dat plaats vindt. Gevoelsveiligheid houdt in dat de burger meer onveiligheid ervaart dan statistieken en cijfers laten zien. Het is een woordspeling afgeleid van het begrip ‘gevoelstemperatuur’. Het veiligheidsgevoel wordt in negatieve zin sterk beïnvloed door het permanente bombardement met informatie, zoals filmpjes en camerabeelden bijvoorbeeld verspreid via programma’s als Opsporing Verzocht, Hart van Nederland en via dagbladen. De vaak schokkende beelden confronteren ons met het grove geweld dat wordt gebruikt bij gewelddadige overvallen en inbraken, waarvan regelmatig kwetsbare groepen zoals senioren en in mindere mate gehandicapten slachtoffer zijn. Daarbij ontkom je niet aan de indruk, dat juist de kwetsbaarheid en het gebrek aan weerbaarheid redenen zijn voor deze laffe vormen van criminaliteit. Veel senioren kiezen voor huren of kopen van een seniorenappartement, vanwege veiligheid en sociale redenen. Deze complexen krijgen dan een seniorenlabel bijvoorbeeld 55+. De praktijk leert dat ouderen minder verhuizen dan andere leeftijdsgroepen, met de kanttekening dat ‘aankomende ouderen’ (55-tot 65 jarigen) vaker verhuizen dan ouderen boven 65, in het bijzonder als ze een woning huren. De wat oudere seniorencomplexen zijn volgens een aantal deskundigen niet altijd geschikt als seniorenwoning en men wil dan ‘omlabelen’ of ‘ontlabelen’. Dat is de leeftijdsgrens verlagen of helemaal ontdoen van het label. Opvallend is dat om dat doel te bereiken ook een argument wordt gebruikt als ‘vermenging met jongere huurders is juist goed’. Een twijfelachtig argument, want als die gedachte op gaat zou dat in principe gelden voor alle seniorencomplexen. De ervaring leert dat ontdoen van het seniorenlabel grote weerstand oproept en ouderen mobiliseert. Begrijpelijk, want men heeft in de regel weldoordacht gekozen voor een seniorenwoning en opgedrongen veranderingen leiden tot grote onrust en erger. Een ander argument dat wordt aangehaald is de verhuurbaarheid. Woningen in bepaalde oudere complexen zouden niet goed in de markt liggen. Ik betwijfel of dat zo is, want er vindt door natuurlijk verloop meer doorstroming plaats. Ik kan mij overigens voorstellen dat senioren bij voorkeur in een modern complex wonen, zeker als er voorzieningen in de nabijheid zijn. Wat bij mijn weten niet goed is onderzocht, zijn de gevolgen van het systeem van Passend Toewijzen en inkomensafhankelijke huurverhoging op de doorstroming. Ik heb gesproken met senioren die graag hun huis zouden willen verkopen om door te stromen naar een seniorenwoning, maar als middeninkomens vallen ze buiten de boot. In veel regio’s zijn ook onvoldoende woningen beschikbaar en die inhaalslag wordt niet van de ene dag op de andere gemaakt. Zelf sluit ik niet uit dat op de achtergrond meespeelt dat ouderen vaak in grote huizen of appartementen wonen en corporaties, in de huidige situatie van krapte op de woningmarkt en gelet op met de gemeente gemaakte prestatieafspraken, de minder geschikte seniorencomplexen met betrekkelijk grote woningen aan andere doelgroepen zouden willen verhuren. Het is maar een gedachte. Het is van groot belang dat er zorgvuldig maar vooral open en tijdig over wordt gecommuniceerd. Geen overvaltechniek, want dat resulteert alleen in krachtige emoties als verontwaardiging, angst of woede. Een voorstel lanceren en afwachten hoe dit landt, doet geen recht aan de gevolgen van verandering van een label voor senioren. Ook overlast speelt een rol bij de keuze voor seniorenhuisvesting. Ik zal dat met een voorbeeld onderbouwen. We woonden voordat we de huidige woning betrokken in een betrekkelijke luxe seniorenappartement, dat grensde aan een park. De brievenbussen en intercom met camera bevonden zich in een voor iedereen bereikbare entreehal. Dat verliep prima, totdat hangjongeren die het park onvoldoende behaaglijk vonden de entree ontdekten als hangplek. Gevolg was overlast die erin resulteerde dat de buitendeur alleen overdag open was voor buitenstaanders, brievenbussen moeilijker bereikbaar werden en intercom en camera’s ook aan de buitenzijde van het gebouw moesten worden aangebracht. In het park werden regelmatig bankjes en tafels in brand gestoken, wat het veiligheidsgevoel van de bewoners ook niet bevorderde, vooral in de avonduren. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn webpublicatie ‘Criminaliteit en Gevoelsveiligheid’ op de pagina ‘Artikelen’ http://www.jaapspaans.nl/trends-2-criminaliteit-en-gevoelsveiligheid/ Op de agenda van de gemeenteraad van Hoogeveen stond op 24 januari 2019 het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. Op 7 februari volgt er nog een debatronde. Belangrijke onderwerpen in het IVP 2019-2022 zijn ‘Hoe men sociale overlast ervaart’ (3.2 punt 7), ‘Veiligheid voor senioren’ (3.4) en ‘De samenleving betrekken bij de prioritering van de veiligheidsvraagstukken’ (3.5). Reden voor mij om deze publicatie naar de griffie te zenden. Men wil de samenleving immers betrekken bij veiligheidsvraagstukken.

8.Ons Zorgstelsel
Nederland is demografisch aan het vergrijzen. De statistieken zijn duidelijk en dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Bij trends ligt dat anders, want dan kan er nog worden omgebogen, maar dat vereist inzicht en daadkracht. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 (6) bevat een aantal trends bij ongewijzigd beleid. Naar verwachting zal door de vergrijzing het aantal mensen met ouderdomsziekten sterk stijgen. Volgens het Trendscenario van de VTV 2018 verdubbelt het aantal mensen met dementie van 154.000 in 2015 naar 330.000 in 2040. Dit zal immense gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de eerstelijnszorg, verpleeghuiszorg en acute zorg. Ook de sociale huursector zal hiervan de gevolgen ondervinden. De geschetste trends zullen onvermijdelijk doorwerken naar andere maatschappelijke sectoren. Voortzetting van het huidige beleid zal leiden tot een verdubbeling van de zorguitgaven naar 174 miljard euro. Van alle zorgsectoren stijgen de uitgaven aan de ouderenzorg het snelst. Uiteraard kunnen er onvoorziene situaties optreden, die van invloed zijn op de trends en prognoses. Die kunnen positief uitvallen, bijvoorbeeld als de wetenschap erin slaagt ouderdomsziekten te voorkomen of genezen, maar ook negatief bijvoorbeeld bij calamiteiten die een weerslag zullen hebben op de rijksbegroting. Feit is dat de prognoses van de VTV 2018 aansluiten bij de diverse visies over de toekomst van de verzorgingsstaat. Nederland heeft een van de beste zorgsystemen ter wereld en deskundigen menen zelfs het beste. De geschetste mogelijke financiële druk op de rijksbegroting, zal onvermijdelijk leiden tot maatschappelijke spanningen. De reorganisaties en sluiting van ziekenhuizen in 2018, leidden tot massale protesten. Begrijpelijk, want onze goede zorg is een groot goed en verworvenheid. Wat ik in de discussie vaak miste, waren de conclusies op basis van door de overheid uitgevoerd onderzoek die ik hiervoor aanhaalde. In een recent televisieprogramma werden de toekomstige zorgproblemen uitvoerig belicht. Door diverse deskundigen werd verwoord dat de zorg de komende decennia anders moet worden ingericht en georganiseerd. Bij mijn weten zijn deze prognoses nog niet weerlegd. (7). Het is evident dat dit ook een enorme weerslag zal hebben op de woningmarkt en de sociale huursector in het bijzonder. De samenleving als geheel en individuele burgers kunnen aan dat omslagproces een constructieve en creatieve bijdrage leveren. In een snel globaliserende wereld zal er onvermijdelijk een herschikking komen van de rijksbegroting. De kosten van het halen van de klimaatdoelen zijn nog niet bekend, verhoging van de bijdrage aan de NAVO naar 2% zal miljarden euro’s gaan kosten, het wegvallen van aardgasbaten en de energietransitie zal ook gevolgen hebben voor de schatkist. Als ik aan deze bijdrage werk wordt duidelijk dat veel pensioenfondsen onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad zitten en de komende jaren zo goed als zeker moeten korten. De effecten van deze ontwikkeling zullen ook merkbaar worden in de sociale huursector. Het is goed dat burgers en senioren in het bijzonder hun stem laten horen.

Ik stel met nadruk dat deze publicatie mijn persoonlijke visie bevat en een bijdrage is aan het maatschappelijk debat dat momenteel gaande is over de kernonderwerpen die ik belichtte. Indien er feitelijke onjuistheden in staan, zou ik daar gaarne kennis van nemen, want uiteindelijk is het leven één groot leerproces.

 

Slotoverweging ter bezinning: Ondersteund door het Marshallplan en het European Recovery Program (ERP), begon de generatie die voor de oorlog was geboren aan de wederopbouw van ons land. Door hun inzet en doorzettingsvermogen werd het fundament gelegd voor de moderne verzorgingsstaat. In 1950 bedroeg de wereldbevolking 2,5 miljard mensen, in 2005 6,5 miljard en de mensheid stoomt volgens prognoses op naar ongeveer 9,5 miljard in 2050 (cijfers Wikipedia). Gestimuleerd door het gunstige economische klimaat dat ontstond en ontdekking van de Groningse gasvelden, werd in de decennia die volgden op de Wederopbouw, door de babyboomgeneratie de zorgeloze verzorgingsstaat opgetuigd. Het woord zorgeloos verdient wel een nuance, want altijd zijn er burgers geweest die de welvaartsboot misten en dat zal zo blijven. In deze publicatie heb ik getracht aan te geven dat we ons als mensheid op een omslagpunt bevinden. Talrijk is het aantal uitdagingen waarvoor de mensheid staat. Talrijk is ook het aantal onzekerheden dat ons wacht. Niet alles is maakbaar, de wetenschap heeft ook beperkingen en het Centraal Plan Bureau kan niet alles doorrekenen vanwege de complexiteit en de grensoverschrijdende aspecten van de uitdagingen die ons wachten. Factoren als menselijk egoïsme en eigenbelang, blijken in de praktijk vaak duurzame en rechtvaardige oplossingen in de weg te staan. Dan kom je terecht bij de ethische en levensbeschouwelijke aspecten. Het is goed om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en aan zelfonderzoek te doen. Alleen door een gezamenlijke inspanning en optimale communicatie kan de verzorgingsstaat overeind blijven!

9.Bronnen:
1.’Afscheid van de zorgeloze verzorgingsstaat’, hoofdstuk 9 onder 9.2. M.J. de Jong en R. van Schoonhoven. Uitgave Spectrum / Aula, 1992.
2.’De verzorgingsstaat herwogen’. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Amsterdam University Press, hoofdstuk 3 Globalisering en de verzorgingsstaat. Amsterdam 2006.
3.’Christenen en de welvaartsmaatschappij’ 1996 en ‘Een Golf van Geweld’ 1999. Jaap Spaans. Eerste exemplaar uitgereikt aan burgemeester Deetman van Den Haag.
4. ‘Noorwegen leert van ‘Nederlandse ziekte: Noors oliefonds tikt 1 biljoen dollar aan’. De Volkskrant online, 22/8/2017.
5. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) presenteren op woensdag 13 maart 2019 hun analyses van het ontwerp-Klimaatakkoord. Persbericht CPB, 22/1/2019 en ‘Wereldhandelsmonitor’ met Wereldwijde ontwikkelingen in internationale handel en industriële productie. CPB, november 2018:
6.Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, onderwerpen ‘Ouderdomsziekten’ en ‘Zorguitgaven’. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
7.’Ouderenzorg. De taboes op tafel’. Avro/Tros, 21/1/2019.

Overige geraadpleegde bronnen:
‘Monitor Investeren in de toekomst. Ouderen en langer zelfstandig wonen’. Eindrapport 18/4/2017. Rigo, In Fact, Q Delft. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
–World Economic Forum ‘The Global Risks Report 2018 13th Edition’.
–‘Op weg naar een Weerbare Open Samenleving’. Studie in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Utrecht, November 2018. Diverse auteurs.
–‘Verhuurbaarheid seniorenwoningen. Publieksversie’. Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg Auteur Henk Nouws. April 2015.
–Integraal Veiligheids Plan 2019-2022 van de gemeente Hoogeveen (komt nog in debat in de gemeenteraad) onder 3.2 punt 7: ‘Van de inwoners van Hoogeveen ervaart 8% veel sociale overlast in 2017. De overlast bestaat dan uit rondhangende jongeren, drugsgebruik of drugshandel en dronken mensen op straat.
–‘Er blijft geen mantelzorger over’. Trouw, 9/1/2019.
–Persbericht woningcorporatie Woonconcept. ’Woonconcept zet veiligheid voorop’.

10. Foto’s/Illustraties: Jaap Spaans m.u.v. © Omslag ‘De Verzorgingsstaat herwogen’: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Rechten foto gebouw van De Nederlandse Bank, © DNB. Gebruik EU-logo is onder voorwaarden vrij en toegestaan.

-TRENDS 2: Criminaliteit en gevoelsveiligheid

Het is aan te bevelen om voor het lezen van onderstaande publicatie 2 columns te lezen die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad en de Justitiekrant AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999 en  RecensiesPublicatiesGeweldsboek1999Justitiekrant

Op 17 januari 2019 publiceerde de Politie een nieuwsbericht met cijfers over dalende criminaliteit, die een positieve invloed zouden hebben op het veiligheidsgevoel van burgers. Opvallend was de kanttekening die in het nieuwsbericht werd geplaats over de zogenaamd ‘onzichtbare criminaliteit’. Criminaliteit die wel plaats vindt maar dus niet wordt geregistreerd. Die nuance voedt bij mij de twijfel over dat groeiende gevoel van veiligheid, dat gebaseerd is op cijfers over geregistreerde criminaliteit. Ik vang juist veel signalen op van burgers, die vinden dat er in ons land sprake is van een handhavingstekort en die zich juist minder veilig zijn gaan voelen (1). Ligt de waarheid misschien in het midden?

Handhavingstekort
Rechtshandhaving is zo’n breed begrip, dat het onmogelijk is alle facetten in één publicatie te belichten. Daarom beperk ik mij tot de vraag of er een handhavingstekort is en hoe het is gesteld met de veiligheid. Regelmatig vertolken de media de mening van burgers, dat er in bepaalde sectoren in ons land onvoldoende toezicht is op de naleving van wetten. Een zorgelijke ontwikkeling die de rechtsstaat kan ondermijnen. Overheidsbezuinigingen, de privatisering van inspectiediensten en de reorganisatie bij de politie zijn enige factoren die kunnen bijdragen aan een handhavingstekort. Maar ook externe, vaak grensoverschrijdende oorzaken, kunnen een rol spelen zoals georganiseerde misdaad, terreurdreiging, demografische veranderingen, migratie en cybercriminaliteit. In onze snel digitaliserende en complexer wordende samenleving, leert de praktijk dat cyberdelicten die worden gepleegd vanuit het buitenland, moeilijk zijn op te sporen en te vervolgen en veel tijd, geld en energie vergen. De opsporing vereist specialistische kennis en beschikbaarheid van goede middelen. Daarnaast is optimale communicatie en afstemming met buitenlandse diensten en overheden cruciaal. In deze en de volgende publicatie beperk ik mij tot criminaliteit die te maken heeft met veiligheid zoals geweldsdelicten, overlast en vandalisme en dan met name als die is gericht op kwetsbare groepen als gehandicapten, kinderen en ouderen. Die afbakening is noodzakelijk omdat ‘veiligheid’ een breed begrip is. Sociale veiligheid is wat anders dan voedselveiligheid, verkeersveiligheid of veiligheid in de zorg. Deze begrippen kunnen elkaar wel overlappen. Aan het handhavingstekort in het kader van bijzondere wetten wijd ik in de toekomst een afzonderlijke publicatie. Na mijn politietijd werkte ik vele jaren voor een inspectiedienst, maar die handhavingssector is door privatisering en reorganisaties zo veranderd, dat een speciale publicatie gewenst is.

Wat is Veiligheid?
Veiligheid is een relatief begrip. Er bestaan veel definities variërend van ‘afwezigheid van gevaar of risico’s’ tot ‘bescherming’, ‘zekerheid’. Een allesomvattende definitie is er bij mijn weten niet. Veiligheid hangt ook af van iemands persoonlijke situatie en beleving. Als vanuit de politie, justitie of het CBS een persbericht wordt gelanceerd dat Nederland veiliger geworden is, wordt in de regel bedoeld dat er sprake is van minder (geregistreerde) criminaliteit. Ik plaats vanuit mijn achtergrond en ervaring kanttekeningen bij dergelijke cijfers, die vaak klakkeloos worden overgenomen door media. Neem bijvoorbeeld de volgende citaten uit een persbericht van het CBS: ‘De geregistreerde criminaliteit is in 2016 opnieuw gedaald: er werden door de politie minder misdrijven geregistreerd en minder verdachten aangehouden dan het jaar ervoor. Deze daling werkt door in nagenoeg de hele strafrechtelijke keten, waar onder andere politie, Openbaar Ministerie en De Rechtspraak toe behoren’ (citaat) . Verderop in de tekst volgt ook hier de nuance. ‘Een belangrijk deel van de omvang van de criminaliteit blijft buiten het beeld van de huidige registraties. Zo is de aangiftebereidheid laag, wordt maar een klein deel van de cybercriminaliteit meegeteld en wordt in de slachtofferenquêtes alleen gevraagd naar veel voorkomende vormen van (cyber)criminaliteit. Verder laat ondermijning zich nog niet vertalen in cijfers. Het gaat vaak om slachtofferloze delicten’ (citaat). Er wordt voor de nuance wel bij vermeld, dat het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) momenteel onderzoek laat verrichten naar dit fenomeen (2). Zelf denk ik dat de huidige geregistreerde gegevens niet representatief zijn voor de feitelijke maatschappelijke situatie. In de tijd dat ik in de zeventiger jaren werkzaam was bij de surveillancedienst van een politiekorps, was de aangiftebereidheid groter dan nu. Probleem is dat er onvoldoende zicht is op datgene wat buiten de registraties valt, door de politie aangeduid als ‘onzichtbare criminaliteit’. Aangetoond is dat de politie onderbezet is, prioriteiten moet stellen en dat dit een van de redenen is dat veel aangiftes niet worden opgenomen of dat door het systeem ontmoedigde slachtoffers afzien van het doen van aangifte. Dat geldt bijvoorbeeld voor huiselijk geweld, ernstige vormen van overlast, bepaalde vormen van diefstal, cybercriminaliteit etc.. Ik denk dat de criminaliteitscijfers beduidend hoger liggen dan de statistieken uitwijzen, maar ook dat er een sterke groei is van ernstige criminaliteit waarmee we dagelijks via de media worden geconfronteerd. Misdrijven als liquidaties, gewapende overvallen, diefstal onder verzwarende omstandigheden hebben een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers. Met name met betrekking tot kwetsbare groepen burgers is er een ander belangrijk aspect dat vaak onvoldoende wordt meegewogen: ‘GEVOELSVEILIGHEID’. Reden genoeg om dat begrip nader te belichten.

Foto: Cameraopstelling bij een winkelcentrum 

Gevoelsveiligheid
Het begrip gevoelsveiligheid is een woordspeling op het woord ‘gevoelstemperatuur’, dat bijvoorbeeld aangeeft dat het voor het gevoel kouder is dan de thermometer aangeeft. Bij gevoelsveiligheid ervaren burgers, dat het onveiliger is in de samenleving dan de geregistreerde feiten aangeven. Bij temperatuurmetingen kun je nog stellen dat die gebaseerd zijn op (geijkte) apparatuur. Bij registraties die met veiligheid en criminaliteit te maken hebben is, gelet op de criminele cijfers die in de statistieken buiten beschouwing zijn gelaten, sprake van een leemte bij de registratie. Om dit te veranderen is effectievere registratie noodzakelijk, maar nog belangrijker is dat drempels die van invloed zijn op de aangiftebereidheid worden verlaagd. Uit signalen die ik vanuit de omgeving opvang en berichtgeving in de media, durf ik de conclusie te trekken dat de gevoelsveiligheid afneemt. Onlangs las ik een publicatie in een dagblad, waaruit euforie sprak over de afname van de geregistreerde criminaliteit. Toen ik de bewuste krant doornam op slecht nieuws zoals criminaliteit, bleek dat van een euforie nauwelijks sprake kon zijn vanwege de overdaad aan slecht nieuws in hetzelfde dagblad, onder andere over criminaliteit en veiligheid. Op 11 en 12 januari 2019 nam ik de proef op de som en bestudeerde een lokale en regionale krant op nieuws in relatie tot veiligheid en criminaliteit. Regionale media hebben vaak een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers, omdat het zich afspeelt in de directe leefomgeving. Ik las onder andere: ‘Een onder verdachte omstandigheden uitgebrande taxi’, ‘Een containerbrand die oversloeg zonder dat de oorzaak bekend is’, ‘ Verkopers van een energiebedrijf die langs de deuren gaan om via misleidende informatie contracten af te sluiten’, ‘Verlenging van de GGZ Spoedpoli voor opvang van verwarde personen die een risico vormen voor de omgeving’, ‘Bestelling van dure horloges bij onlineshoppen, door iemand die identiteitsfraude pleegde’. Het is slechts een kleine greep uit het vele slechte nieuws die dag. Enige dagen later werd met het slachtoffer van de containerbrand een uitgebreid interview gehouden. Daarin worden de schrijnende gevolgen beschreven, zoals veel materiele schade en het feit dat ze nog leven danken zij een buurvrouw die door de brand wakker werd en hen tijdig kon waarschuwen (3). In televisieprogramma’s als het Journaal, Opsporing Verzocht en Hart van Nederland worden burgers dagelijks geconfronteerd met indringende beelden en filmpjes over zware criminaliteit zoals straatroof met ernstige mishandeling, brandstichting en laffe overvallen op bejaarden in hun woning en gehandicapten. Delicten waarbij kwetsbare burgers niet worden gespaard. Integendeel, zij vormen vaak juist een doelwit vanwege hun gebrek aan weerbaarheid. Dergelijke indringende beelden roepen veel woede en emoties op en kunnen het veiligheidsgevoel sterk beïnvloeden. Ook agressie en geweld tegen handhavers en hulpverleners is een snel toenemend maatschappelijk probleem. Hoe hoog emoties kunnen oplopen bleek in dat verband wel uit de uitspraak van premier Rutte, dat hij de raddraaiers die hulpverleners belagen ‘het liefst allemaal persoonlijk in elkaar zou slaan’. Een begrijpelijke emotie, maar een premier kan dergelijke uitspraken beter mijden. Een handhavingstekort ontstaat immers mede door overheidsbeleid als reorganisaties en bezuinigingen. Van een premier mag je verwachten dat hij weet dat het spelen van eigen rechter grote juridische problemen kan opleveren voor betrokkenen. De rechter zal achteraf immers per geval en situatie beoordelen of er sprake is van noodweer (Artikel 41 Wetboek van Strafrecht).  In mijn boek Een Golf van Geweld (4) heb ik de emoties die er kunnen zijn na ernstige geweldsdelicten beschreven. Ik heb er tevens aandacht aan besteed in twee publicaties in het Algemeen Politieblad en De Justitiekrant (5).

Leefbaarheid wijken onder druk
Deze publicatie is de inleiding op een publicatie op mijn website over de leefbaarheid in de sociale huursector, waarin ik heb toegezegd mij te verdiepen in de veiligheidssituatie van burgers als kwetsbare ouderen en gehandicapten (6). Gevoelsveiligheid speelt daarbij een cruciale rol. Waarom kiezen mensen met een beperking of kwetsbare senioren voor een rustige dan wel beschermde woonvorm. Veiligheid is daarbij een belangrijke factor. In vervolgpublicaties zal ik aandacht besteden aan de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van criminaliteit, maar ook aan onderwerpen als ‘het geweldsmonopolie van de overheid’ en ‘de invloed van groepsdynamiek op overlast en criminaliteit’.

Foto’s: Jaap Spaans. Tijdens mijn politiewerk in de Randstad (1974), aantal mobiele cameraopstellingen neemt snel toe en dat is kennelijk nodig, hulpverlening tijdens 112-dag Hoogeveen, uitreiking van mijn boek ‘Een Golf .van Geweld aan de Haagse burgemeester Deetman (1999). 

Bronnen
1.’Misdaadcijfers verder gedaald’. Nieuwsbericht op Politie.nl, 18/1/2019
2.’Verdere daling geregistreerde misdrijven en verdachten’. Nieuwsbericht Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 9/10/2017. Criminaliteit en rechtshandhaving 2017. Cahier 218-19, pagina 9 onder 1.2 Kanttekening bij de duiding van de cijfers. Gezamenlijke uitgave van het WODC, CBS en De Rechtsspraak. ‘Onafhankelijk WODC geen prioriteit’. NRC.nl, 15/1/2019.
3.’We hadden een engel op onze schouder’. De Hoogeveensche Courant, 16/1/2019.
4.’Een golf van geweld’. Jaap Spaans, 1999. Eerste exemplaar uitgereikt aan de toenmalige burgemeester van Den Haag dhr. Deetman.
5.‘Geweld’. Gastcolumn Algemeen Politieblad, maart 1999. ‘Effectieve aanpak geweld vraagt om speciale staatssecretaris’. Publicatie Justitiekrant 19 maart 1999. Opiniestuk ‘Gevoelsveiligheid’, Jaap Spaans. Het Zoeklicht, 88e jaargang nummer 9.
6.‘TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector’. Website Jaapspaans.nl onder ‘Artikelen’.

–Postuum: Vraag aan Baruch Spinoza

Ik was 15, woonde in Voorburg en zat op een christelijke MULO. Muziek was mijn leven in die tijd en met vrienden ging ik wekelijks naar optredens van Haagse bands. Den Haag was in die tijd de bruisende ‘place to be’ als het om popmuziek ging, met veel gerenommeerde bands. Ik speelde zelf in een (onbekend) bandje, nadat ik een elektrische gitaar kon aanschaffen door een krantenwijk te lopen en in de vakanties te werken in de parfumeriegroothandel van mijn zwager aan het Groenewegje in Den Haag. Zonder het op dat moment te beseffen, ontstond daar mijn interesse voor de begaafde Nederlandse filosoof Baruch Spinoza. In de kelder van mijn werkplek heb ik vele duizenden parfumflesjes gevuld. Om even aan de indringende parfumlucht te ontsnappen, had ik tijdens de middagpauzes de gewoonte te wandelen naar het op een kilometer afstand gelegen centrum van Den Haag. Ik liep via de Paviljoensgracht met standbeeld van Baruch de Espinoza (Spinoza) en de voormalige synagoge in de Wagenstraat schuin tegenover De Bijenkorf. Ik realiseerde mij op dat moment niet waar Spinoza als filosoof voor stond. Ik was jong en had het te druk met andere onderwerpen dan filosofie, levensbeschouwing of ideologie. Wel nam ik met een op dat moment onverklaarbare gretigheid de informatie op over de vooroorlogse Joodse buurt van Den Haag, die grensde aan de Paviljoensgracht. Toen ik in 1966 naar Canada emigreerde en in Montreal en andere steden werd geconfronteerd met omvangrijke Joodse gemeenschappen, zette dat mij verder aan het denken. De sluimerende indrukken en jeugdervaringen begonnen pas echt te ontkiemen, nadat ik decennia later werd bepaald bij de filosofische visie van Spinoza. In 2017 bracht ik weer een bezoek aan het Groenewegje en de Paviljoensgracht met het kleine huis waar hij woonde, werkte en uiteindelijk ook overleed. Op dat moment begon de geschiedenis te leven en werden existentiële levensvragen die mij al langer bezig hielden, versterkt. Er kwamen ook vragen bij mij op, die ik aan het eind van deze publicatie formuleer, in het besef dat ik de antwoorden nooit zal krijgen. Toch neem ik de vrijheid die te formuleren, omdat ik weet dat het onderwerp ook anderen bezig houdt. En waarom ook niet? Onlangs las ik dat er postuum een ‘interview’ met Spinoza was gehouden over het onderwerp ‘klimaatverandering’ waarin hem de vraag werd gesteld hoe het komt dat de mens niet in staat is het tij te keren (1).

Baruch Spinoza

Baruch Spinoza werd op 24 november 1632 in Amsterdam geboren uit Portugees-Joodse ouders, die Portugal ontvluchtten voor de Inquisitie. Zijn voornaam betekent in het Hebreeuws ‘Gezegend’. Hij wordt later Benedictus (Gezegend in Latijn) de Spinoza genoemd, maar ik gebruik bij voorkeur de naam Baruch Spinoza. Hij kreeg zijn opleiding in de synagoge en later in de school van de protestantse leraar Franciscus van den Ende, beiden in Amsterdam. Spinoza wordt door velen beschouwd als de grootste filosoof van het rationalisme. Hij baseerde zijn filosofie op wiskundige beginselen over onder andere het wezen van God en de natuur, tot en met menselijk geluk. Al vroeg ontstaan er diepgaande meningsverschillen met de rabbijnen. Spinoza ziet de Torah (de 5 boeken van Mozes) als een vrucht van de menselijke fantasie, die onmogelijk Gods wet kan bevatten. Volgens hem zijn God en de wetten van de natuur hetzelfde. In zijn visie was geen plaats voor een uitverkoren volk of profetische visie. De geschillen lopen hoog op en leiden tot een climax als hij wordt verbannen uit de synagoge. In de jaren die volgen zijn er ook scherpe debatten en polemieken met protestantse theologen en leraren. Naast schrijven moet hij de kost verdienen als slijper van lenzen. Belangrijke werken van Spinoza zijn Tractatus Theologico-politicus (1670) en Ethica (1677). Na een tweejarig verblijf in Rijnsburg, woont hij van 1666 tot 1669 in een klein huis aan de Kerkstraat in mijn geboorteplaats Voorburg. Daar heeft hij regelmatig contact met de sterrenkundige Christiaan Huygens, in wiens opdracht hij lenzen slijpt en dat volgens bronnen voortreffelijk doet. Regelmatig moet hij de woning van Huygens, de prachtige buitenplaats Hofwijck, hebben bezocht. Dat geloofskwesties hem daar blijven achtervolgen, blijkt wel uit het feit dat hij via anderen betrokken raakt bij een rel over de aanstelling van een nieuwe predikant (2). Zowel de buitenplaats Hofwijck, de Kerkstraat met kerk in Voorburg en de aangrenzende Herenstraat zijn bekende plaatsen uit mijn jeugd. Ik werd als kind gedoopt in de Oude Kerk. Begin september 1669 verhuist Spinoza van Voorburg naar Den Haag. Zijn broze gezondheid wordt beschreven als een van de redenen voor de verhuizing. Aan de Paviljoensgracht in Den Haag leidt hij een sober, werkzaam en uiterst productief leven. Hij wordt diep geraakt door de wraakzuchtige moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in Den Haag op 20 augustus 1672. Op 21 februari 1677 overlijdt Baruch Spinoza, 45 jaar oud, in zijn woning aan de Paviljoensgracht aan een longziekte (zie fotocollage). Jarenlange blootstelling aan glaspoeder veroorzaakt door het slijpen van lenzen, zou een van de oorzaken zijn. Pas na zijn dood wordt zijn belangrijkste werk de Ethica gepubliceerd. Tijdgenoten omschrijven Spinoza als zachtmoedig en bescheiden. In de tuin van de Nieuwe Kerk in Den Haag is een grafmonument voor hem opgericht, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat er verschil van mening bestaat over het feit dat hij daar begraven is. In 1958 werd het monument tijdens een staatsbezoek bezocht door David Ben Gurion, de eerste premier van Israël en een groot bewonderaar van Spinoza. Op zijn verzoek is op het monument een zwarte basaltsteen uit Galilea aangebracht met de tekst ‘AMCHA’ (UW VOLK). Ik leg het uit als een daad van verzoening, waarmee de Israëlische premier tevens aangaf dat hij Spinoza nog steeds als Jood beschouwt, ondanks de ban (Cherem). Regelmatig klinkt overigens vanuit de samenleving de roep om de ban op te heffen (3).

Begaafd, zachtmoedig, sober en bescheiden

Tijdens mijn bezoek aan de Paviljoensgracht in Den Haag op een zonnige dag in 2017 stond ik minutenlang in gedachten verzonken op de plaats waar Spinoza woonde, werkte en stierf. Daarna bezocht ik de Nieuwe Kerk in Den Haag met het grafmonument. Ik ben geen filosoof of spinozakenner in de zin dat ik al zijn werken gedetailleerd heb bestudeerd. Naast zijn grote begaafdheid en filosofische inzichten, zie ik hem ook als iemand die een zekere mystiek had en regelmatig in conflict kwam met zichzelf en de wereld om hem heen. Gelet op zijn zachtmoedigheid, soberheid en bescheidenheid schat ik hem in als een gevoelsmens. Ik sluit niet uit dat naast het veelvuldig inademen van slijpsel van lenzen, ook de slopende en afmattende debatten en polemieken over levensbeschouwing zijn gezondheid kunnen hebben beïnvloed. Uit persoonlijke ervaring weet ik hoe afmattend felle discussies en polemieken over levensbeschouwing (en ideologieën) kunnen zijn. Ook de vroege omgeving van Spinoza kan een rol hebben gespeeld bij zijn fysieke kwetsbaarheid. Op zijn zesde overleed zijn moeder en toen hij tweeëntwintig was zijn vader, die zelf al drie vrouwen en vier van zijn kinderen had begraven. Dergelijke tegenslagen kunnen een grote impact hebben op een mens. Hoewel hij afstand had genomen van de orthodoxie, was hij een diep religieus mens gebleven. Ten aanzien van zijn visie op geld en hebzucht raakte mij de volgende zinsnede: ‘Het is duidelijk: de ware wijsgeer is sober, ingetogen, vrij van de drift geld op geld te stapelen (citaat 4). Wat mij daarbij intrigeert is zijn Joodse afkomst en daarmee houdt ook de vraag verband die ik anno 2019 postuum formuleer. Voor persoonlijke bezinning en ter lering, maar wel vanuit het besef dat ik nimmer antwoord zal krijgen.

Postume vraag aan Baruch Spinoza

Spinoza moet ongetwijfeld hebben geweten en wellicht ook ervaren, wat antisemitisme is. Veel is er niet over vermeld. Zijn vader Michael De Spinoza zou wel hevig hebben geleden over de vervolging van zijn geloofsgenoten in Spanje en Portugal. Europa heeft een lange antisemitische traditie. De gele kenmerken, zoals de latere gele Davidsster, hebben hun oorsprong in Europa. Sinds 1100 vonden er antisemitische uitbarstingen plaats rond de eerste kruistochten. Veel Joden waaronder de familie van Spinoza, vluchtten in de Middeleeuwen vanuit Spanje en Portugal naar ons land vanwege het tolerante klimaat hier. Omdat antisemitisme zo hardnekkig en repeterend is en zo’n lange periode omvat, is kennis van de geschiedenis belangrijk. Rond 1600 telde de wereld ongeveer 550 miljoen inwoners. Hoewel ik geen exacte cijfers kon vinden, schat ik op persoonlijke titel dat het aantal Joden op de wereld toen ongeveer 10 miljoen bedroeg, ongeveer 2% van de wereldbevolking. Anno 2019 zijn er wereldwijd ongeveer 14 miljoen Joden, waarvan er 6 miljoen in Israël wonen. Op een wereldbevolking van ruim 7 miljard is dat 2 promille oftewel tweeduizendste. Op grond van rationele gronden als geografie, demografie en aantallen is antisemitisme naar mijn mening niet rationeel verklaarbaar. Omdat Spinoza de ratio zo hoog in het vaandel heeft staan, is dat opmerkelijk. Zelf kan ik het antisemitisme rationeel niet plaatsen en alleen begrijpen vanuit mijn levensbeschouwing, waarin de geschiedenis van het Joodse volk een belangrijke factor is. In de eeuwen na de dood van Spinoza gebeurt er onvoorstelbaar veel. Joden zijn massaal slachtoffer van gruwelijke pogroms, vervolgingen en er ontstaat gettovorming. In Frankrijk is de Dreyfuss-affaire, waarbij een Joodse officier onterecht werd beschuldigd van hoogverrraad, slechts het topje van de ijsberg. Onder Joden ontstaat een groeiende behoefte aan een veilig thuisland. Er vinden twee gruwelijke wereldoorlogen plaats. Tragische climax is de systematische poging door een staat om, met collaborerende medewerking van bezette overheden en burgers, het Joodse volk te vernietigen: de Holocaust. Afschuwelijke omstandigheden waarbij overheden niet in staat bleken kwetsbare burgers te beschermen en die hebben geleid tot de oprichting van de onafhankelijke staat Israël op 14 mei 1948 (5). Hoe verhoudt zich dat tot de visie van Spinoza op de staat die toch zijn burgers dient te beschermen? In het verlengde daarvan is er de vraag, hoe de politieke visie van Spinoza zou zijn op een snel globaliserende wereld en de status en werkwijze van een supranationaal politiek orgaan als de Verenigde Naties (VN). Een beeld in de Beeldentuin van de VN van een krijger die zijn zwaard slaat tot een ploegschaar fascineert mij. Het beeld is een geschenk van Rusland aan de VN en symboliseert een veel in VN-verband gebruikte en aan de Bijbel ontleende spreuk, dat eens de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen (6). Is het in het licht van de geschetste context van groeiend antisemitisme en ernstige conflicten op veel plaatsen in de wereld rationaal, dat uitgerekend het geografisch en demografisch nietige Israël het meest veroordeelde land is in VN-organisaties als de Mensenrechtenraad? Tenslotte: Hoe zou de ontmoeting zijn verlopen tussen Baruch Spinoza en David Ben Gurion de eerste premier van Israël, die het als zijn plicht zag de op jonge leeftijd in Den Haag overleden filosoof te laten weten dat die ook behoorde tot zijn volk. Heb ik het mis als ik denk en hoop dat ze elkaar de hand zouden toesteken of wellicht omhelzen? David Ben Gurion zou Baruch Spinoza ongetwijfeld hebben uitgenodigd voor een bezoek aan Israel om diepgaand van gedachten te wisselen. AMCHA!

Foto’s: Wagon in Auschwitz Trees Kim. Jaap Spaans: collage huisje en standbeeld aan de Paviljoensgracht waar Spinoza woonde, werkte en stierf , de voormalige synagoge in de Wagenstraat te Den Haag (thans moskee), de Kerkstraat in Voorburg (met Oude Kerk) waar  Spinoza woonde, zwarte basaltsteen met tekst AMCHA op het grafmonument bij de Haagse Nieuwe Kerk,  

Bronnen
1. Filosofie Magazine. Dode Denkers. Postuum interview met Baruch Spinoza: ‘Klimaatverandering is geen verstoring van de natuur’. Ruben Endendijk en Michiel Zonneveld
2. ‘Spinoza. Een leven volgens de rede’, pagina 221 en 350. Margaret Gullan-Whur. Uitgave Lemniscaat BV Rotterdam, 2000. ‘Spinoza in 90 minuten’. Paul Strathern. Uitgeverij Holland Haarlem, 1998.
3. ‘In godsnaam, vernietig de ban op Spinoza’. Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW-online), 11 december 2015. ‘The Curious Case of Benedict Spinoza’. Kanttekeningen bij de laatste rustplaats van Spinoza. The Jewish History Channel, December 10 2009.
4. ‘Spinoza’ (biografie), pagina’s 44 en 168. Theun de Vries. Uitgave De Prom, 1991. ‘Spinoza Ethica’. Han van Ruler & Corrina Vermeulen. Uitgave Nederlandse editie Boom Amsterdam, 2012
5.‘En zij werden verstrooid onder alle volken. De geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak. Werner Keller. Uitgeverij La Riviere & Voorhoeve N.V. Zwolle
6. Jesaja 2:4 en Micha 4:3.
Overige geraadpleegde bronnen
–‘Het raadsel Spinoza’. De Volkskrant (online), 8 mei 2012.
–‘Spinoza leert ons vrij te zijn’. Filosofie Magazine, februari 2012.
–De volgende websites zijn bezocht: Hofwijck.nl, Website Filosofie.nl, joodserfgoeddenhaag.nl/spinoza, spinozahuis.nl, ha-historion.blogspot.com, worldhistorysite.com, Wikipedia.com

-TRENDS 1: Zorgen over leefbaarheid wijken en buurten sociale huursector

Deze publicatie is een ingekorte wat minder formele samenvatting van een bijdrage op persoonlijke titel aan de evaluatie van de Woningwet die op dit moment plaats vindt. Voor of na het lezen van deze samenvatting is het zinnig de integrale bijdrage te lezen (zie 3 verwijzingslinks hieronder), waarin ook alle bronnen zijn opgenomen, alsmede acties die ik in 2010 heb ondernomen om dit onderwerp onder de aandacht te brengen van maatschappelijke organisaties en overheden.

De evaluatiebijdrage bevat 6 pagina’s A4. Om het lezen gemakkelijker te maken is deze opgesplitst in de volgende delen: Inleiding, Code rood woningmarkt, leefbaarheid in wijken is verslechterd, Scheefhuurders, Omlabelen en ontlabelen, Integratie en segregatie, Bronnen.

–Bijdrage aan de evaluatie Woningwet op persoonlijke titel: BijdrageEvaluatiewWoningwetPersoonlijkeTitel

–Bijlage met o.a. correspondentie met het ministerie van BZK en de Tweede Kamer uit 2010: EvaluatieWoningwetCorMinisterKamer2010

–Ingezonden brief over dit onderwerp en de Hoogeveensche Courant (2010): EvaluatieWoningwetBriefHC2010

–Reacties op mijn bijdrage aan de Evaluatie Woningwet o.a. van het ministerie BZK, de Tweede Kamer etc. Op 18 december 2018 ontving ik een 2e brief van de Vaste Commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer dat de mail is besproken in de commissie, waar werd besloten dat de leden van de commissie mijn evaluatiebijdrage desgewenst kunnen bettrekken bij de evaluatie van de Woningwet door de Kamer dan wel het Kamerdebat erover: HuursectorReactiesEvaluatiebijdrage  

Goede huisvesting: een basisbehoefte.

De vaak gebruikte uitdrukking ‘huisje boompje beestje’ staat voor een wat gezapig doorsnee leven, maar geeft tegelijk weer hoe belangrijk goede huisvesting is. Een stelling die ik vanuit de praktijk kan beamen. Toen ik in 1966 op achttienjarige leeftijd naar Canada emigreerde, ondervond ik tijdens moeilijke periodes hoe essentieel huisvesting is in relatie tot aspecten als comfort, een sociaal leven, veiligheid en gezondheid. Periodes van werk werden afgewisseld door reizen. Door een onweerstaanbare zucht naar avontuur leefde ik, door eigen schuld, soms weken op het bestaansminimum en bracht nachten door in parken, op stations of bij de goodwillcentra van het Leger des Heils. Wat was het dan een verademing, als je na dagen op straat te hebben geleefd een goede maaltijd kreeg en van een warme douche kon genieten. Voorrechten die ik nu als (te) vanzelfsprekend ervaar. In die periode in de jaren zestig waren een plunjezak (zie foto: slapen langs een spoorbaan in Florida) en 20 dollar om niet te worden opgepakt wegens ‘vagrancy’ (landloperij), mijn enige bezit. Nadenken over verzekeringen van de wieg tot het graf kwam niet eens in mij op. Het was de tijd van de flower power en veel jongeren waren vervuld van idealisme en reislust. Achteraf beschouwd besef ik dat je in zo’n onbezonnen periode risico’s loopt. Krijg maar eens een ernstig ongeval of hartinfarct in de VS, waar de zorg kwalitatief goed is, maar kostbaar en lang niet voor iedereen beschikbaar. Voordeel was wel dat ik in het emigratietraject was gescreend op goede kennis van de Engelse taal en dus alle mogelijkheid had om te integreren. De jeugdervaringen waren voor mij belangrijke levenslessen, die ik tot op de dag van vandaag meedraag in mijn hart. Situaties kunnen immers zomaar veranderen, zeker in de complexe samenleving van vandaag. Dan is het goed om mentaal voorbereid te zijn op tegenslagen. Jeugdige onbezorgdheid heeft allang plaats gemaakt voor behoefte aan goede huisvesting en zorg, veiligheid en stabiliteit. Het is een belangrijke reden dat ik de ontwikkelingen op de woningmarkt op de voet volg. Dat er in die sector problemen zijn die een grote impact kunnen hebben op de samenleving zullen weinigen ontkennen.

Problemen woningmarkt

Diverse partijen op de woningmarkt zijn momenteel druk bezig met een evaluatie van de Woningwet. Onder andere komt daarbij de vraag aan de orde wat de effecten zijn van de inkomensafhankelijke huurverhogingen en het zogenaamde passend toewijzen en wat in dat verband de invloed is van de stelselherziening in de zorg en het sociaal domein van 2015 op de sociale huurmarkt? Wellicht denkt u als lezer ‘Ach ik woon in een eigen huis en een nette buurt, ik heb weinig of niets met de sociale huursector’. Dat is een misvatting. Recente onderzoeken, studies en rapporten (zie omslag links: Eindstudie ‘Veerkracht in het corporatiebezit) die in het kader van de woningwetevaluatie zijn gehouden, tonen aan dat de leefbaarheid in woonwijken onder druk staat. Niet overal en niet in iedere wijk, maar de algemene trend die zich aftekent is zorgelijk en kan uitstralen naar de omgeving. En ook als je er niet direct mee wordt geconfronteerd, kan het gevolgen hebben voor de werksituatie. Bijvoorbeeld voor degenen die werken als zorg- of hulpverlener, pastoraal werker in een kerk, vrijwilliger bij een vereniging, binnen de rechtshandhaving of voor woningcorporaties, bedrijven, gemeentes en andere organisaties. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) gaf de situatie op de woningmarkt onlangs ‘Code Rood’ en pleitte voor een Nationaal Woningbouwplan, onder regie van de Rijksoverheid. Een soort Deltaplan. In de overspannen woningmarkt komen volgens een NVM-woordvoerder steeds meer bevolkingsgroepen langs de kant te staan. Er moeten snel meer woningen gebouwd worden en die conclusie is volkomen terecht (1).

Sterke toename kwetsbare huurders

Onderzoek verricht in opdracht van de brancheorganisatie van woningcorporaties Aedes naar het effect van de instroom van kwetsbare huurders op de leefbaarheid in wijken, wijst uit hoe zorgelijk de situatie is. De voorzitter van Aedes verwoordt het treffend in een recent persbericht: ‘De tweedeling neemt toe, mensen met allerlei persoonlijke problemen blijven achter in wijken waar gezinnen vertrekken. Het cement van de wijk verdwijnt, meer kwetsbare huurders komen ervoor in de plaats’ (citaat). Uiteraard kan de situatie per plaats of regio verschillen. Dat de leefbaarheid in buurten met veel sociale huurwoningen verslechtert, heeft volgens de onderzoekers twee hoofdoorzaken. Jarenlang overheidsbeleid heeft de sociale huursector kleiner gemaakt en beperkt tot de laagste inkomens. Daarnaast is het aantal plekken in zorgcomplexen en GGZ-instellingen sterk gedaald, als gevolg van de decentralisatie in de zorg en het sociaal domein. Dat proces heet extramuralisering. Veel zorgcliënten moeten daarom (deels noodgedwongen) op zichzelf wonen. Het systeem van passend toewijzen draagt bij aan de verandering van het bewonersbestand. De Aedesvoorzitter stelt hierover: ‘De achterstandswijken zijn terug. Woningcorporaties en gemeenten zien het, bewoners merken het. Elke dag. Het cement van de wijk verdwijnt, meer kwetsbare huurders komen ervoor in de plaats’ (citaat 2 en 3).

Achtergronden.

Voor de objectiviteit is het goed enige achtergronden te belichten. Voordat de financiële crisis van 2008 begon, waren er ook zorgen op de woningmarkt, met name in de sociale huursector. In het Hoofdrapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties, wordt treffend geschetst welke excessen zich voordeden bij woningcorporaties. De belangrijkste kerntaak van woningcorporaties is het huisvesten van mensen, die daar zelfstandig niet toe in staat zijn. In het hoofdrapport wordt een aantal excessen beschreven, waarvan ik als buitenstaander indertijd vol ongeloof kennis nam. De aankoop van een passagierschip, een manager die rondreed in een Maserati-dienstauto, koffers met contanten, adoptie van een olifant en aap, geld lenen aan een uitvaartcentrum, ontwikkeling van koopwoningen in Wallonië. Klap op de vuurpijl was een schandaal over derivatencontracten met banken, dat begin 2012 naar buiten kwam. De derivatenportefeuille bedroeg volgens de commissie 23 miljard euro en woningcorporaties raakten VER VAN HUIS. Aan die kwalificatie is ook de titel van het hoofdrapport ontleend. De excessen en schandalen leidden tot miljardenverliezen, die via heffingen zouden worden afgewenteld op de woningcorporaties, ook de vele goede en integere corporaties. Uiteindelijk zijn het de huurders die ervoor opdraaien door huurverhogingen. In 2010 besloot een minister van een demissionair kabinet, die naast de verantwoordelijkheid voor zijn departement het dossier volkshuisvesting erbij deed, Europese regels te implementeren in ons land. Hoewel het onderwerp al langer op de politieke agenda stond, was er toch de indruk dat het besluit nogal overhaast was genomen. Er was dan ook veel kritiek op die maatregel, waarbij de vraag aan de orde kwam of zo’n vergaande beleidsmaatregel wel kon worden genomen door een demissionair kabinet (4). Zelf heb ik in die periode diverse acties ondernomen naar het ministerie van BZK, de Tweede Kamer en organisaties in de sector dat de maatregelen zouden bijdragen aan een verandering van het bewonersbestand met alle negatieve gevolgen van dien. Door de gehouden onderzoeken lijkt die zorg nu te worden bewaarheid (zie verwijzingslinks in de aanhef) .

Groeiende instroom sociale huurmarkt: probleemanalyse in notendop

De instroom naar de sociale huursector verandert door een aantal oorzaken, die van grote invloed zijn op de bewonerssamenstelling in wijken en appartementencomplexen, maar waardoor ook het tekort aan betaalbare huurwoningen snel groeit:

–Door het overheidsbeleid zoals de stelselherziening, neemt het aantal kwetsbare groepen dat is aangewezen op een sociale huurwoning toe.

–Migratiestromen en de geopolitieke situatie op de wereld, leiden tot een groei van het aantal statushouders dat in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Onvoldoende inburgering met name beheersing van de Nederlandse taal, kan tot gevolg hebben dat men zich terugtrekt in de veilige omgeving van statushouders met dezelfde (taal)identiteit, waardoor een broos begin van integratie kan overgaan in segregatie (waarbij men vooral contact houdt met leden van de eigen groep).

–In het huidige stelsel moeten ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Door de vergrijzing in combinatie met een stijgende levensverwachting, zal deze ontwikkeling versnellen. Het is moeilijk een verantwoorde grens te trekken tussen aanvaardbare fysieke en psychische kwetsbaarheid en diagnoses dan wel onvoldoende zelfredzaamheid, die kunnen leiden tot risico’s voor de huurder zelf dan wel medehuurders in de omgeving.

–Er is een sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens, noodgedwongen als gevolg van bijvoorbeeld echtscheidingen of overlijden dan wel omdat mensen, bijvoorbeeld jongeren en studenten, de keuze maken zelfstandig te gaan wonen. Tussen 1947 en 2017 is het aantal mensen dat alleen woont, de zogenaamde alleenstaanden, gegroeid van 285 duizend naar bijna 3 miljoen, ofwel van 5 naar 22 procent van alle meerderjarige Nederlanders. De komende drie decennia zet die trend door: de bevolkingsprognose van het CBS voorziet dat er in 2047 3,6 miljoen alleenstaanden zullen zijn op een meerderjarige bevolking van bijna 15 miljoen. Bijna 1 op de 4 volwassen inwoners zal dan dus alleenstaand zijn, waardoor de druk op de huizenmarkt toeneemt  (5).

–De sterke economie in ons land heeft geleid tot een toestroom van Europese werknemers die gehuisvest moeten worden. Daarnaast is er het groeiende aantal buitenlandse studenten dat naar ons land komt om gebruik te maken van ons nog steeds voortreffelijke onderwijs.

–Deze week kwam in het nieuws dat de overheid het permanent wonen op vakantieparken beter beheersbaar wil maken. Hoewel exacte cijfers daarover ontbreken, is het een groot probleem. Vaak onttrokken aan de waarneming doen zich excessen voor. Als de overheid dit aanpakt zal de vraag naar betaalbare huurwoningen verder stijgen.

Conclusies

In de periode 2009-2015 zijn er in de corporatiesector 262.400 sociale huurwoningen verdwenen. Door verkoop, sloop en liberalisatie. Nu neemt de vraag naar sociale huurwoningen explosief toe. Er zal meer moeten worden gebouwd en de overheid zou de verhuurdersheffing moeten afschaffen, zodat corporaties meer kunnen investeren in de sociale huursector (6). Ik realiseer mij dat het gemakkelijk is om in een bijdrage/analyse van 7 pagina’s je mening te geven. Ik weet dat de praktijk vele malen weerbarstiger is.

De situatie op de woningmarkt is een immense maatschappelijke uitdaging en vereist creativiteit (foto tot wooncomplex omgebouwde kazerne in Steenwijk en pellet installatie voor blokverwarming). Oplossing van dit probleem zal miljardeninvesteringen vergen. In een tijd waarin het ons economisch weliswaar voor de wind gaat, zijn er tegelijk veel onzekere factoren zoals de kosten van de klimaatdoelen waar nog onvoldoende zicht op is, het wegvallen van aardgasbaten en kosten voor aardbevingsschade in Groningen, de dreigende handelsoorlog en de gevolgen van de Brexit die nog moeilijk zijn in te schatten. Daarnaast is er de complexe geopolitieke situatie op de wereld, die zomaar tot een omslag kan leiden. Hoe belangrijk dergelijke factoren zijn voor binnenlands beleid, blijkt wel uit de invloed van klimaatverandering die voor een deel de ruimte bepaalt die er is om dit soort problemen op te lossen. Daarnaast spelen factoren een rol die indirect met de problematiek te maken hebben zoals de onderbezetting van de Nationale Politie die, in combinatie met overvloedige berichtgeving in de media, het algemene veiligheidsgevoel van burgers kan aantasten. Ik verwacht dat de rol van de lokale overheden zal toenemen. Vraag die regelmatig bij mij opkomt is waarom onze pensioenfondsen niet meer investeren in de huursector? Ze helpen de samenleving ermee, bewijzen de samenleving een dienst, ze beschikken over het geld en gezien de krapte op de woningmarkt is de vraag gegarandeerd. Als burgers moeten we misschien ook onszelf een spiegel voorhouden. Wat is mijn bijdrage aan participatie, zoals ligt besloten in het woord naoberschap (nabuurschap)? Voor christenen kan dat worden vertaald naar de Bijbelse vraag ‘Wat heb je gedaan voor de minste van mijn broeders’ (7). Daar kan nog veel winst worden behaald en hopelijk komt dat ook aan de orde bij de evaluatie van de Woningwet in de Tweede Kamer. Ik wens de sector, corporaties, huurders en verder allen die erbij betrokken zijn, veel wijsheid en sterkte toe bij het omgaan met dit uiterst complexe dossier.

 

 

Foto’s/illustraties:Met plunjezak in Florida en wooncomplex Steenwijk, Jaap Spaans. Hoofdrapportomslag Ver van huis met toestemming redactie bron Tweede Kamer der Staten Generaal. Omslag Eindstudie ‘Veerkracht in het corporatiebezit, met toestemming RIGO Research en Advies Woon- werk en leefomgeving.

Bronnen (de bronnen wijken iets af van die in de integrale bijdrage aan de evaluatie)

  1. Quote uit een persbericht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), 11 oktober 2018. ‘Alle seinen staan op rood voor woningmarkt in Nederland’.
  2. ‘Evaluatie herziene Woningwet Kansen en belemmeringen voor de maatschappelijke opgave van woningcorporaties’. Commissie-Van Bochove, Den Haag, 6 november 2018. Analyse over knelpunten rondom passend toewijzen, bijlagen pagina 22. Persbericht van branchevereniging van woningcorporaties Aedes, 19 november 2018. ‘Evaluatie Woningwet: geef gemeenten, huurders en corporaties meer ruimte voor lokaal woonbeleid’.
  3. Eindrapport ‘Veerkracht in het corporatiebezit Kwetsbare bewoners en leefbaarheid’. RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving in opdracht van de Vereniging van woningcorporaties Aedes, samenvatting, inleiding en pagina 6. Persbericht Aedes, 8 november 2018 ‘Woningcorporaties: grotere tweedeling leidt tot nieuwe achterstandswijken’.
  4. Hoofdrapport ‘Ver van huis’ van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties. Kamerstuk 33606, 30 oktober 2014. Nederlands Dagblad, 15 november 2018 en 4 juni 2012 respectievelijk ‘Krapte op de woningmarkt. Corporaties vragen om problemen’, interview met Arthur Docters van Leeuwen met onder andere quotes als: ‘We willen hier in Nederland geen getto’s’ en ‘Scheefwonen aanpakken is prima, maar niet te snel’. De Telegraaf, 31 juli 2013: ‘Corporatie bankroet door fouten topman. Woningstichting moet gered worden door huurverhoging’. Dagblad van het Noorden, 1 november 2014 ‘Huurders corporaties balanceren op heel dun koordje’. NRC-Handelsblad, 19 augustus 2016 ‘Opmars beleggers op huurmarkt. Buitenlandse beleggers zijn bezig met een opmars op de Nederlandse huurwoningenmarkt’.
  5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘Honderd jaar alleenstaanden’. 25-6-2018
  6. Website Woonbond. ‘Groot tekort sociale huurwoningen’ Minder aanbod maar meer vraag’ 13 juli 2016. In de evaluatiebijdragen waarnaar in de links in de aanhef wordt verwezen, is een volledig bronnenoverzicht opgenomen.
  7. Mattheus 25:40

 

-Cashloze samenleving: een heilloos streven

De Nederlandsche Bank (DNB) is een belangrijke en solide overheidsinstantie die zich inzet voor een stabiel financieel stelsel met stabiele prijzen, solide financiële instellingen en een goed werkend betalingsverkeer. In de taken die de DNB uitvoert staat centraal de slogan ‘werken aan vertrouwen’. Vertrouwen is cruciaal in de financiële wereld. De meesten van ons zullen zich nog al te goed herinneren, hoe tien jaar geleden de internationale financiële crisis genadeloos toesloeg. Het begon toen met een vertrouwenscrisis, die ertoe leidde dat banken door de overheid overeind gehouden moesten worden. Als burgers het vertrouwen in de bankwereld verliezen is er het risico van een ‘bankrun’ (stormloop op de bank), waarbij rekeninghouders tegelijkertijd hun spaargeld (willen) opnemen. Een bank kan daardoor in liquiditeitsproblemen raken, want het geld van spaarders is immers niet direct beschikbaar. Daarom is vertrouwen van cruciaal belang in de financiële wereld. De DNB heeft een belangrijke rol en werkt als onafhankelijke toezichthouder samen met Europese partners aan een schokbestendig financieel systeem, een veilig, betrouwbaar en efficiënt betalingsverkeer en goed monetair beleid (1). Nu ons geld niet meer gedekt wordt door goudvoorraden, kun je stellen dat een bankrekening niet meer is dan een digitaal nummer in een systeem. De crisis heeft aangetoond dat toezicht op dat systeem belangrijk is en daarom mogen we blij zijn dat ons land een integere en solide toezichthouder heeft. De praktijk heeft geleerd dat er permanent moet worden gewaakt, dat financiële instellingen hun verplichtingen en toezeggingen nakomen. Door de massale digitalisering is de financiële wereld en dus ook het betaalverkeer, uiterst complex geworden en gelet op de toename van cybercriminaliteit heeft cyberveiligheid een hoge prioriteit. Omdat we ook participeren in de euro is het van belang dat er internationaal optimale afstemming is en landen zich houden aan de afgesproken begrotingsregels. Een belangrijk onderdeel van het systeem is het betaalverkeer. 

Aandeel pinbetalingen aan de kassa overschrijdt 60%-grens

Op 29 oktober 2018 maakte de DNB bekend dat het aandeel van pinbetalingen aan de kassa de 60%-grens heeft overschreden. Daarmee zijn de streefwaarden van 60% pin – 40% contant ruimschoots bereikt. Banken en andere ondernemers hebben in 2005 in het Convenant Betalingsverkeer afspraken gemaakt en in 2009 en 2014 werden nadere overeenkomsten gesloten.  In 2014 was de verhouding nog 60% contant en 40% pin. Sindsdien is er sprake van een zeer snelle toename van het aantal pinbetalingen en is het aantal contante betalingen sterk afgenomen. Daarmee is dit jaar de gestelde bovengrens bereikt. Minder gebruik van contant geld zou er voor hebben gezorgd dat betalen veiliger is geworden, want een lege geldlade in de kassa is niet aantrekkelijk voor criminelen. Het aantal overvallen bij winkeliers, horecagelegenheden en benzinestations is tussen 2008 en 2017 dan ook gedaald van 1.171 naar 377. Ook de schade door skimming (het onrechtmatig kopiëren van betaalkaartgegevens) daalde tussen 2011 en 2017 van 39 miljoen euro naar 1,5 miljoen euro, vooral dankzij de invoering van het Nieuwe Pinnen eind 2011. Ik pin zelf regelmatig, zij het niet buitensporig en zie ook de vele voordelen. Ik ben wel van mening dat er in de maatschappelijke discussie, door belanghebbenden een te grote nadruk wordt gelegd op efficiency en veiligheid en sociale aspecten worden genegeerd. In de digitale euforie van dit moment wordt onvoldoende rekening gehouden met de nadelen die direct, maar zeker op langere termijn, zijn verbonden aan een eenzijdige nadruk op digitaal betalingsverkeer. Nu de doelstellingen zijn gehaald loopt het convenant in 2018 ten einde, maar dat betekent volgens mij niet dat de cijfers nu stabiel zullen blijven. Een van de redenen van de snelle toename van pinbetalingen is het contactloos betalen en ik verwacht dat in de huidige maatschappelijke dynamiek deze trend zich zal doorzetten (2-4). Een cashloze samenleving is een heilloos streven en daarom is het goed enige kritische kanttekeningen te plaatsen. 

Kanttekeningen ter overweging

De DNB geeft in een jaarverslag aan dat cash belangrijk blijft (5). Terwijl het gebruik van de pinpas blijft groeien, wordt er geleidelijk minder contant betaald. Cash moet  een kernrol blijven vervullen. Daarom zet de DNB zich in voor een goed functionerende cashketen, waarbij cash als algemeen bruikbaar betaalmiddel beschikbaar blijft. Gelet op de ingezette trend, is hier volgens mij de wens de vader van de beleidsgedachte. Er zijn diverse argumenten aan te voeren, waarom cash als betaalmiddel ruimschoots beschikbaar dient te blijven. Ouderen en kwetsbare groepen als mensen met een verstandelijke beperking, hebben om uiteenlopende redenen vaak moeite om gebruik te maken van computertechnologie of digitale betaalsystemen. In een tijd dat het overheidsbeleid is gericht op langer zelfstandig wonen, worden kwetsbare groepen afhankelijker van anderen. Familieleden, zorgverleners of buren. Daan, een dubbel gehandicapte man die in een woonvorm woont, heeft een met de bank afgestemde pinlimiet, om toch mee te kunnen doen met ontwikkelingen in de samenleving. Betalen doet hij echter contant, omdat hij niet taalvaardig is. Een ander argument is budgettering. De DNB geeft in waarschuwende zin aan dat contant betalen tieners leert verstandig om te gaan met geld. Dat is een belangrijke conclusie in een tijd dat, ondanks een goed draaiende economie, het aantal mensen met schulden onder bewind tussen 2009 en 2018 is gestegen van 100.000 naar 250.000. Cash blijft belangrijk, al is het maar vanwege budgettaire argumenten en om als persoon of gezin financieel overzicht te houden.

Ondermijnende criminaliteit en privacy

Ondermijnende criminaliteit kan door cyberaanvallen vitale infrastructuur ontregelen, zoals de energievoorziening en het digitale betaalverkeer. Het Openbaar Ministerie en de Rijksoverheid waarschuwen ervoor op hun websites en in het Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum wordt het zelfs beschouwd als een kernprobleem voor de mensheid. In crisissituaties moet er altijd contant geld beschikbaar zijn  (6-10). Een ander vooral ethisch en principieel bezwaar tegen de huidige ontwikkeling, is dat digitalisering van het betaalverkeer een risico voor de privacy oplevert en burgers te afhankelijk worden van het systeem. De informatiestromen over personen (Big Data), bijvoorbeeld over koopgedrag, worden massaal gebruikt om (risico)profielen op te stellen. De overheid heeft daar in het verleden zelf bij herhaling voor gewaarschuwd. Voorbeeld van hoe massaal dit kan plaats vinden is een sociaal surveillance systeem in China, waarbij met behulp van moderne technologie als biometrische identificatiesystemen op basis van gezichtsherkenning, burgers nauwkeurig in kaart worden gebracht. Dezelfde tendens is waarneembaar in andere landen zoals India. Het systeem biedt talrijke voordelen, maar ook zwaarwegende nadelen. Dat wordt goed geschetst in een studie van het gezaghebbende Rathenau Instituut ‘Van privacyparadijs tot controlestaat?’, waarin wordt opgeroepen tot bezinning. Op pagina 42 wordt aandacht besteed aan ‘slimme camera’s’ op basis van biometrische identificatie. Die werden in 2007 bij de verschijning van de studie nog niet veel ingezet. Anno 2018 zien we de sterke toename, die ook in de studie wordt voorzien.  Zelf heb ik de afgelopen twee decennia boeken en publicaties aan dit onderwerp gewijd. Een overzicht is te vinden op de pagina ‘Boeken en oude publicaties’ van mijn website, waar ook enige publicaties gratis kunnen worden gedownload. Het systeem en de digitale infrastructuur die nodig zijn om de zorgen geuit in de Bijbel maar ook het fascinerende boek ‘1984’ van George Orwell te verwezenlijken, zijn geen fictie meer maar harde realiteit (11-17). Digitalisering onttrekt zich aan de waarneming van veel burgers. Daarom bestaat over de zwaarwegende nadelen vaak onwetendheid. Veel mensen worden er ook angstig door en negeren de problematiek. Daarom is het noodzakelijk dat de maatschappelijke discussie hierover onverminderd doorzet. 

 

 

Foto’s: Gebouw DNB Nstionale Beeldbank. Goudvoorraad in opslag, rechthebbende foto: De Nederlandsche Bank. Geld Jaap Spaans. Omslag boek De Cybersamenleving.

Bronnen:

  1. Info van de website van de DNB.
  2. DNBulletin, 29 oktober 2018 : ‘Aantal pinbetalingen aan kassa overschrijdt 60%-grens’.
  3. Persbericht van de Stichting Bevorderen Efficient Betalen, 29 oktober 2018.
  4. Convenant Betalingsverkeer heft zichzelf op, Cornéline Lanooy. Website vakblad Hortipoint, 29 oktober 2018.
  5. Jaarverslag 2012 van DNB, hoofdstuk 3 ‘Een robuuste financiële infrastructuur’ onder 3.4. ‘Cash blijft belangrijk’. Uitgebracht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 maart 2013.
  6. DNBulletin, 13 maart 2018: ‘Contant betalen helpt tieners verstandig om te gaan met geld’.
  7. Website van het Openbaar Ministerie, 1 november 2018: ‘Cybercriminaliteit’, en ‘Wat is ondermijnende criminaliteit?’. Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum (WEF).
  8. De Cybersamenleving hoofdstuk 5 ‘Betaalverkeer’, Jaap Spaans, 2013. Gratis te downloaden van mijn website.
  9. Website ‘Anders maar Uniek’ van iemand met een dubbele beperking. ‘Boodschappen scannen en afrekenen’.
  10. Dagblad van het Noorden, 27 oktober 2018. Reportage over beschermingsbewindvoering en schuldhulpverlening: ‘Voor hun eigen bestwil’.  
  11. ‘Van privacyparadijs tot controlestaat?’. Studie, uitgave Rathenau Instituut, adviesorgaan van parlement en overheid , 2007.
  12. ‘1984’, George Orwell. Uitgave 42e druk Singel Pockets, 1998.
  13. Bijbelboek Openbaring, hoofdstuk 13.
  14. ‘Grote Broer’. Nieuwsblad van het Noorden, 23 oktober 1999.
  15. ‘Cashloos is riskant’, commentaar en ‘Digitalisering gaat gepaard met risico’s’. Dagblad van het Noorden, 30 oktober 2018.
  16. ‘China’s scherpe ogen zien overal’, Marije Vlaskamp. De Volkskrant, 10 augustus 2018.
  17. ‘Cashless. Op weg naar een maatschappij zonder contant geld’. Mark Hitchcock. Uitgeverij Het Zoeklicht, Doorn 2009.