Artikelen

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-ZIJN EUROPA EN DE WERELD CRISISBESTENDIG?

Het is september 2017. Terwijl orkaan Irma een verwoestend spoor trekt over het Caribisch gebied en het zuiden van de VS, draaien de economieën in Europa, met name in de Eurozone, op volle toeren. Ook voor de BV Nederland staan de economische seinen op groen. Indrukwekkende groeicijfers hebben een optimistisch domino-effect ontketend in talrijke sectoren. De export groeit, de werkloosheid daalt en de behoefte aan personeel neemt toe. Burgers laten hun geld weer rollen. De bouwsector zit in de lift, huizenprijzen stijgen, woningcorporaties durven weer te investeren en toeleveringsbedrijven en de transportsector liften mee in de economische euforie. Ik ben er blij mee, want een economie die soepel draait, is beter in staat de immense maatschappelijke problemen en uitdagingen die er zijn het hoofd te bieden. Tegelijk ervaar ik een dilemma. Hoe duurzaam en solide zijn eigenlijk de fundamenten van de economische opleving in een snel veranderende en globaliserende wereld en hoe crisisbestendig zijn we? Is de situatie echt verbeterd, of kan doorgaan op de ingeslagen weg leiden tot een nieuwe financiële crisis?

Groeidenken of consuminderen
Kennis nemend van de optimistische visies van economen, politici, beroepsplanners, ondernemers, trendvolgers en bankiers bekruipt mij altijd het gevoel dat er iets niet klopt. Ik volg de media intensief en stel vast dat de tegenstrijdigheden in de berichtgeving zich opstapelen. Optimisme over economische groei, wordt afgewisseld met waarschuwingen over de gevolgen van klimaatverandering en versnelde opwarming van onze aarde. We zijn via de massamedia ieder uur van de dag getuige van calamiteiten die zich voltrekken. Beelden over feestende en vakantievierende Europeanen worden bijna standaard gevolgd door nieuws over vluchtelingen, die de uitzichtloze situaties in Afrika en het Midden-Oosten trachten te ontvluchten. De betrekkelijke rust en voorspoed in onze omgeving, steken schril af tegen de enorme megapolitieke en grensoverschrijdende problemen en uitdagingen die op de mensheid afkomen. En welke prioriteiten moet je als christen stellen? Staan eigenbelang en groei centraal in je leven of wordt het bezinning, versoberen en consuminderen?

Eurozone blijft kwetsbaar
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV (1) is een onafhankelijk adviesorgaan dat de regering en de Staten-Generaal adviseert over het buitenlandse beleid, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de mens, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese integratie. In opdracht van het kabinet bracht de AIV een advies uit over een aantal economische aspecten van de Eurozone. Hoewel er als gevolg van de financiële crisis van 2008 talrijke maatregelen zijn genomen, kan de muntunie een nieuwe crisis op dit moment niet aan. Maar volgens de AIV gloort er hoop aan de horizon. Het wordt steeds duidelijker dat de Britten de voor hen negatieve gevolgen van de Brexit hebben onderschat. Het moeizame proces dat zich daar nu voltrekt, heeft ertoe geleid dat in andere Europese landen de euroscepsis is afgenomen en de steun in de eurolanden voor de euro is toegenomen. Frankrijk en Duitsland moeten volgens de AIV een leidende rol spelen om het evenwicht tussen de noordelijke en zuidelijke economieën binnen de EU en met name de Eurozone te herstellen en de Europese integratie te stimuleren. Daarvoor zijn onder andere nodig structurele economische hervormingen in de zwakkere zuidelijke economieën en meer Brussel en Europese samenwerking. Landen blijven wel zelf verantwoordelijk voor het nationale begrotingsbeleid en beheersing van de staatsschulden. Die (te) hoge staatsschulden vormen een mondiaal probleem en kunnen in de toekomst ontwrichtend werken, mede omdat politici onmachtig zijn om de pijnlijke beslissingen te nemen. Economische voorspoed is een goede tijd om het roer om te gooien. Helaas wordt het besef dat het dak moet worden gerepareerd als de zon schijnt, geblokkeerd door angst voor reacties uit de verschillende achterbannen. Dat de complexiteit van de huidige samenleving wijs en behendig staatsmanschap vereist is duidelijk.

Wat heeft onderzoeksjournalist Joris Luyendijk met de Bijbel?
Ik heb een zwak voor de  onderzoeksjournalist Joris Luyendijk. Hij werkte twee jaar als antropologisch journalist in The City van Londen, het financiële hart van Groot Brittannië. Zijn bevindingen beschreef hij in het dagblad The Guardian. In die periode sprak hij met negentig insiders uit de bankwereld en publiceerde daarover. In een interview uitte hij zich ronduit pessimistisch. ‘Dit gaat helemaal fout’. Hij gaat in op de hoge leningen die worden afgesloten en de ‘huizenbubbel’ (2). Hij sluit een nieuwe crisis niet uit en onderbouwt zijn zorg vanuit de ervaringen die hij heeft opgedaan in de financiële wereld.  Luyendijk is overigens niet de enige die sceptisch is over het financiële systeem (3). Ik schreef in het verleden zelf een boek over leven in een welvaartsmaatschappij en vanuit die achtergrond werd ik geraakt door de ervaringen van Luyendijk en bevestigd in een aantal zorgen die  ik eerder beschreef . Een uitspraak van Luyendijk sprak mij zeer aan. Het zou hem niet verbazen als er een religie-revival komt. Op de vraag van de kennelijk verbaasde interviewer of hij dat serieus bedoelde, verwees hij naar de Bijbel als een economisch handboek. ‘Het is kenmerkend hoe de heilige boeken tjokvol staan met waarschuwingen om de economie niet in te richten zoals wij dat hebben gedaan’. Het boek werd een bestseller en de auteur ontving er in 2015 de NS Publieksprijs voor. Hij sprak ook de 9e Amersfoortse Bergrede uit. In 1995 voerde ik een Bijbelstudie uit naar welvaartsethiek in de ruimste zin des woords en nam een overzicht op in mijn boek  IMG_20170908_0001 (4).

Een greep uit belangrijke grensoverschrijdende problemen die de economie kunnen beïnvloeden
–Globalisering, terreurdreiging en de megapolitieke situatie op de wereld. Een aantal brandhaarden op de wereld kan uitgroeien tot een omvangrijk gewapend conflict, zoals de situaties op het Koreaanse schiereiland en het Midden-Oosten. De situatie aan de grenzen van Israël kan ieder moment escaleren (5).
–De kwetsbaarheid van het mondiale financiële systeem, dat te afhankelijk is van moderne technologie.
–De druk op de betaalbaarheid van de gezondheidszorg zal toenemen, door de vergrijzing van de bevolking in het rijke Westen en nieuwe technologische vindingen.  

–(Cyber)criminaliteit en cyberoorlog. De afgelopen tijd slaagden hackers erin vitale infrastructurele projecten lam te leggen. Actie leidt tot reactie, oftewel overheid en bedrijfsleven reageren, waardoor de druk op fundamentele grondrechten toeneemt. Het spanningsveld tussen privacybescherming en rechtshandhaving/efficiency neemt sterk toe. Van president Poetin kwam recent de uitspraak dat de macht die het beste is in kunstmatige intelligentie, wereldleider zal worden (6).
–Klimaat en milieu. De gevolgen van stijging van de zeespiegel en klimaatverandering zullen groot zijn, ongeacht of dit een gevolg is van menselijk handelen of natuurlijke cycli (7).

–Vluchtelingenproblematiek en migratie. Deze vormen een permanent probleem onder andere als gevolg van overbevolking, voedsel- en grondstoffen schaarste en onrechtvaardige verdeling van de mondiale welvaart en hulpbronnen.
–Onmacht van de wetenschap en technologie om de grote mondiale problemen op te lossen.
Het zou zinnig zijn als deskundigen bij het analyseren van de wereldsituatie te rade zouden gaan bij de tijdredenen die Jezus Christus formuleerde voorafgaande aan Zijn sterven (Lucas 21, Mattheus 24). Het zal de lezer niet verbazen dat ik de mening deel van Joris Luyendijk over religie-revival. Ondanks leegloop van de kerken en het feit dat de Bijbel minder wordt gelezen, is er een groeiende behoefte aan zingeving en verlangen mensen naar antwoorden op de talrijke levensvraagstukken (8). 

Bronnen

1. Website van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) gemakkelijk te vinden via zoekmachines. Trouw, 19/8/2017 ‘Eurozone niet klaar voor nieuwe crisis’. Het Financieele Dagblad, 18/8/217, ‘Adviesraad: volgend kabinet moet verzet tegen sterker Brussel laten varen’.
2. ‘Dit kan niet waar zijn. Onder Bankiers’, Joris Luyendijk. Drukkerij Koninklijke Wöhrmann, Zutphen, 2015. ‘Dit gaat helemaal fout. Joris Luyendijk de journalist als onheilsprofeet’. Interview maandblad Volzin.
3. ‘De bazen van het kapitaal’ over het kapitalistisch netwerk dat wereldwijd aan de touwtjes trekt. NWT Magazine, januari 2012.
4. NRC-Handelsblad online, 18/11/2015 ‘Joris Luyendijk wint NS Publieksprijs met Dit kan niet waar zijn’. Informatie over de 9e Amersfoortse Bergrede is te vinden op de persoonlijke website van Joris Luyendijk. Christenen en de welvaartsmaatschappij. Jaap Spaans. 1996 (niet meer leverbaar).  Originele manuscript zie onder Boeken en publicaties.
5. De Volkskrant 8/9/17, ‘Israël valt depot chemische wapens Syrië aan’. De Telegraaf 2/9/17 ‘Iran neemt plaats IS in’.
6,  7 en 8. RTL Z, 4 september 2017. ‘Poetin: land met beste kunstmatige intelligentie wordt wereldheerser’. Russisch Staatspersbureau, 1 september 2017: ‘Whoever leads in AI (Artificial Intelligence J.S.) will rule the world’: Putin to Russian children on Knowledge Day. Dagblad van het Noorden, 7/9/17 ‘Energiebedrijven doelwit cyberaanvallen. Dagblad Trouw, 8/9/2017 ‘Drie miljoen Nederlanders lezen nog in de Bijbel’ en ‘De bijwerkingen van klimaatverandering’. 

Foto’s Jaap Spaans: We laten het geld weer rollen, Beursplein 5, scheepsbijbel

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-Elvis Presley’s liefde voor gospel

Op 16 augustus 2017 is het 40 jaar geleden dat Elvis Presley dood werd aangetroffen in zijn woning in Graceland (VS). Het is zo’n bericht dat zich vast in je geheugen nestelt. Onze oudste zoon was twee en we waren als jong gezin op vakantie in een stacaravan op de Veluwe. Ik had altijd een zwak voor de zanger en het nieuws sloeg dan ook in als een bom. Zijn levensloop bevat naast fascinerende ook tragische aspecten. Hij werd geboren op 8 januari 1935 in de staat Mississippi. Zijn oudere tweelingbroer Jesse werd dood geboren en die dramatische gebeurtenis zou een blijvende impact hebben op het gezin (1). Ik denk dat armoede Elvis voor een belangrijk deel heeft gevormd. De familie verhuisde regelmatig en Elvis groeide op in ‘zwarte woonwijken’, waar hij al jong werd geconfronteerd met sociale problemen en vormen van muziek als jazz, soul en (black)gospel. Door zijn uitstraling en de aantrekkingskracht van zijn stem, groeide Elvis uit tot een wereldberoemde zanger. Hij slaagde erin zijn emoties te laten doorklinken in zijn stemgeluid. Door zijn achtergrond beschikte hij over een grote dosis inlevingsvermogen. Hij kon slecht tegen onrecht en was vrijgevig als het ging om het lenigen van nood, bijvoorbeeld als hij in de krant las dat iemand in financiële nood verkeerde. Zoals velen in de showbusinesswereld van glitter en glamour, was hij niet altijd bestand tegen de vele verleidingen. Een van mijn favoriete Elvissongs is ‘In the ghetto’. Het gaat over de desastreuze en tragische kringloop van geweld in de ghetto’s waar armoede, criminaliteit en andere excessen van generatie op generatie worden overgedragen. Aansprekend is het refrein, dat er op neer komt dat we de problematiek niet onderkennen of de andere kant opkijken, terwijl de wereld maar doordraait.

Gospel

Ongeveer 10 jaar geleden kreeg ik van mijn dochter en schoonzoon op mijn verjaardag een driedubbele cd cadeau ‘Peace in the valley’ van Elvis Presley, met 88 klassieke gospelliederen. Liedjes als ‘Crying In The Chapel’, You’ll Never Walk Alone’, ‘Help Me’ en ‘How Great Thou art’ weerspiegelen een kant van dit rockidool, die te weinig mensen kennen. De teksten geven uiting aan diepe emoties, hoop en wanhoop, twijfel en geloofsvertrouwen. Aansprekende liederen over hoogtepunten en dieptepunten, waarmee mensen in hun leven te maken kunnen krijgen en de soms moeizame zoektocht naar de zin van het bestaan (zingeving) en geestelijke balans. De drie Emmy’s die Elvis ontving waren alle drie voor gospelopnamen (2). In november 1974 kreeg hij een Emmy voor “How Great Thou Art’ (‘Hoe Groot Zijt Gij’) een van mijn favoriete gospelliederen, waarin de grootheid van God en de toekomst van de mensheid worden bezongen.

Kritiek

Ik heb ook ervaren dat medechristenen kritiek hadden op het gospelrepertoire van Elvis Presley. Hij zou de teksten gezongen hebben zonder betrokkenheid, omdat zijn levenswijze volgens hen niet zou overeenstemmen met de teksten die hij zingt. Voor mij staat echter vast dat hij een gevoelsmens was, die uiterst bewogen en vrijgevig was als er sprake was van nood in zijn omgeving. Het kan niet anders of The Gospel (De Goede Boodschap) moet diep in zijn hart zijn geworteld. Ik acht mij niet gerechtigd een oordeel te geven over hem of de intentie waarmee hij gospelliederen zong. Niemand weet wat er in het hoofd van de zanger is omgegaan in de uren voordat hij overleed aan de (vermoedelijke) gevolgen van een fatale ritmestoornis, gevolgd door een hartstilstand. Ook medicatiegebruik kan invloed hebben gehad, maar de meningen over de exacte doodsoorzaak zijn verdeeld (3). Zijn levensgeschiedenis leert dat geld, status, succes en bezit geen garantie vormen voor geluk en innerlijke vrede. Je kunt omringd zijn door mensen en je toch eenzaam voelen. Ook in de Bijbel komen we levensverhalen tegen van personen die zwichten voor verleidingen, maar zeker niet worden genegeerd (4).

Soweto Gospel Choir in Carre Foto:NBB

Voor mij maken juist die praktische levensverhalen de Bijbel zo bijzonder, omdat ze illustratief zijn voor de ervaringen die je als mens in je leven opdoet en de keuzes die je daarbij kunt maken? Hoewel er in de Westerse wereld sprake is van ontkerkelijking, neemt de belangstelling voor gospelmuziek toe (5). Want hoe je het ook wendt of keert, onder invloed van een samenleving die steeds maakbaarder wordt met computertechnologie die onze levens steeds meer domineert, leeft de diepere behoefte aan spiritualiteit en zingeving als nooit tevoren.

Naschrift: Jammer dat tijdens de vele uitzendingen ter nagedachtenis aan de zanger, amper aandacht was voor zijn  omvangrijke gospelrepertoire

 

 

Bronnen

1. Boek ‘Elvis Nieuw ontdekt materiaal’. Uitgeverij Atrium, 2010. Pagina 13, 322, 331, 359 en 375. Algemeen Dagblad 22/8/2014 ‘De laatste woorden van Elvis Presley’.
2. Website van de Gospel Music Hall of Fame in Nashville Tennessee onder ‘Inductees’ en alfabetisch archief.
3. Op pagina 444 van het boek ‘Elvis A. Presley Muziek Mens Mythe’ van Marc Hendrickx (Uitgeverij CODA Antwerpen, 1994), wordt vermeld dat de zanger leed aan hoge bloeddruk en cardiovasculaire afwijkingen. Als doodsoorzaak wordt aangegeven een onregelmatige hartslag waardoor de pompfunctie was aangetast. Volgens deze lijkschouwer wees niets op drugsgebruik.
4. 2 Samuel 11,  Psalmen 38 en 51, geslachtsregister in Matteus 1.

5. De grote belangstelling voor The Passion. Televisieprogramma RTL Summernight van 31/7/2017 met gospelzanger(es) Dwight Dissels en Jenna Lena.

Foto’s: Beeld voor winkel ergens in Amsterdam (Jaap Spaans). Soweto Gospel Choir, Van Kolck Nationale Beeldbank.

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-Epigenetica: een fascinerende ontwikkeling

In christelijke kringen hoor en lees je er weinig over: EPIGENETICA. Een betrekkelijk nieuw wetenschappelijk vakgebied dat het proces bestudeert naar erfelijke veranderingen in gen-functie, zonder dat de moleculaire DNA-structuur verandert. Het komt er op neer dat iemands erfelijke materiaal weliswaar vast ligt, maar dat door levenswijze, omgevingsfactoren of gedrag toch invloed kan worden uitgeoefend op genen. Deze epimechanismen hebben te maken met de mogelijkheid voor het DNA om een gen ‘aan of uit te zetten’. Stress, gedrag, voeding en andere factoren kunnen in dat proces een rol spelen. Genen kunnen worden ‘afgezet’ door bijvoorbeeld goede voeding. Mijn eerste indruk is voorzichtig positief. Genetica is belangrijk voor iemands ontwikkeling, maar deze hoopvolle ontwikkeling leert ook dat het geen onvermijdelijk noodlot is en aansluit bij mijn christelijke levensovertuiging. Ik stel nadrukkelijk dat ik mij op dit punt in een leerproces bevind. In twee van de bronnen is een belangrijke rol weggelegd voor de placentafunctie, een onderwerp dat mijn bijzondere aandacht heeft (1).

Genetica of erfelijkheid
Erfelijkheid is overal in de Schepping aanwezig. Het zorgt ervoor dat mensen, dieren en planten nakomelingen krijgen. Bij mensen begint het ermee dat de zaadcel van een man versmelt met de eicel van een vrouw. Er ontstaat een bevruchte eicel, waarin zich het erfelijke materiaal van beide ouders bevindt. Door celdeling ontstaan vervolgens de miljarden cellen die het menselijke lichaam vormen. Bij elke deling wordt het DNA dat in de cel aanwezig is gekopieerd. Het erfelijkheidsmateriaal wordt gevormd door chromosomen, genen en DNA. Een mens heeft 46 chromosomen, 23 van de vader en 23 van de moeder. Chromosomen zijn de dragers van ons erfelijkheidsmateriaal. Op de chromosomen liggen de genen die de hoofdrol spelen bij erfelijkheid. De basis wordt gevormd door DNA (Desoxyribo Nucleic Acid), vaak afgebeeld als een kralenstreng of dubbele spiraal. DNA bevat de code waarin onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Er zijn ongeveer 25.000 genen, die samen het menselijk genoom vormen. Van het woord gen is de term genetica afgeleid.

Sinds de ontrafeling van de DNA-structuur in 1953, heeft de genetica een enorme vlucht genomen. Enige jaren terug werd het Menselijk Genoom Project (Human Genome Project) afgerond. Het is een van de meest verreikende onderzoeken ooit uitgevoerd, waaraan meer dan negenduizend wetenschappers in tientallen landen hebben meegewerkt. Een wetenschappelijk journalist beschreef eens op treffende wijze de complexiteit van het genetisch onderzoek. Hij vergeleek de DNA-keten met zijn specifieke volgorde, uitgedrukt in lettertjes, met een stapel boeken van vijftig meter hoog (zie foto). Er kunnen overal drukfouten in staan. Het geeft enigszins weer hoe complex een menselijke cel in elkaar zit. Er kan iets mis gaan bij de celdeling of de overdracht van informatie. Geleidelijk aan dringt ook het besef door, dat de mens met volmaakte genen niet bestaat. Gemiddeld draagt elk mens acht tot tien mutaties in zijn genen, variërend van geringe afwijkingen tot ernstige aandoeningen, zoals spierziektes.

Niet alleen erfelijkheid bepaalt iemands ontwikkeling
Veranderingen in het erfelijk materiaal kunnen een erfelijke ziekte tot gevolg hebben, die vervolgens van generatie op generatie wordt doorgegeven. Sinds 2002 tracht ik door publicaties en lezingen onder christenen aandacht te vragen voor dit onderwerp. De discussie verloopt echter moeizaam en dat doet geen recht aan het belang van deze ingrijpende ontwikkeling, waarmee ieder mens wel op een of andere manier te maken heeft. Er zijn wetenschappelijke kringen waar je de mening aantreft dat erfelijkheid allesbepalend is voor de ontwikkeling van een mens. Er zijn ook stromingen die menen dat genetica voor een deel verantwoordelijk is voor iemands fysieke en psychische ontwikkeling, maar dat een mens wordt gevormd door een complexe mix van factoren zoals erfelijkheid, omgevingsfactoren en gedrag. Als leek die vanwege persoonlijke omstandigheden een bijzondere aandacht heeft voor dit onderwerp, kan ik mij goed vinden in de laatste theorie. Voor zover ik het nu kan inschatten, ondersteunt de Epigenetica die gedachte.

Gevolgen van de Hongerwinter
Toen ik in 1998 het boek schreef ‘Een golf van geweld’, raakte ik bij het bronnenonderzoek gefascineerd door wetenschappelijk onderzoek, waarin werd gesteld dat de Hongerwinter tijdens de oorlog een voedingsbodem was geweest voor psychiatrische aandoeningen als schizofrenie. Het onderwerp heeft mij nooit meer los gelaten (zie ook mijn publicatie over de Hongerwinterkinderen). In november 2014 kwam er een vervolg. Wetenschappers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), voerden met collega’s van Columbia University en Harvard University, onderzoek uit naar de wijze waarop Hongerwinterkinderen de ongunstige omstandigheden in de baarmoeder overleefden. Toen daalde de beschikbare hoeveelheid voedsel tot een kwart van wat een mens nodig heeft. Toch zijn er toen kinderen ter wereld gekomen met een normaal geboortegewicht. Uitgebreid DNA-onderzoek wees uit dat de genen die de groei bevorderen bij hen anders waren ‘afgesteld’. Groepen genen die samenwerkten om groei in de baarmoeder te bevorderen, bleken bij hen anders afgesteld dan bij hun broers en zussen die voor of na de Hongerwinter zijn verwekt. ‘Het afstellen van genen gebeurt voor een groot deel in de eerste weken na de bevruchting’ (2). Zou hetzelfde principe kunnen opgaan, als er in deze moderne tijd om andere redenen sprake is van ‘ondervoeding’ in de prenatale fase, bijvoorbeeld bij een slecht functionerende placenta? Een vraag die hopelijk ooit zal worden beantwoord. 

Regeneratieve geneeskunde
Het past allemaal in een samenhang van ontwikkelingen die razendsnel verlopen en waarbij intelligente biomaterialen het zelf herstellend vermogen van het lichaam activeren en sturen. Regeneratieve geneeskunde heeft de belofte in zich om chronische aandoeningen echt te verhelpen. Ook deze revolutionaire en relatief nieuwe tak van de wetenschap, beoogt het lichaam zelf aan te zetten tot herstel. De medisch-ethische vraagstukken die hieruit voortvloeien kan ik nog niet geheel inschatten. Dat genetica in het algemeen dilemma’s oproept is wel bekend en heb ik beschreven in mijn boek ‘Christenen en erfelijkheid’ en een serie publicaties in maandblad De Oogst WebsiteJSBijlageEpigeneticaOogstIMG_20170626_0001 . Het blijkt ook wel uit de formatiebesprekingen die op dit moment plaats vinden, waarbij medisch-ethische kwesties een cruciale rol spelen. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat ik in de loop der jaren anders ben gaan denken over ethische kwesties, bijvoorbeeld pre implantatie genetische diagnostiek (embryoselectie). Een dilemma dat mij bezig houdt wil ik wel benoemen. Ik schat zo in dat de medische ontwikkelingen die ik schetste ook het proces van veroudering kunnen beïnvloeden en in principe dus kunnen leiden tot verdere vergrijzing van de bevolking. Nu is al zichtbaar dat nieuwe technologische en medische ontdekkingen de vraag naar zorg verhogen en leiden tot sterk stijgende zorgkosten. Uiteindelijk kan dit tot gevolg hebben, dat bepaalde medische behandelingen in de toekomst alleen zijn weggelegd voor degenen die dat kunnen betalen. Een belangrijk deel van de wereldbevolking zal daardoor van die dure zorg zijn uitgesloten, zoals dat nu al geldt voor bepaalde vormen van kostbare medicatie. Vanuit mijn levensbeschouwelijke principes zou ik daar moeite mee hebben (Mattheus 25:40). Dat neemt niet weg dat zowel epigenetica als de regeneratieve geneeskunde voor veel mensen die nu nog geen zicht hebben op genezing of verbetering van de gezondheid, een hoopvol perspectief kan bieden en dat is reden tot dankbaarheid (3).

 

 

Bronnen:

1. ‘Epigenetics in the placenta’ en ‘Epigenetics and the placenta’. The National Center for Biotechnology Information advances science and health by providing access to biomedical and genomic information (VS), respectievelijk augustus 2009 en mei/juni 2011.
2. ‘Hongerwinterkinderen overleefden door aangepaste genen’. Persbericht Leids Universitair Medisch Centrum, 27 november 2014.‘DNA methylation signatures link prenatal famine exposure to growth and metabolism’, Nature Communications, 26 november 2014.
‘Hongerwinter trok sporen in het DNA van baby’s’. Trouw, 18 oktober 2013.
Website Hongerwinter.nl onder ‘Het onderzoek’ en ‘De resultaten’.
‘Een Golf van Geweld’. Pagina 107 onder 22, 1999 en ‘Christenen en erfelijkheid’. Jaap Spaans.
3. ‘Nieuwe materialen gaan het lichaam helpen zelf beschadigde weefsels en organen te genezen’. UMC Utrecht, maandag 8 mei 2017

Foto’s: Docent toont DNA en RNA. Ben Schonewille / Nationale Beeldbank. Stapel boeken en DNA foto’s Jaap Spaans gemaakt in het Biochron van de voormalige Dierentuin Emmen

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-Kerken in de aanbieding

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals secularisatie, de wetenschappelijke vooruitgang en demografische veranderingen neemt het aantal belijdende christenen in de Westerse wereld sterk af. Zo slonk het percentage Nederlanders dat lid is van een kerk sinds 1970 met de helft en dat geldt ook voor het percentage regelmatige kerkgangers onder de kerkleden. Tussen 1966 en 2006 daalde het percentage kerkleden dat meent dat je je aan alle regels van je kerk moet houden van 51% naar 34%. De mening dat je de zin van het leven moet vinden in je unieke innerlijke ervaring en het ontwikkelen van je eigen vermogens is wijdverbreid onder de Nederlandse bevolking. Bijna negen op de tien Nederlanders is het daarmee op zijn minst enigszins en meer dan vier op de tien zelfs in hoge mate eens. Vooral de jeugd wordt steeds onkerkelijker.

Ik merk regelmatig dat onder bepaalde groepen de aversie tegen christenen toeneemt. Toch zouden degenen die secularisatie en ontkerkelijking juichend verwelkomen eens over het volgende moeten nadenken. De praktijk leert dat de kerken nog steeds een belangrijke bron van maatschappelijke inzet vormen. En die conclusie komt uit objectieve dus ‘onverdachte’ hoek. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bedraagt het percentage vrijwilligers onder de regelmatige kerkgangers, het tweevoudige van dat onder de buitenkerkelijken en mensen die nooit een kerk bezoeken (respectievelijk 52% tegen 25%). Het gaat niet alleen om diensten die men aan zijn kerk verleent. Ook bij seculier vrijwilligerswerk, dat dus niet gerelateerd is aan een kerkelijke gemeenschap, zijn kerkgangers oververtegenwoordigd (1). Betrokkenheid bij medemens en samenleving hebben kerkgangers kennelijk nog hoog in het vaandel. Terugloop van het aantal kerkleden zal dus op termijn ook ingrijpende maatschappelijke gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de zorg voor kwetsbare medemensen.

Minder kerkgebouwen
Dat kerkverlating grote gevolgen heeft voor het aantal kerkgebouwen en ambtsdragers mag duidelijk zijn. Rijdend door Nederland vormen kerkgebouwen de bakens in het landschap. Ons landschap zal dan ook veranderen onder invloed van maatschappelijke veranderingen en dat geld ook voor mijn woonplaats Hoogeveen. De afgelopen jaren is een kerkgebouw gesloopt en een ander verkocht. De monumentale Grote Kerk (PKN) is in de verkoop, een proces waarbij de emoties onder de kerkleden hoog oplopen. Wat wordt de bestemming van de kerk? Daarbij speelt een rol dat ‘de tuin’ rond het kerkgebouw tevens de laatste rustplaats is van veel overleden gemeenteleden. Verkoop van een andere kerk wordt nog overwogen. Dezelfde problematiek doet zich voor in andere plaatsen in ons land.

Synagogen
Het verschijnsel dat ik hiervoor schetste is overigens niet nieuw. Na de oorlog nam het aantal Joodse gemeenschappen als gevolg van de Holocaust sterk af. Veel synagogen kregen een andere bestemming. In 1996 schreef ik op verzoek van de Baptistengemeente De Schutse en in samenwerking met anderen een boekje over de voormalige synagoge. Na de oorlog werd het gebouw verkocht aan Cornelis Flokstra, die in de oorlog Joden had laten onderduiken. Het gebouw kreeg als bestemming Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. In het verkoopcontract was een zogenaamd kettingbeding opgenomen. Aan de verkoop werd de voorwaarde verbonden dat het gebouw nimmer zou mogen worden ingericht als bioscoop, kroeg, speelhuis of een huis van ontucht (2). Bij verkoop van gebedshuizen gebeurt het vaker dat men eisen stelt aan de bestemming.

Een veranderende samenleving
Secularisatie uit zich op meer gebieden. De oplagecijfers van behoudende christelijke dagbladen zijn de afgelopen jaren sterk gedaald. Nieuwe  economische tegenslagen in combinatie met de groeiende mogelijkheden die internet biedt, kan dit proces versnellen. Een verschraling maar tevens een mogelijkheid voor veel gevestigde media om uit hun ivoren torens van zelfvoldaanheid te komen. De maatschappelijke veranderingen bieden ook nieuwe kansen en uitdagingen. De niet commerciële websites die ik beheer worden steeds beter bezocht.  De vele reacties leren mij dat ondanks de secularisatie in ons land, de diepere behoefte aan zingeving en antwoorden op de vele complexe vraagstukken van deze tijd toeneemt.

Kerk’ zonder gebouw
Misschien is het, gezien het onderwerp, leuk om te weten dat Drenthe ooit een ‘kerk zonder gebouw’ had. In de bossen van Schoonoord staat een hunebed met de naam ‘De Papeloze Kerk’. Daar kwamen tijdens de 80-jarige oorlog gelovigen bijeen om in het geheim hun geloof te beleven. Een kei diende als ‘preekstoel’ leert de overlevering. Gelovigen moesten op wacht staan uit angst voor de Inquisitie die jacht maakte op ketters. Tijden veranderen nu eenmaal.

 

 

Bronnen
1. Persbericht Sociaal en Cultureel Planbureau ‘Geloven binnen en buiten verband. Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland’, 28 april 2014 (zie omslag hiernaast).
2. ‘De Schutse. De historie van een kerkgebouw en zijn bezoekers’. Pagina 13. Uitgave Baptistengemeente Hoogeveen, 1996.

Foto’s Jaap Spaans :

Bovenste 2: De Zuiderkerk in Hoogeveen doorstond de downburst van 2007, maar bezweek onder de slopershamer

Middelste foto: Een bord naast de monumentale Grote Kerk in Hoogeveen spreekt voor zich

Onderste foto’s: Voormalige synagogen Hoogeveen en in de Wagenstraat (voormalige Joodse buurt) te Den Haag. Anno 2017  respectievelijk baptistenkerk en moskee

 

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-440.000.000 hartslagen na de diagnose: Hoe gaat het nu?

Precies een decennium geleden, in 2007, publiceerde ik het boekje ‘Hoe een hartritmestoornis mijn leven veranderde’. Ik kreeg er veel reacties op van mensen die zich in mijn persoonlijke verhaal herkenden. Ruim 14 jaar na de diagnose en (uitgaande van een hartslag van 60) ruwweg 440 miljoen hartslagen verder, is het een geschikt moment voor een korte terugblik. Zijn er het afgelopen decennium medische crisissituaties geweest, hoe verloopt de behandeling en zijn er nieuwe inzichten over de aanpak van boezemfibrilleren? Ik stel nadrukkelijk dat ik geen zorgprofessional ben, maar leek en ervaringsdeskundige.

Routinebezoekje aan de huisarts
Ik was ongeveer 55 jaar toen ik voor mijns inziens geringe klachten een bezoekje bracht aan mijn huisarts. Voor de zekerheid, want je weet het maar nooit. Ik had af en toe last van kortademigheid, een drukkend gevoel op de borst en een algemeen opgejaagd gevoel. ‘Ik denk dat het oververmoeidheid is dokter’. Na mij te hebben onderzocht betwijfelde hij dat echter en vond het nodig dat er een elektrocardiogram (ECG) zou worden gemaakt. Dat kon op korte termijn in het plaatselijke ziekenhuis en al snel volgde een telefoontje van de huisarts. Er moest een inspanningsonderzoek volgen en  de verwijsbrief lag al klaar. Bij de functieafdeling werd mij duidelijk gemaakt, dat dit alleen mogelijk was na verwijzing door een medisch specialist (cardioloog). Aldus geschiedde en met lichte tegenzin bezocht ik de cardioloog en onderging een inspanningstest. De uitslag was duidelijk. Hoewel ‘de afgelegde fietsafstand’ gezien mijn leeftijd conditioneel prima was, bleek duidelijk dat ik een hartritmestoornis had. De hartspier functioneerde niet naar behoren en dat beïnvloedde de pompkracht van het hart en veroorzaakte een lichte vorm van hartfalen. Wat ik al vreesde werd bewaarheid. De diagnose luidde een zorgtraject in, dat voortduurt tot op de dag van vandaag.

Opstapeling van belastende factoren: wake-up call
Verbaasd hoefde ik eigenlijk niet te zijn over de diagnose. Door een ingewikkelde samenloop van omstandigheden en een opstapeling van belastende factoren, was de balans in mijn leven verdwenen. Aan de diagnose was een langdurige periode voorafgegaan, waarin ik nogal wat tegenslagen te verwerken had. Het omgaan daarmee bleek niet mijn sterkste punt te zijn. Professionals noemen dat een inefficiënt coping systeem  (1). Zelf denk ik dat de hartklachten de climax waren in een langdurig proces van overbelasting, dat geleidelijk en sluipend verliep en meer dan een decennium overlapte. Achteraf besef ik dat lichaam en geest deze wake-up call nodig hadden. Je weet het natuurlijk nooit zeker, maar ik sluit niet uit dat dit schokeffect erger heeft voorkomen. Ik had een goede verstandhouding met de behandelend cardioloog, met daarbij de kanttekening dat ik vond dat er tijdens consulten weinig aandacht was voor de achterliggende psychologische aspecten. Maar ik moet niet zeuren en begrijp dat daar andere zorgdisciplines voor zijn. Ik kreeg medicatie (anti-aritmica) voorgeschreven en zou een vaste klant worden bij de trombosedienst. Dat was noodzakelijk, want boezemfibrilleren kan stolselvorming in de bloedvaten veroorzaken, wat weer tot complicaties kan leiden als trombose of een herseninfarct.

In 2006 besloot ik dus mijn ervaringen in een boekwerkje (2) vast te leggen, dat in 2007 werd gepubliceerd en wel om de volgende redenen:

Permanent boezemfibrilleren was gediagnosticeerd, maar over een mogelijke onderliggende diagnose bestond verwarring. Diverse vormen van cardiomyopathie passeerden tijdens consulten de revue. Erfelijke factoren waren, gezien de inzichten toen, niet aan de orde.
Om het hartritme te reguleren onderging ik in die beginfase een cardioversie (schok) en werd er regelmatig van medicatie gewisseld. Het gevolg was dat ik bij nieuwe medicatie soms ‘zwabberend’ over de dijk langs de Hoogeveensche Vaart liep. Gevolg was ook dat ik steeds meer tegen de periodieke consulten (driemaandelijks) en vervolgonderzoeken opzag. Bewijzen kan ik het niet, maar ik ben ervan overtuigd dat de stress die dat opleverde een negatieve uitwerking had op de hartfunctie tijdens de onderzoeken. Ik sluit zelfs niet uit dat daardoor het ziektebeeld in negatieve zin werd beïnvloed, maar wellicht ook de waarnemingen en conclusies van medici.
In 2005 kreeg ik een liesbreuk, waarvoor ik werd doorverwezen naar een algemeen chirurg. De operatie werd gepland en enige dagen daarvoor bezocht ik de anesthesist die mij, gezien het boezemfibrilleren, verwees naar de functieafdeling voor een ECG. Tijdens het onderzoek keek de assistente mij bezorgd aan en vroeg of ik mij wel goed voelde. Even later verscheen in snelle pas een ijlings opgeroepen en ernstig kijkende cardioloog ten tonele, die mij onderzocht. De liesbreukoperatie werd uitgesteld. Na een half jaar wachten belde ik maar weer eens naar het ziekenhuis, met de vraag wanneer ik zou worden opgeroepen voor de operatie. Na sterk aandringen gebeurde dat na enige weken en de procedure herhaalde zich. Opnieuw vond een anesthesist de operatie niet verantwoord. Ik raakte geïrriteerd en gefrustreerd, want de liesbreuk belemmerde mij ook bij de sportbeoefening zoals lopen en zwemmen. Het boezemfibrilleren verergerde daardoor. Mijn zelfvertrouwen daalde en het gevoel begon te landen dat ik wel heel erg ziek moest zijn.
Via de huisarts en in overleg met de zorgverzekeraar, vroeg ik een second opinion aan en ging daarvoor naar het Universitair Medisch Centrum Maastricht. Na een onderzoekstraject van een dag bevestigde de cardioloog daar de diagnose boezemfibrilleren, maar hij zag geen enkele noodzaak om een liesbreukoperatie uit te stellen. Ik herinner mij nog dat hij zei: ‘Als dat de praktijk zou zijn, kunnen we veel patiënten niet meer opereren’. Terug in mijn woonplaats werd in overleg met de behandelende specialisten besloten de operatie versneld uit te voeren. Dat gebeurde zonder complicaties. Slechts een keer ging er na de operatie een belletje af dat de hartslag onder de 40 daalde. Na een gesprek en excuses van anesthesie, pakte ik de  routine van het leven weer op. Er was inmiddels ruim een jaar verstreken.

Ritme control versus rate control
In 2009 las ik op het Internet een indrukwekkende visie van prof. dr. I.C. Van Gelder, als cardioloog werkzaam in het UMCG te Groningen. Op 2 oktober 2007 aanvaardde zij het hoogleraarschap aan de Rijksuniversiteit Groningen met het uitspreken van haar inaugurele rede. Zij doet veel onderzoek naar boezemfibrilleren en geniet op haar vakgebied internationaal aanzien en waardering. Het lezen van haar toespraak maakte grote indruk op mij. Haar visie op de behandeling van boezemfibrilleren was precies wat ik op dat moment nodig had. De inauguratierede met als onderdelen ‘Orde in de chaos 1’ (over boezemfibrilleren) en ‘Orde in de chaos 2’ (over kamerfibrilleren), is te vinden op de website van de Stichting ICD dragers Nederland ( www.Stin.nl (3). Ik mailde mevrouw van Gelder om mijn situatie aan haar voor te leggen en zij antwoordde persoonlijk binnen enkele dagen. Het was voor mij reden de cardioloog die mij op dat moment behandelde te vragen om doorverwijzing naar het UMCG. Daar zou ook worden bekeken of een ablatie in mijn situatie nog zinvol zou zijn. Dat bleek niet het geval te zijn en cardioloog mevrouw Van Gelder plaatste mij op rate-control, ook wel beschreven als frequentie controle. Dat komt er op neer dat de ritmestoornis wordt geaccepteerd en de therapie gericht wordt op het voorkomen van herseninfarcten en hartfalen. Een stap die rust bracht en mijn levensplezier sterk heeft bevorderd. Op advies van haar doorliep ik een revalidatietraject om beter te leren omgaan met de klachten. Periodiek ben ik nog steeds onder controle in het UMCG te Groningen.

De toekomst
Wat was ik blij dat het steeds maar weer aanpassen van medicatie om het hartritme te verbeteren voorbij was. Ik kan niet ontkennen dat ik er ook nu slechte dagen bij heb, maar over het algemeen mag ik niet mopperen. Permanent boezemfibrilleren heeft grote invloed op je leven, maar een passende niet al te intensieve begeleiding en een verantwoorde levenswijze, maakten het voor mij mogelijk om redelijk in balans te blijven. Verantwoord leven betekent in mijn situatie het maken van goede keuzes bij datgene waarop je als mens invloed hebt zoals:

–Goede en gezonde voeding en voldoende beweging. We eten veel groente en fruit, zijn zuinig met zout, ik loop of fiets dagelijks een half uur en zwem eenmaal per week vroeg in de ochtend non stop 30 baantjes in het 25 meter bad.
–Ik mijd alcohol. Dat vind ik wel jammer, want van een glas rode wijn kon ik genieten, maar juist daar heb ik last van.
–Vanuit de omgeving komen veel prikkels op je af. Die kun je niet altijd voorkomen, maar ik heb geleerd er rustiger mee om te gaan. Dat blijft overigens een heikel punt, waar het weleens mis gaat. Op die momenten is stresshantering belangrijk, vooral als het piekstress betreft. Goede communicatie met je omgeving is daarbij belangrijk, maar juist op stressvolle momenten kan er ‘ruis’ optreden.
–Ik tracht de informatie die ik opneem te doseren. Ik lees veel en houd het nieuws nauwgezet bij. Ook dat is echter een heikel punt, want veel situaties trek ik mij persoonlijk aan. Ooit zei iemand tegen mij: ‘Jaap, leef het leven en maak er wat van’ oftewel zoek een evenwicht tussen spanning en ontspanning’. Als ik meer last heb van boezemfibrilleren heeft dat in de regel met dit en het voorgaande onderwerp te maken en dat weegt zwaar, omdat die ook je slaap beïnvloeden.
–Ik begin elke dag met bewegings- en ademhalingsoefeningen. Daarna bouw ik een moment in van stilte, gebed en rust. Zo’n begin van de dag is voor mij heilzaam en ook voor mijn hart dat zuurstof nodig heeft. Stresshantering in optima forma dus, waarbij ik mij realiseer dat ik bevoorrecht ben. Ik hoef er niet vroeg uit en in de winter niet dagelijks de autoruiten te krabben. Daarnaast speelt muziek een grotere rol in mijn leven dan voorheen. Luisteren naar muziek geeft rust en een stevige solo op mijn elektrische gitaar, die altijd staat ingeplugd, is voor mij een goede manier om emoties te kanaliseren.
–Hoewel ik al vier jaar AOW geniet, houd ik wel een werkritme aan. Door publicaties te schrijven voor de websites van mij en mijn jongste zoon (zie AndersmaarUniek . nl), ik ben mantelzorger en verricht vrijwilligerswerk. Of langdurig permanent boezemfibrilleren van invloed is op mijn levensverwachting kan ik niet goed inschatten. Ik denk het wel, want ‘een motor moet nu eenmaal regelmatig lopen’. Ik leer ook steeds beter om ‘nee te zeggen’ en mij te richten op de dingen die echt belangrijk zijn, die energie verschaffen en niet verspillen. Het voorgaande heeft er volgens mij toe bijgedragen, dat ik sinds de diagnose nog nooit met spoed moest worden afgevoerd en opgenomen. Daarbij past de kanttekening, dat ik er weleens heel dichtbij ben geweest. Ik realiseer mij ook,  dat er bij het ouder worden een groter risico is op complicaties, zoals hartfalen, lekkende hartkleppen, infecties of risico’s bij operaties. 

Steeds vaker lees je dat boezemfibrilleren en hartfalen epidemische proporties aannemen. Ik geloof dat ook en denk dat dit  onder andere te maken heeft met de vergrijzing, betere behandelingsmogelijkheden en de groeiende complexiteit van de samenleving. In combinatie met andere factoren zoals marktwerking in de zorg en nieuwe technologische mogelijkheden als telemonitoring, zal de zorg bij boezemfibrilleren naar verwachting ingrijpend veranderen. Het Martini Ziekenhuis in Groningen, startte in 2015 samen met de Groninger huisartsen een innovatief project. Daarbij wordt zorg voor een patiënt met boezemfibrilleren verplaatst van het ziekenhuis naar de huisarts. Dit bespaart kosten en brengt volgens de website van het ziekenhuis, door een effectief samenwerkingsprotocol kwalitatief goede zorg dicht bij de patiënt. Daarnaast voorkomt het project ook beroertes door vroegtijdige onderkenning van boezemfibrilleren (4).

Mijn dank gaat uit naar
Met vallen en opstaan en goede begeleiding kan ik zeggen dat het naar omstandigheden goed gaat. Ik merk in mijn omgeving, dat steeds meer mensen met een hartritmestoornis, met name boezemfibrilleren, te maken krijgen. Het overkomt veel ouderen, maar ook jonge mensen en zelfs topsporters. Twee voorbeelden uit de geschiedenis die ik ook in mijn boekje heb beschreven spreken mij aan. Koning David bekend uit de Bijbelse geschiedenis en Elvis Presley, werden beiden waarschijnlijk geconfronteerd met hartritmestoornissen (5). Twee mensen die een turbulent leven hebben geleid waarbij hoogtepunten en dieptepunten, glitter en geloof, glamour en gospel elkaar afwisselden. Ik heb ook steun gehad aan het boek ‘Hart van slag’ ,waarin onbekende en bekende Nederlanders als Maarten ’t Hart hun ervaringen met een hartritmestoornis beschrijven en waarin de wisselwerking tussen lichaam en geest nadrukkelijk naar voren komt  (6).

Mijn dank gaat uit naar mijn gezin en familie, de medici en andere zorgverleners die mij hebben ondersteund, maar bovenal die vuistgrote spier in mijn borstkas die ik niet altijd goed heb behandeld, maar die mij gedurende mijn leven al 2,2 miljard slagen heeft gediend.

Bronnen:

1. ‘Stresshantering voor managers’, pagina 77 over psychosomatische klachten. Hans van Krimpen. Uitgave: Van Gorcum, 1989.
2. ‘Hoe een hartritmestoornis mijn leven veranderde’. Uitgave Jaap Spaans, 2007. Niet meer commercieel leverbaar. Ik heb nog 10 exemplaren in bezit die ik kosteloos wil zenden aan mensen die daar echt behoefte aan hebben. Aanvragen kan via het contactformulier op deze website. Maar Op=Op!
3. Website Stichting ICD dragers Nederland www.Stin.nl. Zoeken onder ‘Leven met de ICD’ kies vervolgens ‘Medische Verhalen’ en het archief onder ‘Orde in de chaos 1’ en ‘Orde in de chaos 2’.
4. ‘Zorg voor patiënten met boezemfibrilleren verplaatst van Martini Ziekenhuis naar huisarts’. Te vinden op de website van het Martini Ziekenhuis in Groningen.
5. Psalm 38: verzen 8-11
6. ‘Hart van Slag. Een hartritmestoornis Feiten en Ervaringen’. Addy Manneke. Boom Amsterdam, 2005.

Foto’s Nationale Beeldbank: Doorsnede hart (Ben Schonewille), Frambozen met kwark (Koos Busters), Stethoscoop en marktwerking in de zorg (Ivonne Wierink).

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-De vergeten hongerkinderen uit de oorlog

Op 22 maart 2017 werd bij de Mariakerk (PKN) aan de Brink in het Drentse Ruinen een herdenkingsboom met plaquette onthuld. Daarmee wordt de dankbaarheid vertolkt van (honger) kinderen aan die gezinnen in Noord-Nederland, die tijdens de Hongerwinter 1944-1945 kinderen uit het Westen van ons land in huis namen. Door extreme koude en gebrek aan voedsel in het Westen, zouden veel kinderen zonder die hulp de Hongerwinter niet hebben overleefd. Tijdens de toespraken in de kerk was er, naast de mooie en indrukwekkende woorden, ook kritiek op de naoorlogse regeringen. Het probleem heeft in de geschiedenisboekjes niet de aandacht gekregen die het verdient. Twee aspecten raakten mij diep. Initiatiefnemer Dirk van Reenen was een van de 40.000 hongerwinterkinderen, die naar het Noorden van het land werden overgebracht. Hijzelf ontwikkelde daardoor later een oorlogstrauma, waarvoor hij zou worden afgekeurd. Een andere spreker gaf aan, dat we in onze welvaartsstaat niet meer weten wat het is om bijna te verhongeren.

Weer die oorlog?

Het is anno 2017 een veel gehoorde opmerking: ‘We moeten vooruit kijken en die Tweede Wereldoorlog maar eens vergeten’. Ik vind dat het getuigt van een naïeve en onjuiste zienswijze. Er is teveel strijd, oorlog en lijden in de wereld om de lessen van de geschiedenis te negeren. Begin mei herdenken we als bevolking de Tweede Wereldoorlog en alle gruwelijkheden die toen plaats vonden. In het voorgaande bericht schreef ik over de tragedie die plaats vond op ’s Heeren Loo in Ermelo, nadat 12 patiënten met een verstandelijke beperking waren opgepakt en via Westerbork vervoerd naar het vernietigingskamp Sobibor. Het is een psychologische realiteit, dat de gevolgen van WO2 door overdracht van generaties ook terecht kunnen zijn gekomen bij de nakomelingen van degenen die de oorlog hebben meegemaakt. Vanuit mijn persoonlijke levensloop zal ik daar een voorbeeld van geven.

Geëvacueerd uit Sperrgebiet Scheveningen-Duindorp

In 1942 woonden mijn ouders en hun twee dochters in het vissersdorp Scheveningen-Duindorp. Het lag pal aan de Noordzee, maakte deel uit van de Atlanticwall en werd vanwege strategische overwegingen door de bezetter tot Sperrgebiet verklaard. De bewoners moesten gedwongen evacueren naar andere plaatsen. Een ingrijpende stap voor een jong gezin. In Voorburg maakte het gezin een nieuwe start, maar ook dat proces zou ruw worden verstoord. In het najaar van 1944 werd de wijk waarin mijn ouders woonden volledig afgegrendeld. Bij de razzia die volgde werd mijn vader opgepakt en in het kader van de Arbeitseinsatz verplicht tewerk gesteld in Duitsland. Mijn moeder bleef alleen achter met haar inmiddels vier kinderen. Kort daarop begon de Hongerwinter en werden mijn twee oudste zusters ondergebracht bij gezinnen in het Noorden van het land. Gelukkig overleefden mijn moeder en de kinderen de oorlog en werden ze na de bevrijding met mijn vader herenigd. Hij sprak er weinig over, maar ik herinner mij wel dat hij eens vertelde dat hij in Duitsland een gruwelijk bombardement had meegemaakt. Ik werd in 1948 geboren en de babyboomgeneratie kreeg weinig mee van de nasleep. De wederopbouw zorgde immers voor activiteit en groeiende welvaart. Voor benoeming en verwerking van psychische en emotionele schade door traumatische ervaringen opgedaan tijdens de bezetting, was geen ruimte. Uit briefkaarten en andere correspondentie die mijn ouders voerden, komt een vaste geloofszekerheid naar voren. Nood leert bidden. Ik was zelf geen gemakkelijke puber, had regelmatig kritiek op mijn ouders. Inmiddels denk ik milder en vraag mij regelmatig af hoe ik het er zelf heb afgebracht in het leven. (Zie de twee illustraties van correspondentie tussen mijn ouders, waarin geloof een belangrijke rol speelt CorPa IMG_20170407_0001. Op eenzame momenten baden ze voor elkaar. Een van de kaarten is door de censuur overigens teruggezonden en heeft mijn vader helaas nooit bereikt.

Achteraf beschouwd, denk ik dat mijn vader leed aan psychotraumaklachten en dat had ook na de oorlog een weerslag op het gezin. Op latere leeftijd, hij is dan de zeventig ruimschoots gepasseerd, komen de oorlogsherinneringen versterkt boven. Daarvoor is hij nog onder behandeling geweest bij het Centrum ‘45 in Oegstgeest. In 1996 is uitgebreid gedocumenteerd, hoe zwaar de terugkeer na de bevrijding was van de ruim 500.000 Nederlanders, die verplicht te werk waren gesteld in Duitsland. Evenals de hongerkinderen een vergeten groep medeburgers. Voor de ex-dwangarbeiders is een herdenkingsmonument onthuld in het Nationaal oorlogs- en verzetsmuseum in Overloon. In plaats van een warm welkom, stuitten velen na terugkeer op vooroordelen, kinderen die hen niet meer kenden, verwijdering met partners, mentale problemen en soms een sociaal isolement. Velen vroegen zich af of ze nog wel pasten in een normale samenleving. Ik denk dat de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog op velen die het meemaakten en volgende generaties, groter is dan wordt aangenomen. Een van mijn zusters die tijdens de Hongerwinter naar het Noorden ging, heeft er later last van ondervonden. Zij is enige jaren geleden overleden. Uit zelfanalyse kan ik moeilijk beoordelen of de achtergronden ook van invloed zijn geweest op mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik denk het wel, maar je stuit als mens bij zelfonderzoek op een nauwelijks te ontwarren kluwen factoren, die van invloed zijn op je ontwikkeling. Karakter, aanleg, achtergronden, incidenten, geloof en omgevingsfactoren bepalen uiteindelijk wie je bent als mens. Gelet op de jaren die ik DV nog tegoed heb, richt ik mij wat dit betreft maar op de toekomst. Maar wel met de lessen van de geschiedenis in het achterhoofd.

 

Bronnen.

-‘Hongerwinterkinderen danken hun Drentse redders’. Hoogeveensche Courant, 24 maart 2017.

-‘Van Riga tot Rheinfelden. Over leven en werken, over terugkeren of sterven, van een half miljoen Nederlandse arbeiders in het Duitsland van 1940-1945’, Karel Volder. Stadsuitgeverij Amsterdam, 1996. Pagina’s 856-862.

-Centrum ’45 bestaat nog steeds. In de eerste jaren van het bestaan lag de nadruk op de zorg voor getroffenen van de Tweede Wereldoorlog en hun familieleden. Later breidden de patiëntengroepen zich uit met veteranen en vluchtelingen. Inmiddels is het een landelijk behandel- en expertisecentrum voor psychotrauma.

-Damsigt een wijk apart. Hoofdstuk Damsigt tijdens de Tweede Wereldoorlog pagina 95, over Dwangarbeid, honger en kou. Uitgave: Historisch Voorburg, 2016.

-Uit betrouwbare bronnen blijkt dat het werkkamp Langer Morgen bij Hamburg Willemsburg in de nacht van 22 op 23 maart 1945 zwaar werd gebombardeerd. Er stierven 90 kampbewoners bij dat bombardement. Deze bevindingen sluiten aan bij het verhaal dat mijn vader vertelde na de oorlog.

Foto’s Jaap Spaans: Monument met herdenkingsboom en plaquette voor de Hongerkinderen in Ruinen. Scheveningen lag strategisch aan zee en werd tot Sperrgebiet verklaard door de bezetter, monument  met standbeeld Vissersvrouw aan de Keizerstraat. Het huis in Voorburg waar ons gezin na de evacuatie woonde en ik in 1948 werd geboren.

 

WebsiteJSLuyendijkBijbel17

-Ermelo-Westerbork-Sobibor

Toen ik in 1970 mijn echtgenote Dieneke ontmoette, werkte zij in de verpleging bij ‘s-Heeren Loo in Ermelo, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Ik was in die plaats gelegerd als militair. Tijdens het uitgaan ontmoetten we elkaar, trouwden en kregen 3 kinderen. Ermelo heeft een groot stempel gedrukt op onze levens en ieder jaar brengen we wel een bezoek aan die mooie plaats op de Veluwe. Een bezoek aan ’s-Heeren Loo wordt dan zelden overgeslagen. We verhuisden van Ermelo naar een ander deel van het land. In 1994 werden we via de media geïnformeerd dat op het terrein van ’s Heeren Loo een gedenksteen was onthuld van rode natuursteen, met daarop de tekst ‘NOOIT MEER’ 12 namen. De achtergrond van het korte nieuwsbericht raakte ons diep. Welke ernstige gebeurtenis had dan wel plaats gehad in die zorginstelling, dat deze nooit meer herhaald mocht worden? Duizenden mensen met een verstandelijke beperking hadden na de oprichting in 1891 een veilige en beschermde woonplek op ’s Heeren Loo gevonden en velen liggen zelfs begraven op het terrein van de instelling. De zorginstelling was opgericht door burgers met een christelijke achtergrond, die handelden vanuit een diepe bewogenheid voor mensen met een verstandelijke beperking. Die geschiedenis is vastgelegd in een jubileumboek.

Op transport naar Sobibor

Een drama voltrok zich op 10 april 1943. Twaalf patiënten met een verstandelijke beperking werden die dag afgevoerd naar Westerbork. In het herinneringsboek wordt indringend beschreven hoe deze tragedie zich voltrok. Reeds begin april 1943 was er het gerucht, dat de Joodse ‘kinderen’ gedeporteerd zouden worden. Het veroorzaakte veel onrust onder het personeel. Op 9 april kwam het bericht, dat de Joodse bewoners de volgende dag bij het hoofdgebouw klaar moesten staan. Daar stond een bus gereed om hen naar Westerbork te vervoeren. ‘Er waren ‘moeilijke kinderen’ bij, waar de Duitsers bang voor waren. Daarom moest er een zuster mee’(citaat). Diezelfde dag nog werden ze afgeleverd bij de poort van het kamp Westerbork. Een van de Joodse bewoners, Jaap Cohen, bleef gespaard omdat hij zich in een klerenkast kon verstoppen. Hij ligt begraven op de begraafplaats van ’s Heeren Loo. Op 13 april werden de twaalf vanuit Westerbork, via het spoortraject Assen-Groningen-Nieuweschans, overgebracht naar het vernietigingskamp Sobibor. Op 16 april 1943 kwamen zij daar aan en werden direct omgebracht. De moord op deze kwetsbare medemensen was een van de excessen uit een oorlog die we achter ons hebben gelaten, maar NOOIT MEER mogen vergeten. Dat de omstandigheden tijdens de transporten in overvolle, slecht geventileerde goederenwagons erbarmelijk waren, was duidelijk. Ik moet bekennen dat mijn inlevingsvermogen tekort schiet, om ook maar enigszins te begrijpen, hoe zwaar het lijden van deze kwetsbare medemensen tijdens die dagenlange treinreis moet zijn geweest (1).

Geselecteerd vanwege hun Jood-zijn

Dergelijke tragedies leren waartoe de mens in staat is. Naar macht hongerende en door haat gedreven individuen en regimes, deinsden er zelfs niet voor terug om kwetsbare en zieke mensen, die geen enkele bedreiging konden vormen, te vernietigen. Voor het personeel was het een afschuwelijke ervaring. De Joodse patiënten werden administratief geselecteerd uit de andere patiënten van de zorginstelling, op basis van hun Jood-zijn. Het was geen incident. Op 22 en 23 januari 1943 waren al 1069 Joodse patiënten, hun verplegers en artsen van de psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch in Apeldoorn, afgevoerd naar de vernietigingskampen. Voor de Joodse bewoners van ’s Heeren Loo is in Ermelo een monument opgericht. In Apeldoorn werd in een park een monument onthuld voor de tragedie die daar plaats vond. Verootmoediging en bezinning zou ons christenen, de politieke leiders  in Europa en anderen sieren. NOOIT MEER mag nooit uit onze herinnering verdwijnen. In ons huwelijk kregen wij zelf een kind met een verstandelijke en lichamelijke beperking. Een kwetsbaar kind, dat echter veel liefde en genegenheid geeft aan zijn omgeving. Wellicht daardoor voelen wij ons extra betrokken bij de hiervoor beschreven gebeurtenis.

Het lijden

Er is nog een reden dat Ermelo voor mij belangrijk is. In mijn puberteit had ik afstand genomen van het christelijke geloof. Door de ontmoeting met mijn echtgenote herleefde voor mij het geloof. Ik ben mij daarbij altijd bewust gebleven van de Joodse wortels van het Evangelie en voel mij betrokken bij het Joodse volk en het land Israël. Een volk dat net als anderen fouten maakt. Zelfkritiek is er echter voldoende te vinden in de Bijbel. Vergeleken met onze geschiedenisboeken, kunnen we daar nog een voorbeeld aan nemen In de loop der jaren werd bij mij het besef versterkt, dat de mensheid niet op eigen kracht in staat is een wereld te verwezenlijken zonder oorlog en excessen. We zien dat anno 2017 aan de verharding in de samenleving, de vele oorlogen en dreigingen op de wereld, het vele lijden en de sterke opleving van het antisemitisme. Wie durft in alle redelijkheid te stellen dat calamiteiten als in Ermelo en Apeldoorn nooit meer zullen plaats vinden. Mijn ervaringen zijn ook bepalend geweest voor de latere visie op onderwerpen als ziekte en gezondheid, de maakbaarheid van een samenleving, de positie van de overheid en ethische kwesties. Toen ik begin april 2017 met mijn vrouw het terrein van ’s Heeren Loo bezocht om een foto van het monument te maken, sprak ik ook met enige jonge begeleiders van bewoners die daar die stralende zondagmiddag wandelden. Ik vroeg hen of zij op de hoogte waren van de reden dat het monument daar is geplaatst. Er bleek weinig kennis aanwezig te zijn. Als symbolisch gebaar hebben we bij het monument een steentje achtergelaten, dat kennissen voor ons hadden meegenomen uit Jeruzalem


 

Bronnen
1. Herlevend verleden. Het verhaal van honderd jaar zorg voor verstandelijk gehandicapte mensen op ’s Heeren Loo-Lozenoord. 1891-1991.
2. Relevante Bijbelteksten: Ester 3:8 en 6:13, Mattheus 25:40, Romeinen 11: 17,18.

Foto’s Jaap Spaans: monument bij het Heerenhuis op ’s Heeren Loo, graf van Jacob Cohen op de begraafplaats daar, monument in het Prinsenpark te Apeldoorn ter herdenking van het drama bij psychiatrisch ziekenhuis het Apeldoornsche Bos.