Artikelen

OogstWO1Kerstvrede2012

WO1: OVER MEDEDOGEN EN OORLOGSNEUROSE

‘Wo ist mein Kreuz’, ‘waar is mijn kruisje?’. Het waren de woorden van een dodelijk gewonde Duitse soldaat, ergens op het Europese slagveld van de Eerste Wereldoorlog (WO1). Kort tevoren was hij tijdens een aanvalsgolf van de geallieerden gewond geraakt. Een Australische soldaat trof hem zwaargewond aan. Nadat het kruisje in een van zijn handen was gelegd, klemde hij het stevig vast en vroeg de Australiër met een laatste krachtsinspanning of hij een afscheidsbrief die in een van zijn uniformzakken zat, naar zijn familie in Duitsland wilde sturen. Het korte gesprek tussen twee vijanden raakte mij diep. Zoals voor veel oorlogen geldt, kenmerkte de harde strijd die tijdens WO1 werd gevoerd aan het loopgravenfront in Europa zich door anonimiteit. Strategische beslissingen en bevelen werden in de militaire commandocentra genomen door politici en bevelvoerende militairen. Aan het front vond de genadeloze uitvoering plaats. Anoniem vochten Duitsers tegen Engelsen, Oostenrijkers tegen Fransen, Hongaren tegen Russen. Protestanten vochten tegen protestanten, baptisten tegen baptisten, katholieken tegen katholieken, humanisten tegen humanisten. Mensen die het in hun directe leefomgeving goed met elkaar zouden kunnen vinden of fundamentele waarden en normen deelden, stonden elkaar in de loopgraven naar het leven. Het voorbeeld illustreert dat in het zicht van de dood, anonimiteit en eenzaamheid kunnen worden verdreven door mededogen en hulpvaardigheid.

Over de grens van leven en dood
Ik denk dat veel mensen in een bepaalde levensfase of situatie, weleens nadenken over de vraag hoe straks de grens tussen leven en dood zal worden overschreden. Zal die overgang er een zijn van rust, hoop en verwachting of van angst, twijfel en onzekerheid? Als belijdend christen geloof ik, dat na het overlijden de geest van de mens terugkeert naar God, de Schepper van hemel en aarde. Als de Goddelijke levensadem zich terugtrekt en de dood intreedt, dan keert de geest (Roeach) weer tot God, die hem geschonken heeft. U kunt het lezen in het boek van de wijze Prediker (12:7), die ik ook in een eerdere publicatie over wereldvrede aanhaalde. Ik realiseer mij echter dat niet iedereen er zo over denkt en ook onder christenen is de visie over ‘leven na de dood’ niet eensluidend. De praktijk leert wel dat in zware strijd en levensbedreigende situaties, de behoefte aan geloof en zingeving sterk toeneemt. Ik raak altijd gefascineerd door de antwoorden van wetenschappers en anderen die het geloof vaarwel hebben gezegd. Als hen aan het eind van een interview de vraag wordt voorgelegd of zij echt niet meer geloven, valt er vaak lichte twijfel te bespeuren. Voor de Duitse soldaat was zijn kruisje op dat moment, ver van geliefden en familie, iets waaraan hij zich vastklampte en dat troost bood in zijn doodsstrijd. WO1 was een van de wreedste en bloedigste oorlogen uit de Europese geschiedenis. Er waren meer situaties, waarbij de anonimiteit van de strijdende soldaten (tijdelijk) werd opgeheven. In de nacht van 24 op 25 december 2014, werd ergens tussen de strijdende partijen een kerstboom neergezet en vierden soldaten die elkaar de dag ervoor nog bevochten het Kerstfeest. In de geschiedenisboeken is er weinig van te vinden, maar verhalen en dagboeken maken er wel melding van. Veel officieren aan beide zijden, konden deze ‘verboden kerstvrede’ niet zo waarderen, want teveel begrip voor de vijand zou het moreel van de troepen aantasten. Zie ook een publicatie van mij uit 2012 ‘De verboden Kerstvrede’ OogstWO1Kerstvrede2012 (1). Er zijn veel boeken en publicaties over WO1 beschikbaar en historisch bezien kan ik daaraan niet veel toevoegen. Ik vind het wel belangrijk om in dit jaar, waarin wordt herdacht dat 100 jaar geleden deze oorlog eindigde, aandacht te besteden aan enige persoonlijke aspecten van de doorsnee militair in oorlogsgebied. In de eerste inleidende publicatie beschreef ik op grond van een periode van vier jaar als sergeant-instructeur bij de Infanterie, wat de gruwelijke gevolgen van een granaatinslag kunnen zijn voor de bemanning van een tank of pantservoertuig. Wat ik daar beschreef valt in het niet bij de afschuwelijke situatie aan het westelijke loopgravenfront. Veel soldaten kregen te maken met shellshock oftewel de angst voor granaatinslagen.

Shellshock
De omstandigheden aan het westelijke loopgravenfront waren afschuwelijk. Op veel plaatsen stonden loopgraven onder water, er was ongedierte en een rattenplaag. Daarnaast waren er het gebruik van gifgas en permanente granaatinslagen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn door Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Oostenrijk-Hongarije en Rusland in totaal naar schatting 765.000.000 granaten afgeschoten. Op een klein gebied van enige voetbalvelden vielen op een dag soms vele duizenden granaten. De fysieke inspanning, onzekerheid en angst die zo’n bombardement teweegbracht, leidden bij soldaten aan beide zijden tot psychische en lichamelijke klachten zoals bewegingsstoornissen, slapeloosheid en hallucinaties. In een ernstige vorm werd dat aangeduid als shellshock. De term werd voor het eerst gebruikt in 1915 en de legerarts dr. Charles S. Myers van het Royal Army Medical Corps, publiceerde erover in het medische tijdschrift The Lancet. Later werd de diagnose aangeduid als ‘oorlogsneurose’. Ruim twee decennia later, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, wordt er aandacht besteed aan deze diagnose in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2). Naast de ernstige fysieke klachten als hartklachten (tachycardie), snelle ademhaling, diarree en braken wordt als psychologische oorzaak vermeld: ‘Het leven van een soldaat, vooral in de frontlinie, die wisselt van doodsgevaar en de wensch te ontsnappen tot volledige overgave aan een taak, welke geen nadenken eischt en den wil geheel vernietigt’ (citaat in origineel taalgebruik). Tijdens WO1 riep de diagnose de woede op van officieren en bevelhebbers, die meenden van doen te hebben met oorlogshysterie, morele lafheid en erfelijke zwakheid. Een deel van degenen die leden aan oorlogsneurose werd om die reden geëxecuteerd. Hoewel ons land tijdens WO1 neutraal was, kregen we na de oorlog ook te maken met lijders aan oorlogsneuroses. In Austerlitz werd zelfs een speciaal ziekenhuis ingericht, ‘Het Militair Neurose Hospitaal’. In de decennia die volgden verbeterden medische disciplines als psychologie en de psychiatrie en sinds die tijd wordt de diagnose beschreven als post traumatische stress stoornis (3, ptss). Op dit moment kent ons land kent diverse centra waar mensen met ptss worden behandeld, zoals Centrum ’45. In de eerste jaren van het bestaan van deze instelling lag de nadruk op de zorg voor getroffenen van de Tweede Wereldoorlog en hun familieleden. Later breidden de patiëntengroepen zich uit met veteranen en vluchtelingen. Inmiddels is het een landelijk behandel- en expertisecentrum voor specialistisch diagnostiek en behandeling van mensen met complexe traumaklachten. Wie de verschrikkingen van WO1 goed in zich opneemt en zich in de geschiedenis verdiept, zal weinig moeite hebben om zich in te leven in de situatie van de militairen met shellshock. Het is wel achteraf geredeneerd vanuit het perspectief van een verwende burger van de welvaartsstaat, met talrijke verworvenheden en rechten. In de laatste twee publicaties over WO1 zal het gaan over enige historische feiten van de afgelopen eeuw, wat ten diepste de oorzaak is van oorlog en geweld en wat dat te maken heeft met geloof en zingeving.

Granaathuls op de schoorsteenmantel
De granaathuls op de foto stond bij ons thuis glimmend op de schoorsteenmantel. Hoe die er is gekomen weet ik niet. Ik ontdekte pas na het zien van het slaghoedje aan de onderzijde dat het een onderdeel van een granaat was bij het opruimen van het ouderlijk huis, nadat mijn moeder naar een verpleeghuis moest. Ik weet niet welke schade het projectiel heeft aangericht, maar dat er achter iedere granaat een verhaal schuil kan gaan, is voor mij nu geen vraag meer.

 

 

Bronnen:
1. Boek ‘Ooggetuigen Wereldoorlog 1. Over de ellende in de loopgraven en hoe de Grote Oorlog Europa verwoestte’. Pagina 11 ‘Het Kerstbestand’ en pagina 31 ‘Shellshock’. Maandblad De Oogst, Jaap Spaans 2012 en maart 2014: ‘De verboden Kerstvrede’ en ‘Soldaten’. Het Zoeklicht: ‘Erfenissen van de oorlog’. Jaap Spaans, 90e jaargang nr. 10.
2. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, zaterdag 13 april 1940: ‘Oorlogsneuroses’. Website: Wist u dat …..wetenswaardigheden over de Eerste Wereldoorlog.
3. ‘Wat is het verschil tussen shellshock en posttraumatisch stressyndroom?’. Vraag gesteld op de Belgische website ‘Ik heb een vraag’ en uitgebreid beantwoord door prof. Dr. Gie van den Berghe van de Universiteit van Gent. PTSS is als diagnose opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) van The American Psychiatric Association

Foto’s: Jaap Spaans. Schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied’: speciaal gemaakt door Klaas Buikema

OogstWO1Kerstvrede2012

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (3)

In de voorgaande twee inleidende publicaties heb ik vanuit mijn persoonlijke achtergrond over het onderwerp ‘oorlog’ geschreven, waarbij ik verwees naar de idealen van de flowerpower generatie, die van grote invloed zijn geweest op de beëindiging van de Vietnamoorlog. In het jaar dat ik zelf in Canada in aanraking kwam met die beweging, 1966, verscheen in Nederland de publicatie ‘Tien over Rood’ een uitdaging van en aan de PvdA. Daarin wordt in een brede context, als meest noodzakelijke voorwaarde voor het voorkomen van een oorlog beschreven: ‘ontwapening, waar men die ook maar kan nastreven’. Vervolgens wordt gesteld: ‘ontwapening is echter alleen te bereiken wanneer de conflictstof wordt weggenomen en er universele normen komen die de internationale betrekkingen dwingend regelen’. Als belangrijke voorwaarde om dit te bereiken, wordt gesteld dat de volkeren daarvoor de beschikking moeten hebben over de instrumenten om dwang uit te oefenen (1, pg 67). Ik vond het in die tijd een goed initiatief, want wie verlangt nou niet naar vrede en harmonie? Toen ‘Tien over rood’ werd uitgebracht in 1966, was het nog maar een halve eeuw geleden waarin twee gruwelijke wereldoorlogen het Europese continent hadden geteisterd met als climax die afschuwelijke Holocaust, de poging om systematisch het Joodse volk te vernietigen. De uitdaging aan de PvdA die ik als representatief beschouw voor de brede internationale protestbeweging van dat moment, roept anno 2018 twee wezenlijke vragen bij mij op. Zijn ruim een halve eeuw na de uitgave de idealen van de protesterende babyboomgeneratie geheel of ten dele verwezenlijkt, was het eigenlijk een haalbaar streven en wat werd bedoeld met ‘als de conflictstof wordt weggenomen’? Wordt daarmee bedoeld dat politieke en maatschappelijke tegenstellingen worden overbrugd, of is er meer aan de hand en moeten er in dat verband vragen worden beantwoord als ‘hoe komt het kwaad in de wereld, waar ligt de oorsprong’. Het antwoord op die vraag is ten diepste ook het antwoord op de vraag hoe de conflictstof die aan oorlogen en geweld ten grondslag ligt, kan worden weggenomen? Wat is daarbij de rol van geloof en zingeving en verschilt de huidige situatie eigenlijk wel van de situatie die Jezus Christus vlak voor Zijn sterven schetst in De Tijdredenen? (Mattheus 24, Marcus 13 en Lucas 21)

Generatie op het pluche
Het zat de generatie die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd geboren in de Westerse wereld op alle fronten mee. In Europa was er de wederopbouw, het Duitse Wirtschaftswunder (welvaartswonder) en in landen als Japan en de Verenigde Staten groeide de economie snel. Jongeren beschikten daardoor over geld om studies te bekostigen en burgerrechten maakten het mogelijk om kritische activiteiten te ontplooien en te protesteren tegen de gevestigde orde. Moderne media en computertechnologie luidden een tijdperk in van internationalisering en globalisering. Ik heb dat in eerdere publicaties uitgebreid beschreven. Daarmee waren voor de kritische babyboomgeneratie de fundamenten gelegd om maatschappelijke invloed uit te kunnen oefenen en door te stromen naar invloedrijke functies bij overheden, de rechterlijke macht en politieke partijen, in het bedrijfsleven en internationale organisaties als de Verenigde Naties, de Europese Unie, de talrijke ontwikkelingsorganisaties, het World Economic Forum etc. etc. De verwachtingen waren torenhoog gespannen, zeker ten aanzien van de toekomst van de mensheid en de mogelijkheid om oorlogen dan wel de voedingsbodem daarvoor eindelijk op een universeel niveau te voorkomen. En er gebeurden ‘wonderen’. Het Duitse Wirtschaftswunder kreeg zelfs een vervolg in de val van de Berlijnse Muur, de Duitse Eenheid oftewel ‘Het derde Duitse wonder’. Groot was de euforie en hoog gespannen de verwachtingen voor de toekomst. In een boek daarover schetst een bekende econoom het volgende: Er blijven allerlei grote onzekerheden in de wereld, zeker ook in de Sovjet-Unie, maar de snelle hereniging van Oost- en West-Duitsland biedt een stralend economisch perspectief (2). Tien jaar later volgde de overgang naar een nieuw millennium.

Nieuwe wapenwedloop
In 2011 schreef een journalist over de babyboomgeneratie die op het punt stond massaal met pensioen te gaan. Volgens hem zou deze generatie die veertig jaar geleden op de barricaden stond, na pensionering kunnen zorgen voor een aardverschuiving op de wereld. Mits de idealen uit die tijd weer topprioriteit zouden krijgen (3). Zijn visie en schijnoptimisme verbaasden mij. Decennialang had die generatie (rijk en hoog opgeleid) immers op het pluche gezeteld en in managementlagen en topfuncties talrijke mogelijkheden gehad om de samenleving te veranderen en te streven naar een ideale wereld. Kennelijk was men daar gedurende 5 decennia niet toe in staat en zal het dan na pensionering wel lukken? Dat een omslag niet lukte was niet het gevolg van een gebrek aan geld of opleidingsmogelijkheden, maar heeft te maken met het feit dat de mensheid kampt met een mentaal probleem. Ook rijken en goedopgeleiden zijn egoïstisch, machtsbelust en zelfzucht, waarvan we in onze moderne samenleving bijna dagelijks getuige zijn. We zijn bezorgd over de groeiende criminaliteit en de immense vluchtelingenstromen op de wereld. Natuurlijk spelen sociale factoren als werkloosheid, armoede, gebrek aan integratie, oneerlijke verdeling van de welvaart en beschikbare grondstoffen een belangrijke rol bij het ontstaan van oorlogen en gewapende conflicten. Een mentaal probleem vereist echter ook een mentale omslag. Toen ik in 1969 was teruggekeerd uit Canada en voor een vier jaren durende verbintenis in het leger koos, volgde er een periode van bewustwording. Wat doen mensen elkaar aan? Ik werd ook nadrukkelijk weer bepaald bij het Christendom en dat het kwaad aan de bron ligt van ‘de conflictstof’ die leidt tot oorlogen en geweld. Als christen noem ik het de gebrokenheid van de schepping. Cruciale vraag is of de mensheid in staat is het menselijk egoïsme dat zich uit in machtsstreven, zelfverrijking, corruptie, woede en boosheid op eigen kracht te overwinnen of is daarvoor een ingrijpen van Hogerhand nodig? Van ontwapening, waar Nieuw Links in de jaren zestig ongetwijfeld in alle oprechtheid naar streefde, is een halve eeuw na dato niets terecht gekomen. Uit een recent rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) dat begin maart 2018 verscheen, blijkt dat de wapenhandel naar het Midden-Oosten is verdubbeld als gevolg van grote zorgen over de veiligheid bij de landen in deze regio. Van elke euro die wereldwijd wordt uitgegeven aan wapens komt 32 cent hiervandaan, berekende het Zweedse vredesinstituut. De wapens in de regio zijn vooral afkomstig uit de VS, maar ook Europese landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Nederland leveren een bijdrage. Honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog en ruim 50 jaar na de idealistische publicatie van Nieuw Links, wordt de wereld/mensheid geteisterd door een groot aantal kernproblemen. Door globalisering en internationalisering en de snelle opkomst van nieuwe media worden deze problemen zichtbaar voor een groot deel van de mensheid en roepen deze in toenemende mate angst en onzekerheden op (4).

Kernproblemen waarmee de mensheid worstelt
Ieder jaar wordt ‘The Global Risks Landscape’ opgesteld (5) met een overzicht van de grootste risico’s waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Ik beschouw het als een waarschuwing aan de mensheid. Belangrijke global risks (mondiale risico’s) zijn onder andere:
–Natuurrampen en klimaatverandering
–Extreme weersomstandigheden, Voedsel- en Watercrises
–Cyberaanvallen, datafraude, digitale verlamming
–Problemen met het financiële systeem
–Sociale instabiliteit
–Onvrijwillige migratie (vluchtelingenstromen)
–Conflicten tussen staten, wapenwedloop en terreuraanslagen
–Deflatie en stijgende energieprijzen
Het is slechts een greep uit de belangrijkste risico’s en uitdagingen waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Elk risico zou je kunnen definiëren als conflictstof die aanleiding kan zijn voor oorlogen, geweld en politieke en maatschappelijke instabiliteit. Eerder gaf ik aan dat de babyboomidealisten ervoor pleitten de conflictstof oftewel de voedingsbodem voor oorlogen weg te nemen en te zorgen voor een instituut dat ‘Vrede’ wereldwijd kan handhaven door ontwapening af te dwingen. Hoewel ik zelf tot deze generatie behoor, denk ik dat het een illusie is. Ik haalde in de twee voorgaande publicaties de protestzangers aan die hun toekomstdromen uitten in protestsongs. In 1965 zong Donovan al over ‘The Universal Soldier’ die aan de basis ligt bij iedere vorm van oorlogsvoering. Een van de Nederlandse liederen die mij al decennia lang fascineert, is het lied ‘Alles wat ademt’ van Rob de Nijs. Met volle overgave zingt hij vanaf 1985 dit lied, met de analyse dat vrede op dat moment verder weg is dan ooit, dat ook dicht bij huis de wapens nooit rusten en macht een dodelijk spel speelt met macht (6). Helaas wijst de situatie op de wereld en met name de explosieve situatie in het Midden-Oosten uit, dat noch de geschreven noch de gezongen vredesidealen zijn verwezenlijkt. Mijn vervolgpublicaties staan in het teken van de herdenking dat in 1918 De Eerste Wereldoorlog eindigde. Daarbij veel aandacht voor persoonlijke aspecten zoals het feit dat vanuit de loopgraven ‘gelovigen vochten tegen gelovigen’, ‘atheïsten tegen atheïsten’ en uiteindelijk ‘overheden tegen overheden’. In die publicaties zal ik ook mijn persoonlijke visie op het kwaad oftewel de gebrokenheid van de Schepping verwerken.

 

 

Bronnen:
1. Tien over Rood’, van Nieuw Links (diverse auteurs) bevatte 10 belangrijke punten zoals erkenning van de Vietcong en meer geld naar ontwikkelingshulp.  
2. Meningen over Duitse Eenheid. Het derde Duitse wonder. Pagina 81-84, E.J. Bomhoff ‘Hereniging biedt stralend perspectief’.
3. ‘Grijze babyboomer heeft nog een mooie toekomst voor zich’. Tijn Touber in De Volkskrant, 28 juni 2011.
4. Website Sipri.org: ‘Asia and the Middle East lead rising trend in arms imports, US exports grow significantly, says SIPRI’, 12/3/2018 NOS, maandag 12 maart 2018 ‘Wapenhandel verdubbeld door zorgen over veiligheid’.
5. ‘The Global Risks Landscape 2017 12th edition. Uitgave World Economic Forum, Commitment to improving the state of the world.
6. Protestzanger Donovan ‘The Universal Soldier’ en Rob De Nijs ‘Alles Wat Ademt’.

Foto’s Jaap Spaans: Vredespaleis Den Haag, Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek, monumentaal overblijfsel van de Berlijnse Muur met graffiti, Imperial War Museum in Londen, symboliek slagveld in Airborne Museum Hartenstein, moderne media hebben de wereld veranderd (buitenlandse schotelwagen bij het Binnenhof tijdens een verkiezingsdag in 2017, koffertje van een vluchteling in expositie Herinneringscentrum Westerbork.

OogstWO1Kerstvrede2012

-Contant geld en de kwetsbare medemens

Afgelopen week besteedden de media aandacht aan twee maatschappelijke ontwikkelingen die slecht zullen uitpakken voor veel kwetsbare burgers, met name ouderen en mensen met een beperking. Een grote bank maakte bekend dat het kantorennetwerk zal worden uitgedund. Het beleid van verdere digitalisering, met als onvermijdelijk gevolg minder persoonlijk contact, zal de komende jaren verder gestalte krijgen. Daarnaast werd bekend dat de burger bij steeds meer gemeentes alleen nog producten kan betrekken door te pinnen. Beide ontwikkelingen vind ik slecht vooral voor kwetsbare groepen in de samenleving, zoals veel ouderen en mensen met een beperking. Sluiting van kantoren zal er onvermijdelijk aan bijdragen dat mensen die slecht ter been zijn, een verstandelijke beperking hebben of eenzaam zijn een intensiever beroep moeten doen op anderen om het hoge tempo van de samenleving bij te houden. Een ontwikkeling waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen van deze groepen medemensen. Dat is opmerkelijk en tegenstrijdig, omdat zowel overheden als het bedrijfsleven regelmatig uiten, dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. Als burgerschap en burgerparticipatie zo belangrijk zijn als we uitdragen, behoort ook te worden voldaan aan de basisvoorwaarden om dit beleid in de praktijk te kunnen brengen. Kwetsbare groepen zullen door dit beleid nog meer afhankelijk worden van familie, bewindvoerders, kennissen etc. Dat hoeft niet erg te zijn, maar kan ook risico’s van financieel misbruik opleveren. Als commerciële instellingen voor een bepaalde betaalwijze kiezen, heeft de burger nog de keuze naar een concurrent te stappen die wel contant geld accepteert. Gemeentes hebben echter het monopolie als het gaat om de verstrekking van paspoorten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen etc. Juist de overheid zou zich ervan bewust moeten zijn, dat bepaalde groepen burgers ernstig worden benadeeld. Daarom behoort er ook bij de gemeentes altijd een loket zijn waar contant kan worden betaald. Ik heb per mail aan De Nederlandse Bank (DNB) de vraag gesteld of de handelwijze van de gemeentes die pinnen verplichten, strijdig is met de wetgeving in ons land (zie bronnen). De ontvangstbevestiging van de vraag is binnen. Ik wacht nog op het antwoord.

Voor- en nadelen

Het is een tendens in de samenleving om uit kostenoverwegingen en veiligheid de burger te verplichten om te pinnen. Tegelijk zijn er signalen dat contant geld alleen maar populairder wordt. Wie moet de burger geloven.? Goed om enige belangrijke voor- en nadelen kort te belichten.

Voordelen pinnen/digitalisering betaalverkeer: Minder kosten. Transport van contant geld is kostbaar. Ook veiligheid speelt een rol zoals het risico van bankovervallen, valsemunterij. Pinbetalingen kunnen voor het bedrijfsleven een schat aan informatie opleveren over het tijdstip van betalen, welke producten zijn aangekocht, op welke plaats en door wie.
Nadelen pinnen/digitalisering betaalverkeer: Het interpersoonlijke contact, bijvoorbeeld met bankmedewerkers, zal steeds verder naar de achtergrond verschuiven. Het wordt steeds duidelijker dat veel burgers zich zorgen maken over cybercrime en internetveiligheid. Daarnaast is er het risico van financieel misbruik door degenen van wie een kwetsbare persoon afhankelijk is. Veel informatie die het pinnen oplevert, is herleidbaar naar gezinnen of personen en kan iets ‘zeggen’ over gezondheid, verslaving etc. Gevoelige informatie, die bij verkoop  (Big Data) kan worden gebruikt om risicoprofielen van mensen op te stellen. Het is tevens aangetoond dat pinnen leidt tot minder bewust koopgedrag, waardoor consumenten gemakkelijker in financiële problemen kunnen raken. Kinderen en jongeren zijn er juist bij gebaat dat ze contant betalen en daardoor overzicht houden op hun budget of zakgeld.

Lijdenstijd

Ik schreef 25 jaar voor het maandblad De Oogst van de Stichting Tot Heil des Volks. Een belangrijk uitgangspunt voor het hulpverleningswerk van deze organisatie in Amsterdam is een Bijbeltekst uit Mattheus 25:40: ‘Wat hebt gij gedaan voor de minste mijner broeders?’. Als ik dit schrijf is het de lijdenstijd. Onlangs hoorde ik dat een seculiere televisiepresentator had gezegd: er is 1 dag in het jaar dat ik ontvankelijk ben voor een bekering, namelijk de dag dat ik ontroerd ben na een bezoek aan de Mattheus Passion. Ik hoop dat veel gelovigen, ongelovigen en andersdenkenden ook dit jaar weer aan het denken worden gezet door het lijdensverhaal van Jezus Christus. Het is mijn bede dat de ontroering die de Mattheus Passion oproept, mag doorwerken in de dagelijkse praktijk. Dat betekent zeker ook: rekening houden met de kwetsbare medemensen om ons heen. Zie mijn publicatie in De Oogst uit 2010 over dit onderwerp: OogstRampKwetsbaren2010

 

 

Bronnen:
Het Financieele Dagblad, 23/2/2018 ‘Rabo perkt rol lokale banken nog verder in’. NRC-online, 30/11/2017 ‘Waarom contant geld alleen maar populairder wordt’. NOS, 7/3/2018: ‘Groeiend aantal gemeenten weigert contant geld aan balie’. Inmiddels zijn hierover ook Kamervragen gesteld en dat tekent het belang. Zakelijke nieuwszender RTL Z, 12/3/2018: ‘Contant geld goed voor kinderen’. Voor meer bronnen en onderbouwing verwijs ik ook naar de 12 publicaties over ‘Leven in een digitaliserende samenleving’ op de website Bijbel en Overheid.

Tekst van mail aan De Nederlandse Bank (DNB). Als het antwoord binnen is, zal deze publicatie worden aangevuld.
Geachte heer/dame,

Nam vanmorgen kennis van het beleid van een aantal gemeenten (NOS) om alleen nog pinbetalingen te accepteren. Ik heb vervolgens met de DNB gebeld en de vraag voorgelegd of dat wettelijk is toegestaan. Ik begreep uit het antwoord dat commerciële instellingen de keuze hebben van welk betaalmiddel zij gebruik maken. De vraag of dat ook voor overheidsinstanties als gemeenten geldt, kon uw medewerker niet beantwoorden. Vandaar in overleg met hem deze vraag per mail.

Vraag: is het wettelijk toegestaan dat gemeentes een betaalmiddel uitsluiten, terwijl de burger geen keuze heeft? Je moet immers een rijbewijs/id.bewijs aanvragen in de woonplaats. Vooral ouderen en kwetsbare burgers zijn de dupe van een dergelijk beleid.

Ik wacht uw reactie af.

Met vriendelijke groet,

J. Spaans

Foto geld: Jaap Spaans

OogstWO1Kerstvrede2012

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (2)

Dit najaar wordt herdacht dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog (WO1) of Grote Oorlog eindigde. In een aantal publicaties zal ik hier aandacht aan besteden. Ter inleiding enige publicaties over het onderwerp ‘Oorlog en emoties, ethiek en geloof’ waarvan dit de eerste is.  Zie ook eerdere publicaties over dit onderwerp onder Overige Publicaties zoals ‘De symboliek van de klaproos’.

Het Bijbelboek Prediker is fascinerend vanwege het relativeringsvermogen dat erin tot uitdrukking komt. Als een rode draad loopt door het boek heen, dat eenzijdige aandacht voor aardse zaken tekort schiet om echt en blijvend geluk te verwerven. Veelzeggend in dat verband is het woord ‘ijdelheid’ dat 31 maal voorkomt. Prediker houdt je een spiegel voor. Over de identiteit van de auteur wordt verschillend gedacht, maar het moet iemand zijn geweest met veel levenservaring. Hoofstuk 3 heeft als onderwerp ‘Voor alles is een tijd’. In deze publicatie leg ik uit wat dit Bijbelgedeelte te maken heeft met de tijd dat ik mij in Canada begaf in de hippiecultuur en protestsongs mateloos populair waren? In de eerste publicatie schetste ik enige achtergronden en ervaringen, die mijn visie op de onderwerpen ‘oorlog’ en ‘vrede’ hebben beïnvloed. Ik beschreef de situatie in het gezin waarin ik opgroeide en waarop de Tweede Wereldoorlog een groot stempel heeft gedrukt. Daarna volgde de periode als jonge emigrant in Canada. Dat was van 1966 tot 1968, een periode waarin de Vietnamoorlog in alle hevigheid woedde. Vanuit een onbedwingbare zucht naar avontuur, verhuisde ik in de tweede helft van 1967 van Montreal naar Vancouver aan de Canadese Westkust. Daar werd ik nadrukkelijk bepaald bij enige gevolgen van de Vietnamoorlog. De Westkust van de VS en Canada, vormen op dat moment het ‘episch centrum’ van de hippiecultuur met de flower-power-idealen. Op de stranden van Vancouver en andere plaatsen langs de Pacific, geniet ik met volle teugen van de vrijheid. Voor een onrustige emigrant met weinig middelen is het de perfecte tijd en plaats om een gratis slaapplaats, eten en sociale contacten te regelen. Overal worden door hippies zogenaamde love-ins gehouden onder het motto ‘make love not war’, waar gratis maaltijden verkrijgbaar zijn. Ik kon mijn onafscheidelijke gitaar inzetten om aansluiting te vinden bij degenen die moeite hadden met de oorlog in Vietnam. Dat ging mij redelijk goed af, omdat ik al in Nederland bekend was met de protestsongs van zangers en groepen als Bob Dylan, Pete Seeger, The Byrds, Joan Baez en Donovan. Ik leerde er ook de kracht van muziek kennen. Ging het mij voor die tijd vooral om de leuke melodieën en goede gitaarsolo’s, in Vancouver krijg ik meer oog voor de songteksten en de diepere onderliggende motivatie en intenties (1). Ik leer er belangrijke levenslessen, die van invloed zouden zijn op mijn verdere ontwikkeling. In dat proces zou ik ook weer nadrukkelijk worden bepaald bij geloof en zingeving.

Desertie en verraad

Aan de Canadese Westkust wonen op dat moment veel Amerikaanse jongeren, die om principiële redenen de VS en de dienstplicht zijn ontvlucht. Sommigen zijn pacifistisch, maar dat is een minderheid. Veel dienstweigeraars zijn tegen die oorlog, omdat die volgens hen niet wordt gevoerd om het vaderland te verdedigen maar om de wapenindustrie te dienen. De vaak emotionele gesprekken met deze jongeren duren soms tot diep in de nacht. Veel dienstweigeraars, die in de VS worden bestempeld als deserteurs en landverraders, worstelen met hun ethiek, moraliteit of levensovertuiging. Anderen wijken uit naar Canada omdat ze angst hebben voor een oorlog, waarvan de wreedheid dagelijks breed wordt uitgemeten in de massamedia. Er is veel drugsgebruik zoals de hallucinerende drug LSD. De Vietnamoorlog is de eerste oorlog, waarbij de massamedia dagelijks via aangrijpende beelden de huiskamers en dus de geest van mensen penetreren. Vooral het gebruik van het ontbladeringsmiddel Agent Orange leidt tot verontwaardiging. Later zou worden aangetoond,  dat het zowel bij de inwoners van Vietnam als de soldaten mogelijk heeft geleid tot genetische mutaties en ernstige afwijkingen in het nageslacht. Het leidt tot verhitte discussies en versterkt de emotionele weerstand en protesten. In Europa en andere delen van de wereld worden de protesten overgenomen. Amsterdam met het monument op de Dam vormen in Europa het centrum. In Nederland is er ook de opkomst van de anarchistisch geïnspireerde beweging Provo (afgeleid van het werkwoord provoceren) en de politieke vernieuwingsbeweging Nieuw Links (2). Het jaar 1968 is een kanteljaar. De generatie die werd geboren na de Tweede Wereldoorlog (babyboomers), betekende voor velen hoop op een nieuw begin voor de mensheid. De groeiende welvaart maakt het mogelijk dat veel generatiegenoten gaan studeren om op hoge maatschappelijke posities hun idealen te kunnen verwezenlijken. Althans dat werd gedacht. De Vietnamoorlog schept ook een dilemma voor de wetenschap. Wetenschap en technologie lagen immers aan de basis van de ultramoderne wapensystemen, die in Vietnam werden ingezet. Het Amerikaanse leger heeft in die tijd een grote technologische en wetenschappelijke voorsprong op andere legers. Ik denk dat in die tijd al de basis werd gelegd voor de huidige moderne oorlogsvoering via beeldschermen en met behulp van computertechnologie. Toch slagen de Amerikanen er met hun suprematie op basis van kennis en geavanceerde technologie niet in, de slechter bewapende soldaten van de Vietcong te verslaan. De uiteindelijke nederlaag had alles te maken met een gebrek aan motivatie. Maar wetenschap en technologie leverden ook een bijdrage aan het versnelde einde van de oorlog. Door de inzet en invloed van moderne media, kon een mentale omslag onder de bevolking worden afgedwongen. Dieptepunt was het jaar 1968, dit jaar exact 50 jaar geleden, toen nog maar 26 procent van de Amerikanen de oorlog in Vietnam steunde. De regering kon de opinie van zijn burgers onmogelijk negeren (3). In 1973 kwam er een formeel einde aan de Vietnamoorlog en volgde er een dramatische en overhaaste aftocht van de Amerikaanse troepen.

Eindelijk VREDE?

Zou het na een eeuw van bloedige oorlogen in Europa, Azië en het Midden-Oosten toch nog goed komen op de wereld? Zou de protestgeneratie eindelijk kunnen verwezenlijken waar de mensheid al zo lang naar verlangt: UNIVERSELE EN DUURZAME VREDE? Pete Seeger componeerde in de jaren vijftig het protestlied ‘Turn Turn Turn’, gebaseerd op Prediker 3:1-8 en vrij vertaald: ‘Voor alles is een tijd’. In 1965 werd het een hit door de versie van de Amerikaanse band The Byrds. Het laatste couplet verwijst naar het verlangen naar de vrede die er ooit zal komen: ‘Een tijd voor Vrede, ik zweer dat het nog niet te laat is’ luiden de slotwoorden. De wijze Prediker negeert dus niet dat oorlog een realiteit is. In het najaar keer ik terug naar Nederland. Naast de vele indrukken die ik in Canada opdeed, nam ik de opgedane ervaringen als een geestelijk zaadje in mijn ‘hart’ mee terug naar Holland. Maar vanwege de vele vragen die zich hadden opgestapeld en die ik meedroeg, zou het proces van ontkieming nog jaren op zich laten wachten. De dienstplicht wachtte in Nederland en ondanks mijn veranderende visie, besloot ik een vierjarig contract aan te gaan als vrijwilliger bij de Infanterie van de Koninklijk Landmacht en werd onderofficier-instructeur aan een kaderopleiding van de Infanterie in Ermelo. In het eerste artikel heb ik de motivatie en redenen voor deze keuze beschreven. De vier jaren in het leger, zouden van grote invloed zijn op mijn verdere leven en een mentale omslag veroorzaken. Ik wil niets afdoen aan de oprechte zorgen en maatschappelijke betrokkenheid van degenen die, op welke wijze dan ook, hun stem hebben laten horen tegen de oorlog in Vietnam en het vele onrecht op deze wereld. Ik worstel wel met de vraag of de mensheid in staat is op eigen kracht een betere wereld te creëren of dat daarvoor een ingrijpen van Hogerhand noodzakelijk is. Iets dat veel seculier denkende medemensen fel afwijzen. Steeds vaker valt  in deze tijd te beluisteren dat juist godsdiensten de oorzaak zijn van oorlog en geweld. In de volgende publicatie aandacht voor de oorsprong van het kwaad en de gebrokenheid van de Schepping. Ik ga dan ook in op de vraag die bij veel mensen leeft: Hoe is het de babyboomgeneratie vergaan bij het verwezenlijken van haar hoge idealen?

 

 

Bronnen: 1. Wikipedia. ‘Protestliederen over de Vietnamoorlog’. Dagblad van het Noorden ‘Chaos en revolutie na de flower power’ ‘1968 kanteljaar’. 2. Trouw, 28/10/2010 ‘Sluipmoordenaar in Vietnam nog steeds actief’, over de gevolgen van gebruik van ontbladeringsmiddelen tijdens de Vietnamoorlog.‘Tien over Rood’, van Nieuw Links (diverse auteurs) bevatte 10 belangrijke punten zoals erkenning van de Vietcong en meer geld naar ontwikkelingshulp. 3. Website Militair.net ‘Vietnamoorlog neemt af’

Foto’s/Illustraties: Schilderij ‘Klaproos in oorlogsgebied’ Klaas Buikema. Foto’s  WO1 monument Dieper, Trees Kim. Aan de kust ergens in Canada of de VS, Jaap Spaans. Aan boord van de Rijndam van de Holland America Line op weg naar Canada (HAL).

Voor meer foto’s over Canada en mijn periode in militaire dienst zie foto’s

OogstWO1Kerstvrede2012

-Oorlog en emoties, ethiek en geloof (1)

Op 11 november 2018 is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog (WO1) werd beëindigd. Op die dag werd in het Franse stadje Compiѐgne ten noorden van Parijs de wapenstilstand getekend. Ik had al aangekondigd dat ik in de loop van 2018 enige publicaties aan dit onderwerp zou wijden. Ik begin met enige inleidende publicaties, waarvan dit de eerste is. Uiteraard met aandacht voor historische feiten, maar ik wil vooral wil mijn diepste drijfveer en motivatie benoemen waarom ik dit belangrijke onderwerp, dat zoveel mensen raakt en de media domineert, aan de orde stel. Geloof en ethiek spelen daarbij een belangrijke omdat het gaat over vragen en feiten als:

– Waarom is de geschiedenis van de mensheid een aaneenschakeling van oorlogen en wat is daarvan de oorsprong?
-We danken onze vrijheid aan de legermacht die ons van de tirannie wist te verlossen. Zijn er ‘goede oorlogen’ en slechte?
-Wat is post traumatische stress, wat betekent dit voor militairen in en na gevechtssituaties en wat deed de angst voor granaatinslagen tijdens WO1 met uitgeputte soldaten in de loopgraven (Shell-shock)?
-Aan weinig onderwerpen kleven zulke indringende en tegelijk beladen vragen als oorlog en geweld. Hoe verhoudt zich bijvoorbeeld het verbod tot doodslag (Exodus 20) tot de Bijbelse opdracht/plicht om de overheid te gehoorzamen (Romeinen 13) en kan een politieke leider of de bevelhebber van een legermacht zich ín een oorlogssituatie beroepen op ‘noodweer’ of ‘overmacht’?
-Tenslotte is er de cruciale vraag die mij al tientallen jaren bezig houdt, namelijk of de mensheid in staat is op eigen kracht een ideale wereld te scheppen zonder oorlog of dat daarvoor een interventie van Hogerhand nodig is?
Ik begin met de beschrijving van enige persoonlijke achtergronden, die  de basis vormen van mijn interesse voor dit complexe onderwerp waarover zo verschillend wordt gedacht.

Mijn periode bij de Koninklijke Landmacht

Van 1969 tot 1973 diende ik een vierjarige contract uit als militair bij Koninklijke Landmacht. Na een intensieve opleiding werd ik aangesteld als onderofficier-instructeur bij de Alfa Compagnie van de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) in de Jan van Schaffelaarkazerne in Ermelo. Ieder halfjaar kwam er bij de compagnie een nieuwe lichting dienstplichten op, die na een opleiding van een half jaar moesten worden klaargestoomd voor een functie als onderofficier. Al tijdens de eerste dagen als de plunjezakken met materiaal en uniformen waren opgehaald, men onder de krijgstucht was gesteld en er kennis was gemaakt met de medecursisten en het kader, vielen vaak al enige van de rekruten af. Zij waren niet bestand tegen de scheiding van familie, werk en vrienden, de militaire discipline en het vooruitzicht een half jaar door te brengen op een grote kamer met twaalf stapelbedden, twaalf metalen lockerkastjes en een tafel. Niet zelden waren het mondige mensen met een goede opleiding. Een aantal had principiële problemen met geweld, oorlog of haakte af door heimwee. Zij werden overgeplaatst of alsnog afgekeurd op grond van S5 oftewel psychische instabiliteit.

Een ervaring op Infanterie Schietkamp ‘De Harskamp’

Schietvaardigheid was een belangrijk onderdeel van het opleidingstraject en daarvoor verbleef de compagnie tijdens de opleiding tweemaal een (werk)week op het Infanterie Schietkamp De Harskamp (ISK) op de Veluwe. De eerste week werd intensief geoefend met persoonlijke wapens als het FAL-geweer, de MAG-mitrailleur en handwapens als pistool en UZI. In de vervolgweek later in de opleiding werd geoefende met zwaardere wapens, zoals zware mitrailleurs, raketwerpers en explosieven. Tijdens zo’n vervolgweek medio 1972 gebeurde er iets dat mijn opvattingen over oorlog in de jaren die volgden zou veranderen. Het peloton waarbij ik hoorde moest die dag ‘schieten’ met de raketwerper of terugstootloze vuurmond. Omdat de ‘granaten’ kostbaar waren, werd geschoten met zogenaamde insteeklopen. Daarmee konden kleine, dus goedkopere patronen worden afgeschoten, die ongeveer dezelfde ballistische eigenschappen hadden als de zwaardere munitie. De dag werd afgesloten met een hoogtepunt, namelijk het afvuren van een licht antitank wapen (LAW) voor eenmalig gebruik. Doelwit was het wrak van een tank op de schietbaan. Ik had die dag de taak om aan de verzamelde groep de werking van de LAW uit te leggen, waarna een van de instructeurs het op scherp gestelde wapen afvuurde. Dat eenmalige ‘schot’ moest natuurlijk raak zijn, vanwege de hoge kosten van het wapen, maar bij een misser zou de schutter ook kunnen rekenen op hoongelach wat zijn gezag binnen de groep niet ten goede kwam. De uitleg hield in dat een afgeschoten raket het pantser van een tank of pantservoertuig (25-30 cm homogeen staal) doorboort, binnenin een enorme hitte veroorzaakt en aanwezige munitie zoals granaten en patronen tot ontploffing brengt. De praktijk had uitgewezen, dat de gevolgen voor een tankbemanning of de soldaten in een pantservoertuig gruwelijk zijn. In de jaren die volgden nam mijn belangstelling voor het onderwerp oorlog en vrede alleen maar toe. Nadat ik mijn contract had uitgediend en een overstap maakte naar een gemeentelijk politiekorps in het Westen, zou deze ervaring mijn visie op geweld sterk beïnvloeden. Als politieagent bij de uniformdienst kreeg je regelmatig te maken met geweld. Je moest het recht handhaven en als verlengstuk van de overheid had je het geweldsmonopolie (zwaardmacht) met procedures uitgewerkt in een ambts- of geweldsinstructie.

Oorlog en Geloof

Ik stel nadrukkelijk dat ik geen veteraan ben of gevechtservaring heb. Dat neemt niet weg dat oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld in mijn opvoeding en ontwikkeling. Mijn ouders woonden voor de oorlog in Duindorp in Scheveningen, dat deel uit maakte van de Duitse Atlanticwall. Uit strategische overwegingen werd deze woonwijk ‘Spergebied’, waarna mijn ouders gedwongen moesten evacueren naar Voorburg. Aan het eind van de oorlog werden mijn twee oudste zussen vanwege de Hongerwinter ondergebracht bij gezinnen in Friesland. Mijn vader maakte dat niet mee, want hij was in 1944 tijdens een razzia opgepakt en, hoewel nog herstellende van een liesbreukoperatie, afgevoerd en tewerkgesteld in Duitsland. Aangeslagen keerde hij na de bevrijding terug uit Duitsland. Ik heb hiervan verslag gedaan in twee publicaties op deze website onder de titels ‘De vergeten hongerkinderen uit de oorlog’ en ‘Ermelo-Westerbork-Sobibor’ (zie artikelen). In 1948 werd ik geboren (babyboomgeneratie). In 1966 emigreerde ik naar Canada en werd in 1967 in Montreal geconfronteerd met de impact van de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden. Dichtbij de straat waar ik woonde was een synagoge, een Joods ziekenhuis en een restaurant waar ik regelmatig ontbeet. Het restaurant was tevens een ontmoetingsplaats voor veel Joodse personeelsleden van het ziekenhuis en met belangstelling volgde ik hun soms emotionele discussies over de oorlog die zich voltrok. Ik raakte onder de indruk van de betrokkenheid van deze mensen bij Israël en hun bereidheid om naar Israël te gaan en daar vrijwilligerswerk te verrichten. Velen hadden het land nog nooit bezocht, maar kennelijk was er iets in hun hart dat die heimwee opriep. Toen ik later verhuisde naar Vancouver aan de Canadese Westkust, werd ik geconfronteerd met de flowerpower- en hippiecultuur die daar heerste, ‘Make love not war’. Het was de tijd van de protestsongs tegen de oorlog in Vietnam, over het verlangen naar vrede. In het najaar van 1968 keerde ik terug naar Holland. Liftte nog enige tijd door Europa waarna al snel een oproep voor de dienstplicht in de brievenbus viel. In mijn tijd in Canada had ik mijn gebit verwaarloosd en roofbouw gepleegd op mijn lichaam, dat dan ook schreeuwde om regelmaat, discipline en een gezonde leefstijl. Een belangrijke reden om voor vier jaar te tekenen. Het geloof van mijn ouders had ik voordat ik naar Canada ging al vaarwel gezegd. Over de redenen daarvan wil ik niet uitweiden. Tijdens mijn diensttijd ontmoette ik mijn echtgenote, die werkzaam was in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij getuigde van haar geloof, soms indringend en bepaalde aspecten daarvan spraken mij aan. Het zette tevens een proces in werking, waarbij ik de Bijbel ging bestuderen en belangstelling ontwikkelde voor de ethische en levensbeschouwelijke aspecten van maatschappelijke onderwerpen. In de tweede inleidende publicatie zal ik daar dieper op ingaan.

 

Bronnen:

Trouw, 9 november 2006 ‘Met een ‘S-vijfje’ aan de militaire dienst ontkomen’. Gaat ook over mensen die werden goedgekeurd maar later alsnog ernstige aanpassingsproblemen kregen.

Andere Tijden, 9 november 2006. Over afkeuringen voor militaire dienstplicht en het Militair Neurose Hospitaal te Austerlitz

Foto’s/illustraties: Schilderij Klaproos in oorlogsgebied, Klaas Buikema, Foto’s Jaap Spaans Touwbaan Oostdorp Harskamp en binnenzijde AMX pantservoertuig voor personeel, die ongeveer de voorstelling moet kunnen oproepen wat er bij een treffer met een raket gebeurt met het personeel, brandstof en munitie. Voormalig Infanteriemuseum op Schietkamp De Harskamp

OogstWO1Kerstvrede2012

-Onderwerpen 2018: Vooruitblik

Iedereen een goed en gezegend jaar 2018 gewenst. Op mijn persoonlijke website en de website Bijbel en Overheid  zal ik dit jaar DV onder andere aandacht besteden aan de volgende onderwerpen, die een relatie hebben met ethiek en levensbeschouwing:
–Nieuwe Europese privacywetgeving
–Gezichtsherkenning
–Gemeenteraadsverkiezingen + referendum ‘Sleepwet’
–Hoogeveensche Courant (HC) gefuseerd
–Uitbreiding briefgeheim
–Placenta-onderzoek recent nieuws
–Wet zeggenschap lichaamsmateriaal
–Einde Eerste Wereldoorlog
–Israël 70 jaar
–Rechtshandhaving
–Uitspraak ‘Gluurverhoging’ voor 3e keer uitgesteld

–Nieuwe Europese privacywetgeving. De wet die uitvoering geeft aan de Algemene verordening gegevensbescherming is medio december bij de Tweede Kamer ingediend. Doel van deze Europese verordening is verdergaande harmonisatie van de regels rond de bescherming van persoonsgegevens en de bevordering van vrij verkeer van gegevens binnen de EU. De verordening treedt op 25 mei 2018 in werking. Op hetzelfde tijdstip zal de Uitvoeringswet in werking moeten treden. De huidige Wet bescherming persoonsgegevens zal dan worden ingetrokken. Tot 25 mei geldt een overgangsregeling, zodat de samenleving zich kan voorbereiden en instellen op de vergaande veranderingen. Dat zal aanzienlijke aanpassingen vereisen, die worden onderschat.

–Gezichtsherkenning. Politie en andere opsporingsdiensten zullen steeds vaker gebruik gaan maken van gezichtsherkenning om personen via slimme camera’s te identificeren. Moderne technieken zijn nodig als antwoord op delicten die de samenleving ontwrichten zoals terreur, georganiseerde criminaliteit en cybercrime. Er is echter ook een keerzijde. Moderne biometrische identificatiesystemen op basis van stem- of gezichtsherkenning kunnen personen identificeren, zonder dat men ervan op de hoogte is. Dat is voor de rechtshandhaving legitiem want gezichten zijn doorgaans niet bedekt en uniek, maar de systemen hebben ook de potentie om op universeel niveau massaal burgers te identificeren ook voor andere doeleinden. Daarbij dienen regels van zorgvuldigheid in acht te worden genomen. Ik zal er zeker aandacht aan besteden, maar verwijs tevens naar het dossier ‘Cameratoezicht’ van toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP), te vinden op de website.

–De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018. In toenemende mate is er discussie over de zwaarte van de taak van gemeenteraadsleden en lokale integriteitskwesties. In maart is er tegelijk met de verkiezingen een referendum over de wijziging van de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (Sleepwet in de volksmond).

–In mijn woonplaats Hoogeveen is de Hoogeveensche Courant (HC) overgenomen door (gefuseerd met) de Noordelijke Dagblad Combinatie (NDC) die onder andere uitgever is van het Dagblad van het Noorden. Ik heb altijd enige scepsis t.a.v. schaalvergroting door de media. Wekelijks neem ik een aantal keren de dagbladen door in de bibliotheek. Steeds vaker zie ik dat reportages letterlijk worden overgenomen dan wel aangekocht door verschillende dagbladen, waaronder ook christelijke. Monopolyposities kunnen verschralend werken en de kwaliteit van het nieuws beïnvloeden. Ik hoop oprecht dat de HC haar taak als waakhond van de democratie op lokaal niveau recht blijft doen.

–Er wordt gewerkt aan een voorstel om het briefgeheim in de Grondwet uit te breiden naar digitale communicatie. Aangezien voor een grondwetswijziging twee derde meerderheid in het parlement is vereist, kan dit een langdurig proces worden. Het zogenaamde overwegingswetsvoorstel is al door de 1e Kamer aangenomen (nr. 33989).

–De internetconsultatieronde voor de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal leerde al dat de gevolgen van deze wet groot kunnen zijn. Het is belangrijk dit democratische proces goed te volgen.

–Placenta-onderzoek. Degenen die mij kennen weten wel waarom ik de ontwikkelingen op het gebied van onderzoek naar de placentafunctie nauwgezet volg. Recent werd nieuw onderzoek gepubliceerd over de mogelijke relatie tussen problemen met de placenta en stoornissen in het autisme spectrum. Onderzoek is te vinden onder de zoekterm ‘The association between placental histopathology and autism spectrum disorders’. De resultaten bevestigen de visie die ik heb verwoord in mijn boek ‘Het Placenta Mysterie’. 

–In 2018 is het een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog (WO1) of Grote Oorlog werd beëindigd. Ik zal er een aantal publicaties aan wijden, vooral gericht op belichting van het onderwerp ‘oorlog en vrede’ vanuit geloof en levensbeschouwing met centraal de vraag of de mensheid in staat is op eigen kracht een rechtvaardiger wereld te verwezenlijken dan wel dat er sprake is van gebrokenheid en er een ingrijpen van Hogerhand noodzakelijk is.

–In april bestaat de staat Israël 70 jaar. Voor velen was dit een vervulling van profetische Bijbelgedeelten, terwijl anderen Israël in toenemende mate beschouwen als een bedreiging voor de wereldvrede. Feit is dat het landje in het Midden-Oosten, dat kleiner is dan Nederland, onderwerp is van een permanente mondiale focus en overbelichting, wat weer de vraag oproept: HOE KAN DIT?

–Politiechef Erik Akerboom deed onlangs in een dagblad interview de uitspraak ‘We hebben vijf jaar lang stilgestaan’. Vanzelfsprekend ook in 2018 veel aandacht voor het onderwerp rechtshandhaving in de ruimste zin van het woord.

–De uitspraak in de rechtszaak tegen de Gluurverhoging die gisteren 27 december werd verwacht, is voor de derde keer uitgesteld. De uitspraak wordt nu verwacht op 7 februari. Dat heeft de rechtbank in Den Haag laten weten. Het voortdurende uitstel is tekenend voor de grote belangen die op het spel staan. Stel dat de rechter oordeelt dat het afstaan van belastinggegevens in strijd is met de doelbinding in de Wet bescherming persoonsgegevens, dan kunnen de maatschappelijke gevolgen groot zijn. Als lid van de Woonbond wacht ik in spanning het oordeel van de rechter af. Zie ook mijn blog  met nadere informatie hierover op de website Bijbel en Overheid

 

Foto ‘klaproos in oorlogsgebied’: Klaas Buikema

OogstWO1Kerstvrede2012

-Consumeren of Consuminderen?

Het is de donkere decembermaand van 2017. Veel mensen kijken uit naar Sinterklaasavond, het Kerstfeest en de oudejaarsviering. Anderen zien er als een berg tegenop vanwege eenzaamheid, het verlies van dierbaren of omdat er geen geld is voor al die extra uitgaven. Na de diepe financiële crisis van 2008 gaat het gelukkig weer beter in ons land. Er is forse economische groei, daling van de werkloosheid , consumenten laten het geld weer rollen en huizenprijzen stijgen naar recordhoogtes. Onlangs werd bekend dat Nederlanders nog nooit zoveel voor hun woning leenden als in het afgelopen kwartaal. Bij de vele bijeenkomsten en netwerkborrels die deze maand worden gehouden, doen managers, politici en de financiële elite er goed aan de waarschuwingen dat we opnieuw risicovolle bubbels creëren serieus te nemen.

Dilemma

Als het om de economie gaat word ik geplaagd door dubbele gevoelens. Ik ben blij dat het beter gaat en de overheid haar huishoudboekje op orde heeft. Minder bezuinigingsdrift in de zorgsector betekent ook minder druk op de vele kwetsbare medemensen in onze samenleving. Ouderen, mensen met een beperking, langdurig werklozen en degenen die zuchten onder verslavingen of een schuldhulpverleningstraject. Wat mij innerlijk verdeelt, is de wetenschap dat de welvaart op onze planeet oneerlijk is verdeeld. Daarnaast verspillen we teveel en de meesten van ons beseffen wel dat het ongebreidelde groeidenken een spanningsveld oplevert met ‘verantwoord rentmeesterschap’ zoals christenen dat noemen. Dat we de aarde (over)belasten door onze onmatige levenswijze is inmiddels genoegzaam bekend. Nog geen maand geleden, in november 2017, werd in Bonn de mondiale klimaattop gehouden. Het was een moeizame bijeenkomst, omdat de VS zich heeft teruggetrokken uit het klimaatverdrag. In Bonn werd opnieuw duidelijk dat de wil om tot vergaande klimaatafspraken te komen er wel is, maar dat de praktische uitwerking een zware opgave blijkt te zijn. Een journalist die verslag deed van de bijeenkomst beschreef het treffend: de ernst van het klimaatprobleem laat geen vrijblijvendheid meer toe en dat geldt voor veel grensoverschrijdende problemen (1). In 1992 schreef ik voor een christelijk maandblad over de wereldmilieuconferentie van de VN in Rio de Janeiro. Toen al zei een gezaghebbend wetenschapper, dat de mensheid nog hooguit 5 jaren had om de loop der geschiedenis om te buigen. Ruim een kwarteeuw verder kun je stellen dat de noodzakelijke omslag niet is gerealiseerd. WebsitePublicatiesMilieu2017 .Ondanks de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, is de belasting van de aarde toegenomen. Kennelijk is er iets in de menselijke mentaliteit, dat dit proces belemmert en leidt tot onmacht (2). Om dat te verklaren kom je al snel uit bij ethiek en levensbeschouwing, in relatie tot menselijke eigenschappen als egoïsme en hebzucht. Over de zorgen en uitdagingen die op ons af komen zijn de meesten het wel eens. Waar we over verschillen is de uiteindelijke oplossing. Zie ook mijn publicatie over de 5 basisvariabelen van de Club van Rome onder ‘Overige Publicaties’.

Rentmeesterschap

In ons gezin trachten we een sobere levenswijze aan te houden en verspilling tegen te gaan. Maar in vergelijking met de middelen waarmee anderen op de wereld het moeten doen, is onze situatie nog riant. Keuzes over gedrag en consumptie kunnen spanningen oproepen in relaties of binnen een gezin, bijvoorbeeld over vragen als ‘is die geplande aankoop echt wel nodig’?, ‘hoe gaan we om met de sociale media en de enorme informatieoverlast’ en ‘hoe is het gesteld met niet-noodzakelijke mobiliteit?‘. Consuminderen betekent ook minder aandacht besteden aan de talrijke verleidende prikkels, die de gemiddelde mens dagelijks over zich krijgt uitgestort. Vooral jongeren zijn daarvoor gevoelig. Prioriteiten stellen dus. We leven in een samenleving waarin secularisatie en kerkverlating leiden tot grote maatschappelijke veranderingen. Die tendens betekent niet dat de boodschap van het Evangelie aan waarde heeft ingeboet. Jezus Christus gaf zowel in visie als levenswijze het goede voorbeeld. Veel Bijbelgedeelten gaan over de gevaren van rijkdom, rentmeesterschap of waarschuwingen tegen hebzucht. Toen ik eind november de uitverkoopgekte zag van Black Friday en hoe in de VS mensen door hebzucht gedreven grenzen kunnen overschrijden, werd ik bepaald bij een verhaal uit Lucas 12:13 e.v. Het gaat over een rijk iemand die goed heeft geboerd. Over de omgeving waarin hij leeft maakt hij zich niet druk. Grote vraag voor hem is hoe hij nog rijker kan worden. In deze gelijkenis waarschuwt Jezus Christus ons ‘wacht u voor alle hebzucht’ (3). Er is niets op tegen als mensen het goed doen in het leven, maar wordt niet al te zelfgenoegzaam en gun anderen ook wat. Het feit dat we in een welvarend land zijn geboren, is geen eigen verdienste maar genade. In het Bijbelgedeelte, dat niet veroordelend is, word je als mens een spiegel voor gehouden over een onderwerp dat velen bezig houdt. Hoe gaan we om met welvaart en de vele verworvenheden in ons land, hoe beheersen we karaktereigenschappen als jaloezie, egoïsme of hebzucht en stellen we wel de goede prioriteiten in het leven?
Het dilemma ‘consume(e)ren of consuminderen’ is geen godsdienstige betutteling. Dagelijks worden we via de media gewaarschuwd voor overconsumptie van voedingsmiddelen die schadelijk zijn voor de gezondheid. We worden gewezen op de schadelijke gevolgen en risico’s van roken en gebruik van mobiele apparatuur tijdens het rijden. En hoe vaak worden we niet gewaarschuwd voor de indirecte gevolgen van overconsumptie, zoals de afvalberg en de schadelijke plastic soap die de voedselketen en de natuurlijke kringloop beïnvloedt. We belasten ons leefmilieu bovenmatig en daarom wordt in de Bijbel zoveel aandacht besteed aan onderwerpen als materialisme en hebzucht. Tot lering! De wijze spreukendichter had het drie millennia geleden al door. Veel spreuken gaan over het spanningsveld tussen materialisme en wijsheid. Daarom tot besluit een tekst van deze wijze: ‘Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit’ (Spreuken 4:5).

 

 

Bronnen:
1. ‘De klimaattop had ook nog veel erger kunnen aflopen’. NRC Handelsblad, 20/11/2017.
2. Zakelijke nieuwszender RTL-Z, 20/11/2017: ‘Gemiddelde hypotheek was nog nooit zo hoog’.
3. Veel woorden waarin het woord ‘zucht’ voorkomt kunnen worden gerelateerd aan (over)consumptie. Hebzucht=de zucht naar het hebben, andere voorbeelden zijn vraatzucht, eerzucht, vernielzucht, oorlogszucht, wraakzucht, veranderzucht, gemakzucht etc.

Foto’s Jaap Spaans:  We laten het geld weer rollen. De Rotterdamse haven is belangrijk voor de economie. Op de achtergrond rechts Hotel New York, het voormalige kantoor van de Holland Amerika Lijn (HAL) aan de Wilhelminakade, vanwaar ik in 1966 als jonge emigrant naar Canada vertrok 

OogstWO1Kerstvrede2012

-Hans Vermeulen en ‘Hoe groot zijt Gij’

Op vrijdag 11 november 2017 berichtte het NOS-journaal over het  onverwachte overlijden in Thailand van zanger, gitarist en componist Hans Vermeulen. Een schokkend bericht, dat mij terugvoerde in de tijd. In 1963/1964, ik speelde in een onbekend bandje in Voorburg, was Den Haag de pophoofdstad van ons land. Een van de vele bekende bands uit die tijd was de Sandy Coast ,waarvan Hans zanger en sologitarist was. Eenmaal in de week ging ik na schooltijd naar de flat waar de familie Vermeulen woonde en kreeg een uurtje gitaarles van Hans, dat ik betaalde van de krantenwijk die ik liep. Het staat in mijn geheugen gegrift, de kleine slaapkamer met een enorme Fenderversterker en Fender Stratocaster gitaar, waar Hans mee excelleerde in de band. Met vrienden gingen we regelmatig naar optredens van de Sandy Coast. Hans was naast een briljant musicus en zanger een vriendelijk en aimabel mens. Ik moest het met beduidend minder muzikale gaven  doen, maar de basis voor het feit dat ik nog dagelijks gitaar speel en op moeilijke momenten mijn emoties door de muziek kan uiten, heb ik voor een deel aan Hans Vermeulen te danken. Hij was een gevoelig mens en kon zijn emoties prachtig  ventileren in scherpe en soms gevoelige gitaarsolo’s. Dan was hij een met zijn gitaar en dat is een kunst die slechts weinigen gegeven is.  Hij schreef prachtige liederen met een diepere boodschap zoals Capital Punishment, Depression, Coming Home en The Eyes Of Jenny. Later waren er grote successen met de Rainbow Train.

Enige jaren geleden ontmoette ik Hans in Hoogeveen en sprak met hem na een optreden in theater De Tamboer. Toen ik een jaar later een optreden van hem zag met Elly en Rikkert, viel mijn mond open van verbazing en bewondering. Hij zong mijn favoriete gospelsong ‘Hoe groot zijt Gij’ en deed dat met de hem zo kenmerkende gevoeligheid, inclusief een fenomenale gitaarsolo. Ik was er zo van onder de indruk dat ik hem een mail zond, die hij ook direct beantwoordde en ik zorgvuldig heb bewaard. In een interview later vertelde hij dat hij zowel gospels als seculiere muziek zong en speelde en geheel achter de boodschap stond van ‘Hoe groot zijt Gij’. Aan een bewogen en zeer productief leven is een einde gekomen. Zijn muziek is blijvend. R.I.P. Hans!  

Kijk op You Tube onder de zoektitel Hans Vermeulen ‘Hoe groot zijt gij’ voor twee indrukwekkende versies van deze gospelsong die Engelstalig al werd gezongen door sterren als Whitney Houston, Elvis Presley en  Carry Underwood  

Foto’s Jaap Spaans: Mijn gitaar. Hans groeide op in Voorburg onder de rook van Den Haag                                                                                                                                                                                                                                                            

 

 

OogstWO1Kerstvrede2012

-De affaire Buikhuisen: is ons brein voorspelbaar?

De ontwikkelingen binnen de vakgebieden criminologie en forensische (gerechtelijke) psychiatrie voltrekken zich in een uitzonderlijk hoog tempo. Steeds vaker uiten professionals de visie, dat afwijkend gedrag en zelfs criminaliteit voorspelbaar kunnen zijn. Het proces verloopt sneller dan velen denken, maar de discussie over de ethische gevolgen houdt daarmee geen gelijke tred.

Criminele aanleg
Wouter Buikhuisen was aan het eind van de zeventiger jaren hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Leiden. Criminologie is de wetenschap die zich richt op het wezen en de achtergronden van de misdaad. De gevolgen en trauma’s van de Tweede Wereldoorlog waren in die periode nog voelbaar bij veel Nederlanders. Veel ouderen onder ons herinneren zich nog de negatieve ervaringen uit de oorlog met persoonsregistratie. Die scepsis leidde in 1971 nog tot grote weerstand tegen de volkstelling. In dat maatschappelijke klimaat maakte Buikhuisen een inschattingsfout, met grote gevolgen voor zijn loopbaan. Hij stelde voor om biologisch en sociaal onderzoek te verrichten naar de mogelijke criminele aanleg van kinderen. Een golf van kritiek overspoelde hem, vooral vanuit de progressieve media. Zijn ideeën werden in verband gebracht met de verwerpelijke onderzoeken, uitgevoerd door nazi’s als de arts Joseph Mengele en criminoloog Franz Exner. De laatste verbond criminaliteit aan ras en sociale omstandigheden. In 1965 promoveerde Buikhuisen op het proefschrift ‘Achtergronden van nozemgedrag’, waarin hij de achtergronden en persoonlijkheidskenmerken bij nozemgedrag analyseerde (1). In Leiden kreeg hij als hoogleraar financiële middelen om onderzoek te doen naar de rol van biologische factoren bij het ontstaan van criminaliteit. In de ongekend felle reacties daarop werd Buikhuisen ook vergeleken met de Italiaanse gevangenisarts Lombroso, die ooit meende misdadigers te kunnen herkennen aan een laag voorhoofd of de vorm van wenkbrauwen. Over het algemeen beschouwt men de visie van Lombroso niet langer als een fundament voor de hedendaagse criminologie. Dat neemt niet weg dat veel deskundigen in de moderne psychiatrie en psychologie vast houden aan het idee, dat misdaad deels in het individu zelf zit, los van de sociale omstandigheden. In de zeventiger jaren lag dat echter anders en Buikhuisen kreeg te maken met doodsbedreigingen, verloor zijn baan als hoogleraar en emigreerde aangeslagen naar Spanje (2).

Kentering
Rond 1990 kwam er een maatschappelijke kentering. Belangrijke reden was de ontwikkeling van de genetica. Veel wetenschappers hadden zich al decennia lang in het onderwerp ‘erfelijkheid’ verdiept. Een doorbraak kwam door de ontdekking van de chemische structuur van DNA in 1953 als resultaat van onderzoek door James D. Watson, Francis Crick, Maurice Wilkins en Rosalind Franklin. De genetische revolutie die volgde leidde tot grote veranderingen en nieuwe inzichten op veel wetenschappelijke terreinen, waaronder de criminologie, neurobiologie en psychiatrie. In combinatie met de opmars van computertechnologie en de medische vooruitgang, werd het mogelijk grote hoeveelheden gegevens te analyseren, verbanden te leggen en bijvoorbeeld dader- en risicoprofielen op te stellen. Het gevolg was dat de felle kritiek op Buikhuisen geleidelijk aan plaats begon te maken voor begrip en erkenning. In 2009 verscheen er een publicatie in NRC-Handelsblad onder de kop ‘Buikhuisen heeft toch gelijk’. Het Leids universitair weekblad Mare publiceerde een artikel, waarin Buikhuisen aangaf te hopen op verontschuldiging van de universiteit. De decaan van de rechtenfaculteit, die aantrad na de ‘affaire Buikhuisen’, verklaarde in 2009: ‘Het onderzoek dat hij toen voorstelde, is nu geaccepteerd. Er zijn kansen gemist’ (3). Ik weet uit ervaring dat dit onder christenen een uiterst gevoelig onderwerp is en plaats ook zelf de nodige ethische kanttekeningen. Het kan echter geen kwaad als we hierover nadenken en van gedachten wisselen in onze snel veranderende samenleving, waarbij zowel de positieve aspecten als de ethische en religieuze dilemma’s kunnen worden belicht.

Gastcolumn over geweld, die ik in 1999 schreef voor het Algemeen Politieblad: AlgemeenPolitiebladGastcolumnGEWELDMaart1999

Aanleg
Dat het erfelijkheidsonderzoek bezig is aan een onstuitbare opmars, valt niet langer te ontkennen. Van steeds meer lichamelijke en psychische aandoeningen wordt vastgesteld dat erfelijke aanleg een rol speelt. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde vormen van kanker en hartziekten, maar ook voor een aantal neuromusculaire aandoeningen (spierziekten), bepaalde vormen van autisme, de bipolaire stoornis etc.

Nederlands forensisch instituut

Binnen de vakgroep psychiatrie groeit het aantal aanhangers van de gedachte, dat psychiatrische aandoeningen het gevolg (kunnen) zijn van verstoorde biologische processen in de hersenen. Dat geldt ook voor de forensische psychiatrie. Afwijkend gedrag of criminaliteit zouden dan mede te wijten zijn aan biologische processen waardoor de invloed van menselijke keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van levenswijze en gedrag, naar de achtergrond wordt gedrongen. Het gebeurt steeds vaker dat bij strafzaken vanuit de verdediging het verzoek wordt geuit, om bij een verdachte neurobiologisch en genetisch hersenonderzoek uit te laten voeren. Ik heb de indruk dat rechters daar ook steeds ontvankelijker voor worden.

Ethische bezwaren
Dat genetisch en biologisch onderzoek relevante informatie kan opleveren, is al langer bekend bij deskundigen. Zeker in een tijd dat oude misdrijven (cold cases) en ernstige delicten, worden opgelost door DNA-onderzoek. Het risico is echter aanwezig dat men doorslaat en daarom is het goed om enige ethische dilemma’s te benoemen. Een volkstelling zoals die nog werd gehouden in 1971, is niet meer nodig in onze digitale samenleving. Er vindt standaard massale en intensieve persoonsregistratie plaats. Zowel door het bedrijfsleven als de overheid wordt de enorme hoeveelheid informatie onder andere gebruikt om van personen dader- en risicoprofielen op te stellen. In twaalf publicaties op de website Bijbel en Overheid, besteed ik aandacht aan deze ontwikkeling. We koersen af op een tijd waarin mensen niet alleen worden beoordeeld op ‘wat ze hebben gedaan’ maar ‘wellicht ook kunnen gaan doen’. Hoe daar vanuit preventief oogpunt op verantwoorde wijze mee moet worden omgegaan zonder ethische normen of mensenrechten te schenden, is uiterst complex. De neurocriminoloog Adrian Raine, auteur van het boek ‘Het gewelddadige brein’, vindt dat erfelijk belaste mensen verplicht in therapie moeten en noemt dat sociale interventie (4). Binnen de context van grote veranderingen in de zorgsector, waarbij marktwerking de maatstaf wordt, moet deze ontwikkeling ook kritisch worden gevolgd. Prenatale diagnostiek kan dan al in een vroeg stadium uitwijzen welke risico’s de ongeboren vrucht loopt en mensen voor ingrijpende keuzes plaatsen. Onlangs las ik de stelling dat ons brein de meest complexe structuur is in het universum. Het is een wonder van de Schepping, waar we ondanks alle kennis en onderzoek nog betrekkelijk weinig van af weten. Je zult als mens maar genetisch belast zijn en in persoonsbestanden en volgsystemen zo’n genetisch brandmerk een leven lang met je mee moeten dragen. Uiterste voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn in deze dan ook geboden. Een van de juridische uitgangspunten in onze rechtsstaat is dat iemand niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor gedrag, dat een direct gevolg is van ziekte of erfelijke aanleg. Deskundigen zijn het er echter over eens dat erfelijkheid en aanleg slechts voor een deel – schattingen lopen uiteen van 35% tot 40% – verantwoordelijk zijn voor de keuzes die we maken. Andere oorzaken zijn omgevingsfactoren zoals sociale omstandigheden en andere factoren, die de levensweg van een mens nu eenmaal bepalen (5). Het laatste woord is hierover nog niet uitgesproken, geschreven of op andere wijze belicht. Erfelijkheid en biologische factoren zijn niet meer te negeren factoren. Het dilemma is dat nieuwe inzichten ook kunnen leiden tot betere behandelingsmogelijkheden en preventie, zodat er minder slachtoffers vallen als gevolg van ernstig crimineel gedrag.

Discussievragen:
–Hoe verhoudt de visie over de forensische psychiatrie zich tot de Bijbel?
–Zijn er naast erfelijkheid en aanleg mogelijk andere oorzaken in de samenleving die hersenfuncties kunnen beïnvloeden, zoals milieuvervuiling, de beeldschermcultuur en straling, sociale aspecten, religie, voeding etc.? (6).
–Zullen de nieuwe medisch-wetenschappelijke inzichten, in combinatie met de vergaande digitalisering van de samenleving, ertoe bijdragen, dat het reeds bestaande spanningsveld tussen privacybescherming en rechtshandhaving toeneemt?
–Welke rol kunnen kerken, andere organisaties en individuele burgers spelen, als het gaat om begeleiding en ondersteuning van kwetsbare doelgroepen?
–Een psychologe verklaarde naar aanleiding van publicaties over het onderwerp: ‘Erfelijkheid en aanleg zijn geen noodlot. Er zijn voldoende mogelijkheden om tijdens de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind bij te sturen’. Voor, tijdens en na een zwangerschap. Te denken valt aan goede voorlichting en kweken van bewustzijn, medicatie, therapie, medische ingrepen, gezinsondersteuning etc. Is dat realistisch en hoe zou een overheid of zorgverlener daarmee moeten omgaan?

 

Bronnen:
1. Achtergronden van nozemgedrag. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de sociale wetenschappen. Wouter Buikhuisen, 22 januari 1965.
2. Website Vrij Nederland, 26 mei 2014: ‘Vrij Nederland, Piet Grijs en Buikhuisen’. ‘Het Parool, najaar 1999 ‘Buikhuisen mag nog steeds niet’.
3. Pedagogisch Nieuws, juni 2005: ‘De affaire Buikhuisen’. Website NRC, 13 februari 2009: ‘Buikhuisen heeft toch gelijk’. Leids Universitair Weekblad Mare, 5 februari 2009: ‘Buikhuisen: Ik ben verschrikkelijk behandeld. Criminoloog hoopt op verontschuldiging universiteit’. Rechtenstudie, SDU, 30 mei 2014: ‘Eerherstel voor verguisde criminoloog Buikhuisen’.
4. Actualiteitenrubriek Een Vandaag, 19/6/2013 ‘Het gewelddadige brein’. Interview met Adrian Raine en Gesprek op 24 (VPRO) met Adrian Raine, 9/9/2013.
5. De Telegraaf, 12 oktober 2017: ‘DNA-test voorspelt succes’. Nederlands Dagblad,16 januari 2009: ‘Big Brother loert naar probleemjongere’. Handboek Psychiatrie en Genetica, Stephan Claes en Jim van Os. Hoofdstuk 2 ‘Genetische epidemiologie’. De Tijdstroom Utrecht, 2013.
6. Justitie Magazine februari 2007 ‘Het zijn gewoon vitamines en mineralen, hoor’, over onderzoek bij jongvolwassenen in penitentiaire afdelingen naar de relatie tussen voeding en asociaal gedrag. Reformatorisch Dagblad, 14/1/2003 ‘Vitaminen tegen geweld’. Hoogeveensche Courant 2/12/2002 ‘Voeding ijzersterk wapen tegen vandalisme en geweld’.

Foto’s: NFI -gebouw Rijswijk, Nationale Beeldbank.  LUMC Leiden, Jaap Spaans

 

OogstWO1Kerstvrede2012

-Verslaving: vrije wil of genetische aanleg?

Onlangs vertelde longarts Wanda de Kanter in een televisieprogramma dat een rookverslaving geen vrije keuze is, maar erfelijk bepaald. Jarenlang was zij getuige geweest van de vreselijke gevolgen van roken en daarom begon zij een strafzaak tegen de tabakslobby. Ze gaf ruiterlijk toe zelf ook te hebben gerookt, maar was tien jaar geleden gestopt. De interviewer plaatste enige kritische kanttekeningen: er staan indringende waarschuwingen op tabaksverpakkingen en de wet verbiedt reclame. Mensen zijn dus gewaarschuwd en hebben toch de vrije keuze om al dan niet te gaan roken? Dat argument bestreed zij, door te stellen dat de tabakslobby zich intensief richt op jongeren. Aan tabakswaren worden stoffen toegevoegd die volgens haar een verslavende werking hebben (1). Als er daadwerkelijk wordt vervolgd, is het oordeel aan de rechter en ik volg deze ontwikkeling met belangstelling.

Vrije wil?
De wet verbiedt reclame voor tabaksproducten. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is belast met de controle en handhaving (2). Mevrouw De Kanter legde uit, dat ook zonder reclame de tabakslobby indirect invloed uitoefent op gedrag van mensen en de keuzes die zij maken. Er kan worden gelobbyd bij de politiek over accijnsverhogingen, vermindering van het aantal verkooppunten etc.. Haar visie dat verslavingsgevoeligheid geheel of ten dele erfelijk is bepaald vereist wel een nuance. Veel mensen toetsen zo’n uitspraak aan hun ethische of religieuze opvattingen, in mijn situatie het christelijk geloof. Helaas leert de praktijk dat het voor veel gelovigen een moeilijk te hanteren onderwerp is, waar we allemaal mee te maken hebben, maar dat niet de aandacht krijgt die het verdient. De meeste christenen geloven in een vrije wil als de basis voor gedrag en keuzes die worden gemaakt (3). Ik herinner mij situaties uit de jaren zeventig toen ik als agent werkte bij de surveillancedienst van een gemeentelijk politiekorps. Het gebeurde regelmatig dat slachtoffers van een aanrijding weer begonnen met roken. Als er geen ernstig lichamelijk letsel was, lieten we een verkeersslachtoffer of veroorzaker even op adem komen in de politieauto en dan werden ook de aanrijdingsformulieren ingevuld. Niet zelden was er bij hen sprake van lichte shock en dan gebeurde het nogal eens dat men om een sigaretje vroeg. Geen probleem in die tijd, want ook in de politieauto werd stevig gerookt en er was altijd wel een pakje sigaretten voor handen. Als een betrokkene na enige tijd weer op het bureau kwam voor de afwikkeling, gebeurde het regelmatig dat men zuchtte: ‘Alles is prima afgewikkeld, maar helaas ben ik weer begonnen met roken’. Eén sigaret op zo’n belangrijk moment, was kennelijk voldoende om een latente rookverslaving weer te activeren. Zelf drukte ik de laatste sigaret uit op mijn trouwdag ruim 46 jaar geleden. Ik heb het volgehouden tot op de dag van vandaag, maar de hardnekkigheid van een rookverslaving kennende, waag ik mij er niet aan om ‘voor de gezelligheid’ weer een sigaret te roken.

Erfelijke aanleg?
Genetisch-epidemiologische studies hebben aangetoond dat experimenteren met alcohol en drugs, ook een ernstige verslavingsproblematiek, voor het grootste deel (60-80%) door omgevingsfactoren wordt bepaald, terwijl misbruik en afhankelijkheid van middelen vooral (60-80%) door genetische factoren worden bepaald. Daar moet wel de kanttekening bij worden geplaatst, dat in de schatting van de erfelijkheid ook de interacties tussen genen en omgeving zijn begrepen. Ook informatie van de Jellinek  kliniek leert dat genen een rol spelen bij het ontstaan van alcoholisme. Volgens Amerikaans onderzoek heb je een 34% grotere kans hebt om ook alcoholist te worden als een van je ouders alcoholist is. Als beide ouders alcoholist zijn is er zelfs een 40% grotere kans. Genetische factoren en overdracht van generatie op generatie zijn inmiddels wel aangetoond bij veel sociale problemen. Genen alleen verklaren dus niet of iemand alcoholist wordt of niet. Ook omgeving en andere factoren spelen een rol. In feite beaamt Wanda de Kanter dat ook, door aan te geven dat zij er na tien jaar roken wel in slaagde te stoppen. In de meeste gevallen is er dan naast wilskracht, deskundige ondersteuning nodig. De visie over psychische aandoeningen, verslaving en de behandeling van verslaafden heeft de afgelopen vijf decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt, die niet alleen heeft geleid tot meer kennis, maar ook tot nieuwe, effectieve interventies en een betere zorgtoewijzing (4). Hoe snel de veranderingen in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) gaan, bewijst de affaire Buikhuisen. Wouter Buikhuisen is een Nederlands criminoloog en was onder andere hoogleraar aan de universiteiten van Groningen en Leiden. In de zeventiger jaren kreeg hij landelijke bekendheid door zijn controversiële stellingen over de biologische achtergronden van criminaliteit. Als gevolg van negatieve publiciteit die hiermee gepaard ging, met name in linkse kringen, stapte hij op als wetenschapper. Onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten volgde decennia later eerherstel. De gevolgen hiervan zijn nu merkbaar in de forensische psychiatrie en de rechtshandhaving en zullen in de toekomst grote gevolgen hebben. In de moderne informatiesamenleving kan bijvoorbeeld informatie immers worden gebruikt om preventieve maatregelen te nemen, zoals het opstellen van risicoprofielen. Dat heeft voordelen, maar kan ook stigmatiserend werken en op gespannen voet komen te staan met fundamentele grondrechten zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In een aantal vervolgpublicaties zal ik aan deze ontwikkeling aandacht besteden (5).

Pastoraat
Verslavingsgevoeligheid en erfelijkheid zijn aspecten die zowel binnen de seculiere GGZ als het pastoraat volop in ontwikkeling zijn. Kerken en geloofsgemeenschappen blijven in mijn beleving helaas achter. Ik neem dat overigens niemand kwalijk, want de ‘tegenstrijdigheid’ tussen erfelijke aanleg en de vrije wil is een complex onderwerp. Christenen beroepen zich op Bijbelse argumenten maar ook aanhangers van andere religies, humanisten en atheïsten hebben bronnen waaruit hun gedrag en keuzes voortvloeien. Wat vast staat is dat onze moderne welvaartsmaatschappij zich kenmerkt door massale beïnvloeding door reclame en overprikkeling via talrijke media. Niet alle verslavingen zijn in ernst vergelijkbaar. Naast roken is er een groot aantal verslavingsgevoelige onderwerpen: gokken, alcohol, eten, sex, gebruik van social media, koopgedrag, gamen, televisie etc. De stelling van longarts mevrouw De Kanter over erfelijkheid, ook al is dat slechts ten dele, kan ook opgaan voor andere verslavingen. Het zou een reden tot bezinning moeten zijn, want verslavingen veroorzaken onnoemelijk veel maatschappelijke onrust, leed en drama’s bij personen, in gezinnen en families. Ik wens ons allemaal op deze complexe dossiers veel wijsheid toe.

 

Bronnen:
1. Longarts Wanda de Kanter in WNL-uitzending van 8 oktober 2017. Zie ook haar persoonlijke website. Tevens discussie met Wanda de Kanter in Knevel & Van den Brink, 30 mei 2014 en interview met Anne Marie van Veen ‘Ik klaag tabaksindustrie aan om mijn kinderen te beschermen’, de Volkskrant, 12 januari 2017.
2. Het reclame- en rookverbod is vastgelegd in de Tabaks- en rookwarenwet. Informatie van de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit d.d. 10 oktober 2017.
3. Relevante Bijbelse informatie: Spreuken 23:31, Romeinen 14:21. ‘Drinken, drank en dronkenschap. Vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland’. Proefschrift van Jacob Carel van der Stel, 1995. De geschiedenis leert ook dat er een tijd was dat de arbeidsbeweging en geheelonthouding van alcohol bondgenoten waren. Ook in de Islam en het Boeddhisme gelden richtlijnen voor het gebruik/misbruik van alcohol.
4. Verslaving en verslavingszorg’, verkorte versie, pagina’s 94 en 96. W. van den Brink, G. Schippers. Tijdschrift voor psychiatrie 50 (2008), jubileumnummer 1959-2008. Informatie op de website van de Jellinek kliniek, 12 oktober 2017. Handboek Psychiatrie en Genetica, Stephan Claes en Jim van Os. Hoofdstuk 2 Genetische epidemiologie. De Tijdstroom Utrecht, 2013.
5. Leids Universitair Weekblad Mare nummer 19, 5/2/2009 ‘Buikhuisen: Ik ben verschrikkelijk behandeld’. Een van de vele publicaties rond de discussie over het taboe dat rust(te) op onderzoek naar aangeboren oorzaken van agressie oftewel ‘biosociale criminologie’.

Foto’s: Jaap Spaans